Dag een
Mijn wekkerradio springt aan om 8.13, zodat ik met een liedje wakker word en niet met het gelul van één of andere dj. Ik heb het precies zo uitgekiend. Dertien minuten over is de ideale wektijd. Een liedje vult mijn kamer.
Could it be I’m suffering because I’ll never give in
Won’t say that I’m falling in love
Mooi. Die moet ik downloaden. Als ik terug ben. Want langzaam begint de gedachte door te dringen: ik ga op vakantie vandaag. Met mijn vrienden. Met Micha. Op wie ik verliefd ben. Al heel lang. Iedere keer dat we op vakantie gaan hoop ik dat er dit jaar iets tussen ons zal gebeuren. Nu weer. Tegen beter weten in eigenlijk, want als er iets tussen ons had kunnen gebeuren, dan was dat inmiddels allang gebeurd. Maar toch is er ieder jaar weer iets waar ik hoop uit put. Dit jaar is dat het feit dat het uit is tussen hem en Digna. Dat is een hele mooie stap in de goede richting. En ik ben drie kilo afgevallen. Dat ook.
Ik voel het enthousiasme borrelen vanbinnen. Ik kan niet langer rustig blijven liggen. Ik moet eruit. Ik zet de radio uit en spring onder de douche. Tevreden laat ik mijn handen over mijn buik glijden. Wow, wat kunnen een paar kilootjes een verschil maken. Ik moet het zo houden. Niet teveel eten op vakantie, vooral niet zoveel snacks. Hopen dat de anderen niet elke avond bij de Mac willen eten.
Ik sla een grote badhanddoek om en wikkel een andere om mijn haren. In de grote passpiegel in mijn kamer bekijk ik mezelf. ,,Deze vakantie gaat het gebeuren,” zeg ik tegen mijn spiegelbeeld. ,,Deze vakantie wordt perfect. Niets kan mij nog tegenhouden.” Volgens mijn nieuwste zelfhulpaanwinst – Affirmations: praat jezelf naar een succesvol leven – helpt het om dit soort dingen te zeggen tegen jezelf, met name als je voor de spiegel staat. Affirmations noemen ze het. Ik heb het idee dat het me wel geholpen heeft om die paar kilo te verliezen. Iedere morgen zei ik tegen mezelf dat ik alleen maar gezonde en voedzame dingen zou eten. En voilá, drie kilo eraf. Maar dat kan ook komen doordat mijn moeder me heel goed geholpen heeft en niets calorierijks in huis heeft gehaald.
Ik trek mijn mooiste spijkerbroek aan en een eenvoudig, bordeauxrood shirtje dat mooi staat bij mijn kastanjebruine haar. Mijn haar vind ik zonder twijfel het mooist aan mezelf. Ik borstel het en schuif er een brede zwarte haarband in. Ik doe een beetje make up op, maar niet zoveel dat het opvalt. Daar hou ik niet van. Eigenlijk is het belachelijk dat ik me zo op sta te tutten, denk ik opeens. Het object van mijn liefde heeft mij al zo vaak gezien, en in zoveel verschillende outfits en toestanden, dat het hem hoogstwaarschijnlijk niet opvalt dat ik er nu op een subtiele manier mooier uit probeer te zien dan normaal. Maar in mijn fantasie maakt het altijd verschil. In mijn fantastie denkt hij opeens: wat is die Sam eigenlijk een mooie meid, ik geloof dat ik verliefd op haar aan het worden ben.
Ik besluit het ontbijt over te slaan en begin zorgvuldig stapeltjes te maken van mijn mooiste kleren. Ik vind pakken leuk. Het is een sport om er met zo min mogelijk kleren de hele week zo mooi mogelijk uit te zien. Ik heb het dit jaar slim bedacht: alles wat ik meeneem kan met elkaar gecombineerd worden. Mijn jurkjes kunnen los, en als shirtje over een spijkerbroek. Mijn shirtjes en topjes passen bij alletwee de rokken die ik meeneem, én bij allebei de broeken. Ook mijn zwarte vestje en mijn spijkerjasje zullen nergens raar bij staan. Nu nog een beetje biotex mee om de boel daar te kunnen wassen, en mijn tas is zo een paar kilo lichter dan die van de andere meiden. En ik zal er de hele week goed uit zien met een minimum aan moeite.
Als al mijn kleren en schoenen in mijn tas zitten, heb ik er even genoeg van. De rest komt straks wel. Even een pauze. Ik trek mijn bureaula open en vis het album met de foto’s van vorig jaar eruit. Ik plof neer op mijn bed om ze te bekijken. Vorig jaar gingen we naar Blanes, in Spanje. We hebben eigenlijk vooral op het strand gelegen, en ’s avonds gingen we uit natuurlijk. Ideaal. Voor mij tenminste, een paar anderen liepen te zeuren dat ze meer wilden dóen. Dus dit jaar wordt onze vakantie wat actiever. Dat vind ik ook prima. Het maakt mij eigenlijk weinig uit allemaal, zo lang het maar gezellig is. En dat was het vorig jaar. Ik laat alle foto’s door mijn handen gaan en voel me nóg enthousiaster worden. Als het dit jaar maar half zo leuk wordt, ben ik al dik tevreden. Ik grinnik als ik de beruchte foto zie van Thijs in het jurkje van Sterre. Sterre staat ernaast in een zwart t-shirt en broek van hem. De kleren slobberen om haar heen en de broek blijft maar nét op haar heupen hangen, maar ze staat er – zoals altijd - bij alsof dit de meest verleidelijke outfit is die ze ooit gedragen heeft. Anderen irriteert die houding weleens, maar ik vind het juist het geweldigste aan Sterre. Dat zelfvertrouwen. Zij heeft geen affirmations nodig, zij denkt van nature op die manier.
Ik zie een paar blije groepsfoto’s, een foto van de jongens omringd door bierflesjes, Amy die ligt te slapen op het strand (of doet alsof omdat ze geen zin heeft om te praten), Wout die met zijn gameboy zit te spelen (zou hij die dit jaar weer meeslepen of zou hij daar inmiddels overheen gegroeid zijn?), Micha die Digna van een opblaaskrokodil af probeert te duwen, alle meiden met een enorme sorbet, en dan mijn allerfavorietste foto: Micha en ik, zelf genomen. Het is zo’n typische zelf genomen foto: onze gezichten dichtbij elkaar, groot, breed lachend en een beetje wazig. Ik zou ‘m willen inlijsten, maar ik vermoed dat de rest dat toch een beetje vreemd zou vinden. Niemand weet hoe verliefd ik op Micha ben. Ik hou dat soort dingen altijd voor mezelf. Ik wil niet dat de anderen zich ermee gaan bemoeien. Ik zit niet te wachten op hulp en advies. Bovendien wil ik niet dat ze denken dat ik een berekenend kreng ben dat haar zinnen heeft gezet op het exvriendje van Digna (wat, toegegeven, ethisch een beetje moeilijk ligt). Ik wil dat ze denken: hé, er ontstaat iets tussen Micha en Sam. Hé, ze vinden elkaar echt leuk. Hé, was is het eigenlijk een leuk stel. Hé, ze zijn zo leuk samen dat we er niks van gaan zeggen dat het eigenlijk een rotstreek is tegenover Digna. En Digna zegt dan hopelijk dat het niet erg is omdat ze ziet dat wij veel beter bij elkaar passen, en omdat ik haar vriendin ben en ze me dat geluk gunt.
Ik stop de foto’s weer in het mapje en pak meteen mijn digitale camera, om die toch vooral niet te vergeten. Dit jaar ga ik weer mooie foto’s maken. Nog mooiere dan vorig jaar. Deze vakantie wordt perfect. Niets kan mij tegenhouden.
6. Wouter
Zo. Dat is klaar. Ik heb net een paar willekeurige stapels kleren in mijn tas gegooid, hopelijk genoeg voor tien dagen. En anders heeft er vast wel iemand Biotex bij zich. Nu komt het leukste: muziek uitzoeken. Wat wordt de soundtrack van deze vakantie?
Ik ga voor mijn cdkast staan en laat mijn ogen over de titels gaan. Ze staan gesorteerd op alfabetische volgorde, iets waar ik erg trots op ben. Bijna alle genres zijn vertegenwoordigd. Ik ben een muzikale veelvraat. Ik hou van obscure bandjes die geen hond kent, en van goeie top 40-hits. Ik kan losgaan op een goed trancenummer en headbangen op snoeiharde rock. Noem een genre, en ik heb er een cd van in mijn kast staan, of op z’n minst een nummer op mijn computer. Mijn mp3-speler heb ik gisteren al helemaal vol geladen met de beste nummers van mijn vele playlists. Op zich is dat al genoeg voor een hele week, maar ik wil ook mijn discman meenemen. Stel dat de batterij van mijn mp3 voortijdig opraakt. Voor mij geldt: een dag geen muziek geluisterd, een dag niet… precies.
