Schrijfbeest verhaal: Tien dagen

Zeven vrienden gaan op vakantie naar Zuid-Frankrijk, waar het leven goed is en de zon altijd schijnt. Denken ze. Want ieder van hen worstelt met zijn of haar eigen problemen. Zullen ze nog dezelfde zijn als ze terugkomen in Nederland? De hoofdstukken staan geordend op de dag waarop ze zich afspelen. Hoofdstukken waarvan de dag nog niet is afgelopen staan er los onder.

Sunday, November 11, 2007

Writer's block...

Met dit verhaal wil het even niet zo vlotten. Hopelijk maak ik het ooit nog af, maar op dit moment ben ik helaas teveel bezig met andere dingen...

Wednesday, April 18, 2007

Dag vier: hoofdstuk 52 t/m 58

52. Thijs
Bij het geluid van mijn wekker schiet ik gedesoriënteerd overeind. Hoe kan het dat ik mijn wekker hier hoor? Ik ben toch op vakantie? Waar is het klereding überhaupt? Dan weet ik het weer. We gaan vandaag raften. We moeten over een uurtje klaarstaan. Daarom had ik mijn wekker gezet. En die heb ik expres naast Sterres hoofdkussen neergelegd, zodat ik ‘m niet zomaar zou kunnen uitzetten om verder te slapen, en zodat Sterre voor de verandering eens wakker zou worden. Het is allebei gelukt, al is Sterre er niet erg blij mee. Ze kreunt als ze me naar haar ziet kijken en draait haar rug naar me toe. ,,Ik wil niet raften. Ik wil slapen,” klinkt het gesmoord vanuit haar slaapzak. ,,Kom op,” zeg ik, terwijl ik rechtop ga zitten. ,,Raften is hartstikke leuk. Echt, iedereen die het gedaan heeft zegt dat het heel vet is.”
,,Maar het is sport. En ik hou niet van sport.”
,,Het is geen sport. Het is… avontuur.”
,,Op dit tijdstip hou ik ook niet van avontuur. Ik hou trouwens sowiezo niet van avontuur waarbij mijn haar nat wordt.”
,,Je haar wordt niet nat. Je krijgt een helm op.”
,,Dan wordt mijn haar nog steeds nat.”
,,Waarom heb je je eigenlijk opgegeven als je er geen zin in hebt?”
,,Omdat iedereen zich opgaf! Wat moet ik hier een hele dag in mijn eentje doen?”
,,Op het strand liggen! Heerlijk, hoor,” klinkt het vanuit Digna’s gedeelte van de tent. Ah, Digna is ook wakker. ,,Zeg eens tegen Sterre dat raften leuk is,” beveel ik haar. Ze grinnikt. ,,Raften is leuk, Sterre. Zeker voor mij, want Youri heeft gezegd dat hij ook meegaat.” Nu zit Sterre opeens recht overeind. ,,Echt?! Zie je hem vandaag weer?” ,,Ja!” zegt Digna vrolijk. ,,Ik hoop dat hij bij daglicht ook zo knap is. Nog bedankt voor je koppelpoging.” Sterre glimlacht, maar het lijkt niet echt van harte te gaan. ,,Graag gedaan, hoor.” Ze zal het wel niet leuk vinden dat Digna eerder iemand aan de haak heeft geslagen dan zij. Het is sowiezo een unicum dat ze nog niemand heeft gevonden. Het lijkt haar niet echt mee te zitten deze vakantie. Wel lullig voor haar, maar ik kan niet zeggen dat ik het héél erg vind.
Ik schiet in mijn teenslippers en pak mijn handdoek. ,,Ik ga lekker nog even douchen.” Digna grinnikt. ,,Metroseksueel. Je wordt toch zeiknat straks.” ,,Nee hoor,” Sterre schudt haar hoofd. ,,Je krijgt zo’n stinkende wetsuit aan. Maar goed, daarna wil je natuurlijk ook douchen, dus het is evengoed nutteloos om het nu te gaan doen.” Ze heeft echt een sprankelend humeur vanochtend. Dit is geen goed moment om met haar in discussie te gaan. ,,Toch doe ik het,” zeg ik, en het komt er wat geïrriteerder uit dan de bedoeling was. Ik slinger mijn handdoek over mijn schouder en loop de tent uit. In de tent van de anderen is het nog doodstil. Ik hoop dat ze eraan gedacht hebben een wekker te zetten. Als ze nog niet wakker zijn als ik terugkom van het douchen, zal ik maar eens voor wekker gaan spelen.
Het is nog rustig in de douches op dit uur van de dag. Ik hoef niet te wachten; ik kan meteen een douchehokje pakken. Naast me hoor ik iemand een bekend nummer fluiten. Normaal hou ik niet van mensen die deuntjes fluiten, maar dit klinkt tot mijn verbazing best goed. Fijn als mensen ’s morgens een goed humeur hebben.
Als ik voor de spiegel mijn haar sta te doen, komt de fluiter eindelijk zijn hokje uit, na het fluiten van ongeveer tien verschillende liedjes. Hij vangt mijn blik en grijnst naar me. ,,Sorry,” zegt hij. ,,Had je last van mijn fluitconcert?” ,,Ik? Oh, eh, nee,” stamel ik. Hij gaat voor de spiegel naast mij staan. Ik voel dat ik begin te zweten. Waarom komt hij zo vlak bij me staan? Er zijn nog ongeveer twintig andere wasbakken. Hij vangt mijn blik in de spiegel. Dit valt maar op één manier te interpreteren. Ik mag dan niet veel ervaring hebben met die dingen, ik ben niet gek. Mannen hebben vaker op die manier naar me gekeken. Ik grijp mijn toilettas en doe een stap achteruit. ,,Sorry,” zeg ik. ,,Ik… ik ben niet zo.” Hij haalt zijn wenkbrauwen op. ,,Niet? Oh, shit, sorry man. Excuses. Ik heb het niet vaak mis, maar soms…” ,,Het geeft niet,” zeg ik snel. ,,Fijne dag verder.” Dan loop ik met bonzend hart de doucheruimte uit.

53. Micha
Het is benauwd in de bus. Hier moet ik nog twee uur in zitten, denk ik als ik het trapje op klim. Gadverdamme. Ik hoop dat er wat ramen open kunnen en dat ik wat kan slapen. Ik kijk zoekend de bus rond. Die zit vol met mensen uit Argeles, een dorpje hier vlakbij waar ook veel mensen op vakantie zijn. Sophie zit in Argeles en zou ook mee gaan raften, dus ze moet erbij zitten. Maar ik zie haar niet zo snel. Ik voel een duw in mijn rug. ,,Kun je een beetje doorlopen? Er willen nog meer mensen naar binnen.” Ik kijk achterom. Het komt van een magere jongen met een zonnebril die zijn halve gezicht opslokt. ,,Misschien moet je vanavond eens wat minder coke naar binnen snuiven. Dan blijf je wat relaxter,” raad ik hem aan. Sam proest het uit. Ik geef haar een waarschuwende por. We moeten de gast met de zonnebril ook weer niet al te erg provoceren. Wie weet hoeveel agressieve vriendjes er nog achter hem staan.
Ik voel me gedwongen om door te lopen en een plekje te zoeken. Sam schuift naast me. Ik ga achterstevoren op mijn stoel zitten en scan de hele bus. Nee, het ziet er echt naar uit dat ze er niet bij is. Hoe kan dat nou? Ze zei gisteren dat ze ook zou gaan raften. En als ze in Argeles zit, kan ze geen andere excursie bedoeld hebben dan deze. Ze zei het zelfs nog: ,,Wat leuk, misschien kunnen we kijken of we bij elkaar in het bootje kunnen komen!” Zo te zien komt daar niets van terecht. Of ze moet zich al die tijd verstopt hebben en opeens opduiken.
,,Zie je haar niet?” vraagt Sam meelevend. Ik schud mijn hoofd. ,,Misschien is ze niet lekker na al die drank die jullie gisteren naar binnen gegoten hebben,” grinnikt Sam. ,,Die trouwens voor ons bedoeld was.” Shit, dat is waar ook. Ik lach guitig op de manier die Sam altijd onweerstaanbaar lijkt te vinden. ,,Ik weet het. Sorry.” Ze glimlacht terug. ,,Geeft niet, hoor. All is fair in love and war.” Ze zet haar grote zonnebril op en pakt haar mp3-speler. Gelukkig; geen oeverloze verhalen deze busreis. Ze zou trouwens best eens gelijk kunnen hebben. Sophie en ik hebben gisteren aardig wat gedronken. Het zou heel goed kunnen dat ze daar ziek van geworden is, al leek ze helemaal niet dronken. Maar misschien is zij gewoon één van die mensen bij wie dat later inslaat. Ja, dat moet het zijn. Ik heb haar veel te dronken gevoerd. Stom. Misschien kan ik op de terugweg in Argeles uitstappen en haar opzoeken. Het is tenslotte wel min of meer mijn schuld dat ze ziek geworden is. Hoe ik terugkom naar Canet, zie ik dan wel weer. Misschien kan ik liften. Dat vind ik altijd leuk; je weet nooit bij wie je in de auto terecht komt. Het enige nadeel is natuurlijk dat mijn Frans belabberd is.
Ik leun met mijn hoofd tegen het raampje, doe mijn ogen dicht en probeer nog wat rust te pakken. Maar het wil niet echt lukken. De bus hobbelt en mijn hoofd slaat steeds tegen het raam aan. Bovendien erger ik me wezenloos aan het gekwebbel van de twee meisjes achter ons. Ik draai me om. ,,Sorry, maar zouden jullie alsjeblieft even stil willen zijn?” Ze zwijgen en staren me verbluft aan. ,,Nou zeg,” zegt ze ene dan. ,,Wij zijn ook voor onze lol op vakantie, hoor. We gaan echt niet stoppen met praten omdat dat jou beter uitkomt.” ,,Ik ben ook voor mijn lol op vakantie,” breng ik er tegenin. ,,Dus probeer op z’n minst wat zachter te praten zodat ik nog een beetje kan slapen.” Ze kijken me nog eens minachtend aan, maar dempen wel hun stem. Voor zo lang het duurt. Binnen vijf minuten zitten ze weer op hun oude volume. Ik heb niet de energie om er nog een keer iets van te zeggen. Ik houd mijn ogen dicht. Al is het alleen maar om niet te zien dat Digna’s nieuwe vakantieliefde wél is komen opdagen. En dat ze naast hem zit, aan de andere kant van het gangpad.

54. Sam
Ik kijk opzij naar Micha en zoek een mooi liedje uit op mijn mp3-speler. Een liedje dat mooi genoeg is om dit lieve moment te illustreren. Micha, die naast me zit te slapen. Terwijl Sophie in geen velden of wegen te bekennen is. Maar ik moet toegeven dat ik daar ook wel een klein beetje de hand in heb gehad. Of ik daar nou trots op ben, weet ik niet. Ik hou mezelf voor dat ik het voor Micha’s eigen bestwil heb gegaan. Ik bedoel, die Sophie is overduidelijk niet te vertrouwen. Hij is verliefd, dus hij ziet dat niet, maar vrouwen zien dat wel. In één oogopslag zelfs. Sophie is typisch zo’n meisje dat elke jongen kan krijgen die ze maar wil. En daar zal ze gebruik van maken ook. Om het slachtoffer als een baksteen te laten vallen als ze een leuker exemplaar tegenkomt. En we zitten hier in Zuid-Frankrijk, dus dat zal ongetwijfeld binnen de kortste keren gebeuren. Ik wil niet dat dat Micha overkomt. Bovendien kan ik die Sophie er gewoon niet bij gebruiken. Deze vakantie is Micha gewoon van mij, punt. En het ging goed, tot hij haar tegenkwam. Het leek alsof hij me mijn schandelijke dronkenschap van de vorige avond vergeven had. Hij zocht weer een beetje toenadering. Dat laat ik mooi niet verpesten door een trut met een boblijn.
Dus gisteren besloot ik na mijn vijfde glaasje wijn dat het vechten of vluchten zou zijn. En dit keer koos ik voor vechten. Toen Micha nog even naar de wc was voor we de bus in gingen, sprak ik haar aan. ,,Hé, jij bent toch dat meisje dat bij Micha zat vanavond?” Ze keek een beetje verstoord op; ze was duidelijk niet meer helemaal nuchter. Maar ik glimlachte vriendelijk naar haar. ,,Ik ben een vriendin van Micha. Sam.” Ik stak mijn hand uit. ,,Sophie,” zei ze kort, terwijl ze mijn hand schudde. Ze keek me achterdochtig aan. ,,Ik vind jouw haar echt geweldig,” zei ik, om haar vertrouwen te winnen. Ze glimlachte dunnetjes. ,,Dank je.” ,,Ik wou dat dat met mijn haar kon,” zuchtte ik. ,,Maar dat zou meteen alle kanten uit springen. Ik zou er niet uitzien.” Ze grinnikte. ,,Ik heb gewoon slap haar. Dit is het enige wat ermee kan.” Begin tegen een meisje over kapsels en je hebt een gesprek. ,,Ga je morgen ook mee raften?” vroeg ik, nu we toch aan het praten waren. Ze knikte en lachte verlegen. ,,Ik zou eerst niet gaan, maar nu Micha ook gaat vind ik het wel leuk.” Het was een schot voor open doel. ,,Oh, maar voor Micha moet je het niet doen, hoor,” zei ik. Het was eruit voor ik het wist. Ik moest wel verder gaan. ,,Je moet een beetje afstandelijk doen. Als je te needy bent, is hij je binnen de kortste keren zat. Dat heb ik al zo vaak zien gebeuren.” Ze fronste haar wenkbrauwen. ,,Zo kwam hij helemaal niet over vanavond.” ,,Nee, maar weet je zoiets ooit van tevoren?” zei ik, rollend met mijn ogen alsof het compleet logisch was allemaal. ,,Zie het als een goed advies. Ik ken hem al jaren, weet je.”
Toen kwam Micha uit de wc. Ik durfde hem en Sophie niet meer alleen te laten, uit angst dat ze hem zou vertellen wat ik gezegd had. Maar als een geschenk uit de hemel kwam Sterre aanhollen. ,,Micha, Sam, we moeten opschieten! De buschauffeur zegt dat hij over vijf minuten wegrijdt. Hij leek het te menen.” Micha gaf Sophie een snelle kus. ,,Ik zie je morgen.” Ik gaf haar niet de kans om te antwoorden en trok hem vlug mee.
Het probleem is dat ik me nu echt een vals kreng voel. Een intrigante. Ik heb gewoon zitten stoken. En ik bedoelde het helemaal niet zo. Ik wilde haar gewoon een beetje ontmoedigen. Ik had niet het plan om haar tegen hem op te zetten. Maar blijkbaar heb ik dat toch gedaan. Want ze is er niet. Ze heeft mijn advies ter harte genomen. Of misschien is ze wel echt ziek. Maar die kans lijkt me klein. Ze maakte helemaal geen dronken indruk. Als zij ziek is van de drank, had ik gisteren alcoholvergiftiging moeten hebben. Ik zucht. Nee, het is me gelukt. En het gekke is dat ik er helemaal niet zo blij meer mee ben.

55. Wouter
Ik voel me nu al plakkerig, en de dag is nog maar net begonnen. Ik heb begrepen dat de busreis twee uur geduurd heeft, maar ik heb het grootste deel van de tijd geslapen. Comfortabel was anders, maar ik was kapot. Nu doet mijn nek pijn en ben ik een beetje licht in mijn hoofd. Het is alsof de wereld aan me voorbij gaat. Alsof ik alleen maar kijk en niet echt meedoe. Maar net als de anderen loop ik het pad af, naar beneden, waar de raftinstructeurs op ons wachten. Nou ja, wachten… zo te zien zijn ze nog bezig een groep Duitsers te instrueren.
,,Zo, man,” zegt Micha, die naast me loopt. ,,Ik hoorde dat jij goed bezig was gisteravond.”
,,Inderdaad,” antwoord ik, blij dat hij er zelf over begonnen is. Ik paste ervoor om het hem te gaan vertellen, als een peuter die trots aan zijn ouders vertelt dat hij gepoept heeft. ,,Hoe was ze?” vraagt Micha. Ik haal mijn schouders op. ,,Hoe bedoel je, hoe was ze?”
,,Nou, kon ze een beetje goed zoenen?”
Dat weet ik eigenlijk niet. Ik heb in mijn leven te weinig gezoend om een definitie van “goed zoenen” te kunnen hebben. En eerlijk gezegd kan ik me er ook niet al teveel van herinneren. Ik weet dat het lang geduurd moet hebben, want dat heeft iedereen tegen me gezegd. ,,Jullie bléven maar doorgaan!” Maar in mijn herinnering is het een wazig moment. Een kort, wazig moment. Het beangstigt me dat het blijkbaar zo lang geduurd heeft. Wat is er allemaal gebeurd dat ik me niet kan herinneren? Maar ik knik stoer. ,,Ja, zeker wel.”
,,Mooi man,” zegt Micha. Hij klinkt tevreden, alsof hij denkt: mijn werk zit erop. Niet dat hij zoveel gedaan heeft. Het bier heeft meer geholpen dan hij. ,,En komt er nog een vervolg op, denk je?” Goeie vraag. Ik pijnig mijn hersenen. Waarom kan ik me niets herinneren waaruit het antwoord op die vraag valt af te leiden? Weer haal ik – zogenaamd onverschillig – mijn schouders op. ,,Ik weet het niet.” Want opeens was ze weg. In mijn herinnering, dan. Ik kan me geen afscheid herinneren. Geen afspraken, geen beloftes. Maar dat hoeft niet te betekenen dat ze er niet geweest zijn. Ik vind het eng. Ik wil weten wat er allemaal gebeurd is, maar waarschijnlijk kom ik daar nooit meer achter. Ik heb dit nog nooit gehad, een gat in mijn geheugen vanwege drank. Maar dat ga ik Micha niet aan zijn neus hangen. Dan vindt hij me helemaal een loser. Ik moet gewoon hopen dat ik haar nog een keer tegenkom. We gaan vast nog weleens uit, en zo groot is het hier nou ook weer niet, dus dat gebeurt vast nog wel een keer.
,,En jij?” vraag ik Micha, om de aandacht van mezelf af te leiden. ,,Jij was ook goed bezig gisteravond, of niet?” Hij reageert niet zo enthousiast als ik verwacht had. ,,Ja, zeker,” zegt hij. ,,Maar ik had haar hier verwacht, en ze is er niet.” Normaal is het niets voor Micha om daar een probleem van te maken. ,,Misschien heb je haar een beetje te dronken gevoerd,” suggereer ik. Hij knikt. ,,Ja, dat zei Sam ook al. Ik ga straks wel even langs bij haar camping. Stap ik gewoon uit in Argeles in plaats van Canet.”
,,Okee dan,” zeg ik verbaasd. Dit ben ik helemaal niet van Micha gewend. ,,Hoe kom je dan terug?” Hij haalt zijn schouders op. ,,Dat zie ik dan wel weer. Liftend ofzo.” Opeens krijg ik een goed idee. ,,Zal ik met je meegaan? Volgens mij zit mijn vriendinnetje van gisteren ook in Argeles.” Ik weet helemaal niet of dit waar is, maar het zou best kunnen. Dat zou mooi uitkomen. En dan hoeft Micha daarna ook niet helemaal in zijn eentje terug. Micha knikt. ,,Is goed. Komt ook wel mooi uit. Jouw Frans is beter dan dat van mij.” Ik wil net zeggen dat dat ook wel weer meevalt, maar de Duitsers zijn te water gegaan en een klein, hyperactief instructeurtje begint naar ons te zwaaien. ,,May I have your attention plies!” Okee. Genoeg gepiekerd. Tijd om te raften.

56. Digna
Dit is niet zo’n moment waarop ik me elegant, vrouwelijk of sexy voel. Ik voel me eerder het tegenovergestelde daarvan. Ik probeer me in een klammige wetsuit te hijsen terwijl Youri en zijn vrienden me grinnikend gadeslaan. Zij hebben dat onding natuurlijk allang aan weten te krijgen. ,,Je zou me ook kunnen helpen,” zeg ik tegen Youri, en het komt er wat bitser uit dan eigenlijk de bedoeling was. Hij doet een stap naar voren en trekt met één beweging het weerbarstige ritsje dicht. Wauw. Vanuit mijn ooghoek zie ik Micha kijken. Haha, net goed. Zijn blonde schone van gisteravond is niet op komen dagen, heb ik begrepen. En een zwakzinnige kleuter kan zien dat Micha daar niet bepaald blij mee is. Hij is evenmin blij dat mijn nieuwe lover er wél is. Nou ja, lover… dat is misschien een beetje voorbarig. We hebben nog niet eens gezoend. Ik hou niet van bekken in de disco met iemand die ik helemaal niet ken. Want ook al had ik op een gegeven moment het gevoel dat ik hem wél kende, dan nog vind ik het een beetje goedkoop om meteen dezelfde avond met hem te zoenen. Grote kans dat hij hier dan nu niet geweest was, of anders in elk geval een heel stuk verderop. Nee, ik heb het goed aangepakt. Al bestaat hiermee nu natuurlijk wel het risico dat hij me “gewoon aardig” vindt of stiekem homo is. Maar Micha denkt dat hij mijn nieuwe vriendje is, en dat is eigenlijk al mooi genoeg. Ik vind mezelf triest omdat ik er zo over denk, maar ik kan het niet ontkennen: ik ben blij dat ik tegelijk met Micha iemand heb gevonden hier en ik ben nog blijer dat mijn scharrel wel is komen opdagen en die van Micha niet. Het is kinderachtig, maar waar. Ik glimlach lief naar Youri en hoop dat Micha het ziet.
Ik hijs het felgekleurde zwemvest over de wetsuit heen en ontsier mijn hoofd met een afzichtelijke gele helm. Ik zie dat Sterre haar helm ook al op heeft en chagrijnig aan haar haar voelt. Dat wordt nu natuurlijk geplet. Arme, arme Sterre. Wat een tragedie. Ik heb haar maar niet verteld dat Youri gisteravond zei dat hij haar vond overkomen als een arrogante hoer. Ik denk niet dat dat informatie is die ze graag wil krijgen. Micha zou zich kapot lachen als hij het hoorde. Hoewel: misschien zou hij dat een jaar geleden gedaan hebben, maar tegenwoordig betrap ik hem zelf ook weleens op een kwijlende blik richting Sterre. Hij zou misschien nog weleens een gokje met haar wagen als hij niet wist dat ik hem dan in stukjes zou snijden en die stukjes zou voeren aan zijn hond.
Vijf minuten later zien we er allemaal uit als identieke marsmannetjes en luisteren we naar de uitleg die in gebroken Engels gegeven wordt door een brede instructeur die in geval van nood zelf ook wel als boot zou kunnen dienen. Als ik het goed begrijp, lopen we een groter risico dat degene naast ons onze tanden eruit slaat met een peddel, dan dat we worden meegesleurd door de stroming. Ik hups ongeduldig van de ene voet op de andere. Ik wil het water in en wel nu. Eindelijk is de instructeur-in-bootvorm klaar met de uitleg en mogen we de bootjes bestormen. Youri lacht nog even naar me en verdwijnt dan met zijn vrienden naar een boot een stukje verderop. Ik lach terug en loop achter de rest aan naar de boot die Micha schijnbaar heeft uitgekozen.

57. Sterre
We zitten met z’n zevenen in een rubber bootje en we staan op het punt de woest stromende rivier op te varen. Serieus. In een rubber bootje. Ik kijk angstig naar de rotsachtige punten die boven het water uitsteken. De instructeur, die zich heeft voorgesteld als Peuh, of iets dat zo klinkt, ziet mijn bezorgde blik. ,,Don’t worrie, you gonna be fine,” zegt hij geruststellend. Micha lacht een beetje spottend. ,,Kom op Sterre, denk je nou echt dat die boot lek kan gaan? Daar letten ze heus wel op, hoor.” Als hij het zegt klinkt het zo logisch, maar ik weet het zo net nog niet. Misschien tast die vreselijke helm mijn verstand aan. Hij drukt zwaar op mijn hoofd en de bandjes snijden in mijn kin. Ik zou ‘m zelf nooit zo strak vastgemaakt hebben, maar een strenge instructeur liep langs toen ik ermee stond te klooien en gaf er een flinke ruk aan. Het zal wel veilig zijn zo, maar het doet wel pijn.
Ik ben in elk geval blij dat ik niet voorin zit. Die ereplaatsen zijn voor Micha en Digna, die sportievelingen van de groep. Achter Micha zit Wouter en achter Digna zit Thijs. Amy en ik zitten daar weer achter, en achter mij zit Sam. Ik had gedacht dat ze het erg zou vinden om in haar eentje achterin te zitten, maar ze zit vlakbij Peuh en ik zag haar net al verleidelijk met haar ogen knipperen toen hij haar kant op keek. Het deed me goed dat hij er niet echt op leek te reageren.
Plotseling zijn we op het water. Ik slaak een gilletje en ben op slag vergeten hoe ik moet peddelen. Mijn peddel krijgt een harde tik van die van Thijs en Peuh schreeuwt iets naar me. In paniek doe ik maar wat. Blijkbaar is het goed, want Peuh houdt verder zijn mond. Ik kijk strak naar mijn peddel die het water doorklieft. Iedere vezel in mijn lichaam is gespannen. Ik hou eigenlijk helemaal niet zo van water. Ik had niet mee moeten gaan. Dit is absoluut niets voor mij. ,,Right!” roept Peuh, wat betekent dat alleen de mensen aan de rechterkant moeten peddelen. Paniekerig probeer ik me te herinneren aan welke kant ik ook alweer zit. Opgelucht zie ik dat Thijs stoïcijns doorpeddelt. Natuurlijk, wij zijn rechts. Koortsachtig probeer ik weer gelijk te komen met Thijs’ tempo als ik een hand op mijn schouder voel. ,,Blonde girl,” zegt Peuh vriendelijk in zijn gebroken Engels met een zwaar Frans accent. ,,You don’t be scared. Everything allright. You enjoy, yes?” ,,I’m trying to,” zeg ik met een wiebelig stemmetje. ,,Nothing go wrong,” verzekert Peuh me. ,,You gonna have the time of your life, yes? I’m with you.” Ik kijk achterom. Hij kijkt me aan met bezorgde bruine ogen. Plotseling weet ik zeker dat ik van mijn raftinstructeur hou. Ik glimlach naar hem. ,,Okay. I will make this the time of my life.” Hij kucht. ,,You must keep paddling though.” Oh ja. Shit. Beschaamd begin ik weer met peddelen. Maar ik durf nu om me heen te kijken. Het is adembenemend. Aan de ene kant is een bos, aan de andere kant een hele hoge rots, die ver boven ons uittorent. Plotseling voel ik me heel klein. ,,Wat is dit prachtig,” zegt Thijs, die blijkbaar hetzelfde voelt. Ik zucht en voel me plotseling heel gelukkig. Misschien is raften toch wel iets voor mij.

58. Amy
Ik kijk naar de bergen die boven ons uittorenen. Sterre heeft al minstens twintig keer gezegd dat ze raften geweldig vindt en dat ze zich zo klein voelt, maar ik kan alleen maar denken: was Jesse hier maar bij. Hij zou dit geweldig vinden. Ergens voel ik me een beetje gemeen dat ik deze ervaring voor mezelf houd, dat ik hem niet met Jesse kan delen. Misschien moeten we hier volgend jaar samen terugkomen en dit samen overdoen.
Het bootje raakt in een stroomversnelling en iedereen gilt, hoewel we geen van allen bang zijn. Onze instructeur, van wie ik de naam niet heb verstaan, is bij ons. Ik heb het volste vertrouwen in hem. Ik snap niet waarom Sterre in het begin zo bang was. Ze laten je echt niet zomaar met de eerste de beste idioot het water op gaan. Ik ergerde me een beetje omdat ze zich zo aanstelde. Ergernis lijkt te enige emotie te zijn die ik vandaag kan voelen. Verder voel ik me eigenlijk alleen heel erg moe en mat. Het lukt me niet om ergens enthousiasme voor te voelen. Daar ben ik te moe voor. Ik heb de afgelopen dagen gewoon te hard gefeest, denk ik. Dat doe ik normaal nooit. Het is ook eigenlijk helemaal niets voor mij. Ik denk dat ik mezelf gewoon een beetje overschreeuwd heb om Jesse niet te hoeven missen. Maar natuurlijk haalt je gevoel je altijd in: ik mis Jesse nu drie keer zo hard. Ik heb vijfendertig euro voor deze excursie betaald en nu kan ik er niet van genieten. Ik wou dat ik mezelf ertoe kon dwingen, maar zo steek ik nou eenmaal niet in elkaar. Gelukkig maakt niemand er een opmerking over: ze hebben het allemaal te druk met peddelen. Ik kan niet geloven dat sommigen er nog moeite mee hebben. Ik ben wel niet zo sportief, maar dit had ik binnen vijf minuten onder de knie. Hoe moeilijk kan iets zijn? Als hij “left” zegt, moeten de mensen aan de linkerkant van het bootje peddelen, als hij “right” zegt de mensen aan de rechterkant. Als hij niks zegt, moeten we allemaal peddelen. En als hij “bonsai” roept, dreigt er gevaar en moeten we iets ingewikkelds doen wat ik nu alweer vergeten ben. Ik verwacht ook helemaal geen gevaar. Zo wild is deze rivier nou ook weer niet.
,,Right!” roept de instructeur. Ik stop opgelucht met peddelen. Ik was al een beetje moe aan het worden. Even rust. Lang duurt die rust helaas niet: voor ik het weet, roept hij alweer “left!” en moet ik weer aan de bak. Hij schreeuwt een paar bevelen die ik niet helemaal begrijp, en met afgrijzen constateer ik dat onze boot gevaarlijk naar links begint te hellen. Ik slaak een gil, tegelijk met Sam en Sterre. De rest hoor ik alleen maar lachen, de instructeur het hardst. En natuurlijk gebeurt het onvermijdelijke: we slaan om. Het ijskoude water maakt me in één klap wakker. Langzaam voel ik hoe het mijn wetsuit binnendringt. Het is eigenlijk best een lekker gevoel. Ik spat wat water in mijn gezicht, schud mijn hoofd en kijk rond. Het is hier echt prachtig. Zonder Jesse is het dat eigenlijk ook wel. ,,I do that on purpose,” gniffelt de instructeur, als we allemaal het bootje weer in klauteren. ,,So you get used to it.” Ik denk dat ik hem dankbaar moet zijn. Met hernieuwd enthousiasme begin ik te peddelen.

Dag drie

33. Sam
Ik word wakker van de brandende zon en mijn bonkende hoofd. Niet zo’n goede combinatie. Ik heb ook nog eens verschrikkelijk veel dorst. Nadorst. Ik grijp naar mijn Evian-flesje. Met trillende vingers draai ik het open. De flinke slokken die ik neem, voelen hemels. Ik drink het hele flesje leeg en ga weer achterover liggen. Wat een avond, gisteravond. Ik wist niet dat het simuleren van dronkenschap zo vermoeiend kon zijn. Natuurlijk, ik was ook wel dronken, anders zou ik me nu niet zo voelen. Maar het was ook lang niet zo erg als ik deed voorkomen, want dan zat ik nu ergens te kotsen. Het was ook eigenlijk een stom idee. Hoe kwam ik erbij? Ik moet dronken geweest zijn. Dronken genoeg om te bedenken dat het een goed idee zou zijn om heel dronken te doen. Geweldig.
Waarom dacht ik eigenlijk dat het zou werken? Wat was de logica er achter? Ik denk terug aan het moment dat ik mijn laatste wijntje achterover sloeg en opgelucht toekeek hoe het mooie meisje bij Micha vandaan liep. Ik dacht eigenlijk helemaal niet na. Ik wilde maar één ding: naar hem toe. En toen ik eenmaal bij hem stond en mijn hand op zijn schouder lag, bedacht ik pas welke indruk dit weleens zou kunnen wekken. Ik doe wel alsof ik knetterlam ben, dacht ik toen, als een soort laatste redmiddel, denk ik. Dronken mensen mogen klef doen. Ze zijn het niet zelf; ze zijn hun lamme alter ego. Dat weet iedereen.
En toen ik eenmaal bezig was, was het leuker en makkelijker dan ik ooit had kunnen denken. Eindelijk kon ik ongestraft tegen Micha aan hangen en dat heerlijke luchtje van hem opsnuiven. Ik kon zeggen wat ik wilde; het werd toch opgevat als dronkenmanspraat. En iedere keer als ik voelde dat hij aanstalten maakte om me los te laten, ging ik nog even wat zwaarder op hem leunen, of deed ik alsof ik bijna omviel. Dat ik echt behoorlijk aangeschoten was, hielp daarbij natuurlijk ook wel een beetje mee. Ik hoopte dat ik hem zo ver kon krijgen dat hij me zou dragen, maar dat lukte helaas niet. Hij wilde zelfs geen taxi bestellen. Ik moest mijn toneelstukje dus de hele weg naar huis volhouden, wat nog best lastig was nu de buitenlucht me een beetje ontnuchterd had. Ik hield de moed erin door luidkeels liefdesliedjes te zingen en af en toe aan één van de jongens te gaan hangen. Maar ik hoorde hoe ze af en toe over me praatten, alsof ik er zelf niet bij was. Alsof ik toch niet begreep wat ze zeiden. Ik was tenslotte stomdronken; ik had het allemaal niet door. ,,Jezus, zo heb ik haar nog nooit meegemaakt,” zei Micha. ,,Als jij toch niet van plan bent om hier met een mooie meid te gaan zoenen, kun jij haar dan de volgende keer een beetje in de gaten houden? Zo is ze echt niet te hebben.” ,,Ik ga echt nog wel een meisje aan de haak slaan, hoor,” antwoordde Wout, een beetje beledigd (logisch). ,,Ik ben haar babysitter niet.” ,,We moeten morgen gewoon tegen haar zeggen dat ze niet zo belachelijk veel moet drinken,” zei Micha. ,,Blijkbaar kan ze niet tegen drank. Prima. Maar hou het dan in godsnaam bij cola. Als je niet tegen drank kan, moet je niet drinken.” ,,Ik kan wél tegen dráááánk!” lalde ik protesterend. ,,Het is nu alleen een beetje verkeerd gevalll-gevalll-geválllllllen.”
O God, ik schaam me dood als ik eraan terugdenk. Hoe heb ik zo diep kunnen zinken? Dit moet ik echt nooit meer doen. Dit is de allerslechtste manier om een jongen aan de haak te slaan. Met een beetje pech is Micha zelfs op me afgeknapt. En dat is mijn eigen schuld. Had ik maar niet zo debiel moeten doen.
Het moment dat we terugkwamen in de tent was misschien nog wel het pijnlijkst. ,,Nou, Sam, je bed in,” zei Micha. ,,Ga je roes uitslapen en laat me je in godsnaam niet meer horen.” ,,Mijn oren suizen van dat gegil van haar,” zei hij tegen Wout. Het was dus toch niet zo’n goed idee om onderweg te gaan zingen. Beledigd wurmde ik me in mijn slaapzak. Ik had net besloten om geen kik meer te geven en in een diepe dronkenmansslaap te vallen, toen ik zag dat Amy’s bed leeg was. De slaapzak was keurig dichtgeritst. Ook haar schoenen en spijkerbroek zag ik nergens. Het was onmogelijk dat ze even naar de wc was; ze was gewoon de hort op. Maar waarheen in godsnaam? En met wie? Ik vergat mijn zogenaamde lamheid meteen. ,,Amy is weg,” flapte ik eruit, te laat beseffend dat het veel te nuchter klonk. Gelukkig leek het de jongens niet op te vallen. ,,Sam, hou in godsnaam op met die wartaal,” snauwde Micha. ,,Morgen mag je weer praten.” ,,Nee, serieus, ze is er echt niet,” hield ik vol. Maar hij gaf demonstratief geen antwoord meer. Van Wout hoorde ik alleen het gesuis van de muziek in zijn oordopjes.
Ik bleef me maar afvragen waar Amy in godsnaam kon uithangen. Ik kon er niet van slapen. Ik hield de tijd bij. Vier uur, half vijf. Dit was absoluut niets voor Amy. Ik dacht dat ze vanavond vroeg naar bed zou gaan omdat ze kapot was van de busreis. Bovendien houdt ze helemaal niet van uitgaan. En met een jongen kon het ook niets te maken hebben, want ze is stapelverliefd op Jesse en ze zou hem nooit ofte nimmer bedriegen. Ik bleef maar piekeren, tot ze om kwart voor vijf de tent kwam binnenwankelen. Ze was nog lammer dan ik net had gefaket. Ze stond letterlijk te zwaaien op haar benen. Zo had ik haar nog nooit gezien. Ze plofte neer op mijn bed. ,,Sam,” zei ze met een hese stem die ik nog nooit van haar had gehoord. ,,Sam, ik heb zo’n geweldige avond gehad.” Ik ging rechtop zitten. ,,Met wie? Waar ben je geweest?” Haar ogen straalden. ,,Op het stand. Met Dieter, en Joost, en Vincent, en Stijn.” Geen van die namen klonk me bekend in de oren. ,,Wie zijn dat in godsnaam?” Ze grijnsde alleen maar. ,,Mijn nieuwe vrienden. My new best friends.”
,,Maar… hoe…” stamelde ik. Ik herkende haar nauwelijks. Dit was een compleet andere Amy. Was ik misschien toch ontzettend dronken? Droomde ik dit allemaal maar? ,,Sam,” gromde Micha half slapend. ,,Stil.” Hij gaf mij blijkbaar nog steeds de schuld van elk geluidje dat hij hoorde. Ik realiseerde me nog eens dat ik die hele dronken show nooit had moeten weggeven. ,,Ik ga slapen,” fluisterde Amy. ,,Ik ben kapot. Morgen vertel ik je alles.” ,,Oké,” fluisterde ik terug. Ik ging weer liggen en trok mijn slaapzak nog eens lekker om me heen. Het volgende moment sloeg de zware dronkemansslaap dan eindelijk toe.

34. Wouter
Het is stil als we zitten te ontbijten aan twee bij elkaar geschoven tuintafels voor de tent. Iedereen heeft een kater, behalve Digna, maar die heeft standaard een ochtendhumeur, zelfs als het eigenlijk al middag is. Haar gezicht staat op de “praat niet tegen me”-stand. Sam zit met haar hoofd gebogen en heeft haar lange haar aan beide kanten als een gordijn voor haar gezicht gehangen. Ze zal zich wel flink verrot voelen na gisteravond. Ze had het niveau bereikt waarop dronkenschap genant wordt. Ik schaamde me bijna plaatsvervangend voor haar. Naast haar zit Amy, die tegen de ochtend opeens de tent kwam binnenvallen met een warrig verhaal over vier totaal onbekende jongens waar ze mee op stap was geweest. Ik had gehoopt dat haar uitstapje haar wat vrolijker zou maken, maar het tegenovergestelde lijkt waar. Ze eet kleine muizenhapjes van haar croissant en staart sip in de verte. Zou ze Jesse bedrogen hebben met één van de vier mysterieuze vreemdelingen? Lijkt me niet waarschijnlijk; ze is dol op die jongen. Maar aan de andere kant, een paar uur geleden leek het me ook niet waarschijnlijk dat ze er in het holst van de nacht vandoor zou gaan met een stelletje volslagen onbekenden.
Naast Amy zit Sterre, die er zoals gewoonlijk het beste uitziet van iedereen, fris en uitgerust. Haar lange blonde haar heeft ze naar achteren geschoven met een brede rode haarband, die perfect past bij haar witte jurkje met rode polkadots en haar rode teenslippertjes. Een mooie meid is het, maar ze zou mooier zijn als ze zich niet zo obsessief bezighield met mooi zijn. Zoals altijd wordt ze geflankeerd door Thijs, die er net zoals zij uitziet alsof er niets gebeurd is. Het lijkt wel alsof ze hun outfits op elkaar afgestemd hebben: hij draagt een witte polo met dunne rode streepjes. Het zou me niks verbazen als ze dat ook nog echt zo afgesproken hadden. Naast Thijs zit Micha, die met grote happen zijn derde stuk stokbrood met kruidenboter naar binnen schrokt. ,,Zeg,” zegt hij met volle mond. ,,Wat zijn de plannen voor vandaag?” Het blijft stil. ,,Jezus, wat zijn jullie toch ook een stelletje sufkutten,” zegt hij. ,,Ga me nou niet vertellen dat jullie helemaal niks bedacht hebben voor vandaag.” Ik had verwacht dat Sam wel met een of ander spetterend plan zou komen, maar ook zij houdt haar mond. ,,Het lijkt me wel leuk om naar Perpignan te gaan,” zegt Thijs. ,,Een beetje cultuur opsnuiven.” ,,En shoppen,” voegt Sterre er meteen aan toe. ,,Goed, dan gaan we naar Perpignan,” zegt Micha, alsof hij degene is die er toestemming voor moet geven. Hij heeft niet één van zijn beste buien vandaag. ,,Misschien wil ik wel helemaal niet naar Perpignan,” zegt Digna, die het bazige toontje blijkbaar ook gehoord heeft. ,,Je hoeft niet te doen alsof jij hier de reisleider bent.” Micha haalt zijn schouders op. De meeste mensen zouden schrikken van dit soort kritiek, maar langs hem lijkt het af te glijden. ,,Dan had je met een beter plan moeten komen.” ,,Ik heb een beter plan,” zegt Digna. ,,Ik ga de hele dag aan het strand liggen en mijn boek lezen.” Micha propt de laatste hap van zijn stokbrood naar binnen. ,,Je doet maar,” zegt hij onverschillig. Digna smijt het mes waarmee ze aan het smeren was, neer op tafel. ,,Inderdaad, ik doe maar. Ik doe het zelfs nu meteen! Ik kan die kop van jou niet meer zien!” Ze stampt de tent in en komt er bijna meteen weer uit, gewapend met een handdoek, een boek en een flesje zonnebrand. Zonder nog iets te zeggen loopt ze het pad af en de hoek om. Dan is ze verdwenen.
,,Moet zeker ongesteld worden,” zegt Micha onverschillig. Denkt hij dat écht? Begrijpt hij dan helemaal niets van wat er in haar omgaat? Ik zou het hem willen vragen, maar ik wil hem ook niet zo te kijk zetten tegenover de rest. Ik hou dus maar mijn mond. De anderen doen hetzelfde. Het is gespannen stil. ,,Zullen we zo dan maar eens naar de bushalte gaan lopen?” vraagt Sterre na wat een eeuwigheid lijkt. ,,Ja, ja, is goed,” mompelt iedereen. We ruimen snel de ontbijtspullen op. Ik gooi mijn portemonnee, mobiel en mp3-speler in mijn rugzak. Ik hoop dat het een leuke dag wordt.

35. Digna
Je doet maar. Je doet maar. Het blijft door mijn hoofd gonzen. Je doet maar. Je doet maar! Je! Doet! Maar! Nooit geweten dat drie woordjes zoveel pijn konden doen. Drie woordjes kunnen je een enorme klap in je gezicht geven. Drie woordjes, die eigenlijk zoveel zeggen als: ik geef niets meer om je, het kan me niet schelen wat je zegt, het kan me niet schelen wat je doet. Je doet er niet meer toe voor mij. Tot zover het “vrienden blijven” dus. Wat een lul. Ik kan niet geloven dat hij überhaupt ooit mijn beste vriend is geweest. Of gedroeg hij zich toen nog niet zo schofterig? Hij is altijd wel aan de botte kant, maar de laatste dagen lijkt het de spuigaten uit te lopen. Hoe dan ook, deze Micha vind ik een klootzak. Het kan me niet schelen of hij vroeger ook zo was en ik dat gewoon nooit gezien heb, verblind als ik was, of dat zijn evil twin het opeens stiekem heeft overgenomen, maar ik wil niks meer met hem te maken hebben. Micha is history. Hij hoort niet meer bij mijn vrienden. Geschrapt van het lijstje. Het is goed dat ik net ben weggelopen. Laat hij maar eens merken dat hij niet alles zomaar kan maken. Een beetje de reisleider uit zitten hangen, wie denkt hij wel niet dat hij is. De anderen zullen misschien volgzaam “ja Micha” zeggen, maar zo ben ik dus niet. Ik had best mee gewild naar Perpignan, maar nu ga ik gewoon uit principe niet meer mee. Ik ga ze ook niet later opzoeken als ik mijn boek uit heb. Ik zou trouwens niet eens weten hoe ik er moest komen; ik snap niets van die bussen hier en mijn Frans is, om te spreken met één van de weinige Franse woordjes die ik ken, terrible. Nee, ik blijf lekker de hele dag hier en ik zie wel weer wanneer ze terugkomen. Ik zou zelfs kunnen proberen om te zorgen dat ik nog later terug ben dan zij. Misschien kan ik de Amy-truc uithalen en een paar onbekende jongens op de kop tikken om de hele nacht mee op stap te gaan. Misschien kan ik met Bert en zijn vrienden gaan rondhangen. Dat is best een goed idee. Maar ik wil me ook weer niet teveel aan Bert opdringen; straks gaat hij nog denken dat ik hem leuk vind ofzo. Dat is helemaal niet zo. Het is gewoon fijn om met hem te praten omdat we allebei in dezelfde situatie zitten. Niet dat we alleen maar praten over onze gebroken harten. Gisteravond hebben we het echt over van alles gehad. Ik vond het leuk dat hij bij me kwam zitten, juist op het moment dat ik me een beetje alleen voelde. Hij is iemand met wie ik echt goed bevriend zou kunnen raken. Overzichtelijk bevriend. Gewoon alleen vrienden, en verder helemaal niks. Dat doe ik nooit meer, er meer van maken. Het verpest alles. Zelfs je vakantie.
Maar ik wil mijn vakantie helemaal niet laten verpesten, denk ik als ik mijn handdoek op het strand uitspreid. Ik zál mijn vakantie niet laten verpesten. Als Micha vervelend doet en de rest me buitensluit, trek ik gewoon mijn eigen plan. Ik kan heel goed zonder anderen. Ik ga hier een leuke vakantie van maken, hoe dan ook. Ik vermaak me wel in mijn eentje. En af en toe met Bert. Als ze me er niet bij willen hebben, dan maar niet. Maar dan zullen ze het weten ook.

36. Sterre
Ik had me meer van Perpignan voorgesteld dan dit. Ik weet niet hoe ik het precies voor me zag, maar ik dacht in elk geval aan iets romantisch, pittoresk, duidelijk Frans… een stad met straatjes die direct het ultieme vakantiegevoel bij je losmaken. Misschien zijn we op de verkeerde plek uit de bus gestapt, maar Perpignan lijkt een stad zoals alle andere. Dit had zo’n beetje overal in Europa kunnen zijn. Behalve in Scandinavië, want daar is het dan net weer te warm voor. Of zou het daar ook weleens 35 graden zijn? Hoe dan ook; tot nu toe vind ik Perpignan niks. Ik wou dat ik met Digna mee naar het strand was gegaan. Winkels zie ik hier ook nergens, behalve een zaak met computeronderdelen en een gesloten uitziende pharmacie. Niets waar ik een mooi Frans jurkje zou kunnen kopen.
Digna is het gesprek van de dag sinds haar woedeuitbarsting van daarnet. Stiekem vindt iedereen het wel interessant als er zoiets gebeurt. Ik in elk geval altijd wel. ,,Hoe zou ze het hebben, in haar eentje aan het strand?” vraag ik me hardop af. ,,Oh, die vermaakt zich wel,” zegt Micha zorgeloos. ,,Als iemand goed alleen kan zijn, is het Digna wel.” ,,Snapt hij wel dat het zijn schuld is dat ze alleen aan het strand ligt?” fluistert Thijs in mijn oor als Micha even niet oplet. ,,Hij snapt het wel, hij trekt zich er alleen niets van aan,” antwoord ik zachtjes. Hij lijkt er totaal niet mee te zitten dat hij ruzie met zijn exvriendin heeft. Zijn exvriendin die ooit zijn beste vriendin was, nota bene. ,,Moet je eens aan vorig jaar denken,” zeg ik tegen Thijs (Micha is nu helemaal vooraan gaan lopen, en bestudeert al lopend een stadskaart van Perpignan die hij blijkbaar ergens opgeduikeld heeft). ,,Hoe close ze toen waren.” Thijs knikt. ,,Toen riepen ze nog dat ze nooit iets met elkaar wilden. Want dat zou alles alleen maar verpesten.” Ik grinnik. ,,Nou, ze hebben gelijk gekregen.”
,,Maar dat is toch ook hoe zij zijn,” zegt Thijs. ,,Ze zijn allebei uit hetzelfde hout gesneden, daarom pasten ze ook zo goed bij elkaar. Ze denken geen van beiden ooit één seconde na over de consequenties van wat ze allemaal zeggen en doen.”
,,Misschien gaan ze het nu eens leren. Ze verzieken elkaars vakantie als ze zo doorgaan.”
,,Elkaars vakantie? Ik dacht het niet. Moet je Micha zien lopen, loopt hij erbij als iemand die zijn vakantie laat verpesten? Hij verpest Digna’s vakantie, absoluut, maar andersom laat hij het mooi niet gebeuren.”
Plotseling draait Sam, die met Amy voor ons liep, zich om. ,,Micha kan zich gewoon snel over dat soort dingen heen zetten,” bemoeit ze zich ermee. ,,Hij heeft het gewoon afgesloten. Digna moet ook eens leren om door te gaan met haar leven.” Dit is typisch weer Sam: meten met twee maten. ,,Zegt wie?” vraagt Thijs. Sam kijkt hem verbaasd aan. ,,Zeg ik. Hoezo?” ,,Omdat jij, als ik het me goed herinner, minstens een half jaar uitgebreid hebt lopen treuren toen Simon het uitmaakte,” vul ik hem aan. ,,Ja, maar dat was anders,” verdedigt ze zich. ,,Toen dacht ik écht dat het ware liefde was.” Thijs haalt zijn schouders op. ,,Misschien dacht Digna dat ook wel.”
,,Ach, kom nou,” zegt Sam smalend. ,,Het was toch duidelijk dat het niet echt héél serieus was tussen hen.” ,,Dat weet je toch helemaal niet!” verdedig ik Digna. ,,Het léék misschien niet serieus, maar je weet toch niet wat ze dácht.” Sam kijkt twijfelend. ,,Als ik Digna een beetje ken, denk ik dat ze helemaal niet zoveel dacht.” Het irriteert me dat ze dat zo voor Digna invult. ,,Jij bent niet de enige met een rijk innerlijk leven,” merkt Thijs op, die blijkbaar weer eens hetzelfde denkt als ik. ,,Maar wel een stuk rijker dan dat van Digna,” antwoordt Sam bits. Dan draait ze zich weer om en praat verder met Amy. Ik kan er niet de vinger op leggen, maar ergens klopt er hier iets niet helemaal.