Een hele tijd sta ik naar mijn cd’s te staren, en dan pak ik er een paar uit, trefzeker en bijna zonder erbij na te denken. Ik heb besloten. Talky Walky van Air; Greatest Hits van Lenny Kravitz; Naar Huis van Acda en de Munnik; We don’t give a f*** van The Evil Twins; Strange Little Girls van Tori Amos; Monkey Business van de Black Eyed Peas; Spirit van Jewel en één van mijn nieuwste aanwinsten, A Fever You Can’t Sweat Out van Panic! At The Disco. Voorzichtig haal ik de schijfjes uit de doosjes en stop ze in de vakjes van mijn cd-hoesje. Ik stop al mijn muziek bij mijn handbagage, samen met het boek dat ik deze vakantie wil gaan lezen, Vernon God Little van DBC Pierre. Ik vul mijn toilettas nog even snel met de hoognodige spullen en rits mijn tas dicht. Ik ben er klaar voor. Tas, check. Slaapzak, check. Handbagage, check. Gitaar… check? Twijfelend staar ik de grote zwarte hoes waarin mijn gitaar huist. Zou dat mogen? Er stond in de brief dat we een weekendtas, een slaapzak en handbagage mochten meenemen. Er stond niets over gitaren. Hebben ze wel gelijk in ook. Als iedereen een gitaar gaat lopen meeslepen zit dat bagageruim snel vol. Maar toch. Ik wil ‘m zo graag meenemen. Vorig jaar was het de moeite nog niet echt, maar nu kan ik eindelijk fatsoenlijk spelen. Het lijkt me heerlijk om ’s avonds voor de tent een beetje te zitten tokkelen. Ik hoef echt geen hele kampvuurtaferelen waarbij de halve camping om me heen zit te blèren. Gewoon een beetje zitten spelen, in mijn eentje. Er is nou eenmaal één ding waar ik misschien nog wel meer van hou dan van muziek luisteren: zelf muziek maken. Als ik mijn piano zou kunnen meeslepen, zou ik het doen, serieus. En nu heb ik een gitaar. Zal ik het proberen? Of zou ik dan meteen voor lul staan bij die hele bus? Ben ik dan de rest van de vakantie “die gast die zijn gitaar wilde meenemen”?
Bij twijfel: altijd Micha bellen. Hij geeft altijd het beste advies. Nu ook weer. ,,Gewoon doen, man! Dat is toch cool! Neem ‘m mee als handbagage, ze hebben niks gezegd over hoeveel je mee mag nemen die bus in.”
,,Maar dan zit ik wel de hele tijd met dat ding op schoot.”
,,Ja, je wilt ‘m meenemen of niet.”
Daar zit wat in. ,,Oké,” zeg ik. ,,Ik doe het.”
,,Mooi zo!” zegt Micha tevreden. ,,Dan zie ik je zo. Ik moet nog even de laatste dingen in mijn tas gooien. Ik heb weer veel te lang liggen pitten vandaag.”
Grinnikend hang ik op. Ik moet zorgen dat ik met Micha in de tent terecht kom; met die gast in de buurt kun je je gewoon nergens zorgen over maken. En je ontmoet ook nog eens leuke mensen, want Micha is zo iemand die iedereen aanspreekt.
Leuke mensen. Daar kan ik er verdomme wel een paar van gebruiken. Leuke meiden, bijvoorbeeld. Een leuk meisjes dat de wonderbaarlijke eigenschap bezit dat ze mij ook leuk vindt. Leuk genoeg om me te ontmaagden. Want ik ben anderhalve week geleden twintig geworden, en ik ben nog maagd. Wat dus eigenlijk synoniem is voor “een loser”. Een loser die geen vrouw kan krijgen. Zielig.
Gek eigenlijk: als een meisje twintig is en nog maagd, vindt iedereen dat iets moois hebben, iets liefs, iets goeds. Ze bewaart zichzelf. Ze heeft trots, ze geeft zich niet zomaar aan de eerst de beste boerenlul. Maar een jongen van twintig die nog maagd is wordt in het slechtste geval een treurig geval gevonden, en in het beste geval (door kleffige meisjes) “schattig” genoemd. Schattig is eigenlijk ook een soort treurig. In mijn wereld in ieder geval wel.
Dus: deze vakantie gaat het gebeuren. Dat heb ik met mezelf afgesproken. Ik wil niet meer als maagd door het leven. Ik wil niet meer hoeven liegen om mee te kunnen praten met de rest. Ik wil het op z’n minst één keer meegmaakt hebben. En het hoeft echt niet perfect te zijn. Al doe ik het in de duinen met een of andere Breezerslet. Als ik het maar gedáán heb, één f*cking keer in mijn leven.
,,Wout!” hoor ik mijn vader onder aan de trap brullen. ,,Wou je nou nog dat ik je naar de bus breng of niet?” ,,Kom eraan!” roep ik terug. Ik grijp mijn weekendtas, slaapzak, Eastpak én mijn gitaar en kijk nog even mijn kamer rond. Niets vergeten? Nee, waarschijnlijk niet. Oké. Hopelijk kom ik hier terug als echte man.
7. Digna
Oh shit, fuck, en alle andere vreselijke scheldwoorden die je maar kunt bedenken. Op vakantie gaan is een ramp voor mensen zoals ik. We zouden er verdomme professionele begeleiding in moeten krijgen. “Veilig op vakantie voor chaoten” zouden ze het kunnen noemen. Zou dik veel geld in zitten volgens mij.
Oké. Ik moet over een uur bij de bus zijn en ik heb de volgende problemen:
1. Ik ben mijn identiteitskaart kwijt (natuurlijk)
2. Mijn tas is nog maar half ingepakt (zoals altijd)
3. Ik heb geen eten voor onderweg (was te verwachten)
4. Ik ben de stop van mijn luchtbed kwijt (shit)
Ik voel me een zielige parodie op Bridget Jones. Volgens mij is zij hier nog handiger in dan ik. Ik kijk maar weer eens op de klok. O kut, over vijfenvijftig minuten moet ik in die bus zitten. Hoe lang is het fietsen? Een kwartier ofzo? Dat betekent dat ik nog veertig minuten heb om mijn problemen om te lossen. Ik moet het systematisch aanpakken. Beginnen bij het ernstigste. Dat is zonder twijfel mijn identiteitskaart. Of het gebrek daaraan. Zonder dat kreng kom ik het land niet eens uit.
Er is maar één oplossing voor dit probleem: zoeken. Zoeken, zoeken, zoeken. Het handige aan zoeken is dat je het snel kunt doen. Ik begin beneden met ons beruchte rommel-ladekastje. Eén voor één begin ik de laden door te spitten. Ik vind van alles. Oude portemonnees, oude pasjes met afschuwelijke pasfoto’s, pennen, vage doosjes, gebruiksaanwijzingen, kapotte afstandsbedieningen, scharen, paperclips, splitpennen, een oud dropje, een foto van mijn ouders in gelukkiger tijden, de stop van mijn luchtbed (hoera! Alvast één probleem minder!), een casettebandje, een gratis cdrom van een provider, een enorme mobiele telefoon uit de steentijd, een speelkaart, een oorbel, een flesje uitgedroogde nagellak, een tarotkaart, een kapot horloge, twee kleurpotloden, een doosje spijkers, een tandenborstel, een condoom (ieuw! Ieuw! Ieuw!), een uitnodiging voor één of ander gala… maar niet mijn identiteitskaart. Kwalitatief Uitermate Teleurstellend. Ik kijk weer op de klok. Nog een half uur voor ik weg moet. Met bevende vingers steek ik een sigaret op. Ik weet dat ik eigenlijk gestopt ben, maar in stresssituaties als dit kan ik het gewoon onmogelijk laten. Waar kan mijn identiteitskaart nog meer liggen? Denk helder na, Digna. Ik zuig de rook naar binnen en ga in mijn hoofd alle logische plaatsen af. Overal heb ik al gekeken. Oh, verdomme. Ik moet dat ding hebben, anders kan ik die hele vakantie wel vergeten. Of zal ik het er gewoon op gokken? Gewoon in de bus gaan zitten en hopen dat ze er niet naar vragen bij de grens? Maar stel dat ze er dan wél naar vragen? Dan zetten ze me de bus uit. Sta ik daar met al mijn spullen bij één of ander douanehokje in de middle of nowhere. Niet echt een relaxed scenario. Maar wat dan? Hier nog een keer het hele huis ondersteboven keren? Heb ik eigenlijk al in de keukenladen gekeken? In een vlaag van hoop ren ik naar de keuken en begin woest de laden door te spitten. Ook hier geen identiteitskaart te bekennen. Ik kan wel janken. Ik heb nog vijfentwintig minuten voor ik op de fiets moet zitten. Over drie kwartier word ik bij die klotebus verwacht. En ik ben verre van klaar. Paniekerig grijp ik mijn mobiel en bel Amy, de meest georganiseerde van onze vriendengroep. Het zou me niks verbazen als zij nu al op de bus zat te wachten, van top tot teen bepakt en bezakt met alles wat ze in de kleinste noodgevalletjes maar nodig zou kunnen hebben.
Na twee keer rinkelen neemt ze de telefoon al op. ,,Hee, Digna.” Ze klinkt niet echt vrolijk. Niet als iemand die enthousiast is omdat ze op vakantie gaat. Dat was ik een uur geleden wel. Voordat ik er achter kwam dat ik het aller-, allerbelangrijkste kwijt ben. ,,Ik heb zo’n enorm probleem!” barst ik los. ,,Ik moet mijn halve tas nog inpakken en ik ben mijn ID-kaart kwijt! Ik heb overal gezocht en ik kan hem écht niet vinden en ik kan waarschijnlijk niet eens mee als ik hem niet heb!” Amy lacht zachtjes. ,,Rustig nou maar, Digna. Weet je niet meer wat je met je ID gedaan hebt?” ,,Zou ik je bellen als ik dat wist?” snauw ik. ,,Nou zeg,” reageert ze gepikeerd. ,,Ik probeer je alleen maar te helpen, hoor. Je hebt je identiteitskaart aan mij gegeven, weet je nog? Omdat je wist dat jij hem kwijt zou raken en ik niet.”