37. Amy
,,Eh… een coca,’ stamel ik als de ober in het Frans vraagt wat ik wil drinken. ,,S’il vous plaite,” voeg ik er haastig aan toe. Ik laat me weer achterover vallen in mijn ongemakkelijke houten stoeltje. Ik voel me alsof er een trein over me heen gereden is. Maar dat smsje, dat heb ik gekregen. Het maakte me wakker, vanochtend. En ik voelde me zo verrot, dat ik er in eerste instantie niet eens blij mee kon zijn. Waarom maak je me nou wakker, dacht ik eerst. Toen realiseerde ik me dat het van Jesse moest zijn. En vlak daarna realiseerde ik me dat ik eerst iets heel anders moest doen voor ik het smsje kon lezen. Ik voelde mijn maaginhoud naar boven komen. De wc redde ik al niet meer. Ik heb zitten kotsen in de struiken achter onze tent. Later heb ik mijn braaksel zo goed en zo kwaad als het ging begraven met mijn teenslipper (die heb ik daarna weggegooid, ik moet zometeen even een nieuw paar teenslippers kopen). Ik hoop dat het niet gaat stinken nu de zon erop staat te branden. Maar het ligt onder een dikke laag aarde, dus dat zal wel goed gaan.
Hij zei niet eens sorry voor zijn late antwoord. Het berichtje was: “Hee schat, mooi dat je het relaxed hebt daar. K wou dat k bij je was, k word gek van al dat werken. Xxx”. Wou hij dat hij bij me was omdat hij gek wordt van zijn werk, of omdat hij bij mij wil zijn? Ach, dat laatste natuurlijk, het was gewoon een beetje ongelukkig geformuleerd. Het was verder een lief smsje. Ik wilde eerst heel koppig niks terugsturen, maar dat hield ik welgeteld tien minuten vol. Wat als er nou een storing was, waardoor het smsje gewoon veel later was aangekomen? Stel dat hij nu ongeduldig op míjn smsje zat te wachten? Dus ik gaf hem meteen antwoord. “Heej lieffie, ben gisteren uit geweest, voel me verrot haha! K mis je nu al! Xxx”. Zodra ik het verstuurd had, had ik er een slecht gevoel over. Was het niet veel te needy? Maar er is niks aan te doen. Het is nu verstuurd en de hemel mag weten wanneer het bij hem aankomt, als er inderdaad een storing is.
,,Hoe voel je je, Amy?” vraagt Sam bezorgd. Ik kreun. ,,Koppijn.” Micha grinnikt. ,,Ja Amy, dat heet nou een kater. Maak je dat ook eens mee.” Dat soort grapjes krijg ik de hele ochtend al over me heen. Dit gedrag is niemand van me gewend. Ik zelf eigenlijk ook niet. Ik weet niet helemaal wat ik ervan moet vinden. Aan de ene kant schaam ik me een beetje omdat ik me zo heb laten gaan, en omdat ik daar nu duidelijk de prijs voor betaal. Ik wist niet dat je je zó beroerd kon voelen van een beetje drank. Nou ja, een beetje… in mijn geval een heleboel. Ik weet niet meer wat ik allemaal precies gedronken heb, maar het was heel wat. En ook heel wat door elkaar. Bier, wijn, martini, en op het laatst zelfs wodka, maar dat was smerig. Maar aan de andere kant voel ik me ook stoer. Dat is misschien heel zielig, hoe oud ben ik nou helemaal? Maar ik kan het niet ontkennen. Ik ben met vier vreemde jongens op pad geweest, en ze waren superrelaxed. We hebben afgesproken om deze week nog een keer te gaan stappen. En ik heb nu óók eens een kater. Ik, degene die altijd de anderen met een kater verpleeg, ben nu zelf een keer de patiënt. En ik heb Sam eens flink voor me laten rennen vanmorgen, zoals ik dat ook zo vaak voor haar gedaan heb. Glaasje water, nog een glaasje water, en nu maar eens een glaasje sinaasappelsap proberen… Sam probeerde het lief en geduldig te doen, maar ik zag aan haar dat ze afwezig was. Het leek alsof ze ergens mee zat. Ik vroeg of er iets was, maar ze haalde heel overdreven haar wenkbrauwen op – ze denkt dat dat de perfecte Onschuldige Blik is – en zei: ,,Nee, hoezo?” Ik had teveel hoofdpijn om te gaan doordrammen. Ik haalde mijn schouders op. ,,Zomaar, laat maar.”
Ik houd het koude glas cola tegen mijn bonkende hoofd. Ik wou dat deze dag al afgelopen was.

38. Thijs
Van cultuurhappen is weinig gekomen vandaag. Niet omdat we het niet wilden; we vonden dat het wel even moest. Onder heftig protest van Sterre hebben we dus naar Cultuur gezocht. We konden het alleen niet vinden. Het lijkt wel of Perpignan gewoon niet zoveel cultuur hééft. Het dichtste bij cultuur kwam de burcht die midden in de stad ligt. We liepen er een beetje omheen en namen wat foto’s en liepen onder het poortje door. Toen stonden we opeens in een winkelstraat. En dat was, vanzelfsprekend, het einde van het cultuurgedeelte van vandaag. Sterres ogen begonnen te glanzen en Sam en Amy lieten zich gewillig meetrekken de eerste de beste schoenenwinkel in, om er een half uur later weer uit te komen met alledrie hetzelfde paar slippertjes: Sterre in het turqoise, Sam in het zwart, Amy in het babyroze.
Ik vraag me altijd af waarom het niet bij meiden opkomt dat jongens nou eenmaal niet houden van winkelen. En dat als je met zijn allen op stap bent, het ook wel leuk is als je iets doet wat iedereen leuk vindt. Sterre weet volgens mij niet dat ik winkelen niet echt leuk vind: aangezien ze aanneemt dat ik homo ben, gaat ze er altijd vanuit dat ik winkelen wel helemaal geweldig zal vinden. En met haar vind ik het ook wel leuk. Met haar is alles gezellig. Als zij erbij is maakt het me niet uit wat we doen. En soms kan het wel handig zijn om wat vrouwelijk advies te krijgen bij het kopen van nieuwe kleren of schoenen. Maar met drie kakelende meiden shoppen, dat gaat me te ver. Dat is teveel van het goede.
Dat vinden Wout en Micha ook. We zitten met z’n drieën in de schaduw op een centraal gelegen pleintje en hebben tegen de meisjes gezegd dat ze ons maar moeten komen opzoeken als ze klaar zijn. Althans, dat heb ik gezegd. Micha en Wout waren er niet zo blij mee. ,,Nou blijven ze minstens drie uur weg, man,” zei Micha geïrriteerd. ,,Waarom zeg je dat nou? We hadden beter een tijd kunnen afspreken.” Hij is de hele dag al zo bazig. Het verbaast me niks dat Digna boos is weggelopen. Maar ik heb altijd meer moeite om tegen Micha op te kunnen. Ik weet niet hoe dat komt. Ik voel me gewoon snel overruled door hem. Hij is sterker dan ik en hij weet het. Hij is een mannenman en ik ben dat niet. ,,Ze komen vast wel weer een keer langs,” zeg ik slapjes. ,,Zo groot is het hier niet.” Micha haalt zijn schouders op. ,,Alsof dat hun wat uitmaakt. Dan gaan ze gewoon dezelfde winkels nog een keer in en kopen alles waar ze de eerste keer drie kwartier over hebben staan twijfelen. Leer mij die meiden kennen.” ,,Als het te lang duurt, ga ik ze wel zoeken,” beloof ik, in de hoop dat hij er over zal ophouden. Dat doet hij, maar alleen door het gesprek een andere wending te geven waar ik ook niet zo blij mee ben. ,,Waarom ben jij eigenlijk niet mee gaan shoppen? Jij houdt daar toch wel van?” Oh nee, niet hij ook al. ,,Niet bijzonder,” zeg ik naar waarheid. ,,Alleen Sterre sleept me weleens mee.” ,,Kom nou,” zegt hij ongelovig. ,,Jij lijkt me nou typisch zo’n man die van winkelen houdt. Vind je niet?” vraagt hij aan Wout. Die kijkt ongemakkelijk naar de grond en haalt zijn schouders op. ,,Ik weet het niet.”
Ik zou Micha eigenlijk moeten vragen wat hij hier precies mee wil zeggen. Ik zou van me af moeten bijten. Maar ik kan het niet. De woorden liggen op het puntje van mijn tong, maar ze komen mijn mond niet uit. In plaats van voor vechten kies ik voor vluchten. Ik sta op. ,,Ik ga de meiden wel even zoeken.” Als ik wegloop, weet ik dat mijn snelle pas me verraadt.

39. Micha
Wat een kutdag. Kutstad, kutwarmte, kutmensen. In plaats van iets nuttigs te doen, zitten we hier op dit stoffige pleintje te wachten tot de dames eindelijk klaar zijn met shoppen. Thijs is naar ze toe gevlucht toen de grond hem te heet onder de voeten werd omdat ik hem begon uit te horen over zijn geaardheid. Hij zou ze gaan zoeken. Of hij is een hele slechte zoeker, of hij staat nu in een pashokje met een roze bloesje aan en een haarband met nepbloemen in zijn haar.
Ik wil het niet, maar ik moet de hele tijd aan Digna denken. Ik vind het vervelend dat ik haar gekwetst heb, al zeg ik de hele tijd dat ik het me niet zo moet aantrekken. Dit is niets voor mij. Ze zal wel ongesteld zijn of weet ik veel wat die meiden allemaal hebben. Ze deed alsof ik iets afschuwelijks tegen haar zei. Oké, misschien was ik niet al te vriendelijk, maar die buien heb ik af en toe gewoon. Dat zou ze inmiddels toch wel moeten weten. En vroeger deed ze er nooit moeilijk over. Ze heeft er nooit zo’n scène over gemaakt als vandaag. Het zal wel door de hitte en het slaapgebrek komen, dat ze zo aangebrand reageerde. Amy zei dat ze gisteravond nog een hele tijd met die sukkel van de bus heeft zitten praten. Ze maakt er wel werk van. Ik vind het niets voor Digna om zo snel iemand anders te hebben. Maar misschien ken ik Digna wel helemaal niet zo goed als ik dacht. Misschien heb ik altijd een ander iemand van haar gemaakt dan ze werkelijk was. Misschien was ze voor mij wie ik wilde dat ze was. Ik vraag me af wat ze nu doet, in haar eentje op het strand. Stiekem – maar dit zal ik nooit hardop toegeven – maak ik me een beetje zorgen over haar. Ik hoop dat ze zich goed insmeert, want ondanks dat ze donker haar heeft, verbrandt ze verraderlijk snel. Maar niemand mag ooit weten dat ik weleens nadenk over dat soort dingen.
Wout zit naast me en zwijgt. Ik neem aan dat hij nog steeds zit te broeien over de mislukking van gisteravond. ,,Vanavond gaan we lekker stappen,” zeg ik, om hem indirect een beetje moed in te praten. Hij knikt zonder veel enthousiasme. ,,Kom op, man,” zeg ik tegen hem. ,,Vanavond gaat het lukken. Misschien moet ik het niet voor je doen. Je moet zélf op iemand afstappen. Dan zeg ik van tevoren wel wat je moet zeggen.” Hij haalt zijn schouders op. ,,Ja, misschien.” ,,Je moet het zelf weten, hoor,” zeg ik, een beetje geïrriteerd door zijn passieve houding. ,,Jij was degene die eindelijk eens ontmaagd wilde worden. Dan zul je er ook moeite voor moeten doen. De gewillige dames komen zich heus niet uit zichzelf aanbieden, hoor.” ,,Voor jou gaat dat allemaal makkelijker,” mompelt hij, terwijl hij met een stokje tussen de stoffige straatstenen begint te porren. ,,Waarom zou dat voor mij makkelijker gaan?!” zeg ik niet-begrijpend. ,,Het gaat gewoon om je houding, man. Als ik zo verl…teruggetrokken was als jij, zou het er met mij precies hetzelfde voorstaan. Als…”
Maar dan voel ik opeens een warme hand op mijn schouder. ,,Zo, ben je weer aan het blaffen?” Ik kijk op. Sterre staat me glimlachend aan te kijken in haar sexy jurkje. Ik krijg het er nog warmer van. Al ben ik al jaren met haar bevriend, ik vind haar nog steeds een enorm lekker ding. Als zij niet zo’n rare verhouding met Thijs had, en als Digna geen gehakt van me zou maken als ik achter het tweede meisje uit onze vriendenkring aanging, zou ik misschien nog weleens proberen om er werk van te maken. Ik schraap mijn keel. ,,Ach, blaffen, blaffen…” Dan valt het me opeens op dat ze alleen is. ,,Waar heb je de anderen gelaten?” Ze kijkt van me weg. ,,Ik neem even een pauze. Ik had er geen zin meer in.” Sterre die een pauze neemt van het winkelen? Hier klopt iets niet. ,,Is er iets gebeurd ofzo?” vraag ik onderzoekend. Ze schudt haar hoofd. ,,Nee hoor. Ik was het gewoon even zat. Dat kan toch?” ,,Weet je het zeker?” probeer ik nog. ,,Geen ruzie… rare voorvallen?” Maar het enige wat ze doet, is sereen glimlachen, terwijl ze haar jurkje gladstrijkt.

40. Sam
,,Die is ook leuk!” zegt Thijs enthousiast, als ik in een wit shirtje de paskamer uit kom. Ik zucht. ,,Ja hè. Het is maar goed dat ze deze winkel in Nederland niet hebben. Ik zou ‘m iedere maand leegkopen.” Ik staar naar mijn spiegelbeeld. Het witte shirtje staat me inderdaad erg goed. Meestal maakt wit me dikker, maar dit shirtje kleedt juist af. Ik denk aan mijn besluit om wat rustiger aan te doen met shoppen, omdat ik meer excursies ga doen dan ik eigenlijk kan betalen. Maar aan de andere kant, ik ben toch op vakantie… een paar weekjes werken en ik ben zo weer uit de rode cijfers. Ik knik naar mezelf. ,,Ik neem ‘m.” ,,En die andere dingen?” vraagt Thijs nieuwsgierig. Shit, dat is ook zo. Dat lieve zwarte jurkje en het zeegroene hemdje. ,,Dat jurkje zou ik sowiezo doen,” zegt hij, alsof hij mijn gedachten kan raden. ,,Zo’n little black dress kun je altijd goed gebruiken.” ,,En wat vind je van het hemdje?” vraag ik.
,,Die was maar tien euro, toch? Voor zo weinig geld zou ik ‘m wel nemen.”
Ach ja, hij heeft ook gelijk. Wat is hij toch fantastisch met dit soort dingen. Ik ga me niet schuldig voelen; ik neem het gewoon allemaal. Ik ga me geen zorgen maken over geld deze week.
Als we naar buiten lopen kijk ik om me heen. ,,Waar is Sterre eigenlijk?” ,,Naar de jongens toe,” antwoordt Amy. ,,Ze zei dat ze even een pauze wilde nemen.” Hmm. Dat klinkt niet als Sterre. Meestal zijn wij juist degenen die pauze nemen, en is zij degene die er chagrijnig bij zit en wacht tot we weer verder “mogen”. ,,Ik weet het ook niet, hoor,” zegt Thijs. Hij klinkt een beetje geïrriteerd, alsof we hem om een verklaring gevraagd hebben. ,,Dat zeg ik toch ook helemaal niet,” zeg ik. Besluiteloos staan we op de stoep. De stemming is opeens een beetje ingezakt, nu Sterre ons niet halsoverkop meetrekt naar de volgende winkel. ,,Zullen wij anders ook maar stoppen?” stelt Thijs voor. ,,Ik heb eigenlijk best honger.” Amy knikt. ,,Ja, ik ook. Ik heb nog maar heel weinig gegeten vandaag.” Haar kater zal inderdaad wel zo’n beetje over zijn inmiddels. Ik vrees dat ik eraan zal moeten geloven. We moeten ergens gaan eten en ik heb zo’n vermoeden dat het niet zo mager en gezond zal zijn als de pasta die Thijs gisteren zo heerlijk in elkaar gedraaid heeft.
Micha en Wout zitten nog steeds op het pleintje waar we begonnen zijn, tegenover de schoenenwinkel waar ik die geweldige slippertjes gekocht heb. ,,Hèhè,” zegt Micha. ,,We dachten dat jullie nooit uitgewinkeld zouden zijn.” Het valt me op dat hij hierbij scherp naar Thijs kijkt. Hij stelt echt alles in het werk om Thijs deze vakantie uit de kast te laten komen. Een beetje flauw wel, maar ach, blijkbaar wil hij graag met me uit eten. Na gisteravond mag ik daar ook wel blij mee zijn. Ik heb het afgedaan als een grapje, vanmorgen. ,,Ik meen me te herinneren dat ik gisteravond heel erg was,” zei ik luchtig. ,,Sorry hoor. Vooral voor die liedjes.” Hij lachte. ,,Oh, dus je weet het nog? Dat valt me dan weer mee.” ,,Vanavond mag je opletten dat ik niet teveel drink,” beloofde ik hem. Twee vliegen in één klap: dan word ik niet dronken en blijft hij hopelijk dicht bij me in de buurt.
De jongens staan op en we slenteren door de straatjes, op zoek naar een geschikt restaurant. Ik hoop maar dat ze er salade hebben; het zou zonde zijn als mijn nieuwe witte shirtje opeens niet meer zo goed afkleedde.

41. Wouter
We eten bij een klein restaurantje in een smal straatje. Toen we verzamelden op het pleintje waar Micha en ik hadden zitten wachten, hing er een vervelende spanning. Er speelt duidelijk van alles in ons groepje, en het grootste deel daarvan gaat volledig buiten mij om. Volgens Micha komt dat doordat ik me afsluit; volgens mij komt het doordat ik gewoon nergens bij betrokken word. Ik ben geen schouder om op uit te huilen. Daar ben ik gewoon het type niet voor. Ik ben meer het observerende type. Maar al observeer ik de ogen uit mijn kop, ik kan maar geen vat krijgen op wat er met ons aan de hand is, de laatste dagen. Amy gaat op stap met een stel onbekende gasten. Sam is afwisselend strontchagrijnig en volkomen hyper, en zuipt zich bijna een delirium. Micha is bot en bazig. Digna, normaal altijd vrolijk en onbezorgd, krijgt een woedeaanval en laat zich de rest van de dag niet meer zien. Thijs gaat er opeens vandoor om een stel shoppende meiden te zoeken, en Sterre komt juist eerder terug van het winkelen.
Maar het eten is gezellig. Op het knusse terrasje lijkt de spanning een beetje van iedereen af te vallen. We halen herinneringen op aan vorige vakanties. Die keer dat Sam zoende met een gladde Spanjaard en drie avonden later per ongeluk met zijn broer. Die keer dat Micha, Digna en ik verdwaalden in één of ander onherbergzaam rotdorp. Die keer dat de bus kapot ging en we twee uur vast zaten op een parkeerplaats in the middle of nowhere.
Net als ik er lol in begin te krijgen en zit te bedenken welke herinnering ik nu eens zal opdissen, zegt Micha: ,,Oh ja, by the way: vanavond is die schuimparty. Dat gingen we wel doen, toch?” ,,Ja, lijkt me wel vet,” zegt Sam direct. Als ik gisteravond zoveel gedronken had, zou uitgaan wel het laatste zijn waar ik aan dacht. Maar goed, dat ben ik dan weer. Iedereen knikt instemmend. Ik knik mee. Eigenlijk heb ik meer zin om een beetje op mijn gitaar te tokkelen vanavond – ik heb dat ding tenslotte niet voor niets meegenomen, en ik heb er nog helemaal niet op gespeeld – maar al ben ik na gisteravond wat pessimistischer geworden, ik heb mijn plan nog niet opgegeven. Deze vakantie moet het gaan gebeuren. Deze vakantie zál het gaan gebeuren. Nieuwe avond, nieuwe kansen.
De enige die niet meegaat, is Amy, en daar kijkt niemand verbaasd van op. Als ze nu ineens enthousiast was geweest voor een schuimparty, was ik me gaan afvragen wat er gebeurd was met de wereld. En van Digna weten we het niet, maar ik neem aan dat ze na een hele dag eenzaam op het strand zitten wel zin zal hebben in een leuke avond.
,,De groep gaat om half tien weg, toch?” zegt Sterre, terwijl ze op haar schattig rode horloge’tje kijkt. ,,Dan moeten we een beetje dooreten. We moeten nog helemaal terug, en we moeten ons nog omkleden.” ,,En bij jou duurt dat laatste minimaal anderhalf uur,” grinnikt Micha. Toch neemt hij een extra grote hap van zijn kipsaté. Ik hoop dat dit betekent dat de rust een beetje is weergekeerd.

42. Digna
Het begint al een klein beetje te schemeren als ik langzaam naar de camping terug loop. Ik heb de hele dag op het strand gelegen. Mijn huid gloeit. Ik hoop niet dat ik al te erg verbrand ben, maar ik heb me goed ingesmeerd, dus het zal wel meevallen. En al was ik verbrand, dan zou ik het niet eens zo erg vinden. Dat moet dan maar. Ik heb een heerlijke dag gehad. Al is heerlijk misschien niet helemaal het juiste woord. Ik heb eerder een belangrijke dag gehad. Ik heb nagedacht. Ik heb gehuild. Daar begon ik mee zodra ik mijn handdoekje uitspreidde. Ik keek ernaar, naar die eenzame handdoek die nu voor het eerst niet in een hele rij van felgekleurde handdoeken lag, en naar de eenzame zonnebril, het eenzame boek en de eenzame zonnebrand die er bovenop lagen. En ik begon te huilen. Bittere tranen van verlatenheid zouden ze in een boek genoemd worden. Ik ging op mijn handdoek zitten, leg mijn hoofd op mijn knieën en liet al mijn verdriet en woede eruit komen. Midden op het strand, jawel. Ik moet een vreemde aanblik geboden hebben. Na ongeveer vijf minuten kwam een mollige vrouw aarzelend naar me toe. ,,Mädchen, was ist los?” vroeg ze. Dat was wel ongeveer het laatste waar ik zin in had, een moeizaam gesprek in het Duits proberen te voeren met een volslagen vreemde. ,,Eh, nichts, es geht wohl,” stamelde ik in mijn afschuwelijke steenkolenduits. Ze zei iets, liep terug naar haar handdoek en kwam terug met een pakje appelsap. Dat vond ik toch wel heel erg lief. Ik glimlachte naar haar. ,,Danke.” Ze glimlachte terug, zei nog iets wat ik niet verstond – ik geloof dat het erop neerkwam dat ik maar naar haar toe moest komen als er nog iets was – en ging weer op haar handdoek zitten, een paar meter bij me vandaan.
Het was grappig hoe ik me beter ging voelen door het pakje appelsap. Ik zat op mijn handdoek en keek naar de mensen om me heen. De Duitse vrouw bleek de moeder te zijn van twee hyperactieve jongetjes die in een razend tempo een hele stapel broodjes naar binnen werkten en meteen daarna weer terug renden naar de zee, vergezeld door een plastic krokodil, waar ze bij de branding ruzie om begonnen te maken. Hun moeder schreeuwde hen iets toe dat klonk als “eerlijk delen”.
Het was niet zo dat ik dacht: zo, nu moet ik maar eens goed gaan nadenken. Zo werkt dat nooit. Het nadenken begon vanzelf. Waarom trok ik me het gedrag van Micha zo enorm aan? Waarom voelde ik me steeds zo buitengesloten? Ik herkende mezelf niet meer. Ik deed nooit zo moeilijk. Ik dacht nooit na over dat soort dingen. Ik voelde me nooit onzeker. Ik liet me gewoonweg niet buitensluiten. Ik deed overal aan mee, gooide me overal in, kon het met iedereen wel vinden. Waarom lukte me dat nu niet meer? Misschien wilde ik het te graag, bedacht ik. Misschien wilde ik Micha te graag laten zien dat ik er prima overheen kon komen. Misschien wilde ik stiekem toch niet accepteren dat ik verdrietig was. Of dat er iets was veranderd. Ik wilde niet onder ogen zien dat “als vrienden uit elkaar gaan” altijd een leugen is, een troostprijs. Je kunt niet als vrienden uit elkaar gaan, ook niet als je daarvoor vrienden bent geweest. Je bent allebei gekwetst. Je kunt niet zomaar zeggen “en nu zijn we weer vrienden”. Ook niet tegenover de rest van de groep. Het is niet alleen voor ons ongemakkelijk. Zij weten ook niet altijd hoe ze zich moeten gedragen.
Ik besloot niet echt iets. Er was geen moment waarop ik voor mijn gevoel het roer omgooide. Het was gewoon goed om alleen te zijn, om tot rust te komen. Ik vroeg de Duitse vrouw of ze even op mijn spullen wilde letten en haalde een zak broodjes en een fles ijsthee bij het campingwinkeltje. Ik las mijn boek. Een paar keer nam ik een duik in het heerlijke frisse water. De tijd ging afwisselend langzaam en snel. Soms dacht ik dat er twee uur verstreken waren, en was het in werkelijkheid maar een half uurtje. Soms keek ik op mijn horloge en kon ik niet geloven waar die twee uur gebleven waren. Ik geloof dat ik ook nog even geslapen heb.
En nu loop ik terug naar de tent en voel ik me een ander mens. Ik voel me rustiger, helderder, meer mezelf. Ik moet nog zien hoe het zometeen gaat als ik Micha weer zie, maar voor nu is het fijn. Vanavond is die schuimparty, herinner ik me opeens. Tot mijn eigen verbazing merk ik dat ik daar eigenlijk wel zin in heb. Ik heb genoeg van mijn eigen gezelschap. Ik heb zin om lekker uit mijn dak te gaan en iedereen te laten zien dat ik zonder Micha ook iemand ben. Ik ben niet de afgehakte helft van een tweekoppig monster. Ik ben mij, volledig en compleet. Ik heb Micha niet nodig om mijn identiteit af te maken.
Op de camping neem ik een lange, lauwe douche. Ik smeer mijn lichtelijk verbrande huid in met aftersun. Ik maak een vlecht van mijn natte haar. Ik slenter naar het campingwinkeltje en koop een maaltijdsalade en chocolademousse als toetje. Ik eet het op aan het wiebelige tafeltje voor de tent. Als ik de stemmen van de anderen hoor, neem ik net mijn laatste hap.

43. Sterre
Oké, rustig. Rustig. Ik sta onder de douche en adem diep in en uit. Naast me zingen twee jongens hard en vals het refrein van Boten Anna, keer op keer. Ik heb zin om naar ze te gillen dat ze moeten ophouden, dat ik hier verdomme probeer te mediteren, maar ik heb ook weer geen zin in ruzie. Ik zou de rust in mezelf moeten zoeken. Maar het probleem is dus, dat de rust daar moeilijk te vinden is.Ik weet niet wat er met me aan de hand is. Ik snap niet waar dit gevoel opeens vandaan komt. Het is een sterk gevoel van dreiging, het gevoel dat er iets gaat gebeuren, gaat veranderen. Er klopt iets niet. Er is iets mis. Heel erg mis.Het gevoel kwam op tijdens het winkelen. Ik was heerlijk aan het shoppen met Sam en Amy toen Thijs opeens opdook. Ik stond net voor de spiegel in een geel jurkje mijn gebruinde huid te bewonderen. Ik lijk nu alweer bruiner dan eergisteren in Nederland. Ik wilde Thijs hier net op wijzen toen ik de uitdrukking op zijn gezicht zag. Hij leek geschrokken van iets. Alsof hij ergens voor weggerend was. ,,Thijs, wat is er?" vroeg ik gealarmeerd. Hij sperde zijn ogen open. De Onschuldige Blik waar we Sam altijd stiekem om uitlachen. Als ze zo kijkt terwijl ze iets zegt, weet je dat het tegenovergestelde de waarheid is. En nu deed Thijs het zelf. ,,Niks, hoezo?" Er was dus wél iets. ,,Kom op," zei ik ongeduldig. ,,Mij hou je niet voor de gek. Wat is er gebeurd?" ,,Niks, mens!" viel hij opeens uit. ,,Ga jij nou maar gewoon verder met winkelen. Er is niks." Ik schrok me dood. Echt. Thijs wordt nooit boos. Hij heeft dat niet nodig. Hij is de diplomatie zelve; hij praat alles uit. Deze plotselinge aanval was absoluut niet-Thijs. Maar duidelijk wel gemeend, aan de blik in zijn ogen te zien. Ik was niet in staat om iets terug te zeggen. Ik stond met mijn mond vol tanden. Zwijgend liep ik het pashokje weer in en trok mijn eigen jurkje weer aan. Dat gele ding hoefde ik niet meer. Daar kleefde al een selchte herinnering aan voor ik 'm zelfs maar betaald had. Voor het eerst sinds de eindeloze middagen in de stad met mijn moeder en mijn zeurende zus, was ik het winkelen zat. Ik probeerde het nog een paar winkels lang vol te houden, maar Thijs negeerde me en ik durfde hem amper aan te kijken, dus het leek net alsof ik hem ook negeerde. Toen Sam aan het passen was en Thijs haar daarmee hielp, mompelde ik tegen Amy dat ik "even pauze ging nemen". Micha en Wout zatern nog steeds op hetzelfde pleintje. Ze waren duidelijk verbaasd dat ik eerder terugkwam. Micha zat zelfs ronduit te vissen. ,,Geen ruzie... rare voorvallen?" Maar ik had geen zin om er over te praten, hoe het me ook dwarszat. Ik heb nog wel een béétje loyaliteitsgevoel. Over Thijs ga ik niet lopen roddelen.De rest van de tijd hebben we elkaareen beetje ontweken. We weten ons geen van beiden een houding te geven. Hebben we nu ruzie? Of was het gewoon een onbelangrijk akkefietje, veroorzaakt door de hitte en het slaapgebrek? Dat laatste probeer ik mezelf al de hele tijd wijs te maken. Maar om de één of andere reden kan ik mezelf daar niet van overtuigen, hoe hard ik het ook probeer. Er is iets mis. Er is duidelijk iets mis.

44. Amy
,,Amy, je moet me even helpen!”
Ik kijk op van mijn boek. Sam staat voor me met een zeegroen hemdje en een zwart jurkje, allebei vanmiddag gekocht. ,,Welke zal ik aantrekken?” Het klinkt klaaglijk. Meestal is Sam best goed in beslissen wat ze aan gaat trekken, maar als ze nieuwe dingen heeft is ze het spoor vaak volkomen bijster. Ik grinnik. ,,Sam, dat zijn nieuwe kleren.” Ze haalt haar wenkbrauwen op. ,,Ja?” ,,Je gaat naar een schuimparty!” lach ik. ,,Je kleren worden er echt niet mooier op door al dat schuim. Ik zou iets ouds aantrekken.” Ze kijkt me misprijzend aan. ,,Ik heb niks ouds.”
,,Nou ja, in elk geval niet iets nieuws.”
Ze zucht. ,,Je hebt gelijk. Ik doe wel gewoon één van mijn zwarte shirtjes aan. Weet je zeker dat je niet meegaat?” Ik schud mijn hoofd. ,,Nee.”
,,Nee je gaat niet mee, of nee je weet het niet zeker?”
,,Nee ik weet het niet zeker.”
Ik hoor gesmoord gelach vanuit het strakke shirtje dat ze over haar hoofd probeert te wurmen. ,,Weet je dat ik die vraag normaal alleen maar uit beleefdheid stel?”
Ik snap dat ze verbaasd is. Ik ben zelf ook verbaasd over mezelf. Maar het is een feit: ik heb eigenlijk best zin om uit te gaan. De alcohol is uitgewerkt en mijn kater is geleidelijk weggeëbt. Ik voel me nu eigenlijk heel normaal. En ik heb de smaak te pakken na gisteravond. Niet dat ik van plan ben weer zoveel te drinken, maar ik heb ontdekt hoe lekker het is om los te gaan. Ik voelde me gisteravond zo anders dan normaal. Vrij en onbezorgd. Alsof de wereld vol mogelijkheden zat. En – dit is het genante gedeelte – ik voelde me sexy. Niet dat ik me bij Jesse nooit sexy voel. Maar voelde het anders sexy. Ik was gewild. Misschien heeft de alcohol er een rolletje bij gespeeld, maar zeker drie van de jongens vonden me duidelijk leuk. En ze konden me lekker niet krijgen. Dat was een nieuw gevoel. Bij Jesse was ik meer degene die hém heel graag wilde, en dat dat gevoel wederzijds was, was mooi meegenomen.
Hij heeft me nog een smsje gestuurd. ,,Goed bezig!” stond er, en ik weet niet of hij dat nou sarcastisch bedoelde of niet. ,,Geniet ervan, kus,” stond er verder nog. Ik heb niks teruggestuurd. Dat komt morgen wel weer. Anders wordt het wel een beetje duur. Bovendien heb ik eigenlijk niks te vertellen. Wat ik vandaag allemaal gekocht heb boeit hem toch niet zoveel. En ik denk ook niet dat hij graag wil weten dat ik naar een schuimparty ga. Hij vindt dat soort dingen vreselijk. Maar Sam maakt direct gebruik van mijn aarzeling. ,,Ga gewoon mee!” zegt ze enthousiast. ,,Het wordt vast vet! Digna gaat ook mee, dan is iedereen erbij, dat is toch gezellig!” ,,Oh, dus nu hangt de gezelligheid van mij af,” zeg ik quasi-verontwaardigd. Maar ik leg mijn boek weg en begin tussen mijn kleding te zoeken. Laat ik het voor de verandering nou eens doen. Eigenlijk heeft Sam wel gelijk; uitrusten kan ik thuis wel weer.

45. Thijs
Op vakantie gaan zou ontspannend moeten zijn. Daar is het tenslotte voor bedoeld. Om tot rust te komen, “even helemaal weg”. Dat laatste is op mij misschien nog wel van toepassing: ik ben duidelijk even helemaal weg van mijn gezonde verstand. Dingen die normaal onderhuids spelen, die ik normaal negeer, vinden opeens met geweld hun weg naar de oppervlakte. Wat de vakantie daar precies mee te maken heeft, snap ik niet helemaal. Misschien ligt het aan de hitte. Maar andere jaren had ik daar helemaal niet zo’n last van. Wel dat ik soms een beetje sneller geïrriteerd was, maar niet dit allesoverheersende gevoel, alsof er iets onder mijn huid zit dat eruit wil. Ik schaam me dood tegenover Sterre. Ik snap niet waarom ik haar opeens zo afsnauwde. Het gebeurde vanuit het niets. Ik snap nu opeens waar de uitdrukking “een rood waas voor ogen krijgen” vandaan komt. Al is het over het algemeen volgens mij de bedoeling dat je dat waas voor ogen krijgt als daar een goede reden voor is. Niet als je beste vriendin zich een beetje bezorgd over je maakt, wat ze wel vaker doet, ze is tenslotte een meisje. Maar plotseling vloog die bezorgdheid me naar de keel. Ik wilde alleen maar met rust gelaten worden. Door iedereen. Zodoende. Ze heeft me de rest van de dag niet meer aangekeken. Ik voel me een zak stront. Ik wil het goedmaken, maar ik durf het niet. Want als ik mijn excuses aanbied, zal ik ook moeten zeggen waarom ik zo reageerde. En dat weet ik dus niet. Of misschien weet ik het stiekem wel, maar ik ben er nog niet klaar voor om het tegen Sterre te zeggen. Achteraf ben ik ook wel opgelucht dat mijn poging gisteravond onderbroken werd door Amy. Ik moet dronken geweest zijn. Hoe kwam ik op de gedachte om het haar te vertellen?! Op vakantie nota bene, waar je elkaar niet kunt ontlopen, waar je niet even alleen kunt zijn om zo’n bericht te laten bezinken. Nee, als ik het haar vertel, moet ik dat doen als we weer thuis zijn. Ik zal het gewoon nog even voor me moeten houden. Hoe moeilijk kan het zijn?
In de tent hoor ik haar kwebbelen met Digna. Ik zit buiten met een boek. Het boek is meer voor de show: het is een schild tegen lastige vragen. Het laatste wat ik nu kan gebruiken, is mensen die me gaan vragen “wat er aan de hand is met mij en Sterre”. Want het valt natuurlijk iedereen op dat we niet met elkaar praten. Dat kan niet anders. Normaal zitten we zo ongeveer aan elkaar vast gelijmd, en nu hebben we al – eens kijken – bijna 5 uur niets meer tegen elkaar gezegd. Dat is nog nooit voorgekomen. We zijn geen van beiden types om ruzie te maken. Hoewel – één keer misschien. Dat ging over een vriendje van haar, Damien. Dat was heftig. Maar zelfs dat duurde geen vijf uur. Nee, dit keer heb ik het echt goed verneukt.
Digna komt naar buiten, met een topje van Sterre aan. Misschien verbeeld ik het me, maar het lijkt alsof ze me veelbetekenend aankijkt. Als ze dat doet, heeft ze gelijk. Sterre is nu alleen en ik kan dit toch niet volhouden. Ooit zal ik weer tegen haar moeten praten, dus ik kan het maar beter meteen bijleggen. Dan ben ik er maar vanaf. Met een ruk sta ik op en zonder er verder nog over na te denken loop ik de tent binnen.
Ze legt net de laatste hand aan haar mascara en knippert overdreven naar haar spiegelbeeld. Dan kijkt ze op. Ik zie dat ze schrikt als ze mij ziet. Ik had gehoopt dat de goede woorden me vanzelf te binnen zouden schieten, maar er gebeurt niks. Ik haal mijn schouders op. ,,Sorry van vanmiddag.” Ik zie haar opgelucht ademhalen. ,,Geeft niet,” zegt ze met een glimlachje. ,,Ik weet echt niet wat ik had,” gooi ik er nog een schepje bovenop. Ze klapt haar spiegeltje dicht. ,,Het zal de warmte wel zijn geweest. Zand erover.” Ik knik. ,,Ja, de warmte, dat denk ik ook.”

46. Micha
Ik spring de bus uit en strek enthousiast mijn benen. Dit is absoluut een unicum; iedereen is mee naar de schuimparty. Ik hoor de muziek al dreunen in de disco. Ik hou van dit moment. Het moment dat je buiten staat en de bassen al hoort. Helemaal aan het begin van een nieuwe avond. Het kan nog alle kanten op. Er kan nog van alles gebeuren. De naam LUST staat in grote, felverlichte neonletters boven de deur. LUST. Een verdomd mooie naam voor een disco.
Bruno geeft een papiertje aan het uitsmijtertje. Het uitsmijtertje knikt. Het kan ook weinig anders; zonder al teveel moeite zou Bruno hém kunnen uitsmijten. Bruno wenkt ons. We mogen naar binnen. ,,Ik ben zo benieuwd!” zegt Sam. ,,Ik ben nog nooit naar een schuimparty geweest!” ,,Aaah, Sam’s schuimparty-ontmaagding,” plaagt Digna. Ik weet niet wat zij vandaag uitgevoerd heeft, maar ze is weer helemaal de oude, al ontwijkt ze mij een beetje. Misschien is dat ook maar beter. Ik heb geen zin in nog zo’n scene. Als het haar helpt om zich op de vlakte te houden, dan moet ze dat in godsnaam maar doen. Ik vermaak me toch altijd wel.
,,Oei, wat… schuimig,” zegt Sam als we binnenkomen. Ik lach. ,,Scherp opgemerkt, schat.” Terwijl de muziek dreunt, spuwen enorme schuimmachines constant grote schuimvlokken uit. De mensen die er al zijn, zien eruit als schuimmonsters. Het valt me op dat veel meisjes een wit shirtje aan hebben. Hadden ze van tevoren rekening gehouden met hoe witte shirtjes eruit zien als ze nat worden? Ik sommige gevallen weet ik bijna zeker van wel. Een beetje triest vind ik dat. Een meisje waarvan het shirtje per ongeluk doorschijnt, vind ik veel sexier.
We begeven ons in het schuimgeweld en zijn binnen de korste keren ook helemaal beschuimd. Er wordt van die lekkere dansbare top 40 muziek gedraaid. Iedereen heeft het zichtbaar naar zijn zin. Prachtig vind ik dat. Ik hou er niet van als er ééntje chagrijnig aan de kant staat. Maar nu staat Amy zelfs uitbundig te dansen. Ik wist niet dat ze dat kon; ze moet het in één avondje geleerd hebben. Maar het staat haar prachtig. Ze wordt er een ander mens door. Ik zie nu pas wat een mooi meisje ze eigenlijk is. Dat vriendje van haar moest eens weten wat zijn brave vriendinnetje hier allemaal uitspookt. Ik doe een stap naar haar toe en leg mijn hand op haar schouder. ,,Wat drink jij tegenwoordig?” Ze kijkt me verbaasd aan. ,,Hoezo?”
,,Nou, wordt het weer een sinas of ga je dit keer toch voor de wijn?” Ze lacht. ,,Een wijntje vind ik wel lekker. Maar ik ga niet zo dronken worden als gisteren, hoor.” Sam stoot haar lachend aan. ,,Schuimparty’s zijn om dronken te worden!” O god. Als ze zich weer zo gaat gedragen als gisteravond, laat ik haar gewoon langs de weg liggen. Dan kruipt ze maar naar de camping. Ik werp haar een waarschuwende blik toe. Ze knippert liefjes met haar ogen. ,,Ik wil ook wel een wijntje.”
Natuurlijk draait het erop uit dat ik de bestelling van de hele groep moet opnemen. Ik herhaal het in mezelf terwijl ik me door de zeiknatte mensenmassa heen naar de bar worstel. Twee wijn, twee rosé, drie bier. Twee wijn, twee rosé, drie bier. Thijs is trouwens ook gek dat hij in het openbaar rosé gaat staan drinken. Als er niks anders is op een feestje ofzo, oké. Maar in een tent als dit zou ik nog niet dood gevonden willen worden met een roseetje in mijn hand. Het is zo’n wijvendrankje. Drink dan op z’n minst gewoon witte wijn of iets dergelijks. Maar met een glas rosé in je hand kun je net zo goed meteen met watervaste stift “nicht” op je voorhoofd laten schrijven.
Ik heb net mijn bestelling aan de barvrouw doorgegeven, als ik een hand op mijn arm voel. Ik verwacht Sam met één of ander nieuw zeikverhaal (ze is nogal van de zeikverhalen deze vakantie, bij voorkeur tegen mij. Misschien wil Amy’s nieuwe persoonlijkheid ze niet meer horen), maar ik zie een meisje dat ik vaag herken. ,,Jij staat toch op onze camping?” vraagt ze. Aha, mysterie opgelost. ,,Absoluut,” antwoord ik. ,,Ik vroeg me al af waarvan ik je kende.” Ze lacht. ,,Maar je kunt natuurlijk niet op iemand afstappen met die vraag. Dan lijkt het net zo’n afgezaagde openingszin.” Eerlijk gezegd was ze me nog niet echt opgevallen, maar ze heeft wel humor. En lef. Ik hou van humor en lef. Daarom hield ik ook van Digna. Ho, niet aan Digna denken. Ik moet me richten op het meisje naast me. Die is trouwens ook minstens zo mooi als Digna. Ze heeft steil blond haar dat op kaaklengte is geknipt, grote donkerbruine ogen en haar limoengroene shirtje schijnt absoluut per ongeluk door. Ik knik serieus. ,,Inderdaad. Lastig is dat. Maar je hebt me gered.” Ze steekt formeel haar hand uit. ,,Ik ben Sophie.” ,,Micha,” stel ik me voor. ,,Wow,” zegt ze. ,,Wat een mooie naam. Ik heb altijd al een Micha willen kennen.”
De barvrouw zet mijn bestelling neer. Twee wijntjes, twee roseetjes en drie biertjes. Ik sla subtiel mijn arm om Sophies middel en wijs met mijn vrije hand naar de hoeveelheid drank op de bar voor ons. ,,Kijk eens. Allemaal voor ons.” Laat de anderen zich maar afvragen waar hun drankjes blijven. Ik heb mijn vakantieliefde ontmoet en dat moet gevierd worden.

47. Sam
Onrustig kijk ik de disco rond. Ik begrijp er niks van. Micha is zeker een half uur geleden weggegaan om drinken te gaan halen en hij is nog steeds niet terug. Zó druk kan het toch niet zijn bij de bar? Ik zucht. Nee, zo druk kan het echt niet zijn. Er is maar één verklaring voor. Micha staat gewoon weer met een meisje te praten en is onze drankjes glad vergeten. Nou, dan ga ik zelf wel wat halen. Als Micha iemand ontmoet heeft, kom ik deze avond niet door zonder alcohol. ,,Ik ga drinken halen!” roep ik tegen de rest. ,,Volgens mij komt Micha niet meer terug.” Het doet pijn om het hardop te zeggen, maar ik voel de onverklaarbare aandrang om het zelfs nog even aan te dikken. ,,Ik denk dat hij een meisje is tegengekomen ofzo.” Ik heb echt een talent voor zelfkastijding. ,,Wacht!” roept Amy. ,,Wil je voor mij dan even een wijntje meenemen?” ,,Oh, en voor mij een biertje?” vraagt Wout. Binnen de korste keren loop ik naar de bar met de bestelling die iedereen net al aan Micha heeft doorgegeven. Ik herhaal het in mezelf om het niet te vergeten. Twee wijn, twee rosé, twee biertjes.
De dikke laag schuim maakt de grond glibberig. Ik walg van alle natte mensenlichamen waar ik me langs moet wurmen. Plotseling vind ik de schuimparty niet meer zo’n succes. Het is eigenlijk gewoon puur ranzigheid. Ik ben blij dat mijn shirtje gewoon zwart is. Ik loop in ieder geval niet voor schut met een doorschijnend topje. Hoewel sommige meisjes het er duidelijk gewoon om doen.
Eindelijk heb ik ze allemaal opzij geduwd en komt de bar in zicht. Ik vraag me af hoe ik zes drankjes door die mensenmassa bij de rest ga krijgen. Ik hoop dat ik een dienblad mee krijg. Opeens stokt mijn adem in mijn keel. Daar staat Micha. Met een meisje, zoals ik al vermoedde. Maar het is niet zomaar een meisje. Het is een heel knap meisje. Knapper dan Digna en ik bij elkaar. En als ik het goed zie, zijn Micha en zij bezig onze drankjes op te drinken. Onze drankjes! Allemaal! Hij heeft niet eens even de moeite gedaan om ze bij ons te brengen! Ik doe een paar grote stappen in hun richting, klaar om hem op de schouder te tikken en hem eens even goed de waarheid te vertellen. Maar iets houdt me tegen. Het is alsof ik voor een moment mijn lichaam ontstijg en van bovenaf op mezelf neerkijk. En ik zie hoe ik zou overkomen als ik Micha nu de les ging staan lezen. Dat is tenslotte precies wat je níet bij hem moet proberen. Als ik dat zou doen, zou ik het helemaal met hem kunnen vergeten deze vakantie. Zo te zien kan ik dat toch al, maar er is natuurlijk altijd nog een kans dat het toch niks wordt tussen Micha en de onbekende schoonheid, en dan moet ik paraat staan om hem te troosten. Ik mag absoluut niet laten merken hoe erg ik dit vind. Ik moet mijn brede glimlach opzetten en feesten, feesten, feesten. Misschien kan ik maar beter meteen twee wijntjes voor mezelf bestellen.
Als ik besteld heb, staat Wout opeens naast me. ,,Ik dacht dat je wel wat hulp kon gebruiken,” zegt hij. Ik glimlach dankbaar. Wat is het toch eigenlijk een schat. Hij zegt nooit zoveel, maar als je hem nodig hebt, is hij er ook. ,,En je was ook wel nieuwsgierig naar wat Micha uitspookte, geef maar toe,” plaag ik hem. Hij grinnikt. ,,Shit, je hebt me door.”
We pakken allebei drie drankjes. De terugweg gaat makkelijk. Dankzij Wouts brede postuur gaan mensen vanzelf voor hem opzij. Ik hoef er alleen maar achteraan te lopen. Het beeld van Micha en het mooie blonde meisje kleeft op mijn netvlies, maar ik ben vastbesloten niets te laten merken. Eyes on the prize, vertel ik mezelf keer op keer. Ik ga het niet voor mezelf verpesten. Ik zal feesten alsof er niets aan de hand is. Later zal ik er de vruchten van plukken.

48. Wouter
Frans bier is goed. Ik zweer het. Frans bier is veel beter dan Nederlands bier. Heineken, eat your heart out. Voortaan drink ik alleen nog maar Frans bier. Ik ben eindelijk eens lekker dronken. Dit zou ik echt vaker moeten doen. Ik zou mijn hele leven wel dronken kunnen zijn. Iedereen hier is dronken en dronken mensen zijn veel gezelliger. Ik waardeer het leven nu tenminste. Ik dacht dat schuimparty’s niet echt mijn ding waren, maar ik vind het hier prachtig. En de muziek is ook echt goed. Het ene vette nummer na het andere. Ja, dit is een mooie avond. Ik neem de laatste slok en gooi het bekertje achteloos in het schuim op de grond. Toevallig komt Digna er net aan met een dienblad vol verse drankjes, dus ik heb meteen een nieuwe. ,,Micha staat nog steeds met dat wijf aan de bar,” meldt ze. Ik zal het vanavond alleen moeten doen, concludeer ik. Maar dat is geen probleem. Ik zal Micha eens laten zien dat ik het zonder hem ook wel kan. Ik heb zijn hulp helemaal niet nodig. Dit is mijn avond. Dankzij het Franse bier ben ik vanavond een jager.
Ik neem een grote slok en kijk de disco rond. Het is al laat en bijna iedereen is straallazarus. Mijn blik kruist die van een lang meisje. Ze heeft rood haar, en al is het niet zo mooi als het rode haar van het meisje van gisteren, ik hou van rood haar. Ik maak een “proost”-gebaar en lach naar haar. Ze lacht terug. Ik neem een grote, stoere slok en lach haar nog eens toe. Mijn hart bonst. Wat zal ze nu doen?
Ik schrik als ik zie dat ze naar me toe komt. Plotseling ben ik niet zo dronken meer. Ik heb zin om weg te rennen. Hier was ik niet op voorbereid. Oogcontact maken is voor mij al heel wat. Echt flirten is weer een hele stap verder. Maar er is geen weg terug. Ze staat al voor mijn neus. Van dichtbij is ze eigenlijk helemaal niet zo knap. Maar, zeg ik streng tegen mezelf, ze heeft lieve bruine ogen en zelf ben ik ook niet zo’n schoonheid. Ik mag al blij zijn dat tenminste íemand mij leuk vindt.
,,Hoi,” zegt ze. Ik knik. ,,Hoi.” Ze valt een beetje tegen me aan. Ik vraag me af of dat komt doordat ze dronken is, of dat ze het expres doet, of een combinatie van beiden. Ze giechelt. ,,Oeps.” Toch stapt ze niet opzij. Ze begint een beetje tegen me aan te dansen, en ik dans onhandig mee. Nu gaat het gebeuren. Het dansen is gewoon voor de vorm, omdat het een beetje té raar zou zijn om meteen te gaan zoenen. Ze zingt een beetje mee met de muziek, zachtjes, maar duidelijk hoorbaar. ,,I’m on tonight, my hips don’t lie and I’m starting to feel you boy.” Het past verrassend goed bij de situatie.
We dansen steeds dichterbij elkaar. Onze neuzen raken elkaar al bijna als ik opeens bedenk dat ik niet eens weet hoe ze heet. Maar net als ik het wil vragen, zoent ze me.