Een enorme opluchting maakt zich van me meester. ,,Verdomd, dat is waar ook! Amy, je bent een held! En ik ben echt een enorme sukkel. Ik was ook de stop van mijn luchtbed kwijt, maar die heb ik teruggevonden toen ik mijn ID-kaart zocht.”
,,Digna, je hoeft helemaal geen luchtbed mee te nemen. Er staan bedden in die tenten.”
,,Oh, echt?” De opluchting maakt plaats voor schaamte. Wat zal Micha wel niet van me denken als hij dit verhaal hoort?
,,Ga jij nou maar gauw je tas inpakken,” zegt Amy. ,,Je moet hier over drie kwartier al zijn.” ,,Oh ja. Ik ga aan de slag. Tot zo!”
Ik loop weer naar boven en begin mijn klerenkast te plunderen. Met pakken heb ik nooit zoveel problemen. Ik gooi gewoon wat leuke spullen in een tas en ik zie het wel. De ervaring heeft me geleerd dat het op vakantie geen zak uitmaakt wat je aanhebt. Je hebt echt geen minder leuke dag omdat ze dat ene topje niet hebt meegenomen, al is Sterre heilig overtuigd van het tegendeel. Maar ja, dat is dan ook Sterre. Sterre is er ook van overtuigd dat Micha en ik deze vakantie weer bij elkaar komen, als ik er maar voor zorg dat ik er sexier uitzie dan de andere meisjes in de disco. Nou, als het zo moet, dan hoeft het voor mij al niet eens meer. Als Micha me terug wil, moet dat zijn omdat hij míj mist, niet omdat ik er eens een keertje geil uitzie. En trouwens, ik weet ook helemaal niet of ik Micha wel terug wil. Ik zou het wel willen, maar het zou geen zin hebben. Micha is zo’n jongen die niet blijft. Die weg wil. Hij zou in staat zijn om een heel weekend knus bij me te logeren en dan opeens te zeggen: ,,Oh ja, trouwens, ik ga morgen een wereldreis maken. Ik zie je over een jaar wel weer.” Zo’n jongen is Micha. Daarom werkte het ook niet tussen ons. Toen hij me onomwonden vertelde dat hij en zijn vrijheid altijd op de eerste plaats zouden komen, dus boven mij, heb ik er een punt achter gezet. Met zo iemand kon ik niet verder. Lang leve de lol is leuk en aardig, maar als je al een halfjaar iets met elkaar hebt wordt het toch wel wat serieuzer dan dat. En dat werd het met Micha niet. Ik voelde dat ik aan de toekomst begon te denken, dat ik af en toe zelfs begon te praten in termen van “ons”. En Micha maakte me niet al te subtiel duidelijk dat ik dat dus beter niet kon doen. Voor mij hield het toen op. En hij gaf toe dat hij het “ook wel mooi geweest” vond. De klootzak.
Maar ja, het jammere is dus wel dat ik nu met hem op vakantie moet, denk ik terwijl ik lukraak wat handige toiletspullen in mijn toilettas smijt. Een dikke week met mijn ex. Officieel zijn we als vrienden uit elkaar gegaan, maar we zijn ook weer niet zulke dikke vrienden dat we vrijwillig met elkaar op vakantie zouden gaan. Maar ja, we horen nou eenmaal bij dezelfde vriendengroep, al jarenlang. Daarom was het in de eerste plaats al onverstandig om iets met hem te beginnen. Maar we hadden altijd zoveel lol, en we gingen zoveel met elkaar om, dat we op een avond in een dronken bui tegen elkaar zeiden dat we eigenlijk al iets met elkaar hadden, dat alleen de seks nog ontbrak. ,,Nou, zullen we dat dan ook maar doen?” stelde ik voor, en op dat moment leek het echt een fantastisch idee. En het was nog geweldig ook. We vonden de seks een welkome aanvulling op onze vriendschap, die nu dus opeens “relatie” heette. En wat er zou gebeuren als het uitging? Daar dachten we geen van beiden over na. Wij zijn geen “maar wat als…”-types. Wij leven allebei met de dag. Dat was ook wat ons bond.
Maar nu is het dus uit en ben ik niet alleen mijn vriendje, maar ook mijn beste vriend kwijt. Hoe ze ook hun best doen, de anderen kunnen dat gat niet opvullen. Micha was mijn allerbeste maatje, en iedereen weet dat je nooit een relatie moet beginnen met zo iemand. Maar ik weet nooit wat iedereen weet. Ik ben altijd degene die zo stom is om het wél te doen. En dan krijg je dit. Met hem op vakantie moeten en de hele week met je neus op de feiten gedrukt worden: het is in de verste verte niet meer zoals vroeger. En zo wordt het ook nooit meer.
Oké. Nog vijf minuten. Het ziet ernaar uit dat ik mijn eerste levensbehoeften wel ingepakt heb. En als ik nog iets vergeten ben, koop ik dat daar wel. Eten voor onderweg haal ik wel bij één van die peperdure wegrestaurants. Ik gooi nog even snel een boek, een dikke trui en mijn mp3-speler in mijn rugzak voor onderweg. Dan ben ik klaar. Ik hijs mijn backpackersrugzak op mijn rug, hang mijn rugzak met handbagage onelegant op mijn buik , slinger het tasje met mijn slaapzak over mijn schouder en spring op de fiets. Waar ik die zometeen kwijt moet zie ik daar wel weer. Ik heb het tot nu toe overleefd. Ik ga het redden. Maar wat zal ik blij zijn als ik veilig met al mijn spulletjes in de bus zit.
8. Sterre
,,We moeten naar de bus,” zegt Thijs. ,,Als we nog een beetje relaxed willen zitten tenminste.” Ik kijk onrustig om me heen. ,,Heeft Digna nou al een plekje voor haar fiets gevonden?” Ik zie haar rondjes rijden in de verte. Ik zucht. ,,Nee dus,” beantwoord ik mijn eigen vraag. ,,Dit is ook weer typisch Digna,” zegt Thijs zachtjes. ,,Wie haalt het nou weer in zijn domme hoofd om op de fiets te komen op zo’n dag?” ,,Ja, dat kan er maar één zijn,” beaam ik. ,,Ik hoop niet dat ik met haar in de tent terecht kom. Ik kan niet tegen dat chaotische gedoe de hele tijd. Mens, ruim je spullen dan ook op, denk ik dan.” ,,Dat vindt ze niet belangrijk,” zegt Thijs. ,,Ze vindt dat dat haar vakantie verpest.”
,,Alsof je vakantie niet verpest is als je je digitale camera kwijt bent omdat die bedolven ligt onder de rotzooi.”
,,Ja, maar probeer haar dat maar eens te vertellen. Dan krijg je meteen zó’n bek.”
We zien hoe Digna haar fiets met grof geweld tussen twee andere fietsen in ramt. ,,Daar is minstens één remkabel gesneuveld,” merkt Thijs droog op. Ik grinnik. ,,Ja, en van die fiets kan ze alle onderdelen straks bij elkaar gaan zoeken, als we terugkomen.”
Ze komt onze kant op. Snel pakken we onze spullen bij elkaar. Amy staat al ongeduldig achterom te kijken. ,,Komen jullie?” roept ze ten overvloede. ,,Anders kunnen we niet meer bij elkaar zitten, hoor.” Digna heeft zich inmiddels bij ons gevoegd en haalt haar schouders op. ,,Dat kunnen we toch al niet. Heb je niet gezien hoe vol die bus al is?” ,,Nee, maar ik ben er ook niet vier keer omheen gefietst,” reageert Amy snibbig. ,,Zonde,” zegt Digna lackoniek. ,,Misschien was je wat vrolijker geweest als je dat wel gedaan had.” Amy snuift even en draait zich om. Digna heeft wel gelijk, ze komt chagrijnig over vandaag. Misschien mist ze de liefde van haar leven. Alsof die niet een weekje kan wachten. Kijk, daarom wil ik nou altijd single zijn als ik op vakantie ga. Het is zo zonde als je iemand gaat lopen missen. En op vakantie ontmoet je de leukste mensen. Al moet ik zeggen dat ik er daar nog niet heel veel van gezien heb vandaag. Misschien zitten ze al in de bus. Ik hoop dat de busreis een beetje gezellig wordt. Dan ontmoeten we vast wel wat relaxte lui. Ik zal zorgen dat ik degene ben die naast een onbekende moet zitten. Dan zoek ik daar een leuke onbekende voor uit.
Thijs stoot me aan. ,,Ik kan echt niet geloven dat Wout zijn gitaar heeft meegenomen.” Ik giechel. ,,Nee, inderdaad. Waar denkt-ie dat ding de hele reis te gaan laten?” ,,Op schoot, lijkt me,” bemoeit Digna zich ermee. ,,Waar anders?” ,,De hele reis met een gitaar op schoot,” zeg ik sarcastisch. ,,Dan moet je wel verdomd veel van dat ding houden.”
,,Dat doet Wout toch ook. Muziek is zijn hele leven. Hij zal ook wel zijn halve muziekcollectie hebben meegenomen. Net zoals jouw halve kledingcollectie in je tas zit, zeg maar.”
Shit. Daar heeft ze me. Digna zegt altijd precies waar het op staat. Ik betrap mezelf er zelfs op dat ik denk: ik had een plastic tasje met extra kleding op schoot kunnen houden, waarom heb ik daar nou niet aan gedacht?
Een dikke buschauffeur leest namen op. Sam draait zich naar ons om. ,,Wij zijn!” roept ze. Het enthousiasme spat van haar af. Ze straalt helemaal. Ze moet wel verdomd veel zin in deze vakantie hebben. Ach, zo was ze vorig jaar ook de eerste dagen. Naarmate de week vordert wordt ze altijd wat stiller. Logisch, het is onmogelijk om de hele week zo te blijven.