49. Digna
,,Oh my god!” roept Sterre, terwijl ze me aanstoot. ,,Check dat! Wout staat te zoenen!” Ik kijk in de richting van haar vinger. Inderdaad. Wout staat behoorlijk opzichtig te tongen met een meisje waarmee ik hem niet eens heb zien praten. Ik schud mijn hoofd. ,,Waar moet dat heen met de wereld? Micha drinkt al onze drankjes op met dat wijf, Wout zoent met een onbekende, Amy gaat mee uit… wat is er gebeurd? Zit er hier iets in het water ofzo?” Sterre legt haar hand op mijn arm. ,,Je zou niet aan Micha denken, weet je nog? Waarom zoek je zelf niet iemand om mee te zoenen?” ,,Wat doe jíj hier eigenlijk nog?” geef ik het gesprek snel een andere wending. Ik heb geen zin om Sterre te moeten uitleggen dat ik geen zin heb om de goedkope slet te gaan uithangen alleen om Micha terug te pakken. Ik zoen alleen met iemand als ik diegene toch op z’n minst een beetje aantrekkelijk vind, en voor de roodverbrande, straalbezopen gasten die hier rondlopen geldt dat absoluut niet. Sterre kijkt nuffig voor zich uit. ,,Ik sta hier te bewijzen dat ik geen stomme snol ben, en ik hoop dat de jongen die me daar gisteren voor heeft uitgemaakt dat ziet.”
,,Heeft iemand je voor snol uitgemaakt?!”
,,Niet létterlijk. Dan had ik ‘m op zijn bek geslagen. Maar hij wilde geen drankje voor me bestellen omdat ik volgens hem ‘zo’n soort meisje’ was. De eikel.”
Aan de ene kant vind ik het zielig voor haar, aan de andere kant kan ik me zijn reactie ook wel voorstellen. Ik heb het altijd een beetje raar gevonden dat zij zomaar op jongens afstapt en vraagt of ze een drankje van ze krijgt. Ik zou dat een afknapper vinden. Het lijkt een beetje goedkoop. Maar de meeste jongens vallen direct voor Sterre, en vinden haar initiatief ofwel sexy, ofwel ze vergeven het haar omdat ze hot is. ,,En hij is hier nu?” vraag ik. Ze schudt haar hoofd. ,,Nee. Ik denk dat hij zich te goed voelt voor schuimparty’s.”
,,Waarom hou je je dan in godsnaam in? Het zou je al niet moeten kunnen schelen hoe hij over je denkt als hij er wél is, laat staan als hij er niet is!”
,,Het is een principekwestie. Het kan me niet schelen of hij het ziet.”
,,Dat slaat echt helemaal nergens op.”
Het is nooit echt moeilijk om Sterre ergens van te overtuigen. Haar eigen mening heeft nog het meest weg van een goedkope paraplu: als je er een beetje tegenaan blaast, waait hij binnenstebuiten. Ze giet de rest van haar wijn naar binnen. ,,Je hebt nog gelijk ook,” zegt ze. Dan beginnen haar ogen te glimmen. ,,Waarom doen we het niet samen?”
,,Doen we wat samen?”
,,Iemand zoeken, versieren en gek maken.”
,,Wat?! Je denkt toch niet dat ik zit te wachten op een triootje?!”
Ze rolt met haar ogen. ,,Neehee, niet voor een triootje. Gewoon voor de lol. Een spelletje.” Ik denk aan alle gekke gesprekken die Micha altijd met de meest uiteenlopende mensen voert. Dat was altijd leuk om aan mee te doen. Misschien wordt dit wel net zo grappig. ,,Maar ik ga hem niet zoenen, hoor,” waarschuw ik Sterre. ,,Dat laat ik aan jou over.” Ze grijnst. ,,Geloof me, dat komt wel goed.”

50. Sterre
Het is hoog tijd om deze duffe avond een beetje nieuw leven in te blazen. Doen alsof ik geen slet ben is saai. En Digna heeft gelijk, het duivelsgebroed van gisteren is er nu toch niet. Die vindt zichzelf waarschijnlijk veel te intellectueel voor schuimparty’s. En het lijkt me wel grappig om Digna een keer mee te slepen op jacht. Misschien steek ik haar wel aan. Ze kan wel wat afleiding gebruiken, nu Micha de beest uit zit te hangen met een regelrechte schoonheid. Als Micha mijn ex was, zou ik me nu flink kut voelen. Digna doet haar best om het te verbergen, maar ik kan zien dat zij zich ook niet echt geweldig voelt.
Ik speur de disco rond op zoek naar een geschikt slachtoffer. Mijn blik valt op een jongen die ik om de één of andere reden perfect bij Digna vind passen. Hij is lang en heeft blond haar met kleine krulletjes erin. Zijn zwarte shirt is kletsnat en plakt aan zijn lichaam vast, onthullend dat hij geen vreemde is voor de sportschool. Hij staat er een beetje ongeïnteresseerd bij. Normaal hou ik niet zo van koppelen, maar ik denk dat deze twee mensen iets aan elkaar zouden kunnen hebben. Ik pak Digna’s arm en trek haar mee. ,,Sterre,” begint ze nog. ,,Ik weet niet…” Maar ik negeer haar. Ze moet eens een beetje loskomen. Ze zal zien hoe leuk uitgaan op mijn manier is.
Ons doelwit ziet ons aankomen. Wat krijgen we nou, zie ik hem denken. Hij is waarschijnlijk niet het type dat het leuk vindt om aangesproken te worden door twee wildvreemde meiden. Goed zo: Digna houdt daar ook niet van. We hebben een match, ik weet het zeker.
Niet dat ik haar nu plompverloren aan hem ga voorstellen. Dat zou ongelooflijk zielig overkomen. Zo doe je dat in de brugklas. Nee, mijn truc is altijd om te doen alsof ik iemand al ken. Alsof het volkomen normaal is om hem aan te spreken. Echt, dat werkt altijd. Je komt gezellig en spontaan over en als je een beetje goed bent in jezelf voorliegen, ben je ook helemaal niet zenuwachtig. Je kent hem immers al, waarom zou je zenuwachtig zijn?
Nu pak ik het ook zo aan. ,,Hé,” zeg ik tegen hem, alsof ik gewoon even weg was om iets te drinken te halen. ,,Vind je het wel leuk?” Hij haalt zijn wenkbrauwen op. ,,Wat kan jou dat schelen?” Oei, dit is misschien niet het type waarop mijn trucje werkt. Maar daarom past hij juist zo goed bij Digna. Bij haar zou het ook niet werken. Het is wel een verdomd lastige vraag, “wat kan jou dat schelen?”. Het is moeilijk om daar goed op te antwoorden. Ik zie dat Digna zich al staat te schamen. Maar ik ben niet voor één gat te vangen. ,,Nou zeg,” reageer ik quasi-beledigd. ,,Ben je niet blij met een beetje aandacht?” Fout. Hij kijkt nu een beetje boos. ,,Wat, zie ik er soms uit alsof ik daar dankbaar voor moet zijn?” ,,Nee, nee,” zeg ik haastig, maar ik merk dat ik mezelf heb klemgezet. Verdomme. Wat heb ik toch? Waarom lukt dit me nu ook al niet? Digna zal wel denken. Maar tot mijn verbazing doet Digna haar mond open. ,,Nou,” zegt ze. ,,Zij doet haar best voor je en jij reageert zo. Lekker is dat.” Zijn blik wordt zowaar weer iets zachter. ,,Sorry, zo bedoelde ik het nou ook weer niet.” Ze glimlacht en haalt haar schouders op. ,,Nou, we beginnen wel opnieuw. Hoe heet je?” ,,Youri,” antwoordt hij. ,,En jij?” Het valt me op dat hij mij er niet bij aankijkt. Digna glimlacht als ze haar naam zegt. ,,Wat een mooie naam!” reageert Youri meteen. ,,Apart. Digna. Dat hoor je niet zo vaak.” Ze schudt haar hoofd. ,,Vroeger vond ik het vreselijk. Leraren konden mijn naam nooit goed uitspreken.” Hij lacht. ,,Mijn naam schrijft iedereen juist altijd verkeerd. Ook erg irritant.”
Ik denk dat mijn werk hier erop zit. Ik leg mijn hand op Digna’s schouder. ,,Ik zie iemand die ik ken, ik ga even daarheen, goed?” Ze kijkt me niet eens aan als ze “ja” zegt. Ik draai me om en loop naar de bar, waar ik Thijs heb zien staan. Ik heb gemengde gevoelens over mijn actie van net. Het is natuurlijk mooi dat ik Digna aan iemand gekoppeld heb. Maar het zint me niet dat hij mij duidelijk niet zag zitten. En dat hij pas een beetje leuk begon te reageren toen Digna zich erin ging mengen. Het lijkt wel alsof ik mijn gave kwijt ben.

51. Amy
Eindelijk gaan de lichten aan. Ik geeuw opgelucht. Eindelijk hoef ik niet meer te dansen en te doen alsof ik het fantastisch naar mijn zin heb. Ik ben kapot. Ik snap niet hoe iedereen dit altijd zo lang vol kan houden. Ik had het om een uur of één al wel gezien. De hele tijd sta je te bewegen, want als je even stilstaat om uit te rusten, is het meteen: ,,Vind je het nog wel leuk?” Waarom kan iedereen non-stop dansen behalve ik? Misschien hebben zij gewoon veel geoefend.
Ik ben niet meer helemaal nuchter, maar ook niet dronken. Ik ben alleen maar heel erg moe. Ik wil in bed liggen. Of in de bus zitten. Ik hoop dat die er al staat en dat we er niet nog drie kwartier op moeten wachten, zoals vorig jaar een keer gebeurde. Net die ene keer dat ik mee uit was natuurlijk. Niemand maakte zich er verder druk om en ik was natuurlijk weer de chagrijnige sfeerbederver. Dit keer zal ik maar proberen wat vrolijker te blijven, dan krijg ik dat gezeik tenminste ook niet.
Ik kijk om me heen. Wouter scheurt zich net los van het meisje waar hij minstens een uur mee heeft staan tongen. Ik schud mijn hoofd. Dat is echt wel ongeveer het laatste dat ik van hem verwacht had. Gek genoeg ben ik een beetje teleurgesteld in hem. Ik dacht dat hij iemand was die dat niet deed. Maar daar had ik me dus in vergist. Ik hou er niet van als ik me in mensen vergis. Daarom hou ik van Digna vanavond. Zij staat ook al een hele tijd met dezelfde jongen te flirten, maar ze hangt tenminste niet gelijk om zijn nek. Digna is écht niet zo. En dat is ook beter. Als ze nu met hem zou zoenen, zou hij haar morgen niet meer zien staan. Dan is ze gewoon een meisje voor één avond geweest. Nu is er tenminste een kans dat hij haar hierna nog een keer wil zien. Ik hoop het voor haar, want hij ziet er leuk uit en volgens mij vindt hij haar ook echt leuk. En Micha is weer aan de wandel vanavond. Het zou lullig zijn als hij een vakantieliefde had en zij niet. Met Sterre en Thijs loop ik alvast naar de uitgang. Thijs ziet er net zo uitgeput uit als ik me voel, Sterre gewoon chagrijnig. Ik had natuurlijk liever gehad dat ze wat vrolijker waren, maar ik ben wel blij dat ik niet met ze hoef te praten. Zelfs daar ben ik op dit moment te moe voor. Bij de garderobe komen we Micha tegen met het knappe blonde meisje waar hij de avond mee heeft doorgebracht. Hij heeft zijn arm bezitterig om haar middel geslagen. Hij ziet er bijzonder zelfvoldaan uit, maar als hij naar haar kijkt, heeft zijn blik gek genoeg ook iets zachts. Verdomd, hij is echt gek op haar. Thijs tikt hem op de schouder. ,,Zeg, stel je haar niet voor?” Micha grijnst breed. ,,Oh ja. Dit is Sophie.” We zeggen braaf hoi en vertellen hoe wij heten. Ze glimlacht en knikt. Ze lijkt wel aardig. Maar om de één of andere reden heeft ze iets wat me niet aanstaat. Ach, waarschijnlijk ben ik gewoon te moe om nieuwe mensen te ontmoeten. Zeker als ze er op dit uur nog fris en uitgerust uitzien, terwijl ik het gevoel heb dat er lauw afwaswater door mijn aderen stroomt. Ik geeuw nog eens. Ik kijk opzij en zie dat de bus al buiten staat. ,,Ik ga vast in de bus zitten hoor, jongens,” zeg ik. Zonder op antwoord te wachten loop ik naar buiten. Ik klim het trapje op en laat me vallen in de eerste de beste zachte busstoel die ik zie. Voor de andere mensen zelfs maar de bus binnenkomen, ben ik al in slaap gevallen.

Thursday, December 28, 2006

Dag twee

17. Thijs
Je gaat slapen in een donker niemandsland en wordt wakker in Zuid-Frankrijk. De zon is al op als ik wakker word. Geradbraakt, zoals altijd na een nachtje in de bus, maar het uitzicht maakt alles goed. Ik zie bergen en heel veel schattige, gele, typisch mediterrane huisjes. Ik heb meteen een vakantiegevoel. Ik kijk naast me. Sterre is al klaarwakker en zit haar gezicht te poetsen met een reinigingsdoekje. ,,Mag ik er ook één?” vraag ik. Ze kijkt opzij en lacht. ,,Zo, slaapkop, wat kun jíj goed pitten in een bus.” Ik grinnik. ,,Ja, ik ben er zelf ook verbaasd over. Bijna in één ruk door gewoon. Maar mijn botten rammelen wel.”
Ik voel me vies en plakkerig. Het vochtige doekje voelt als een verademing. Ik fris er meteen van op. Maar tegelijk met de opfrissing komt de herinnering aan gisteravond weer terug. O nee. Ik wil er niet aan denken. Denk aan iets anders, denk aan iets anders. Maar het is al te laat. Het besef is doorgedrongen: Sterre heeft me met een mannenblad betrapt. Niet met een homo-mannenblad. Nee, nee. Dat zou nog niet zo’n ramp zijn. Een beetje genant, oké, maar niet het einde van de wereld. Sterre heeft me met een hetero-mannenblad gezien. Een echt, rauw, blote-wijven-en-beavershots-mannenblad. En ik was niet degene die stiekem meekeek. Ook dat nog. Ik was degene die het blad godverdomme vasthield. Ik was de initiator, zoals dat heet. Wat zal ze gedacht hebben?
Ik kijk nog eens naar haar. Als ze het al raar vond, laat ze dat in elk geval niet merken. Ze zit haar ogen op te maken, met in haar ene hand een klein spiegeltje en in haar andere hand haar mascararoller. Het flesje mascara houdt ze tussen haar benen geklemd. ,,Efficiënt,” merk ik op, omdat mijn stilzwijgen als verdacht zou kunnen worden opgevat. Ze grinnikt. ,,Je kent mij toch. Een natuurtalent in efficiency. Als het op make-up aankomt tenminste.”
,,Hoe heb je geslapen?” vraag ik haar, in een poging het gesprek naar gisteravond te sturen. Ze haalt haar schouders op. ,,Beroerd, zoals altijd in zo’n bus. Royal Class, mijn reet. Moet je mijn wallen zien. Ik ga straks wel even een schoonheidsslaapje doen, hoor.” Zoals altijd denkt ze weer volledig in termen van haar uiterlijk. Dat is haar niet af te leren. Het is ook de reden waarom sommige mensen haar oppervlakkig vinden of zelfs een enorme hekel aan haar hebben. Maar ik weet dat het alleen maar een pose is. Het is geen zelfvertrouwen of arrogantie, zoals sommige mensen denken. Het is juist onzekerheid. Maar ik betwijfel of ze dat zelf weet.
Zal ik over dat mannenblad beginnen? Zal ik uit mezelf een verklaring geven? Zou dat de situatie beter maken of juist erger? Zal ze het vergeten als ik er over zwijg? Of zal ze dan zelf verklaringen gaan bedenken? Zal het gespannen tussen ons worden als ik zwijg? Of wordt het juist gespannen als ik nu mijn mond opentrek en onhandige dingen ga zeggen? Hoe kan ik het trouwens verwoorden? Hoe kan ik haar uitleggen dat ik het zelf ook allemaal niet weet? En is dit daar niet een heel verkeerd moment voor?
De beslissing wordt voor me genomen. De buschauffeur begint weer te praten, precies op het moment dat ik Sterre aanstoot omdat ik “Canet” op een bord zie staan. ,,Dames en heren, goeiemorgen… jullie zien het allemaal al, we zijn bijna bij onze eerste eindbestemming. Mensen voor Canet Plage kunnen hun spullen vast bij elkaar pakken. Zometeen wel even buiten wachten, want het is misschien handig als je de rest van je bagage ook meeneemt, hèhè…” Wat zal ik blij zijn als we van die man af zijn. Ik hoop dat we een andere krijgen op de terugweg. Ik stop het flesje water en de bus pringles die ik in het netje voor me had geklemd, netjes terug in mijn tas. Mijn jasje houd ik nog maar even aan; het kan nog best fris zijn om deze tijd van de dag, al schijnt de zon uitbundig. ,,Kijk, daar is een disco!” wijst Sterre enthousiast. ,,En de Mac zit hier ook. Dat is handig, lekker in de buurt!” Ik lach. ,,Je wilt toch niet elke avond bij de Mac gaan eten! Dat is een aanslag op je huid.” Ze haalt haar schouders op. ,,Ik ben op vakantie, hoor. Ik kan me het hele jaar nog druk maken over mijn huid. En trouwens, ik heb een hele goeie camouflagecrème bij me. En die Eight Hour Cream van Elisabeth Arden, die jij me hebt aangeraden. Fantastisch spul.” Normaal zou ik nu gaan uitweiden over hoe fantastisch die crème inderdaad is, maar het lijkt me beter om dat nu even niet te doen. Ik knik alleen. Ik voel hoe de bus langzaam tot stilstand komt. We zijn er. De vakantie is begonnen.

18. Micha
De zon brandt al flink als we al onze bagage over de camping slepen. Ik heb gelukkig niet belachelijk veel bij me, maar voor Sterre vind ik het zielig. Die heeft natuurlijk weer kleding voor een maand meegesleept. Nou ja, dat is ook eigenlijk haar eigen schuld. Ze doet het zichzelf aan. Ik hoop dat Thijs nu eens niks van haar overneemt.
We passeren het campingwinkeltje, een kleine boulangerie, een tennisbaan en een verlaten ruimte die ’s avonds waarschijnlijk een disco moet voorstellen en waar een schoonmaker nu glasscherven en sigarettenpeuken bij elkaar staat te vegen. Als we de hoek om gaan, komen we langs een zwembed. Een paar moeders liggen vadsig aan de kant, de bijbehorede kids spelen schreeuwend in het water. Sam raakt even mijn arm aan. ,,Cool, een zwembad!” Ik glimlach alleen. Ik denk niet dat we hier ooit zullen gaan zwemmen, maar ik wil haar illusies niet meteen verstoren.
Twee kleine meisjes in identieke pareo’s rennen langs ons heen. Een stelletje zit te ontbijten voor hun caravan. Drie dikke jongetjes doen een poging tot skateboarden en praten druk tegen elkaar in het Duits. Ik hou van dit soort campings. Ze hebben iets gezellig-burgerlijks. Goedkope luxe. Alles voor het gerief van de vakantieganger. Maar niet voor lang. Straks gaan we weer naar huis en is het afgelopen met de pret. De pogingen die de mensen hier doen om dat te vergeten, hebben iets ontroerends.
Bij een knalblauw geschilderd, houten hokje worden we opgewacht door een jongen met vettig haar en een petje in dezelfde kleur als het hokje. Hij stelt zich voor als Bruno. Hij is onze reisleider deze week, dus hij regelt al onze fantastische excursies, waar we ons zometeen voor kunnen opgeven. Hij staat bijna te springen van enthousiasme. ,,Jullie kunnen hier je spullen neerleggen tot jullie de tent in kunnen, en dan komen jullie met mij mee…” Hij wordt onderbroken door Amy. ,,Eh, sorry? Zeg je nou dat we onze tent nog niet in kunnen?” Bruno schuifelt een beetje ongemakkelijk heen en weer. ,,Ehm, ja. De mensen die vanavond naar huis gaan krijgen van ons nog een beetje tijd om hun spullen te pakken en de tent op te ruimen… voor júllie.”
,,En tot hoe laat hebben ze die tijd?” Amy’s stem klinkt ijzig. ,,Jezus,” fluistert Sam in mijn oor. ,,Mevrouw is weer goedgehumeurd vandaag.” ,,Inderdaad,” fluister ik terug. ,,Die Bruno kan er ook niks aan doen. Die doet gewoon zijn werk.”
,,Om tien uur kunnen jullie de tent in,” zegt Bruno. Hij klinkt een beetje zenuwachtig. Hij denkt vast dat we het allemaal net zo erg vinden als Amy. ,,Tot die tijd liggen jullie spullen hier heel veilig, al raad ik je wel aan je handbagage bij je te houden.” ,,Het geeft niet,” zeg ik. ,,Wij vermaken ons wel.” ,,Oh, je hoeft jezelf niet te vermaken,” zegt Bruno, duidelijk opgelucht. ,,Daar is allemaal voor gezorgd. Jullie komen zometeen met mij mee voor een presentatie van de excursies die we deze week allemaal aanbieden. En daarna kun je je daarvoor inschrijven. Je mag later betalen, dus maak je geen zorgen als je nog niet gepind hebt.” Dat klinkt goed. Ik ben benieuwd naar de excursies. In het gidsje dat we kregen thuisgestuurd, heb ik al een beetje gelezen wat er zoal te doen is. Ik wil in elk geval duiken, raften, canyoning en uit in Lloret de Mar. Het gaat me een hoop geld kosten, maar ik heb dit jaar niet voor niks zo hard vakken gevuld.
Iedereen zet zijn tassen de grote boom achter het blauwe hokje. Amy doet het met zichtbare tegenzin. ,,Ik hoop dat er niks gejat wordt,” hoor ik haar zeggen. Ik zie Digna met haar ogen rollen. ,,Ik hoop dat ze uitgerekend jouw tas uitkiezen om iets uit te stelen,” zegt ze. Ik moet lachen. Typisch een botte Digna-opmerking. Ondanks dat er nog maar weinig over is van onze vriendschap, vind ik haar nog steeds geweldig. Op weg naar de ruimte waar we onze diapresentatie krijgen, ga ik naast haar lopen. ,,Mooi gezegd,” zeg ik zachtjes tegen haar. Ze kijkt opzij en glimlacht. ,,Ik ben blij dat ik hier zo’n mooi doelwit heb om mijn slaapgebrek op af te reageren.” ,,Goed zo,” plaag ik haar. ,,Dan ben ik tenminste niet het slachtoffer.” Ze grinnikt spottend. ,,Oh, maak je maar geen zorgen, jij bent mijn tweede keus.” Dan gaat ze naast die Bert lopen waar ze op de heenweg zo klef mee was. Verdomme.