We wurmen ons met onze spullen tussen de vakantiegangers door en sluiten bij de rest aan. Eén voor één geven we onze tassen aan de dikke chauffeur. Hij werpt een kritische blik op Wouts gitaar. ,,En wat waren we van plan daarmee te gaan doen, jongeman?” Wout begint een beetje te blozen. ,,Hij neemt ‘m mee als handbagage,” antwoord Micha in zijn plaats. De chauffeur haalt zijn wenkbrauwen op. ,,Je moet het zelf weten. Je kunt ‘m nu trouwens toch niet meer naar huis brengen.” Hij lacht. Er klinkt een beetje leedvermaak in door. Wat een lul van een vent. Ik vind buschauffeurs nooit aardig, maar deze al helemaal niet. Expres geef ik mijn tas wat ruwer aan dan nodig is. Ik zie dat hij zwaarder is dan de chauffeur verwacht had. ,,Meid, meid,” zegt hij. ,,Je gaat maar tien dagen, hoor.” Nogmaals: een lul van een vent. Ik kan zo snel geen goeie tegenopmerking bedenken, dus ik glimlach maar wat.
Thijs pakt mijn hand. ,,Kom, we gaan vast plekjes zoeken. Ik wil naast jou.” Shit. Daar gaat mijn plan. Nou ja, we zullen vast wel wisselen onderweg. Ik laat me door mijn beste vriend mee de bus in trekken. Op naar het avontuur.
9. Amy
,,Kom Amy, wij gaan hier zitten.” Sam trekt me mee. Net voor de neus van een blond meisje dat helemaal in het wit gehuld is, ploffen we neer. Ze kijkt beteuterd. ,,Sorry,” zegt Sam vriendelijk. ,,Maar wij willen graag bij onze vrienden zitten, snap je?” Zonder iets terug te zeggen loopt het meisje weg. ,,Nou zeg,” zegt Sam. ,,Die is zeker met het verkeerde been uit bed gestapt.” ,,Je bracht het ook niet bepaald subtiel,” zeg ik voorzichtig. Ze haalt haar schouders op. ,,Ach, nu zitten we tenminste een beetje bij elkaar.” Voor ons zitten Micha en Wout. Achter ons zit Digna naast een onbekende jongen. Sterre en Thijs zitten aan de andere kant van het gangpad, een stuk meer naar voren. Ik Sterre giftig achterom kijken. Oei, zij had natuurlijk naast die jongen willen zitten. Nu moet ze de hele reis over make-up praten met Thijs. Sam heeft de blik ook gezien. ,,De godin van de jacht is boos dat ze niet kan toeslaan,” fluistert ze in mijn oor. Ik moet lachen. Ik geloof dat dit de eerste keer is vandaag.
Ik kijk uit het raam. Het is grijs buiten. Het plein ziet er grauw uit. Buiten staan nog een paar mensen die een of ander probleem hebben met de bagage. Een duif pikt in een vergeten krentenbol. Ik denk aan gisteren, toen ik met Jesse op het strand lag, toen de zon nog scheen. Ik voel een brok in mijn keel. Ik wil nog steeds niet weg. Ik wil nog steeds hier blijven. Hier, bij Jesse. Wat moet ik in godsnaam in Frankrijk als ik hier alles heb wat me gelukkig maakt? Ik haal mijn telefoon uit mijn zak een lees nog een keer het berichtje dat hij me vanmorgen stuurde. Lieffie, veel plezier op vakantie! Ga je missen! Love you! Xxx je vriendje. Niet huilen. Plezier maken. Niet huilen. Plezier maken. Als een mantra dreun ik het op in mijn hoofd.
De mensen die net buiten stonden komen nu naar binnen en nemen met veel vertoon de achterbank in beslag. De motor van de bus begint te brommen. Een paar mensen zwaaien door het raam naar mensen die achterblijven. Langzaam komen we in beweging. ,,Daar gaan we!” roept Sam uitgelaten. ,,We zijn op vakantie!” Micha lacht. ,,We zijn de stad nog niet eens uit, gekkie.” Sam glimlacht breed. ,,Weet ik. Maar toch heb ik al een vakantiegevoel.” Wout aait dromerig over de hoes van zijn gitaar. ,,Ik ook,” zegt hij. ,,Ik ga lekker gitaar spelen op het stand.” Ik ben benieuwd of hij nog zo blij is met dat idee als hij straks met die gitaar op schoot moet slapen. Maar ik hou mijn mond. Ik wil zijn plezier niet bederven. Ik staar weer uit het raam. Onwillekeurig kijk ik of ik Jesse ergens zie. Ik weet dat het niet kan; hij is op zijn werk. Hij is over drie uur pas klaar. Ik wou dat ik kon stoppen met aan hem denken, maar het lukt niet. Misschien kan ik hem vanavond nog even bellen als ik nog in België ben. Vanuit België naar Nederland bellen zal wel niet zo duur zijn.
Sam stoot me aan. ,,Hé Amy, gaat het wel? Je kijkt zo sip.” Ik probeer een glimlachje. ,,Ja hoor. Ik mis Jesse een beetje. Maar dat gaat wel over, hoop ik.” Digna komt opeens tussen onze stoelen in hangen. ,,Dat mag ik hopen, ja!” zegt ze met haar luide stem. De halve bus kan meegenieten. Ze merkt het niet. ,,Zuurpruimpje, je verpest het voor jezelf! Ik weet het goed gemaakt, je mag gewoon niet over Jesse praten van ons. Als je over hem praat ga je hem alleen maar meer missen.” Keiharde singleslogica. Ze snappen er ook niks van. Dan mag jij ook niet zeuren als je Micha met een ander ziet zoenen, denk ik. Maar ik zeg het niet hardop. Niet waar Micha bij is. Ik betwijfel of ik het wel zou durven zeggen als hij er niet bij was. Digna praat weer verder met de jongen naast haar. Sam legt haar hand op mijn been. ,,Tegen mij mag je wel over hem praten, hoor,” zegt ze zacht. Ik glimlach naar haar. Zij is tenminste een echte vriendin. Zij begrijpt me. ,,Ik ben gewoon zo intensief met hem bezig geweest, de afgelopen maanden,” zeg ik. ,,Het voelt zo leeg nu hij er niet is.” ,,Misschien is dat ook wel goed,” zegt ze. ,,Je moet ook zonder hem kunnen. Stel dát hij het ooit uitmaakt…” Ik schud mijn hoofd. ,,Dat doet hij niet,” zeg ik heel beslist. ,,Hij is mijn ware liefde. Dat voel ik gewoon. When you know, you know zeggen ze altijd. Nou, dat is ook echt zo.” Sam kijkt bedenkelijk. ,,Maar zelfs dan moet je nog wel zonder hem kunnen. Liefde is mooi, maar je moet ook weer niet afhankelijk van hem zijn. Stel, hij gaat opeens voor een jaar naar het buitenland.” ,,Dan ga ik mee,” zeg ik stellig. Dat weet ik zeker. Ik zou hier echt niet alleen achter blijven, een heel jaar lang. Jesse zou dat ook niet willen. Wij willen bij elkaar zijn, moeten bij elkaar zijn. Ik vertel haar over onze standdag van gisteren, en over de picknick en de ondergaande zon. Ze zucht. ,,Dat klinkt inderdaad heel romantisch. Zoiets heb ik nog nooit meegemaakt met een vriendje. Ik ben nog nooit verder gekomen dan de bioscoop.” ,,Ik eerst ook niet, hoor,” troost ik haar. ,,Daarom zeg ik ook: je wéét het gewoon als het anders is. Als het potentie heeft, voel je dat.” Ze staart dromerig voor zich uit. ,,Ja,” zegt ze. ,,Je voelt het.” Het lijkt wel alsof ze daarbij aan een speciaal iemand denkt. Zou ze verliefd zijn? Ik weet eigenlijk niets over haar gevoelens. Ze heeft het er gewoon nooit over. Maar dan kunnen ze natuurlijk nog wel diep zijn.
Ik merk dat ik me beter voel nu ik even over hem gepraat heb. Digna had ongelijk; over hem praten is juist goed. Dan lijkt het alsof hij er een beetje bij is. Ik ga lekker veel over Jesse praten deze vakantie, of ze het nou leuk vindt of niet.
10. Thijs
,,Goeiemiddag, dames en heren!” klinkt het opeens door de luidsprekertjes boven onze hoofden. ,,Ik ben Kees en ik ben samen met Jan-Erik hier jullie buschauffeur. Wij gaan jullie veilig naar jullie vakantiebestemming loodsen, tenminste, dat gaan we proberen…” Wat een grapjas. Niemand lacht. De stem zwijgt even, alsof hij hoopt dat het applaus toch nog zal komen. Als hij beseft dat dit niet gebeurt, schraapt hij zijn keel en gaat verder. ,,Eh… goed. Ik ben dus Kees en naast mij zit Jan-Erik. We wisselen elkaar om de paar uur af. We houden dan ook een stop waar je even de benen kan strekken, want dat is toch altijd wel lekker na een paar uur zitten. Goed. Jan-Erik en ik wisselen elkaar dus om de paar uur af en dan kunt u even de bus uit.” Ja man, dat hebben we al gehoord. Hij praat verder, over de verstelbare stoelen en het bustoilet en het avondeten en de plastic zakjes waar we ons afval in kunnen gooien en in kunnen braken, mocht dat nodig zijn (alweer zo’n topgrap). Ik dwaal af. Hoe ik die stoel moet verstellen snap ik wel. Ik kijk naar het voorbijschietende landschap. Ik kan niet wachten tot we Nederland uit zijn. Voor mijn gevoel is het dan pas echt begonnen. Helaas rijden we over Heerlen, dus het zal nog wel even duren voor we ons kikkerlandje achter ons gelaten hebben.