19. Sam
De ruime waar we worden voorgelicht over de activiteiten heeft iets typisch mediterraans, met witgesausde muren en donkerbruin houtwerk. Het felle zonlicht valt naar binnen door kleine raampjes. Bruno trekt verschoten rolgordijntjes dicht. ,,Zo, anders zien we niks,” zegt hij tegen niemand in het bijzonder. Ik vind hem nu al aardig. Het enthousiasme spat aan alle kanten van hem af. Hij geniet duidelijk echt van dit werk. Vind je het gek. Zijn baan bestaat uit gratis vakantie. Ik zou best met hem willen ruilen.
Als iedereen aan de lange tafel is gaan zitten, zet Bruno de beamer aan en start een powerpointpresentatie. Een aanstekelijk partymuziekje start. Het werkt; hoe moe ik ook ben na de gebroken nacht in de bus, ik heb meteen heel veel zin om uit te gaan. Op de eerste slide staat een foto van een blij groepje mensen in een kroeg die voor mijn part ook in Nederland had kunnen zijn. ,,Vanavond gaan we het uitgaansleven van Canet verkennen,” zegt Bruno. ,,Lekker een paar kroegjes in, en naar de disco… weet je meteen wat hier allemaal te doen is.” Dat lijkt me leuk. Ik was eigenlijk van plan om vannacht wat slaap in te halen, maar ik had me ook voorgenomen om elke gelegenheid om uit te gaan aan te grijpen, omdat ik weet dat Micha dat ook zal doen. Als er iets tussen ons gebeurt, gebeurt het bij het uitgaan, daar ben ik van overtuigd. Dat soort dingen gebeuren altijd in disco’s en kroegen. Je bent een beetje aangeschoten, je hebt vertrouwelijke gesprekken, je danst dicht bij elkaar, en voor je het weet sta je te zoenen. En als je er de volgende dag gezeik mee krijgt, zeg je gewoon dat je ongelooflijk dronken was. Een klein smetje op je reputatie, maar die zoen heb je dan toch mooi in je zak. Shit, wat ben ik toch een kreng.
Bruno klikt door. We zien een foto van dezelfde blije mensen, nu van top tot teen onder het schuim. ,,Morgenavond: schuimparty in LUST, de leukste disco van Canet,” zegt Bruno. ,,Hartstikke gezellig. Mag je niet missen.” ,,Volgens mij hebben ze er wat extra schuim bij gedaan voor de foto,” hoor ik Micha zachtjes zeggen. Ik moet lachen. Het klinkt net iets te hard. Sam, hou je mond nou maar.
De ene na de andere fantastische foto komt voorbij. We zien steeds dezelfde mensen die leuke dingen doen. We zien ze raften, de Sagrada Familia bekijken, een duikuitrusting aantrekken, eten op een pittoresk terrasje, weer feesten in een tent die overal zou kunnen zijn, maar die als het goed is in Lloret de Mar staat, van een berg abseilen en volledig in het oranje gekleed over straat lopen, blijkbaar op weg naar de Holland Party. Ik zou me overal wel voor willen opgeven. Het lijkt me allemaal zo leuk. Maar ik vrees dat het me wel heel veel geld gaat kosten als ik alles doe wat kan. Ik wil in elk geval alles doen wat Micha doet. Maar als Micha nou alles wil doen? Moet ik me dan in de schulden steken om bij hem te zijn? Dat zou toch wel het ultieme teken zijn dat er nog maar weinig over is van mijn trots.
We krijgen allemaal een inschrijfformulier waarop we moeten aangeven wat we willen doen. Dat gaat wat worden. Iedereen wil natuurlijk wat anders, maar het is wel leuk als we een beetje dezelfde dingen doen. Ik let scherp op Micha. Hij wil in elk geval alle sportieve dingen doen en de excursie naar Lloret de Mar. ,,Dat moet je niet doen joh, naar Lloret,” zegt Wout. ,,Je zit het grootste deel van de tijd in de bus en in de tijd dat je daar bent, word je naar vijf verschillende tenten gesleept door die Bruno. Nergens kun je blijven als het gezellig is.” ,,Nee, we kunnen beter gewoon op eigen houtje uitgaan,” zegt Sterre. ,,Lloret lijkt me wel supervet, maar dan ga ik liever gewoon een keer daar op vakantie.” ,,Ik wil wel naar Lloret,” bemoei ik me ermee. ,,We zitten er nu zo dichtbij, en het zou toch zonde zijn als we daar geen gebruik van maakten. Wie weet waar we volgend jaar weer heen willen.” ,,Kijk, met jou kan ik praten,” zegt Micha tevreden. Ik voel hoe ik vanbinnen begin te gloeien. De rest blijft akelig stil. ,,Ik hoef niet zo nodig naar Lloret,” doet Amy een duit uit het zakje. ,,Ik hoef helemaal niet zo nodig uit. Er is overdag zoveel te doen, dat ik daar ’s avonds waarschijnlijk te moe voor ben.” ,,Zonde!” zeg ik. ,,Je bent toch op vakantie, je moet eruit halen wat erin zit! Uitrusten kun je thuis wel weer.” ,,Ja, maar om nou twee uur heen en twee uur terug in de bus te gaan zitten… dan zit ik liever met een fles rosé op het strand,” zegt Digna. Mijn maag trekt samen. Er wil niemand naar Lloret behalve Micha en ik. Zouden we nu met z’n tweeën gaan? Of zou Micha het nu ook maar laten zitten? Met z’n tweeën uitgaan is tenslotte verre van ideaal. Dit is het beslissende moment, realiseer ik me. Als hij samen met mij naar Lloret wil gaan, is er een kans dat hij voor mij voelt wat ik voor hem voel. Als hij nu terugkrabbelt, kan ik het wel vergeten. Mijn handpalmen worden vochtig.
Micha haalt zijn schouders op. ,,Nou ja, wij gaan in elk geval, toch Sam? Ga nou alsjeblieft niet zeggen dat jij nou ook opeens niet meer wilt.” Inwendig begin ik te juichen. Ik glimlach breed naar hem. ,,Natuurlijk niet. Wij gaan lekker naar Lloret.”
De rest van de excursies is snel bekeken. Ik geef me op voor Lloret, voor alle sportieve dingen (al lijkt dat canyoning me stiekem wel doodeng), voor de excursie naar Barcelona, voor het bezoek aan het pittoreske vissersdorpje en voor de schuimparty. Canet verkennen kunnen we ook wel op eigen houtje, besluiten we. En de Holland Party lijkt eigenlijk niemand echt leuk. Ik geef meer geld uit dan ik gepland heb, maar dan doe ik wel wat rustiger aan met shoppen. Ik leun achterover en laat de anderen rustig verder discussiëren. Mijn beslissing is genomen. Mijn vakantie is gepland. En hij kan niet meer stuk.

20. Wouter
Tevreden gooi ik mijn spullen op één van de vier bedden in de tent. Micha doet naast me hetzelfde. Mooi dat ik naast hem lig, met hem kan ik het nou eenmaal het best vinden. En hoe meer ik bij hem ben, hoe meer kans dat ik in contact kom met leuke meiden. Hoewel het niet waarschijnlijk is dat ik die in zijn bed zal ontmoeten.
We hebben twee vierpersoonstenten, die elk verdeeld zijn in twee compartimenten. Micha en ik liggen in één hokje, in het andere leggen Sam en Amy net hun tassen neer. Digna komt de tent binnen. Ik zie haar teleurgesteld rondkijken. ,,Oh, is deze al vol? Ik was even naar de wc.” Ze zegt het met een verontwaardigde ondertoon, alsof we haar bij de wc-deur hadden moeten opwachten. Ik verwacht dat Micha iets zal zeggen, maar dat doet hij niet. Hij gaat stug door met zijn gevecht met het tasje van zijn slaapzak. Ook Sam en Amy zwijgen ongemakkelijk. Het is ook lullig. Ze heeft gewoon pech. Niemand wil bij Thijs en Sterre in de tent. Zij zijn eigenlijk een soort sub-groepje in onze groep. Ze doen aardig, maar je komt er nooit echt tussen. Ze houden iedereen altijd een beetje af. Ze zijn een soort tweeling, een duo, nauwelijks los te verkrijgen. ,,Sorry,” zeg ik maar, omdat iemand toch iets zal moeten zeggen. Ze zucht. ,,Shit, wat dom van mij,” zegt ze. ,,Ik had beter even kunnen wachten met naar de wc gaan.” Ze dempt haar stem. ,,Het lijkt me helemaal niet gezellig om bij hen te liggen.” Plotseling laat Micha zijn slaapzak los en draait hij zich om. ,,Maar wel nuttig,” zegt hij zachtjes. ,,Kun je er misschien eindelijk achter komen hoe het nou zit met Thijs. Misschien kun je hem overhalen om deze vakantie uit de kast te komen.” Sam begint opeens hard te lachen. ,,Nouhou, Mícha!” Ik zucht. Er is duidelijk weer van alles gaande wat ik gemist heb.
Digna haalt haar schouders op. ,,Nou ja, dan ga ik mijn spullen maar neerleggen.” Zonder verder nog iets te zeggen loopt ze de tent uit. De gespannen stilte blijft nog even hangen. Dan zegt Amy zacht: ,,Is ze nou boos?” Sam haalt haar schouders op. ,,Ze moet niet zeuren. Je gaat toch niet naar de wc op het moment dat je eindelijk de tent in mag. Dan kun je verwachten dat je niet meer kunt kiezen naast wie je wilt liggen. Bovendien, naast wie zou ze moeten liggen? Wij hadden al afgesproken dat we naast elkaar zouden gaan en tussen jullie”- ze kijkt naar Micha – “is het uit.” Micha grinnikt. ,,Ze had naast Wout gekund. Ik had best in die andere tent willen liggen, hoor. Had ik Thijs mooi kunnen overhalen om deze vakantie zijn kastje te verlaten.” Sam lacht weer. ,,Ik waarschuw je, smiecht!” Micha ziet mijn niet-begrijpende blik. ,,Sam en ik hebben een weddenschapje lopen,” legt hij uit. Dat verklaart veel. Ik grinnik, maar ik vind het eigenlijk een beetje lullig voor Thijs. Mensen zullen maar achter je rug een weddenschap afsluiten over je geaardheid. ,,Volgens mij is het niet zo,” zeg ik. ,,Heb je hem weleens naar Sterre zien kijken?” Micha snuift. ,,Hallo, heb je hem weleens naar een salade zien kijken? ‘Hoeveel caloriën zitten hierin?’ Als hij het niet is, weet ik het ook niet meer. Iedereen weet het, en daarom moet hij het ook maar eens bekend maken.” ,,Ssst,” sist Amy. ,,Tenten zijn gehorig, weten jullie nog?” Micha grijnst. ,,Ja. Alles om te winnen, hè. Als hij het deze vakantie toegeeft, neemt Sam mij mee uit eten.” ,,Naar de Mac, ja,” zegt Sam. ,,Meer heb je niet verdiend als je het zo gaat zitten uitlokken.” ,,Dat is dan nog altijd een gratis mannenburger,” grinnikt Micha. ,,Misschien kunnen we die arme Thijs dan ook meenemen, om het goed te maken dat we zou lullig over hem doen. Mag hij zoveel caloriearme salades eten als hij wil. Dan loopt die rekening wel op, Sammie.” Ik vind dat hij zich opeens echt als een klootzak gedraagt, maar Sam giechelt vrolijk. ,,Vergeet het maar. Dit duurt nog wel even. Over een paar maanden gaan wij sushi eten. Véél sushi. Dat ga je wel voelen in je portemonnee, mannetje.” Ik zie de humor niet echt. Ik vind het gemeen. Zouden ze ook zo over mij praten, omdat ik nog maagd ben? Een weddenschap afsluiten wanneer ik het voor het eerst zal doen, deze vakantie of over een paar maanden? Zal ik zeggen dat ik het een kutstreek vind? Maar dan krijg ik misschien wel ruzie met Micha. Dat kan ik nu niet gebruiken. Ik heb Micha nodig deze vakantie. Ik verbijt mijn ergernis en begin mijn bed op te maken. Micha en Sam bekvechten nog even gemoedelijk door, tot Sam begint over hoe al haar kledingstukken bij elkaar passen of zoiets. In de tent naast ons hoor ik Sterre, Thijs en Digna praten. Plotseling zou ik willen dat ik daar lag.

21. Digna
De mensen in de tent zijn even stil als ik naar buiten ben gelopen. Het is zo’n stilte die valt voordat ze zachtjes over je gaan praten. Plotseling voel ik tranen opkomen. Hé, wat is dat nou? Ik ben zo iemand die nóóit huilt. Tijdens alle ellende met Micha heb ik geen traan gelaten. Ik heb alleen wat brieven en foto’s verscheurd, een glas gebroken en een cadeau gekregen knuffel gevild. Maar nu heb ik zin om te huilen, het zielige, eenzame gejank van iemand die buitengesloten wordt. Want zo voel ik me. Buitengesloten. Nu ik Micha niet meer heb, hoor ik nergens meer echt bij. Hij gaat nu het meeste met Wout om, waardoor er drie tweetallen zijn ontstaan: Micha en Wout, Sam en Amy, Sterre en Thijs. Ik ben alleen. Ik heb niemand meer. Door mijn relatie met Micha heb ik de fundering onder mijn vriendschap met de hele groep weggemaaid. Als ik dat had geweten, was ik er nooit aan begonnen. Maar ja, dat soort dingen zeg je altijd achteraf. De realiteit is: ik heb het niet geweten en ik zit hier nog een dikke week met deze mensen. Ik moet er het beste van zien te maken. Ik slik mijn tranen weg en sleep mijn spullen de andere tent binnen.
Thijs en Sterre zijn al bezig hun hokje in orde te maken. Ze kijken tegelijk achterom als ik binnenkom. ,,Hee, Digna,” zegt Sterre. ,,We waren al benieuwd wie er bij ons zou komen liggen.” ,,Nou, ik dus,” antwoord ik. ,,De andere tent was vol.” Ik weet dat het bot klinkt, maar ik kan het niet opbrengen om enthousiasme te veinzen. Gezellig, ik lig een hele week bij de siamese tweeling in de tent, hoera! Mag ik stiekem toekijken hoe jullie ’s nachts seks hebben of ben je misschien toch homo, Thijs? Ik heb trouwens van Micha de opdracht gekregen om je over te halen om deze vakantie uit de kast te komen, zodat hij zijn weddenschap met Sam Het Serpent kan winnen en haar lekker chic mee uit eten kan nemen, dan heeft ze eindelijk haar zin en kan ze hem met een gerust hart van me afpakken, want híj heeft háár dan mee uit eten genomen, dus dan is het niet haar schuld.
Anyway. Dat zeg ik dus allemaal niet. Ze kijken me een beetje raar aan omdat ik zo duidelijk laat merken dat ik het niet zo heel chill vind om bij hen in de tent te liggen. ,,Jij hebt twee bedden,” verbreekt Thijs de gespannen stilte die is gevallen. ,,Daar kun je mooi al je rotzooi op kwijt. Handig hè?” Ik doe een poging tot een glimlach. ,,Daar heb ik geluk mee. Dan maak ik hopelijk wat minder rotzooi.” ,,Oh, rotzooi maak je toch wel,” plaagt hij. ,,Je rotzooi ligt nu alleen wat meer verspreid.” Ach, Thijs is wel lief. Hij wil dat ik het hier gezellig vind. Hij vindt het niet leuk dat ik het niet leuk vind om hier te liggen, dat weet ik zeker, al zal hij het wel jammer vinden dat hij hier nu niet meer zijn eigen huisje met Sterre kan bouwen. Maar ja, dat hadden ze ook wel kunnen verwachten.
Ik begin meteen met rotzooi maken, want ik moet op zoek naar mijn hoeslaken. Ik ben niet zo slim geweest om dat boven in mijn rugzak te stoppen, dus al snel gooi ik al mijn kleren op het bed waar niemand zal liggen. Heb ik dat ding eigenlijk wel bij me? Ik kan me opeens niet meer herinneren dat ik ‘m in mijn tas heb gestopt. ,,Wat zoek je, Digna?” vraagt Sterre. Er klinkt onderdrukte irritatie in door. Ze ergert zich nu al aan me, en de vakantie is nog maar net begonnen. Dat wordt nog wat. ,,Ik zoek mijn hoeslaken,’ zeg ik. ,,Maar ik weet niet zeker of ik die wel bij me heb.” ,,Dan leg je toch alleen je slaapzak op dat bed,” zegt ze. ,,Dat hoeslaken komt vanzelf weer boven water. Of niet. Zo kreukt al je kleding, dat is toch zonde.” Ik haal mijn schouders op. ,,Het kreukt toch wel.” Sterre kijkt naar de berg kleding op mijn bed. ,,Je moet het ook oprollen. Dan kun je veel meer kwijt en het kreukt veel minder.” Ik weet het nu al. Dit ga ik elke dag drie keer horen. Ik ga nooit meer naar de wc op beslissende momenten.

22. Sterre
Ik plof op mijn bed neer. We hebben net gebruncht met verse croissantjes van het campingbakkertje, met daarop heerlijke kruidenkaas zoals je die in Nederland toch niet kunt vinden. Of misschien lijkt het alleen maar lekkerder te smaken omdat we in het buitenland zijn. De lucht lijkt hier ook mooier, ik weet ook niet of dat wel echt zo is. In Nederland is de lucht ook vaak blauw, tenslotte. Maar toch lijkt hij hier blauwer.
Straks gaan we naar het strand, maar eerst wil ik even slapen. Ik ben gebroken na die nacht in de bus. Amy ging ook haar tent in om te slapen, en aan de andere kant van het stuk tentstof dat me van haar scheidt, is Digna ook op haar bed gaan liggen. Sam en de jongens zitten buiten. Ik hoor ze zacht praten. Af en toe komt de harde lach van Micha er bovenuit. Ik word altijd rustig als ik mensen op de achtergrond hoor praten. Het doet me denken aan het gepraat van mijn ouders vroeger, als ik al in bed lig. Het geeft me een veilig, behaaglijk gevoel. Daarom kan ik ook zo goed slapen bij films. Eigenlijk irritant, want ik kan bijna geen film helemaal zien. Ik zak altijd weg, meestal ergens halverwege. Ik heb thuis een hele plank vol films waarvan ik het begin minstens vijf keer heb gezien en het einde een keer. In de bioscoop.

Ik word wakker van een geluid dat ik niet meteen kan thuisbrengen. Het lijkt op huilen. Maar dat kan toch niet? Nee, dat kan het niet zijn. Ik draai me nog eens om en probeer weer in slaap te vallen. Maar het lukt niet. Het huil-achtige geluid blijft zich aan me opdringen. Zachtjes, maar duidelijk aanwezig. Het is het geluid van iemand die huilt maar niet wil dat iemand anders het hoort. Met een ruk ga ik rechtop zitten. Ik luister nog eens scherp, in de hoop mezelf ervan te kunnen overtuigen dat ik me toch vergist heb of dat het buiten is. Maar helaas. Het geluid blijft even goed hoorbaar. Het is hier in de tent. Het moet Digna zijn. Waarom ze huilt, dat laat zich makkelijk raden. Het is net uit met Micha en nu al moet ze met hem op vakantie. Hij trekt de hele tijd met Wout op en trekt zich weinig van haar aan. Het was altijd Micha en Digna, en nu is het Micha en Wout. Eerst was Wout altijd degene die er een beetje bijhing, die geen “vaste partner” had. Nu zijn de rollen omgedraaid. Dat moet pijn doen. Niet alleen is ze haar vriendje kwijt, ze is ook haar plek in de groep kwijt. Altijd heeft onze groep bestaan uit drie tweetallen en één eenling. Nu is zij de eenling.
Ik ga zachtjes weer liggen. Als ze troost wilde zou ze wel harder en opvallender huilen. Ze wil waarschijnlijk alleen gelaten worden. Ik kan haar wel gaan troosten, maar ik kan toch niks voor haar doen. Ze zou me waarschijnlijk afsnauwen en wegjagen. Ze weet dat ik haar vaak irritant vind. Ze zou het huichelachtig vinden als ik haar nu kwam troosten. ,,Nu vind je me zeker opeens zielig,” zou ze zeggen. Ja, ik weet bijna zeker dat ze dat zou zeggen. Ik moet gewoon proberen weer te gaan slapen. Ik lig hier nog niet eens een uur. Zo rust ik niet uit van die busreis. Als ik vanavond mee uit wil, moet ik echt zorgen dat ik nog wat slaap krijg. Digna trekt heus wel weer bij.
Ik ga met mijn rug naar haar deel van de tent toe liggen en trek mijn slaapzak over mijn oren. Dat dempt het geluid van haar gehuil, maar ik hoor het nog steeds. Bovendien heb ik het binnen de korste keren verschrikkelijk warm en benauwd. Zuchtend duw ik de slaapzak weer van me af. Ik besluit een muziekje op te zetten. Dat moet helpen. Mijn mp3-speler heb ik uit voorzorg onder mijn kussen gelegd. Ik stop de dopjes in mijn oren en druk net zo lang door tot ik een rustig liedje krijg. Ik doe mijn ogen dicht en probeer me te concentreren op de muziek. Als ik dat een tijdje doe, raakt hij vanzelf verder weg en val ik in slaap. Maar nu natuurlijk niet. Ik hoor het gehuil van Digna niet meer, maar ik vraag me wel af of het er nog is. Zal ik even de muziek uitzetten, gewoon om het te checken? Nee, zo val ik nooit in slaap. Maar als ik me blijf afvragen of ze nog huilt, lukt het natuurlijk ook niet.
Abrupt druk ik op het stop-knopje van mijn mp3-speler. Ik kan onmogelijk verder pitten terwijl er iemand vlak naast me ligt te huilen. Ik sta op en laat mijn voeten in mijn nieuwe teenslippers glijden. Dat is natuurlijk nergens voor nodig, maar mijn nieuwe slippers voelen heerlijk aan, en het wint tijd. Ik vind het vreselijk om huilende mensen te troosten. Ik kan het niet. Maar soms moet het gewoon. Bijvoorbeeld nu.
Ze heeft haar hokje dichtgeritst. Ik rits het een klein stukje open. ,,Digna?” Mijn eigen stem klinkt raar, oppervlakkig. Het is alsof ik mezelf hoor zoals anderen mij horen. Ik gluur naar binnen. Ze ligt op haar zij, bovenop haar slaapzak. Tranen rollen over haar wangen. Haar gezicht is rood en gezwollen. Ze ziet er opeens veel jonger uit dan ik haar ken. ,,Ga weg,” zegt ze gesmoord. ,,Laat me maar even.” Moet ik hier genoegen mee nemen? Ik sta even voor het kijkgaatje dat ik gemaakt heb, onhandig, besluiteloos. Dan stel ik me voor hoe eenzaam ze zich moet voelen en besluit door te zetten. We liggen nog de hele week bij elkaar in de tent: misschien kan ik haar een beetje opvangen. Thijs doet toch vreemd sinds gisteravond. ,,Wat is er aan de hand?” vraag ik, haar verzoek om haar met rust te laten negerend. Ik doe de rits nog wat verder open, kruip naar binnen en ga naast haar op het bed zitten. Voorzichtig raak ik haar donkere haar aan. ,,Je kunt het mij wel vertellen,” zeg ik. ,,Ik snap dat je je kut voelt door dat gedoe met Micha enzo. En ik snap ook wel dat je het niet leuk vindt om bij Thijs en mij in de tent te liggen. Maar ik wil ook weer niet dat je het zó verschrikkelijk vindt. Ik bedoel, we zijn toch niet zo erg? Thijs en ik zijn gewoon hele goeie vrienden. Maar we gaan het hartstikke gezellig maken met z’n drietjes. Veel gezelliger dan die andere tent. Bah, die andere tent is voor losers.” Ik raaskal maar wat. Ik ben een waardeloze trooster. Ik laat haar niet eens praten. Ik zit alleen maar zelf te lullen. En het slaat niet eens ergens op.
Maar ik merk opeens dat het snikken minder wordt. ,,Ik mis Micha gewoon zo,” zegt ze opeens. ,,Het is allemaal zo anders dit jaar. Ik merk nu pas dat ik met niemand zo’n band heb als ik met hem had. Ik heb alles kapot gemaakt.” Ze begint weer harder te huilen. Stiekem geef ik mezelf een inwendig schouderklopje omdat ik zo goed geraden had waarom ze verdrietig is. ,,Natuurlijk heb jij het niet kapot gemaakt,” zeg ik. Ik begin op dreef te komen. ,,Het is gewoon zo gelopen. En misschien kunnen jullie over een tijdje wel weer gewoon vrienden worden. Je moet het gewoon even de kans geven om te helen.”
,,Denk je?” vraagt ze weifelend. ,,Ik weet het wel zeker,” zeg ik, beslister dan ik me voel. ,,Maar jij zei,” zegt ze dan opeens. ,,Jij zei pas geleden nog dat hij me wel zou willen als ik een sexy topje aantrok bij het uitgaan.” Jezus. Ik moet echt eens leren wat je wel en niet moet zeggen tegen mensen met een gebroken hart. ,,Ik bedoelde dat hij dan wel weer seks met je zou willen,” zeg ik snel. ,,Toen wist ik nog niet dat het zó diep zat. Maar je laat je vakantie toch niet door hem verpesten,” praat ik er snel overheen. ,,Wij gaan heel veel lol maken. En je kunt toch ook omgaan met die jongen die naast je zat in de bus?” Ze is inmiddels gestopt met huilen en nu breekt er zelfs een waterig glimlachje door. ,,Oh ja. Bert.”
,,Bert?!”
,,Ja, zielig hè?”
,,Traumatisch. Bert. Jezus.” We kijken elkaar aan en beginnen te lachen. Het is eigenlijk helemaal niet zo grappig, maar we lachen heel hard om de naam van die arme jongen. Als we zijn uitgelachen, veegt Digna de tranen van haar wangen. ,,Bedankt,” zegt ze. ,,Zullen we maar eens gaan kijken of Amy wakker is, zodat we naar het strand kunnen?”
Ik denk niet dat het op dit moment verstandig is om te zeggen dat ik eigenlijk nog een paar uurtjes slaap wil meepakken. Misschien kan ik op het strand wat slapen.

23. Amy
Ik doe mijn ogen dicht en geniet van het branden van de zon. De anderen zijn gaan zwemmen. Ik pas op de spullen. Ik vind het niet erg; ik hou niet van zwemmen. Dat ijskoude water waar je vijf minuten in staat te rillen voor het eindelijk een beetje draaglijk wordt, bah. ,,Kom op Amy, gewoon onder water duiken!” roept Digna steevast, en begint dan grote golven water over me heen te scheppen. Dat is voor mij meestal het sein om terug te rennen naar mijn veilige handdoekje in de barmhartige zon. En vandaag ben ik daar maar gewoon blijven liggen. Ik heb vandaag al genoeg meegemaakt om mezelf ook nog eens vrijwillig te gaan martelen.
Echt, er gaat niets goed, deze eerste echte vakantiedag. Als dit zo doorgaat, wordt het een rotvakantie. Vannacht in de bus voelde ik me nog zo lekker, maar zodra ik wakker werd was het gedaan met dat gevoel. Het voelde alsof al mijn botten door de bus verspreid lagen en ik rond moest kruipen om ze op te rapen en terug te stoppen op de juiste plek. In feite moest ik alleen naar de wc lopen, maar dat was al een martelgang, met mijn duffe hoofd in die wiebelende bus. En het was natuurlijk zo’n smerig stinktoiletje. Dat was dus al een heel slecht begin van de dag.
Kwamen we eindelijk aan op de camping, bleek het zo’n goedkope volkscamping te zijn, vol dikke vrouwen in te strakke badpakken met jengelende kinderen, die waarschijnlijk allemaal plassen in dat zwembad waar Sam zo weg van is. Dit is het soort camping waar je nooit rust hebt. En hier zitten we nog een hele week. Afschuwelijk.
Toen bleek ook nog dat we onze tenten nog niet in konden, dat vond ik al helemaal belachelijk. Kom je geradbraakt aan, wil je alleen maar naar bed, kan dat dus gewoon niet omdat de vorige bewoners die tent niet uit te slaan zijn. Dat blije figuur met dat petje zei dat ze voor ons aan het opruimen waren, maar ik geloof er niks van. Ik weet zeker dat ze gewoon nog in hun nest lagen toen wij daar als vluchtelingen onze tassen bij een boom moesten neerleggen, waar jan en alleman erin kon gaan zitten graaien. En Digna vond het ook nog raar dat ik er wat van zei. Ze had meteen weer een gelegenheid om me eens lekker af te snauwen. Terwijl zij zelf te pas en te onpas loopt te roepen wat zij overal van vindt. Als ik een keer mijn mening zeg, krijg ik meteen zo’n reactie.
Toen ging iedereen natuurlijk urenlang zitten discussiëren over welke excursies we zouden gaan doen. Doe gewoon wat je leuk vindt, zou ik zeggen, en je ziet vanzelf wie er meegaan. Maar dat is voor de rest onmogelijk. Ze moeten eerst inventariseren of er ook andere mensen voor dezelfde excursie gaan. Als zeven mensen dat bij elke excursie op de lijst gaan zitten doen, kun je je wel voorstellen wat een rotzooitje dat wordt. Ik wilde me eerst eigenlijk voor heel weinig opgeven, maar Sam heeft me overgehaald om toch wat meer te doen. ,,Anders zit je elke dag alleen maar in je eentje in de tent!” Dat ik me ook prima vermaak als ik een beetje in mijn eentje over het strand of door het stadje dwaal, wil ze maar niet begrijpen. Zij gaat bijna alles doen. Ik begrijp niet waar ze het geld vandaan haalt, zo hard heeft ze nou ook weer niet gewerkt dit jaar. Anyway, ik sta nu uiteindelijk ingeschreven voor de schuimparty, Barcelona, duiken en het bezoek aan het vissersdorpje. Het duiken lijkt me doodeng, maar iedereen roept dat het hartstikke leuk is, en helemaal niet eng, en dat er niets kan gebeuren, dus ik waag het er maar op.
Koude spetters op mijn buik. Ik doe mijn ogen open. Sam ploft naast me neer. ,,Zo, uitgezwommen?” informeer ik. Ze knikt. ,,Ja, ik was het wel zat. Heeft hij al ge-smst?” Ik schud mijn hoofd. ,,Nee, nog niet.” Dat is ook nog mis vandaag. Jesse smst niet terug.

24. Thijs
Met gevaar voor eigen leven steek ik voorzichtig het gasfornuisje in onze tent aan. We hebben deze tent benoemd tot “kooktent” omdat wij meer ruimte hebben met z’n drieën. Al het keukengerei hebben we hier neergezet. Vanavond koken wij ook, maar we zijn natuurlijk niet van plan om daar een gewoonte van te maken. Morgen staan we onze kooktent met liefde tijdelijk af aan de bewoners van de andere tent.
Ik draai het vuur zo hoog mogelijk, maar het blijft een zwak vlammetje. Het zal wel even duren voor het water gaat koken. Aan tafel zitten Sterre en Digna al gemoedelijk paprika’s, uien en tomaten te snijden. Sterre heeft Digna opeens helemaal in de armen gesloten. Ze vertelde me dat Digna vanmiddag heel erg moest huilen omdat ze Micha zo miste en omdat ze zich opeens zo buitengesloten voelde. Sterre heeft er plotseling haar persoonlijke project van gemaakt om Digna de vakantie door te slepen. Ik hoor ze giechelen om een grapje dat ik niet opgevangen heb, en ben opeens jaloers. Natuurlijk had ik niet verwacht dat Sterre en ik met z’n tweeën in de tent zouden liggen, maar ik voel opeens een afstand tussen ons. Vorig jaar ging Sterre natuurlijk ook wel met de andere meiden om, en ik met de andere jongens, maar het was toch duidelijk dat wij vooral bij elkaar hoorden. Je had Sterre en Thijs, en de rest. En aangezien iedereen toen ook al dacht dat ik wel homo zou zijn, werden daar eigenlijk nauwelijks flauwe grapjes over gemaakt. Of ze moeten dat gedaan hebben als wij er niet bij waren. Maar nu lijkt het alsof we ons opeens zijn gaan realiseren dat ik een jongen ben, en zij een meisje, en dat wij misschien eigenlijk een beetje té close zijn. Ach, misschien is dat ook wel zo. Misschien heeft onze vriendschap wel iets onnatuurlijks. Misschien moet ik een beetje afstand van Sterre nemen tot ik weet wat ik nou eigenlijk wil. Misschien is dat wel beter.
Het water begint te borrelen. Voorzichtig laat ik de spaghetti erin zakken. Ik laat ‘m mooi uitwaaieren, zodat elk stokje tot z’n recht komt. ,,Netjes!” prijst Digna. ,,Onze topkok,” grinnikt Sterre. ,,Wil je de groente ook alvast hebben?” ,,Nee, ik rul eerst het gehakt,” zeg ik. ,,De groente hoeft niet zo lang, dan gaat alle smaak eraf.” Sterre haalt haar schouders op. ,,Jij zult het wel weten.” En ik weet het inderdaad. Ik hou van koken. Zelfs op dit krakkemikkige gasfornuisje geniet ik ervan om een maaltijd klaar te maken. Ik hou ervan om te zien hoe er uit de ingrediënten langzaam iets lekkers ontstaat. En ik hou er nog meer van om nét dat beetje extra te doen, om het nét nog iets lekkerder te maken. Ik vind het fijn om mensen te zien genieten van wat ik heb klaargemaakt. Het gaat me niet eens om de complimentjes; die zijn eigenlijk bijzaak. Mensen hoeven het alleen maar zichtbaar lekker te vinden. Soms doe je iets verkeerd en mislukt alles een beetje; het is vreselijk om te zien hoe mensen het dan met lange tanden opeten en niets zeggen om je maar niet te kwetsen.
Ik zet een grote bakpan op het andere pitje en schenk er rijkelijk olijfolie in. Met mijn andere hand duw ik met een houten lepel voorzichtig de spaghettislierten dieper in het borrelende water. Ik schep het gehakt beetje bij beetje in de pan en blijf roeren tot de stukjes aan alle kanten mooi bruin zijn. Normaal zou ik het gehakt eerst lekker kruiden, maar aan gehaktkruiden doen ze hier helaas niet. Eigenlijk had ik mijn mini-kruidenrekje van thuis mee moeten nemen. Dat moet ik onthouden voor volgend jaar.
Ik schep de groente erbij, meng de hele boel na nog een paar minuten met de tomatenpuree en proef tevreden mijn sausje. Naar omstandigheden goed gelukt. Sterre en Digna gieten buiten de kokend hete pasta af. ,,Eten!” hoor ik Digna brullen. Het volgende moment dendert de rest de tent binnen, met hun eigen plastic tuinstoelen. Ik schep de spaghetti op de borden, Digna gooit er steeds een flinke kledder saus overheen. Ik kijk naar de glimlach op haar gezicht. Sterres tactiek werkt wel. Ja, het is even beter zo. Zij met de meiden, ik met de jongens. Zoals het hoort.
25. Micha
Misschien hadden we toch beter onder leiding van Bruno Canet kunnen gaan verkennen. Drie kwartier zijn verstreken en we hebben nog geen disco gezien. ,,Lopen we wel goed?” vraagt Sam, alsof ze mijn gedachten kan lezen. ,,Ik hoop het,” antwoord ik. Ik ben blij dat Amy in de tent gebleven is; die was inmiddels waarschijnlijk niet te genieten geweest. Digna houdt haar gezelschap, dus we zijn met z’n vijven. Vijf mensen die eigenlijk moe zijn maar toch uit willen. Ik voel nu al dat het niet laat gaat worden.
Ik kijk achterom. Wout loopt stoïcijns door, dopjes in zijn oren, blik op oneindig. Geen idee waar hij aan denkt. Ik weet wel waar hij over een paar uur aan denkt. Vanavond gaat die kerel nou eindelijk eens met iemand zoenen, daar zorg ik wel voor. Achter hem lopen Thijs en Sterre. Ze lopen een stukje van elkaar af, wat me verbaast, want meestal zitten ze zo’n beetje aan elkaar vastgeplakt. ,,Sorry hoor, maar ik begin het een beetje zat te worden,” zegt Sterre. ,,Kunnen we niet beter teruggaan en morgen met zo’n excursie meegaan? Dan weten we tenminste zeker dat we ergens komen.” Teruggaan? Dat zie ik nou echt helemaal niet zitten. ,,Kom op, nog even volhouden,” probeer ik het moreel hoog te houden. ,,Ik weet zeker dat we er bijna zijn.” ,,Ja Ster, kom op,” valt Sam me bij. ,,Je bent toch niet opeens een party pooper geworden.” Sterre zucht. ,,Ik ben gewoon zo moe.” Het losse moment is alweer voorbij; om haar woorden kracht bij te zetten gaat ze meteen tegen Thijs aan hangen, die goeïg zijn arm om haar heenslaat. ,,Als je terug wilt, gaan wij toch terug,” zegt hij. ,,Ik hoef ook niet zo heel nodig uit, hoor.” ,,Maar we zijn er bijna!” roept Sam, blijkbaar vertrouwend op mijn voorspellingen. ,,Dat is net als die mop van die belg die een meer moet overzwemmen en op driekwart van de afstand zegt: ‘ik trek het niet meer, ik ga terug’.” Sterre kijkt moedeloos om zich heen. ,,Ik weet het niet hoor, maar zie jij hier ergens tekenen die wijzen op een disco in de buurt?” Rechts van ons zijn flats, links een weg en een geluidswal. Ik voel de groep uit elkaar vallen. Jammer, maar ik ga mooi niet omkeren. Ik ben helemaal niet zo moe en ik heb geen zin om de eerste avond meteen suf in de tent te gaan zitten. ,,Laten we het aan iemand vragen,” stel ik voor. ,,We lopen tot het eind van de straat en als het dan nog lang duurt, mogen jullie teruggaan.” Sterre zucht. ,,Goed dan.”
Nog voor het eind van de straat komt een groepje jongens onze kant op lopen. ,,Excusez-moi,” begin ik, tot de ontdekking komend dat dit eigenlijk het enige Frans is dat ik ken. ,,Do you know where a disco is?” Gelukkig zijn de jongens bereid ons in hun gebrekkige Engels te helpen. ,,Diesco, you go right, you sie…” Verder versta ik het al niet meer. Ik zie Sam gelukkig oplettend knikken, dus ik ga er van uit dat zij het wel verstaat. Als ze klaar zijn met uitnodigen, zegt ze netjes: ,,Merci beaucoup.” ,,Thank you, byebye, merci!” vallen we haar lafjes bij. ,,We moeten rechtsaf bij die rotonde,” zegt ze. ,,Dan moeten we een heel stuk doorlopen, dan moeten we links bij een fontein en als we dan nog een stukje doorlopen, lopen we als het goed is tegen een disco aan.” Ik fluit bewonderend. ,,Nooit geweten dat jij zo goed in talen was.” Ze glimlacht. ,,Ik heb vele talenten.”
We lopen zoals Sam het gezegd heeft en als we de fontein gepasseerd zijn horen we inderdaad het gedreun van bassen. ,,Weet je zeker dat je niet naar huis wilt?” vraagt Thijs bezorgd aan Sterre. ,,Nee hoor,” zegt ze. ,,Een paar drankjes en ik leef wel weer op.” Die gaat met een jongen mee vanavond, ik hoor het al.
We betalen toegang en lopen de warme, volle discotheek in. De bas dreunt door me heen. Ik kom meteen goed in de stemming. Digna is er niet bij, dus ik hoef me nergens schuldig over te voelen. Ik ga er een leuke eerste avond van maken.

26. Sam
Er staan al drie meisjes in de rij voor de wc’s. Gelaten sluit ik achteraan. Ik hoop niet dat de dj de komende tien minuten iets leuks zal draaien, want ik vermoed dat ik niet eerder terug zal zijn op de dansvloer. Ik kijk om me heen. De muren lijken een beetje te golven. Shit, hoe kan ik zo snel aangeschoten raken? Ik heb nog maar twee wijntjes op. Vast het slaapgebrek. Hoewel… ik heb op het strand ruim anderhalf uur liggen slapen vanmiddag, en na het eten heb ik ook nog een flink tukje gedaan. Ik zou best uitgerust moeten zijn. En toch is de drank keihard ingeslagen. Vreemd. Zou iemand er iets in hebben gegooid? Dat kan, dat doen ze in disco’s. En in het buitenland moet je nog eens extra uitkijken, volgens de Cosmo.
Ik beweeg mijn hoofd heen en weer. Er gebeurt niets, behalve dat de muren nog steeds niet helemaal stil lijken te staan. Toch voel ik me niet heel anders dan anders als ik aangeschoten ben. Maar misschien hoort dat bij dit soort drugs. Misschien voel je je eerst gewoon aangeschoten, zodat je denkt dat er niets aan de hand is. In die tijd kan je belager je gewoon versieren. En dan opeens, bam, ben je van de wereld en kan hij alles met je doen wat hij wil. Ik ril bij het idee. Zou dat kunnen? Zou er zo’n soort drugs bestaan?
De rij schuift op en ik kom naast de spiegel te staan. Ik kijk naar mijn eigen gezicht. Ik zie er een beetje verhit uit, maar niet significant anders dan anders. Ik buig naar de spiegel toe en check mijn pupillen. Die zouden groot moeten zijn als er drugs in mijn drinken was gegooid. Maar hoe groot zijn ze normaal eigenlijk bij dit licht? Ze lijken nu vrij groot, maar zo lang ik het niet kan vergelijken met hoe ze er normaal uit zouden zien, heb ik er niet veel aan.
Ik voel me onbehaaglijk. Stel ik me nou gewoon aan of zou er echt iets met mijn drinken zijn gebeurd? Hoe kan ik anders zo snel aangeschoten zijn geraakt? Of komt dat tóch door het slaapgebrek? Stel je voor dat ik zometeen gewoon out ga, en dat een of andere engerd me meeneemt. De anderen zullen denken dat ik gewoon sjans heb. Ze zullen het zelfs leuk voor me vinden. Misschien zullen ze een beetje verontwaardigd zijn omdat ik ze geen gedag heb gezegd. Micha zal het misschien wel jammer vinden, aangenomen dat hij mij zo leuk vindt als ik vermoed dat hij me vindt, maar hij is niet het type dat erom zou gaan zitten treuren. Hij zal gewoon een ander leuk meisje zoeken. Daar is hij nu misschien al wel mee bezig. Verdomme, die rij mag weleens opschieten. Ik moet naar hem terug, anders ben ik hem straks kwijt. Ik heb nog niet eens echt met hem gedanst. Ik wil absoluut niet dat hij nu al door een ander meisje van me wordt afgepakt.
Gelukkig, ik ben aan de beurt. De wc is smerig. Ik ga er mooi niet op zitten; ik blijf er boven hangen. Dat lukt me gelukkig zonder om te vallen. Zou dat een teken zijn dat er niks aan de hand is? Zou ik niet zo omver kukelen als er met mijn drinken gerommeld was? Ik trek door, check in de spiegel nog een keer mijn pupillen en besluit er maar het beste van te hopen. Gewoon niet met vreemden praten en bij mijn vrienden in de buurt blijven, dan kan er weinig misgaan. Mijn benen voelen wat wankel als ik terugloop de zaal in, maar ik hou me voor dat dat gewoon door de drank komt.
Slecht nieuws: er is nog meer drank op komst. ,,Sam! Daar ben je eindelijk! Ik sta al vijf minuten met dit wijntje in mijn hand!” roept Micha zodra ik bij de rest kom staan. Ik glimlach en pak het wijntje aan, maar ik heb eerlijk gezegd helemaal geen zin om het op te drinken. Stel dat iemand echt iets met mijn vorige drankje heeft gedaan, als ik dan nog meer alcohol ga drinken, kunnen ze mijn maag misschien wel leegpompen. Ik durf hier geen slok van te nemen voordat ik weet dat er echt niets aan de hand is. In een opwelling buig ik me naar Sterre toe, die verbazend genoeg nog niemand aan de haak heeft geslagen vanavond. ,,Heb jij net iemand iets met mijn drankje zien doen?” Ze staart me stomverbaasd aan. ,,Met jouw drankje? Nee, hoezo dat dan? Voel je je niet goed?” ,,Ik ben nu al aangeschoten. Na twee wijntjes,” leg ik uit. ,,Dat is toch niet normaal?” Ze haalt haar schouders op. ,,Joh, maak je niet druk, dat heb je soms gewoon. De ene keer komt het harder aan dan de andere. Bovendien, heb je je drankje ergens laten staan dan?” Nu ik er over nadenk… nee. Ik heb mijn wijntjes de hele tijd in mijn hand gehouden. Plotseling voel ik me heel stom en paranoïde. Ik ook altijd met mijn waanideeën. Ik schud mijn hoofd. ,,Nee, je hebt gelijk. Laat maar.” Ik neem een grote slok van mijn wijn en besluit er niet meer aan te denken. Ik kijk om me heen. Micha staat met een meisje te praten.

27. Wouter
,,Vanavond ga jij zoenen,” heeft Micha me beloofd. ,,Daar zal ik hoogstpersoonlijk voor zorgen.” En daar is hij nu mee bezig. Ik heb het meisje aangewezen, hij heeft haar voor me aan de haak geslagen. Ze is echt mooi: ze heeft krullend, vuurrood haar en hele blauwe ogen. Dana heet ze. Meer informatie heb ik niet meegekregen: ze is voornamelijk met Micha aan het woord geweest. Ik sta er maar zo’n beetje bij. Wat moet ik zeggen tegen zo’n mooie meid? Wat kan ik in godsnaam zeggen dat zij wil horen? Door welke opmerking zal ze denken: daar wil ik weleens een beschuitje mee eten? Hoe doet Micha dat altijd? Ik ben bang dat ik er allemaal een beetje te makkelijk over heb gedacht. Ik heb er niet bij stilgestaan dat Micha’s hulp alleen niet genoeg is. Ik zal zelf ook wat werk moeten verzetten als ik deze avond tot een succes wil maken. Ik kan haar niet zomaar op haar bek pakken. De keren hiervoor dat ik heb gezoend, lag het initiatief altijd bij het meisje, tegen de tijd dat ze zo dronken was dat ze iedere kerel op zijn bek had kunnen pakken. Ik heb zelf nooit iets hoeven doen. Ik heb nog nooit echt iemand hoeven versieren. Heb het ook nooit gedurfd.
Micha heeft zelf blijkbaar ook in de gaten dat Dana op dit moment eerder met hem zou willen zoenen dan met mij, dus hij kondigt aan dat hij bier gaat halen en laat ons alleen. Het zweet staat in mijn handen. ,,Zo,” begin ik onhandig. ,,Ben je eh… ben je hier ook op vakantie?” Oh, Jezus. Dit lijkt natuurlijk weer nergens op. Natuurlijk is ze hier op vakantie, debiel, wat dacht je dan, dat ze hier woont ofzo? Maar Dana glimlacht. ,,Ja. Vanmorgen aangekomen.” ,,Wij ook,” zeg ik. ,,Op welke camping sta je?” Ze moet even nadenken. ,,Verdomme, ik ben de naam kwijt. Ik ben niet zo goed in buitenlandse namen,” giechelt ze. ,,Als ik er nog op kom, zeg ik het wel, goed?” Ik knik. ,,Ja hoor, oké.” Ook weer zo’n stom antwoord. Alsof het van levensbelang is om te weten op welke camping zij staat. Het is duidelijk niet die van ons, want dan was ze me wel opgevallen vandaag.
Micha komt aanlopen met drie glazen bier. ,,Zo,” zegt hij. ,,Hebben jullie elkaar al een beetje beter leren kennen?” ,,Ja hoor,” zegt Dana. Dat zegt ze vast alleen om hem gerust te stellen. ,,Dat is mooi,” zegt hij, terwijl hij een grote slok van zijn bier neemt. Hij kijkt naar Dana en glimlacht flirtertig. ,,Ik zou namelijk heel graag met je willen dansen, maar helaas heb ik mijn danskunsten al beloofd aan die mooie dame daar.” Tot mijn verbazing wijst hij naar Sam, die met een ontevreden gezicht van haar wijntje staat te nippen. Meent hij dat nou? Ach, wat maakt het ook uit, het hoort blijkbaar bij het plan. ,,Daarom,” vervolgt Micha. ,,Zal hij in mijn plaats met je dansen.” Hij maakt een theatraal gebaar naar mij. ,,Hij is mijn sidekick, een perfecte vervanging van mij, alleen dan nog leuker.” Dana lacht ongemakkelijk. Ik zie het meteen. Ze is helemaal niet van plan om met mij te dansen en zoenen zit er al helemaal niet in. ,,Sorry,” zegt ze. ,,Ik zou heel graag met je dansen, maar ik moet weer terug naar mijn vriendinnen. Ze zullen zich wel afvragen waarom ik hier zo lang met vreemden sta te praten.” ,,Wij zijn geen vreemden!” doet Micha nog een laatste redpoging. ,,Wij gaan elkaar nog heel vaak tegenkomen. Schat, je weet niet wat je mist!” Ze glimlacht nog eens, nu al iets minder vriendelijk. ,,Sorry, maar ik heb al een vriend.” ,,Dan kun je toch nog wel met hem dansen!” zegt Micha. ,,Mens, doe niet zo frigide.” Ai. Dit is weer zo’n Micha-opmerking die er zomaar uitfloept als hij iets niet gaat zoals hij het bedacht had. De opmerking mist zijn doel niet. Dana draait zich abrupt om en loopt weg. Hoewel, dat had ze anders waarschijnlijk ook wel gedaan.
Maar Micha zou Micha niet zijn als hij onze nederlaag zomaar zou accepteren. ,,Wat een kutwijf,” zegt hij lakoniek. Hij neemt een grote slok van zijn bier. Ik veeg mijn natte hand af aan mijn spijkerbroek en volg zijn voorbeeld. ,,Nou,” zegt hij dan. ,,Kijk nog maar eens rond. Wie gaan we nu proberen?” Maar ik heb er geen zin meer in. Ik vind onze zoektocht opeens nogal triest. Help Wouter aan de vrouw, ja hoor. Dana ziet me aankomen als we zometeen met een andere meid staan te praten. Dan vindt ze me een nog grotere sukkel. ,,Nah, ik ben het zat voor vanavond,” antwoord ik dus. ,,Ga jij maar lekker met Sam dansen.”
,,Sam?” Hij kijkt me verbaasd aan.
,,Ja, je ging toch met Sam dansen?” Hij lacht. ,,Oh, nee joh, ik zei maar wat. Moet je kijken hoe ze erbij staat. Ik zoek wel een meisje dat een beetje vrolijker kijkt. Weet je zeker dat je niet meer meedoet?” Ik schud mijn hoofd. ,,Nee, één afwijzing per avond vind ik wel genoeg.” Hij slaat me op de schouders. ,,Kom op, man. Dit zegt niks. Er zijn meer vissen in de zee.” Ja, alleen hebben al die vissen allemaal al een vriendje.