Sterre stoot me aan. ,,Snap jij die stoelen? Ik krijg die van mij niet naar achteren.” Ik kijk rond en zie de hele bus klungelen met hendeltjes. Sommige mensen krijgen opeens een stoel in hun maag terwijl ze als een bezetene aan hun eigen hendeltje zitten te trekken. Wat een ellende is dit toch altijd. Ik buig me naar Sterre toe. ,,Kijk, het is heel simpel. Je trekt dit naar voren terwijl je met je rug naar achteren duwt.” Ze probeert het. Ik probeer niet te zien hoe mooi haar borsten naar voren steken bij die beweging. ,,Kom nou eens hier,” zeg ik vaderlijk. Ik maak mijn gordel los en ga over haar heen hangen. ,,Jij duwt naar achteren, en ik trek aan dat hendeltje. Nu.” Met mijn hulp glijdt Sterres stoel soepeltjes naar achteren. ,,Zie je wel?” zeg ik zelfvoldaan. Ik zet de stoel weer terug en gesp mezelf weer vast. Mijn hart bonst.
Sterre zit onrustig om zich heen te kijken. Ik weet dat ze de hele bus aan het scannen is op leuke manspersonen. Kijk eens wie er naast je zit, denk ik bij mezelf. Ik schrik van deze gedachte. Zou ik dat willen, ten prooi vallen aan Sterre? Zou ik dat kunnen? Zou ik meer voor haar kunnen zijn dan die andere knullen?
Maar ik bén al meer, realiseer ik me. Ik ken haar. Die andere gasten niet. Ik zie geen mooi meisje om een tijdje lekker mee te neuken, ik zie wie zij écht is. Ik ken haar onzekerheden. Ik weet dat ze niet zo oppervlakkig als mensen soms denken. Ik weet hoe lief ze is. Ik ken haar zo goed, en zij kent mij niet. Niet zo goed als ze denkt. Van een heel belangrijk deel van mij heeft ze geen enkel benul. Eigenlijk is het oneerlijk. Ik kan door haar heen kijken terwijl ik zelf zoveel geheimen voor haar heb.
Ook nu weet ik wat ze denkt. Ik had haar niet mee moeten trekken. Ze wil helemaal niet naast mij zitten. Ze wil naast een andere jongen. Een jongen die ze nog niet kent. Ze wil nu al beginnen met het scoren van een vakantieliefde, en we zijn Nederland nog niet eens uit. Dat is gewoon waar deze vakantie voor haar om draait. Cultuur? Welnee. Sterre leeft voor de liefde. Zelfs als het liefde voor één nacht is.
,,Zie je al iets leuks?” vraag ik haar zachtjes. Ze schudt haar hoofd. Ik zie haar teleurstelling. ,,Die jongen naast Digna kan er wel mee door,” zegt ze. ,,Zou ze willen ruilen, denk je?” Ze doet niet eens moeite om te verbergen dat ze liever naast hem zit dan naast mij. Ze denkt dat dat logisch is. Dat ik het wel begrijp. Want ik ben maar een gewone vriend. En bovendien homo. ,,Misschien straks,” zeg ik. ,,Het zou een beetje raar staan om dat nu te gaan vragen, vind je niet?” ,,Ja,” zegt ze berustend. ,,Ja, daar heb je wel gelijk in. Maar misschien heeft Digna hem dan al ingepakt.”
,,Dat is misschien wel goed. Stel je eens voor hoe moeilijk het voor haar moet zijn om met Micha op vakantie te gaan.”
,,Ja, het is nog maar zo kort uit. Ze zullen wel ruzie krijgen. Maar daar gaan wij ons niet mee bemoeien, hoor. Dat moeten ze zelf maar uitvechten.”
,,Ze krijgen absoluut ruzie. Micha heeft me al verteld dat hij absoluut niet van plan is om Digna zijn vakantie te laten beïnvloeden. Die zoekt gewoon een leuk meisje uit om voor haar neus te gaan versieren.”
,,Hij beseft gewoon niet hoe hij haar daarmee kan kwetsen.”
,,Ik denk dat hij dat best beseft, maar gewoon geen zin heeft om erbij stil te staan.”
Sterre lacht. ,,God, wat ben ik blij dat ik geen vriendje heb.” Ook die opmerking steekt. Opeens betrap ik mezelf erop dat ik het niet eens zo erg zou vinden als ze van plaats zou ruilen. Ik heb geen zin om deze marteling zestien uur lang te moeten verdragen.
11. Micha
Ik spring de bus uit. Wat een heerlijk gevoel om eindelijk mijn benen te kunnen bewegen. Deze bus mag dan wel Royal Class zijn, zoals de buschauffeur te pas en te onpas beweert, maar op mensen met zulke lange stelten als ik hebben ze niet gerekend. Damn. En ik moet nog een hele nacht. Ik rek me uit en kijk om me heen. Mensen staan in katterige groepjes bij elkaar. Sommigen lopen al richting het wegrestaurant. We zijn in Arlon, meldt een bordje. Dat klinkt in elk geval al niet meer Nederlands. Een bleek zonnetje schijnt. Ik kan niet wachten tot we in Frankrijk zijn. Ik haat België.
Digna komt ook de bus uit, samen met de jongen waar ze de hele reis mee heeft zitten praten. Het lijkt wel alsof ze een nieuwe soulmate gevonden heeft ofzo. Ik heb niet gehoord waarover ze het hadden, maar ze raakten niet uitgepraat. Ik zie hoe hij even door haar haar aait voor hij naar zijn vrienden loopt. Ik voel een steekje van jaloezie. Ik ben dan wel blij dat ik weer vrij ben, maar het is nooit leuk om je ex met een ander te zien. En als ik heel eerlijk ben, ik had zelf de eerste willen zijn met een Nieuw Iemand. Ik vind het niet relaxed dat zij me voor is. Maar ja. Niks aan te doen. Ze is een vrije vrouw nu; ze kan doen wat ze wil. Misschien kan ik deze week proberen onze vriendschap een beetje te herstellen. Die mis ik wel. Begin nooit iets met je beste vriendin. Ik kan nu alleen maar hopen dat ze dat ooit weer wordt.
Ze kijkt mijn kant op en aarzelt. ,,Ook zo gebroken?” roep ik haar toe. Ze schudt haar hoofd. ,,Nee, valt wel mee. Maar ik sterf wel van de honger. Die paar chipjes waren niet echt een volwaardige maaltijd.”
,,Had je dan geen eten van thuis meegenomen?” vraag ik verwonderd. Ze haalt haar schouders op. ,,Nee, ik had geen tijd meer om dat te kopen.” Ik lach. Ik zie helemaal voor me hoe ze tien minuten voor vertrek nog bezig moet zijn geweest haar hele huis op zijn kop te keren, op zoek naar belangrijke dingen die ze kwijt was. ,,Kom, dan gaan we wat eten,” zeg ik. Ze kijkt om zich heen. ,,Moeten we niet op de anderen wachten? Waar zijn ze eigenlijk?”
,,Goeie vraag. Oh, daar zijn Wout en Thijs.” Ze komen net onze kant op gelopen. ,,En daar zijn de andere meiden,” zegt Digna. De hele groep voegt zich bij elkaar en we lopen in de lange stoet naar het wegrestaurant. Het is er stampvol. De meiden moeten natuurlijk allemaal plassen, dus wij gaan alvast in de lange, lange rij staan. Ik zoek zometeen wel even snel een struikje op. Eten heeft voor mij nu even prioriteit.
Langzaam kruipt de rij vooruit. Thijs staat met een kritische blik de salades te inspecteren. Nog even en hij gaat vragen in welke de minste calorieën zitten. Wout staat nog steeds naar zijn mp3-speler te luisteren, alsof hij dat de hele busreis nog niet gedaan heeft. Hij was niet echt een gezellige reisgenoot. Gelukkig had ik een boek bij me.
Ik voel een hand op mijn arm. Sam. Ze hijgt een beetje. ,,Gelukkig, jullie zijn nog niet aan de beurt.” Tot mijn verbazing is ze alleen. ,,Waar heb je de andere meiden gelaten?”
,,Oh, die waren nog niet klaar. Maar ik wilde eten. Ik heb honger. Ik hoop wel dat het hier een beetje gezond is. Ik heb geen zin in zo’n vette hap.” Ik grinnik. ,,Vraag dat maar aan Thijs.” Ze kijkt naar hem en lacht. Ze buigt zich naar me toe. ,,Wanneer zou hij nou eens uit de kast komen?” fluistert ze. ,,Zullen we wedden?” fluister ik terug. Haar ogen beginnen te glinsteren. ,,Goed plan! Om hoeveel?” Ik kijk naar een groot bord friet dat voorbij komt. ,,Om een etentje,” zeg ik impulsief. Haar ogen beginnen nog meer te glanzen. ,,Fantastisch idee. Ik wed dat hij… over drie maanden uit de kast komt.” Ik denk even na. Hoe kan ik het haar zo lastig mogelijk maken? Opeens krijg ik een idee. ,,Ik wed dat hij deze vakantie uit de kast komt.” Ze knikt. ,,Deal. Box.” ,,Box,” antwoord ik, en stoot met mijn vuist tegen de hare. Allebei tegelijk kloppen we drie keer ergens ter hoogte van ons hart. Ik weet even niets meer te zeggen, dus ik glimlach nog maar een keer naar haar. Als ze teruglacht, word ik opeens overvallen door een licht onheilspellend gevoel.