28. Digna
Ik ben blij dat ik niet mee uit ben gegaan. Ik zit veel liever hier, in de schemering, met mijn boek, dat trouwens snel uit zal zijn als ik in dit tempo doorlees. Ik hoef niet te zien hoe Micha de halve disco versiert. Ik zal eraan moeten, maar vanavond nog even niet. Het is allemaal meegevallen vandaag, en dat wil ik graag zo houden.
Naast me doet Amy een poging tot lezen. Het wil niet erg lukken. Ze zit constant heen en weer te draaien. Pakt haar mobiel, drukt een paar toetsen in, zucht, gooit hem weer neer en probeert weer verder te gaan in haar boek. Ik word er nerveus van. Zelf ben ik nooit zo spastisch geweest over niet-sms’ende vriendjes. Maar voor Amy is het duidelijk een wereldramp dat Jesse niets laat horen op haar berichtje. Ik kijk op van mijn boek. ,,Wanneer heb je dat smsje gestuurd?” Ze laat zich weer in haar stoel vallen. ,,Vannacht,” zegt ze moedeloos. ,,Al bijna 24 uur geleden.” ,,Misschien is het niet aangekomen,” suggereer ik. ,,Je weet het maar nooit in het buitenland. Wil je het eens met mijn telefoon proberen?” Gretig steekt ze haar hand uit. ,,Ja, als het mag?” Ik haal mijn schouders op. ,,Ach, één smsje zal me de kop niet kosten.” Ik geef haar mijn telefoon. Ze begint meteen druk op de knopjes te drukken.
Twintig minuten later: geen reactie. Amy is inmiddels niet meer in staat om stil te blijven zitten. ,,Jezus, ik snap het gewoon niet! Ik snap het gewoon niet!”
,,Laat het nou. Misschien is er een goede reden voor. Is zijn beltegoed op, of zijn batterij leeg, of is die hele mobiel gewoon in de gracht gedonderd.”
,,Of hij is dood. Of zwaargewond.”
,,Hè ja, laten we zo gaan denken. Gezellig zo, op vakantie piekeren of je dierbaren in Nederland nog wel allemaal leven.”
,,Nou, mijn moeder leeft in elk geval, want daar heb ik al wél drie smsjes van gehad. Maar van Jesse niks, helemaal niks. Ik snap het gewoon niet. Hij zou dit nooit doen.”
,,Blijkbaar wel. Amy, geloof me nou, er is een goeie reden voor, echt. Alleen kun jij die nu even niet bedenken. Maar morgen stuurt hij vast een berichtje om uit te leggen waarom hij niet eerder iets teruggestuurd heeft.”
Ze zucht en staat op. ,,Ik ga slapen. Ik heb geen zin om hier nog uren op een smsje te gaan zitten wachten.” Zonder verder iets te zeggen loopt ze haar tent in. Ik haal mijn schouders op, trek mijn benen onder me en probeer verder te gaan in mijn boek, maar het is te donker geworden om te lezen. Ik schenk mezelf nog een glas sangria in, leg mijn hoofd in mijn nek en kijk naar de sterren. Eigenlijk moet ik blij zijn dat ik geen vriendje heb. Niemand kan mijn teleurstellen of nerveus maken. Ik zit hier rustig voor de tent, in mijn eentje. Mijn eigen beste vriendin ben ik. Niemand kan mijn geestelijk evenwicht in de war schoppen. Maar toch vraag ik me af wat Micha op dit moment aan het doen is.

29. Sterre
Ik scan nogmaals de hele disco. Nee, er is echt weinig leuk volk op de been hier. Ik hoop niet dat dat zo blijft, zeg. Nou ja, misschien zijn alle leuke mensen nog aan het bijkomen van de busreis. Maar ik baal er wel een beetje van. Bij de eerste avond hoort een eerste-avond-jongen. Een eerste-avond-jongen is een jongen waar je alleen de eerste avond mee zoent en die je daarna nooit meer ziet, omdat je twee dagen later een veel leukere jongen tegenkomt, die je echte vakantievriendje wordt. Soms kom je de eerste-avond-jongen nog een keer tegen, bij de supermarkt of in een andere kroeg ofzo, maar dan doe je allebei alsof je elkaar niet kent. Het komt niet zelden voor dat jij ook zijn eerste-avond-meisje bent.
,,Zie je al iemand?” vraagt Thijs. Ik schud mijn hoofd. ,,Nee, weinig aan hier.” Hij strijkt even met zijn hand door mijn haar en wijst naar mijn lege glas. ,,Nog wat drinken?” Ik knik. Hij loopt naar de bar. Hij heeft zeker weer een leuke barman gespot. Ik kijk naar de rest van ons groepje. Micha is nergens te bekennen, die heeft zeker weer een leuk meisje ontdekt waar hij het hartje van kan breken. Sam staat een beetje ongeïnteresserd met haar heupen te wiegen. Wouter staat naast haar, doet alsof hij er niet bij hoort en staat moedeloos rond te kijken met een dood biertje in zijn hand. Wat een suffe avond. We hadden misschien beter thuis kunnen blijven en kaartspelletjes kunnen doen. Dan had ik dit jaar gewoon een tweede-avond-jongen gehad. Misschien zeg ik zo maar tegen Thijs dat ik terug wil naar de camping. Dan gaat hij wel mee. Pakken we gewoon een taxi.
Ik heb het nog niet gedacht of ik zie drie jongens binnenkomen die alledrie potentie hebben. Vooral de middelste. Die is bijna te leuk om als eerste-avond-jongen te dienen. Met die jongen wil ik trouwen, kindjes krijgen, oud worden, verdomme. Hij heeft donkere krullen; ik heb een zwak voor krullen. De kleur van zijn ogen kan ik niet zien, maar ik durf te wedden dat ze groen zijn. Deze jongen moet ik hebben. Gedachtenloos neem ik het glas wijn aan dat Thijs is komen brengen. Ik verlies mijn prooi geen moment uit het oog. Zijn vrienden gaan meteen druk de hele ruimte staan bekijken, maar hij gaat aan de bar staan en probeert de aandacht van de barman te trekken. Oké, tijd voor actie. Dit is het perfecte moment. Hij is alleen, geen gnuivende vrienden om hem heen als ik hem ga versieren. Van deze kans moet ik onmiddellijk gebruik maken. Ik duw mijn glas wijn in de hand van Sam en trek ten strijde. Ik voel de adrenaline bruisen. Deze jongen wordt van mij. Ik hoef geen ingewikkelde openingszin te gebruiken. Hij gaat hoe dan ook met mij mee vanavond, ik voel het.
Ik leg mijn hand op zijn onderarm. ,,Bestel je meteen ook iets voor mij?” vraag ik met mijn speciale zwoele versierstem. ,,Een droge witte wijn zou ik erg lekker vinden,” voeg ik er liefjes aan toe. Langzaam draait het hoofd van meneer Goddelijk mijn kant op. ,,Sorry?” Shit. Niet hard genoeg. Een openingszin moeten herhalen is funest. Normaal zou ik “laat maar” zeggen en weglopen, maar daar is deze jongen toch iets te lekker voor. Ik begin dus weer opnieuw, iets harder maar hopelijk met dezelfde mate van zwoelheid. ,,Bestel je meteen ook iets voor mij? Een droge witte wijn zou ik erg lekker vinden.” Zijn wenkbrauwen kruipen bij ieder woord een stukje omhoog, alsof hij gewoon niet kan geloven wat hij hoort. ,,Ik ken je helemaal niet.” Ai, dat klinkt niet al te enthousiast. Nou ja, misschien moet hij nog een beetje op gang komen. Ik schud mijn haar naar achteren, steek mijn hand uit en stel mezelf voor. ,,Ik ben Sterre. En jij bent?” Hij geeft een stevige hand terug, maar lijkt me niet echt aan te kijken. Het is alsof hij een beetje langs me heen kijkt. Misschien loenst hij. ,,Marco,” stelt hij zichzelf voor. ,,Zo,” zeg ik tevreden. ,,Nu kennen we elkaar.” ,,Ja,” zegt hij. Hij kijkt me nu eindelijk recht aan. ,,Maar je krijgt niets te drinken van me.” De spreekwoordelijke emmer koud water. Verbluft staar ik hem aan. ,,Je probeert me gewoon te versieren voor één avondje,” zegt hij. ,,Ik zie meteen wat voor soort meisje jij bent. Ik zeg niet dat je slecht bent, of een slet ofzo, maar je bent gewoon niet mijn type. Dus ik denk dat we elkaars tijd beter niet kunnen verspillen. Sorry.” Hij draait zich weer om.
Ik blijf nog even staan waar ik sta, niet in staat om me te bewegen. Heeft hij echt gezegd wat ik gehoord denk te hebben? Heeft hij me echt afgewezen omdat hij me goedkoop vindt? Niet dat hij dat met zoveel woorden gezegd heeft, maar dat was overduidelijk wat hij bedoelde. Hoe durft hij? Hoe durft de jongen van mijn dromen me zó te beledigen? Wie denkt hij wel dat hij is? Ik vind eindelijk de kracht om me om te draaien en been met grote stappen terug naar mijn groepje. ,,Ster, wat is er?” vraagt Thijs meteen. Maar ik kan er nog niet over praten. ,,Niets vragen,” zeg ik. ,,Maar ik wil terug naar de camping. Nu.”

30. Amy
Deze tent ruikt raar. Naar vocht en zweet en zand. Heeft zand eigenlijk wel een geur? Nou ja, dat moet wel, anders kan ik nooit denken dat ik zand ruik. Ik zucht en draai me nog eens op mijn andere zij. Dit soort onzinnige dingen denk ik altijd als ik niet kan slapen. En natuurlijk kan ik nu niet slapen. Het is elf uur, ik heb vandaag overdag overal tussendoor zeker drie uur liggen tukken, ik ben naar bed gegaan uit puur chagrijn en mijn mobiel zwijgt oorverdovend. Ik ga in mijn hoofd nog eens de mogelijkheden af.
- Hij negeert me (maar waarom zou hij dat in vredesnaam doen?)
- Hij heeft mijn smsjes wel gelezen maar is vergeten om terug te smsen (bijna onmogelijk, dat je zoiets één keer vergeet oké, maar twee keer?)
- Hij heeft het te druk om terug te smsen (maar waarmee dan in godsnaam? Hoeveel tijd kost één rottig smsje?)
- Zijn beltegoed is op (ook bijna onmogelijk, ik heb hem zondag nog zien opwaarderen)
- Zijn telefoon is stuk (kan ik me moeilijk voorstellen; hij heeft dat ding net een maand)
- Er is een ongeluk gebeurd en hij is dood of gewond (God verhoede het).
Het punt is, ik kan dit lijstje wel blijven herhalen voor mezelf, maar ik weet het gewoon niet. Ik zit hier, hij zit daar en ik zal er nooit achterkomen. Voorlopig tenminste nog niet. Dus kun je nu het beste gewoon gaan slapen, zegt de volwassen Amy. Met wakker blijven liggen schiet je ook niks op. Je maakt jezelf alleen maar gek, en morgen ben je kapot en gaan de anderen weer klagen dat je zo chagrijnig bent. Ja maar, zegt de kinderachtige Amy. Ja maar ik kan niet slapen voor hij iets heeft gestuurd. Ik ben ongerust. Ik moet het weten. Ik moet ik moet ik moet.
In de verte dreunt de campingdisco. Nou ja, echt “in de verte” is het niet: onze tent staat er zo dichtbij dat ik kan horen welk liedje er gedraaid wordt. Eén of ander flutnummer dat de laatste tijd ook steeds op TMF is. Die herrie draagt er ook aan bij dat ik klaarwakker ben in plaats van in diepe slaap. Waarom zijn campings ’s nachts nooit stil? Ik spits mijn oren en tel de verschillende geluiden die ik hoor. Het gedreun van de disco, kinderstemmetjes op de weg achter de tent (wat zijn dat voor ouders, die hun kinderen nog zo laat laten rondlopen?), het gepraat van Digna met iemand die blijkbaar bij haar is komen zitten, het gerommel met pannen in de tent naast ons. Ik zie schaduwen bewegen op het tentdoek. Om de één of andere reden voel ik me een beetje voor gek liggen hier; de wereld om me heen is duidelijk nog druk bezig met van alles, en ik lig al in bed. Terwijl ik klaarwakker ben. Maar wat moet ik dan doen? Weer opstaan? Weer nerveus voor de tent heen en weer gaan ijsberen? Dat zal me ook niets opleveren, behalve misschien een grauw en een snauw van Digna.
Toch rits ik mijn slaapzak open, zwaai ik mijn voeten over de rand van het gammele campingbed, pak ik mijn spijkerbroek van de grond. Ik trek hem aan. Over mijn slaaphemdje trek ik mijn dikste vest. Mijn voeten laat ik in mijn teenslippers glijden. Digna kijkt verbaasd als ik de tent uit kom. ,,Waar ga jij nou heen?” ,,Even een stukje lopen,” zeg ik. ,,Ik kan toch niet slapen.” Ze zit te praten met de jongen die in de bus naast haar zat. Hij glimlacht naar me.

Aan het strand is het niet zo stil als ik verwacht had. Een stukje verderop zit een groep dronken jongens te schreeuwen. Nou ja, die letten niet op mij, die hebben het te druk met elkaar. Ik ga in het zand zitten en staar naar de zee. Die ziet er mooi maar angstaanjagend uit. Als ik nu te ver zou doorzwemmen, zou ik binnen de korste keren afdrijven op die zwarte golven en al snel geen land meer kunnen zien. Hoe zou het zijn om midden in de nacht rond te zwemmen in die koude, zwarte wereld die er aan alle kanten hetzelfde uitziet? Zou je dat kunnen overleven? Of zou je binnen de korste keren kramp krijgen en verdrinken, of gewoon onderkoeld raken en langzaam doodvriezen? Ik schud mijn hoofd, alsof ik die gruwelijke gedachten daarmee kwijt kan raken. Ik moet niet aan dat soort dingen denken. Zolang ik hier zit, kan er niets gebeuren. Ik bepaal zelf of ik de zee in loop, en ik weet heel zeker dat ik dat absoluut niet van plan ben. De zee is mooi om naar te kijken, maar ik hoef er absoluut niet in.
,,Hee, meisje!” Geschrokken draai ik me om. Eén lamstraal heeft zich losgemaakt van het groepje. Hij kijkt me aan met een lodderige blik die hij zelf ongetwijfeld erg sexy vindt. ,,Hee, meisje,” herhaalt hij. ,,Meisje, wat doe jij ’s avonds in je eentje op het strand?” ,,Dat gaat je niks aan,” antwoord ik. Ik hoop dat hij niet zal gaan zitten. Maar dat doet hij wel. Een hele avond op het strand met alleen zijn vrienden, allemaal te dronken om nog te weten hoe ze bij een disco kunnen komen: ik ben waarschijnlijk zijn enige kans om te scoren vanavond. ,,Moet je niet doen, joh,” zegt hij. ,,Is geváárlijk.”
,,Ja, omdat ik weleens aangerand zou kunnen worden door dronken idioten zoals jullie. Je hebt gelijk. Ik ga.” Ik sta op. Wat een klotezooi, hij heeft het helemaal verpest, mijn mooie stille moment.
De dronken jongen springt ook overeind. ,,Nee, niet weggaan! Ik wilde alleen maar vragen of je… of je… of je bij ons wilt komen zitten.” Zijn dronken vrienden hebben het blijkbaar gehoord, want ze beginnen allemaal te joelen. Ik meen er zelfs eentje “Dieter heeft béét!” te horen roepen. ,,Je hebt niet beet,” antwoord ik snibbig. ,,Als je het dan zo graag wilt weten: ik ben naar het strand gegaan omdat mijn VRIENDJE niet terug smst, en ik gek word van het niet horen van het geluid van mijn telefoon.” Ik sta verbaasd over mezelf. Wat vertel ik allemaal aan deze vreemde? ,,Ahhh,” roepen zijn vrienden in koor. ,,Kom bij ons zitten,” herhaalt de dronken jongen, die blijkbaar Dieter heet. ,,We hebben drank. Dat kun je wel gebruiken. En we zullen je niet aanranden.”
,,Hoe weet je dat zo zeker?” Het is toch wel het stomste wat je als meisje kunt doen: ’s avonds laat in een vreemd land met een stel vreemde, stomdronken jongens op een verlaten strand gaan zitten. Maar hij kijkt me recht aan, en hij lijkt al wat nuchterder dan net. ,,Wij zíjn zo niet! Jezus, hoe denk jij over jongens? De meeste jongens zijn zo niet, hoor.”
En ze hebben drank. Dit is één van de zeldzame momenten waarop ik het gevoel heb dat ik wel een borrel kan gebruiken. En ik wil het leuk hebben zonder Jesse. Ik wil niet aan Jesse denken. Ik knik. ,,Oké dan. Kom maar op met die alcohol.”

31. Thijs
Ik kijk de verlaten weg af. Een taxi nemen lijkt makkelijker gezegd dan gedaan. Toen we hier anderhalf uur geleden liepen, leek deze straat bij nacht ook heel levendig te zijn. Maar nu is het enige geluid dat we horen, het gedreun van de bassen uit de disco. Om de één of andere reden zie ik het niet zo gebeuren dat hier snel een taxi zal langskomen. Waarschijnlijk moet je een nummer bellen en een taxi bestellen, net zoals in Nederland. Maar ik weet niet wat dat nummer is. En mijn Frans is te slecht om het aan iemand te vragen. En als ik het nummer dan eindelijk zou krijgen, zou mijn Frans weer te slecht zijn om hier foutloos een taxi voor onze neus te krijgen. Kortom; we zitten vast.
Sterre lijkt niet te merken dat onze kansen op het krijgen van een taxi niet al te groot zijn. Ze staat naast me te vloeken. ,,Wat een lul, wat een klootviool, wat een…” ,,Wil je me nou eindelijk eens vertellen wat er eigenlijk gebeurd is?” onderbreek ik de scheldcannonade. Dat heeft ze me namelijk nog niet eens verteld. Ze liep weg om met één of andere gast te versieren, kwam briesend terug en kondigde aan dat ze naar huis wilde. Verder heeft ze er nog geen woord over losgelaten, behalve een heel aantal scheldwoorden aan het adres van degene die haar zo beledigd heeft. ,,Ik vroeg een jongen of ik iets te drinken van hem kreeg,” zegt ze knarsetandend. ,,En dat kreeg ik dus niet. Omdat ik volgens hem ‘zo’n soort meisje’ ben. Eén of andere slet, dus. En dat dacht meneer in één oogopslag te zien. Wat een eikel.” Maar met zo’n openingszin kun je dat ook wel een beetje verwachten, denk ik bij mezelf. Maar dat zeg ik natuurlijk niet. ,,Als dat alles is,” probeer ik het te relativeren. ,,Kom op Ster, trek het je niet zo aan. You win some, you lose some.” Maar om de één of andere reden lijk ik haar de laatste dagen alleen maar te verliezen.
,,Kom, we gaan lopen,” zeg ik, haar meetrekkend. ,,Lekker langs het strand. Een taxi komt hier toch niet.” ,,Ik ben te moe om te lopen,” klaagt ze. ,,Ik wil zitten.”
,,En twintig euro betalen? Kom op, de camping is niet zo ver. Op de heenweg ging het toch ook?”
,,Toen had ik nog een klein beetje energie in mijn donder. Echt, Thijs, ik kán niet meer.”
Ik weet al waar dit heen gaat. Ik zucht. ,,Goed, goed, ik draag je wel. Maar niet de hele weg, hoor.” Om de één of andere reden lijkt ze dat laatste niet te horen. Met hernieuwde energie klimt ze op een bankje en geroutineerd hijst ze zichzelf op mijn rug. Ze slaat haar armen om mijn nek en leunt met haar hoofd tegen het mijne. Ik voel me warm worden vanbinnen. Ach, ik kan haar best de hele weg dragen. Ze is helemaal niet zo zwaar.
Het is een tijdje stil tussen ons, terwijl ik het strand op loop. Een paar kilometer met Sterre op mijn rug door het mulle zand ploeteren, een hele inspanning aan het eind van de dag. Maar zo heb ik tenminste nog eens iets aan al die avondjes fitness. Ik kijk naar de zee. Sterre zucht. ,,Wat is het hier mooi, ’s nachts.”
,,Zeg dat wel.”
,,De anderen weten niet wat ze missen.”
,,Die moeten straks ook lopen, als Micha eindelijk heeft besloten dat hij naar huis wil.”
,,Maar die lopen echt niet langs het strand. Die nemen gewoon weer de weg die we heen genomen hebben.”
,,Waarschijnlijk omdat ze te zat zijn om iets anders te bedenken.”
,,Of omdat ze jou niet hebben. Jij komt altijd met van die mooie ideeën.”
,,Jij vond het in eerste instantie anders helemaal niet zo’n mooi idee.”
Ze giechelt een beetje schuldig. ,,Maar nu wel.” Ik neem haar niet eens kwalijk dat ze mijn idee alleen goed vindt als ik haar draag. Zo is Sterre nou eenmaal. Ik hijs haar nog eens op en loop door, hoewel mijn voeten bij iedere stap verder in het zand lijken te zakken. Ze zucht. ,,Waarom zijn heterojongens nou nooit zo lief als jij?” Zo duidelijk heeft ze haar vermoeden nog nooit uitgesproken. Het komt waarschijnlijk door de drank. Beseft ze wel wat ze zegt? Dat zal wel niet. Ze gaat er gewoon van uit dat ik homo ben. En ik heb nooit iets gedaan om dat vooroordeel de wereld uit te helpen. Misschien is het nu tijd om dat te gaan doen. Ik haal diep adem. ,,Sterre, ik…” begin ik. Maar opeens slaakt ze een gil, waarvan ik zo schrik dat ik bijna struikel en samen met haar omval. ,,Thijs, kijk daar! Is dat Amy?” Ik kijk in de richting die ze aanwijst. Mijn mond valt open. Een paar meter van ons vandaan heeft Amy net haar string in het zand gegooid. Samen met vier onbekende jongens rent ze gillend van plezier de koude, donkere zee in.

32. Micha
De disco raakt leger en leger. De meeste mensen hier zijn vandaag aangekomen en willen zo langzamerhand wel gaan slapen. Het meisje waarmee ik stond te praten werd meegetrokken door haar vriendinnetjes. Suzette heette ze. Leuk grietje wel. Ik hoop dat ik haar nog eens tegenkom, en dan wat vroeger op de avond, zodat ze niet mee naar huis moet met een stelletje zuurpruimpjes op het moment dat we elk moment kunnen gaan zoenen. Nou ja. Pech gehad. Ik zie het maar als voorwerk. En het scheelt natuurlijk ook weer eventueel gezeik. Ik zou hoe dan ook alleen naar huis zijn gegaan. Ik ga altijd alleen naar huis. Geen gezeik voor mij.
Een hand op mijn schouder. ,,Heeft ze je laten zitten?” Ik kijk achterom. Sam staat me wazig glimlachend aan te kijken. Oei, die heeft flink lopen kantelen vanavond, zo te zien. ,,Nee, haar vriendinnen wilden naar huis,” zeg ik schouderophalend. Sam giechelt dommig. ,,Naar huis? Wonen ze hier in de buurt dan?” ,,Naar de tent,” verduidelijk ik zuchtend. Ze rolt met haar ogen en wankelt even. Ik grinnik. ,,Dat kun je beter niet doen als je lam bent.” ,,Wat niet?” vraagt ze niet-begrijpend. ,,Ach, laat ook maar,” zegt ze er meteen achteraan. ,,Zullen we dansen?” Ik kijk naar de half lege dansvloer. Ik heb eigenlijk ook wel zin om mijn bed in te duiken. Ik ben een groot voorstander van weggaan op het hoogtepunt. En zo te zien is het hoogtepunt hier alweer even geleden. Bovendien lijkt Wout er ook niet veel meer aan te vinden. ,,Morgen, goed?” beloof ik haar dus. ,,Volgens mij gaat deze tent zo sluiten. Je moet altijd ergens weg zijn voor de lichten aan gaan.” Ze pruilt. ,,Maar ik heb de hele avond nog niet met je gedanst.” Oké, het is officieel: ze is straallazarus. Ik sla mijn arm om me heen. Meteen komt ze helemaal tegen me aan hangen. ,,Kom, we gaan naar huis,” zeg ik terwijl ik haar zachtjes meetrek. Ze giechelt dommig. ,,Hihi, nou zeg jij het ook al. Wonen we hier dan?”
,,Dat mocht je willen, dronken lor. Je moet nog een flink eindje lopen.” Ik geef Wout een seintje. Hij klokt zijn biertje achterover en komt onze kant op. ,,Gaan we?” Ik knik. ,,Ja, lijkt me wel het beste.” Ik maak een hoofdbeweging naar Sam. Hij grinnikt. ,,Kan ze lopen?”
,,Ze zál lopen. Ik ga haar mooi niet dragen omdat zij toevallig tien wijntjes achterover geslagen heeft vanavond.” Meteen komt ze wat zwaarder tegen me aan hangen. ,,Het waren er geen tien. Iemand heeft met mijn drankje gerotzooid. Het waren er maar… vier of vijf.” Iemand heeft met haar drankje gerotzooid, ja hoor. Dat soort dingen zegt ze altijd als ze per ongeluk weer eens knetterlam is geworden. ,,Onzin,” zeg ik beslist. ,,Je kunt gewoon niet zo goed tegen drank als je zou willen.” Wout houdt de deur voor ons open. Ik sleep haar naar buiten. ,,Nee, ik wil niet nu al weg,” piept ze. ,,Ik wil nog met je dansen.”
,,Niks ervan. Jij gaat je roes uitslapen.”
,,Maar ik heb geen zin om te lopen. Kunnen we geen taxi bellen?”
,,Ik zou niet weten hoe dat werkt hier. Kom op, op de heenweg was het ook niet zo ver.” Ze kreunt aanstellerig. ,,Ik kan niet meer.”
,,Je kon nog wel met me dansen. Dan kun je ook best lopen.” Ik laat haar los. Even lijkt ze te overwegen om zich op de grond te storten als een driftige peuter in de supermarkt, maar gelukkig komt ze gewoon in beweging, al kijkt ze er chagrijnig bij. Ik hoop dat de terugweg sneller gaat dan de heenweg.