12. Sam
Yes, yes, yes. Ik denk het aan één stuk door sinds ongeveer tien minuten geleden. Eén klein woordje: yes. We gaan uit eten. Hij heeft me uit eten gevraagd. We hebben een date. En ik heb er niet eens echt moeite voor hoeven doen. Het was zíjn initiatief. Hoe gesmeerd kon het gaan?! We zijn pakweg vier uur weg en bam, ik heb al een date met Micha!
Ik voel een por in mijn zij. Sterre. ,,Wat zit jij te dromen? Ben je soms verliefd?” vraagt ze plagerig. Ik voel hoe ik van kleur verschiet. ,,Verliefd? Ik? Nee hoor, hoe kom je daar nou weer bij?” ,,Nou…” Ze grinnikt. ,,Je hebt sinds we hier zijn gaan zitten ongeveer twee hapjes van die salade genomen. We hebben geen eeuwigheid, hoor. Over een kwartiertje moeten we weer in de bus zitten.” Wat kan mij die salade nou schelen? Ik heb eindelijk een afspraakje met Micha, wie maalt er dan nog om salade?
,,Oh ja,” zeg ik. ,,Het is niet zo’n hele lekkere salade.” Dat is waar. Hij is een beetje droog. Sterre lacht nu echt. ,,Nee, dat kan ik me voorstellen als je de dressing vergeet. Of doe je dat soms voor de calorieën?” Verdomd. Ze heeft gelijk. Ik ben de dressing vergeten. Dat is wel het ultieme teken dat ik met mijn gedachten ergens anders zit. Gelukkig heeft ze me zelf een prachtige uitweg gegeven. ,,Ja,” knik ik. ,,Voor de calorieën. Weet je hoe vet zo’n dressing is?” Ze haalt haar schouders op. ,,Het zal wel. Daar let ik niet op, hoor.” Nee, dat zou ik ook niet doen als ik zo’n figuurtje had. ,,Het is best te eten,” zeg ik dapper. Om dat te bewijzen neem ik een grote hap droge sla. Ik kijk naar Micha, die schuin tegenover me zit. Hij haalt één of ander geintje uit met het eten van Wout. Ze moeten allebei heel hard lachen. Shit, wat is hij toch knap. En ik ga met hem uit eten. I’m a lucky girl.
Ik luister naar het gesprek zonder er echt aan mee te doen. Het gaat over stinkende mensen in de bus, stelletjes in de bus, neuken in de bus en andere rare plekken om seks te hebben. Sterre bekent giechelend dat ze het weleens in de wc van de bioscoop gedaan heeft. Amy zegt blozend dat ze het gisteren wel in de duinen had willen doen, maar dat Jesse niet zo houdt van seks in het openbaar. Ik zie Digna en Micha een ondeugende blik delen. ,,Zullen we het zeggen?” vraagt Digna met glinsterende oogjes. Oh nee. Oh nee. Dit wil ik niet horen. Maar ik heb geen keus. Ik zit hier met mijn droge salade, waarvan ik nu een hap niet doorgeslikt krijg, en ik moet luisteren. ,,Nou? Nou?” roept Sterre. ,,Nu hebben jullie ons nieuwsgierig gemaakt, nu moeten jullie het zeggen!” Micha grinnikt. ,,Goed dan. Digna en ik hebben het weleens gedaan in het park. En niet in de struiken. Midden op het grasveld.” ,,Wel ’s nachts, hoor,” verzacht Digna zijn bekentenis een beetje.
Met de grootste moeite slik ik de hap salade door. Mijn euforische gevoel is in één klap verdwenen. Wat ik steeds een beetje probeer te vergeten, is er weer even goed ingewreven: Micha is Digna’s ex. Digna is Micha’s ex. Het is pas zes weken uit. Een typisch geval van Eigenlijk. Eigenlijk mag ik helemaal niet achter Micha aan zitten. Ik mag er niet eens aan denken. Maar aan de andere kant, het is toch niet alleen mijn schuld? Dat was het, maar dat is het nu niet meer. Want hij heeft me mee uit eten gevraagd. Hij is nu medeplichtig. Ik probeer zijn blik te vangen, maar hij merkt het niet.
,,En jij, Sam?” vraagt Digna dan opeens. ,,Op welke gekke plek heb jij het weleens gedaan?” Ik denk even na. ,,Ik ben eigenlijk niet verder gekomen dan onder de douche,” zeg ik dan. ,,Onder de douche!” Sterre doet genietend even haar ogen dicht. ,,Een beetje ongemakkelijk, maar wel erg lekker.” ,,En glad,” zegt Micha. Hij knipoogt naar Digna. Die barst meteen in gegiechel uit. ,,Oh ja, herinner me daar alsjeblieft niet aan!” Micha lacht nu voluit. ,,Dat deed best pijn, hè? Weet je nog hoe lang het blauw bleef?” Digna moet moeite doen om haar drinken niet over tafel uit te spugen. ,,En toen mijn vader het zag, en vroeg hoe ik daaraan gekomen was!”
,,Oh ja! En wat had je ook alweer verzonnen?”
,,Dat ik van mijn fiets gevallen was!” Ze gieren van het lachen. Ze merken niet eens dat alle ogen op hen gericht zijn en dat iedereen naar hen luistert. Dit is meer dan ik aankan. Ik moet hier weg. Weg van het seksleven van Digna en Micha, weg van die smerige droge salade.
,,Die salade is echt niet te vreten,” zeg ik. ,,Ik ga even wat anders halen.” Ik pak mijn portemonnee en haast me naar het buffet. Daar is het gelukkig rustig. Voor een bedrag waarvoor je bij de snackbar een familiezak kunt krijgen, bestel ik een bakje patat met mayonaise. Ik prop de vette frieten met drie tegelijk naar binnen. Als het bakje half leeg is, heb ik eindelijk de moed om terug te gaan naar de rest. Ik hoop dat het gesprek inmiddels ergens anders over gaat.
Iedereen is net bezig met opruimen als ik eraan kom. Gelukkig. Ik neem nog snel een grote hap friet en zet mijn bakje op het dienblad van Thijs. Snel, weg ermee, ik wil niet meer aan mijn zonde worden herinnerd. Ik kijk mijn frietje na als Thijs het op de lopende band zet naar de spoelkeuken. En nu de rest van de vakantie niet meer, neem ik me voor.
13. Wouter
Uit het kraantje komt een dun straaltje ijskoud water. Terwijl ik onhandig de zeep van mijn handen spoel, kijk ik naar mijn spiegelbeeld en zucht. Ik stond niet bepaald vooraan toen de schoonheden werden uitgedeeld, ben ik bang. Links van me staat Micha, lang en gebronsd, met wat water zijn blonde haar extra nonchalant te maken. Rechts van me wast Thijs zorgvuldig zijn handen. Toen ik hem net kende, vond ik hem altijd lijken op het model van één of andere parfumreclame die vaak op tv kwam. Dat zegt genoeg. Het moge duidelijk zijn: mijn vrienden zijn knap, en ik niet. Mijn gezicht is te breed. Mijn lippen zijn te dik. Met mijn haar is niets te beginnen, en daarom draag ik het gemillimeterd. Als ik me scheer, heb ik binnen de korste keren stoppels. Ik heb een boeventronie. Nu nog een monowenkbrauw, en ik kan zo in CSI als psychopaat.
Ik heb geen zin om langer naar mijn rotkop te kijken. Ik denk het liefst zo min mogelijk aan mijn uiterlijk. Ik denk liever aan welke muziek ik ga luisteren tijdens de volgende busetappe. Ik vind het heerlijk: in de bus zitten, naar buiten kijken en muziek luisteren. Net als ik mijn hele meegebrachte muziekcollectie nog eens door mijn gedachten laat gaan, zegt Micha: ,,Ik ben benieuwd welke film we te zien krijgen.” Ik laat de deur van het herentoilet met een klap achter ons dichtvallen. ,,Krijgen we een film ?!” ,,Ja, natuurlijk,” zegt Thijs. ,,Die krijg je toch altijd ’s avonds. Weet je dat niet meer van vorig jaar?” Oh ja. Vorig jaar ben ik uit pure ergernis gaan slapen. Mijn muziek kon ik niet meer horen omdat de pokkeherrie van die film uit boxjes kwam die recht boven mijn hoofd gemonteerd waren. Handig moet dat heten, maar niet als je niets met de film te maken wilt hebben. Maar slapen zit er nu niet in, met die gitaar op schoot. Ik heb me al verzoend met het idee dat ik de hele nacht wakker zal blijven en in een innige omhelzing zal liggen met mijn gitaar.
Boven aan de trap wachten de meiden ons op. Thijs gaat meteen naast Sterre lopen. Hij is veel dikker met haar dan met ons. Vind je het gek. Die meid is prachtig. Iedereen die denkt dat Thijs homo is, heeft het mis. Zij kijken niet goed. Ik wel. Ik zie hoe hij naar haar kijkt. Zo kijken homojongens niet naar meisjes. Thijs heeft het gewoon heel slim bekeken. Hij profiteert van alle roddels. Ze kleedt zich om waar hij bij is, ze knuffelt hem te pas en te onpas, ze vraagt zijn mening over welk lingeriesetje het leukst is. Ik zou weleens een dagje met Thijs willen ruilen. Ik heb zelf niet zoveel met Sterre. Of beter gezegd: Sterre heeft niet zoveel met mij. Ik heb het idee dat ze me gewoon niet zo interessant vindt. Wel aardig, maar niet leuk genoeg om echt mee te tellen in haar leven.
,,Mag ik je een tip geven?” vraagt Micha me opeens. Ah. Hier komt Opbouwende Kritiek. ,,Ja hoor,” zeg ik voorzichtig. Hij kijkt me scherp aan. ,,Jij wou toch meiden ontmoeten?” Ik knik. Ik had daarvoor gehoopt op jouw steun, zeg ik er niet bij, maar jij hebt tot nu toe nog niet echt interessante mensen aangesproken. ,,Dan moet je niet de hele tijd naar die muziek zitten luisteren,” zegt hij. ,,Je moet openstaan. Niemand spreekt iemand aan die met een koptelefoon op zijn hoofd zit.” ,,We zijn pas onderweg,” verdedig ik me. ,,Het echte werk begint daar pas. De helft van deze bus gaat niet eens naar onze camping, die gaan allemaal naar Argeles.” ,,Daar gaat het niet om,” zegt Micha. ,,Het gaat om je instelling. Je moet voortdurend ingesteld zijn op een leuke ontmoeting. Je moet een radar hebben, man. En overtuigd zijn van jezelf. Dan komt het helemaal goed.” Het klinkt niet echt aantrekkelijk. Een radar?! Dat klinkt alsof je voortdurend zit te speuren naar lekkere kippetjes. Zo wil ik niet zijn. Maar zo moet ik wel zijn, bedenk ik me, als ik deze vakantie ontmaagd wil worden. Van dat plan mag ik niet afwijken. En misschien heeft Micha wel gelijk, en zal ik er hard voor moeten werken. Me inderdaad openstellen en dat soort shit.
,,Oké,” zeg ik. ,,Ik zal het proberen. Bedankt voor de tip, man.” Hij haalt zijn schouders op. ,,Niks te danken.”
We lopen de parkeerplaats weer op. De motor van de bus draait al. We zijn aan de late kant. De dikke buschauffeur die mij vanmiddag zo voor lul zette, werpt ons een boze blik toe. ,,Dat had wel wat eerder gemogen, jongelui. Vijf minuten later en we waren weggereden.” Ik heb het onheilspellende gevoel dat hij het meent, maar Micha lacht hem recht in zijn gezicht uit. ,,Kom op man, dat zouden jullie nooit gedaan hebben.” De buschauffeur zegt niets terug. ,,Wegrijden,” gnuift Micha nog, als we het trapje opklimmen. ,,Met al onze spullen. Daar hadden ze vet veel gezeik mee gekregen.” Natuurlijk. Waarom dacht ik meteen dat die trieste kerel dat meende? Ik moet echt wat meer op Micha gaan lijken.
14. Digna
Ik plof weer neer naast Bert, waar ik het eerste stuk van de weg ook naast zat. Bert is relaxed, al vind ik het wel erg zielig voor hem dat zijn ouders hem Bert genoemd hebben. We hebben echt goede gesprekken gehad, die eerste paar uur. Hij heeft me van alles verteld over zijn exvriendinnetje, met wie het net drie weken uit is. Hij was er nog helemaal stuk van. Dus konden we mooi ervaringen delen, want mijn breakup met Micha is ook nog vers. Lotgenoten zijn we, meer niet. Maar de rest denkt natuurlijk weer van wel. Ik zag ze allemaal wel een keer achterom kijken en iets fluisteren tegen degene waar ze naast zaten. Ik denk dat het commentaar varieerde van “nu al een ander” tot “goed dat ze Micha voor is”. Pff, dat hadden ze gedacht. Liefde is nu echt even het laatste waar mijn hoofd naar staat. Een nieuwe jongen die ik helemaal moet leren kennen, van het begin af aan. Niemand kan Micha vervangen. En ik heb liever niemand dan een “slap aftreksel van”. Ik wil alleen maar Micha, en dat is nou net de enige die ik niet kan krijgen.
Ik heb even geen zin om te praten, dus ik glimlach naar Bert en zet mijn mp3speler op, als teken van “laat me met rust”. Hij snapt het en pakt een boek. Ik voel hoe de bus in beweging komt en kijk hoe we de parkeerplaats achter ons laten en ons weer op de snelweg begeven. Ik voel me vol van iets, maar ik weet niet van wat. Het was zo gek, net. Opeens was er weer iets tussen mij en Micha. Het was weer soepel en ontspannen tussen ons. Zoals het altijd was, voor het misging tussen ons en de communicatie beperkt bleef tot houterige gesprekjes die door elk willekeurig paar vreemden gevoerd hadden kunnen worden. En God ja, die keer dat we seks hadden in de douche en uitgleden. Ik kwam keihard op mijn stuitje terecht. Echt pijn deed dat. Nog meer pijn dan Micha denkt, want ik hield me voor hem nog een beetje groot. Ik wilde de vrijpartij niet nog verder verpesten door in tranen uit te barsten, al had ik daar op dat moment heel veel zin in. En natuurlijk was ik zo stom om de volgende dag een broek aan te trekken die zo laag viel dat mijn vader de enorme blauwe plek zag toen ik voorover boog om de afstandsbediening te pakken. Ik schaamde me dood. Hij geloofde natuurlijk nooit dat ik van mijn fiets was gevallen. Het is onmogelijk om bij een val van je fiets op je stuitje terecht te komen. Ja, het was een genante situatie. Maar plotseling is het één van mijn mooiste herinneringen, omdat we er samen aan gerefereerd hebben. We hebben een gedeeld verleden. Hij weet het nog. Niet dat ik verwacht had dat hij het vergeten zou zijn, maar toch. Het is fijn om het even bevestigd te hebben. En het is een stap in de goede richting. Misschien komt het ooit nog goed tussen ons en kunnen we weer vrienden zijn. Of meer. Maar dat wilde ik niet meer, help ik mezelf herinneren.
,,Dames en heren!” Opeens begint te buschauffeur door mijn muziek heen te blèren. Ik haal een dopje uit mijn oor en wissel een geërgerde blik van verstandhouding met Bert. ,,U zult zich inmiddels wel vervelen, en we moeten nog wel even…” Niemand lacht. Net als na al zijn vorige mislukte grapjes, is hij even stil en praat dan met frisse moed verder. ,,Daarom hebben we een mooie film voor u! Met ons avondprogramma zult u drie uur lang zoet zijn, waarna we de stop voor de nacht zullen maken. En daarna kunt u gaan slapen. Voor zover dat lukt tenminste… goed. U krijgt eerst een aantal videoclips te zien, daarna een aflevering van Sixpack en daarna de hoofdfilm. Die is heel romantisch, dus alle stelletjes in de bus, kruip lekker tegen elkaar aan… en hoe heette de film ook alweer, Jan?” We horen Jan iets mompelen. ,,Ja, de film heet the Laptop! Nou, klinkt dat niet romantisch?” Ik heb nog nooit van the Laptop gehoord. ,,Dat zal wel een hele slechte film zijn,” zegt Bert. Ik knik. ,,Ik ben bang van wel, ja.”
Ik stop mijn mp3-speler in mijn tas en kijk naar het schermpje, dat gelukkig niet al te ver voor ons hangt. Christina Aguilera dartelt over het scherm. Ik heb eigenlijk helemaal geen zin om tv te kijken. Ik wil er gewoon zijn. Ik ben dat stilzitten in de bus nu al zat. Ik kijk op mijn horloge. Nog bijna twaalf uur. Wat een hel. Misschien kan ik maar beter vast gaan slapen, des te sneller zijn we er.
15. Sterre
Thijs maakt me voorzichtig wakker. Eén moment ben ik volledig gedesoriënteerd. Waar ben ik? Dan weet ik het weer. Ik ben in de bus, die stilstaat. We zijn op weg naar Frankrijk. Maar waarom staan we stil? Ik vraag het aan Thijs. ,,We moeten nog even plassen,” zegt hij. ,,Daarna rijden we aan één stuk door. Morgenvroeg zijn we er.” Oh ja. Hier was ik op voorbereid. Ik grabbel in mijn rugtas en pak mijn make-uptasje eruit. ,,Ik ben er klaar voor.”
Het is koud buiten. Ik had een vest aan moeten trekken. ,,Ik heb hier zo’n hekel aan,” zeg ik bibberend als we een helverlicht wegrestaurant binnenlopen. Thijs slaat troostend zijn arm om me heen. ,,Zometeen zitten we weer in de bus en kun je verder slapen.”
In de wc schrik ik van mijn eigen spiegelbeeld. Ik zie er vreselijk uit. Mijn gezicht is bleek, mijn make-up is uitgelopen, mijn haar zit slap. Misschien is dat wel wat ik het ergste vind aan nachtelijke busreizen: dat je er opeens niet meer uitziet als jezelf. Ik zie eruit als een schim, en zo voel ik me ook. Ik pak de grove kam uit mijn toilettasje en begin mijn krullen te kammen. Zo goed en zo kwaad als het gaat vlecht ik ze. In een vlecht kan er het minst mee gebeuren. Met een reinigingsdoekje haal ik de uitgelopen make-up weg. Tenslotte poets ik mijn tanden en neem ik mijn pil. Ik voel me al wat beter.
We moeten nog een kwartier rondhangen voor we verder kunnen. We struinen wat rond in het winkeltje dat bij het restaurant hoort. Voor belachelijke prijzen kun je hier spullen kopen die je midden in de nacht nodig denkt te hebben. Iedereen slentert maar wat, niemand is van plan om iets te kopen. Behalve Digna, die sjouwt rond met een zak croissantjes en een flesje peperduur bronwater. ,,Waarom koop je dat in godsnaam?” vraag ik haar. Ze haalt haar schouders op. ,,Ik heb geen ontbijt voor morgenochtend. Als ik niet ontbijt word ik chagrijnig.” Dat is waar ook. In al haar chaos had ze geen tijd om proviand in te slaan. Sam en ik wisselen een blik van verstandhouding.
Amy staat naar de nepbarbies te staren. ,,Welke zou jij willen hebben als je nu klein was geweest?” vraagt ze me dromerig. Ik kijk naar de goedkope plastic poppen. Dit soort Barbies hadden van die benen die je in kon deuken en om kon vouwen. Dat kwam nooit meer goed. Barbie liep dan voor altijd een klein beetje mank. En dat was net goed, want ze was toch geen echte Barbie. ,,Ik hoefde dit soort poppen niet,” zeg ik dus. ,,Ze zijn nep. Goedkoop.” Ze kijkt me aan, bijna geschokt. ,,Zou je niks willen hebben? Ik zeurde altijd net zo lang tot mijn ouders wanhopig van me werden.” ,,Oh, jawel, dat deed ik ook,” geef ik toe. ,,Ik hield alleen niet van die goedkope Barbies. Ik hield toen ook al van kwaliteit. Ik nam altijd mijn eigen Barbieverzameling mee voor in de auto. Maar ik had dít willen hebben.” Ik wijs op een opzichtige “prinsessenset”. Kroontje, make-up doosje, spiegeltje, kettinkje, ringen en, om een onverklaarbare reden, een toverstafje. Amy lacht. ,,Oh ja, dit is ook geweldig. Ik denk dat ik moeilijk had kunnen kiezen.”
Ik kijk het winkeltje rond. De jongens staan te ginnengappen om één of ander ranzig mannenblad. Tot mijn verbazing staat Thijs in het midden en houdt hij het vast, terwijl Wouter en Micha over zijn schouders meekijken. Ik wend mijn blik af. De gedachte aan Thijs en seks bezorgt me altijd een ongemakkelijk gevoel. Ik wil niet voor me zien hoe hij het met een jongen doet. Ik wil al evenmin voor me zien hoe hij het met een meisje doet. Het eerste roept weerzin in me op, het tweede gek genoeg jaloezie. Ach, zo gek is dat natuurlijk helemaal niet. Als je zulke goeie vrienden bent als wij, wil je elkaar een beetje voor jezelf houden. Hij vindt mijn vriendjes ook nooit aardig. Hij doet altijd beleefd alsof, zo is hij wel, maar ik ken hem goed genoeg om te merken dat hij het vriendje in kwestie helemaal niet mag. En als het uit is, zegt hij steevast: ,,Ach Ster, geef nou toe, die gast had toch helemaal niks te melden.” Vaak moet ik dat dan inderdaad toegeven.
Eén keer deed ik dat niet. Dat was met Damian. Damian was de enige die ik ben blijven verdedigen. Maar aan Damian zou ik niet meer denken. Dat had ik met mezelf afgesproken. Gelukkig zegt Sam dat we de bus weer in mogen. Ik loop naar de jongens toe en leg mijn handen op de schouders van Wout en Micha. ,,Gaan jullie dat blad nog kopen voor in de bus? Want we mogen weer terug.” Geschrokken kijken ze achterom, betrapt als kleine jongetjes. Ik dat Thijs begint te blozen. Ik heb het gevoel dat ik iets gezien heb wat ik niet had mogen zien. Wat natuurlijk onzin is. Ik ben ervan overtuigd dat iedere jongen kickt op dat soort plaatjes. En Thijs is officieel natuurlijk nog niet uit de kast, dus hij doet gewoon alsof voor zijn vrienden. En misschien vindt hij dat soort dingen als homo nog steeds wel opwindend. Ik weet ook niet hoe dat allemaal werkt in zijn hoofd.
,,Sterre, Sterre, Sterre,” zegt Micha plagend. ,,Met jou in de buurt heeft een man gewoon geen privacy.” ,,Privacy heb je toch al niet veel in een felverlicht winkeltje,” plaag ik terug. ,,Ik moet het eerste wegrestaurant nog tegenkomen waar een seksshopje bij zit. Kom mee, dan kun je dromen over die rondborstige dame.” Ik trek hem mee het winkeltje uit. Om de één of andere reden heb ik het gevoel dat ik Thijs beter even met rust kan laten.
16. Amy
Dit is een situatie waarin ik me op mijn gemak vol. Een donkere bus vol slapende mensen, als enig geluid het gebrom van de motor, voorbijschietend nachtelijk Frankrijk. Ik wikkel me nog eens behaaglijk in mijn slaapzak. Ik snap niet waarom niet iedereen die meeneemt in de bus; het ligt zoveel lekkerder. Het is de suggestie van knusheid in die oncomfortabele stoelen. Ik kijk uit het raam, probeer iets te onderscheiden, maar het is te donker. Verlichting langs de weg ontbreekt. Het enige licht dat er is, komt van de koplampen van de bus. Eigenlijk is dat best eng. Maar ik ben niet bang. Ik voel me eindelijk beter. Niet meer verloren. Ik geniet van de stilte. Ik hou ervan om maar één geluid te horen. Stemgeluid telt niet mee. Ik voel me nooit helemaal op mijn gemak in een groep schreeuwende mensen. Als iedereen om me heen praat, weet ik niet meer wat ik moet zeggen. Ik luister liever. Maar mensen begrijpen dat nooit. Ze denken dat er iets met je is als je niet praat. Mensen met wie het goed gaat, kletsen, is de gangbare theorie. Het liefst zoveel mogelijk. Het liefst door elkaar heen. Iedereen probeert er bovenuit te komen. Ik heb dat bij voorbaat al opgegeven. Ik weet dat het me toch niet lukt. Zeker niet met deze mensen. Ze zijn allemaal zo luidruchtig. Behalve Wouter dan. Daar krijg je nooit zoveel contact mee. Maar misschien ben ik aan de buitenkant wel net zo.
,,Waarom ga je met die mensen om?” vroeg Jesse me toen hij mijn vriendengroep voor het eerst gezien had. ,,Ze zijn allemaal zo anders dan jij.” Ik moest even nadenken over die vraag. Ik wist wel dat mijn andere types waren dan ikzelf, maar ik had er nooit zo bij stilgestaan. ,,Uit gewoonte, denk ik,” antwoordde ik uiteindelijk. ,,Toen we in de vierde zaten, werden alle klassen door elkaar gegooid en kwamen we bij elkaar in de klas. Toen is ons groepje ontstaan. En daar is eigenlijk nooit meer verandering in gekomen. Ik zou ze ook niet meer willen missen.” En dat zei ik niet alleen uit loyaliteit. Ik meende het. Ik kan me het leven niet meer voorstellen zonder mijn vrienden. Ik heb ook wel vrienden op mijn opleiding, maar met deze groep gaat het way back. Vier jaar kennen we elkaar nu. Sam ken ik zelfs nog langer. Met haar ben ik sinds de tweede al bevriend. Ik was blij dat ik bij haar in de klas kwam toen ze alles in de Tweede Fase door elkaar husselden. Wij kwamen uit klas 3A. Sterre, Thijs en Micha kwamen uit 3B. Digna en Wout kwamen uit 3C. De eerste weken zat iedereen in de klas op zijn eigen eilandje. 3A praatte met 3A, 3B praatte met 3B en 3C praatte met 3C. Daar zou nooit een einde aan gekomen zijn, als de leraar ANW niet had gezegd dat er “geen eenheid” in de klas was en dat hij daar wel eens even verandering in zou brengen. Zodoende is de vriendengroep waarmee ik nu voor de vierde keer op vakantie ben, samengesteld door onze ANW-leraar. We zouden hem even een kaartje moeten sturen. Alleen lastig dat we zijn adres niet hebben. Maar het moet toch wel een eer voor hem zijn, om een willekeurig groepje samen te stellen waarin het zo goed blijkt te klikken dat ze vier jaar later nog steeds met elkaar omgaan. Ik kijk rond. Naast me ligt Sam met haar oogmaskertje voor en de dopjes van haar ipod in haar oren. Ik weet niet of ze slaapt. Micha ligt duidelijk wel te slapen. Zijn mond is een beetje opengezakt. Wout heeft een nieuwe houding gevonden waarin zijn gitaar niet zo in de weg zit. Ook hij heeft de dopjes van zijn mp3-speler in, maar te oordelen naar zijn dichte ogen en licht geopende mond, is hij wonder boven wonder ook in slaap gevallen. Ik kijk achter me. Digna zit klaarwakker haar boek te lezen. Ze kijkt op, glimlacht naar me en neemt nog een hap van het croissantje waar ze blijkbaar maar vast aan begonnen is. De jongen naast haar heeft zijn hoofd verstopt in de capuchon van zijn rode hoodie. Sterre en Thijs kan ik niet goed zien, maar ik zie dat haar hoofd zoals altijd op zijn schouder rust. Ik mis Jesse als ik ernaar kijk, maar het is lang niet meer zo erg als overdag. Ik geniet van deze nachtelijke busreizen. Op dit moment is dat sterker dan het gemis van mijn vriendje. Ik hoop dat het me lukt om dit rustige, vredige gevoel morgen vast te houden. Morgen, en de dagen daarna. Dan heb ik toch een aanzienlijk leukere vakantie.
