Dag nul
1. Sterre
Denk in setjes. De Elle zegt dat je in setjes moet denken. Het probleem is, dat ik nu iets teveel setjes op mijn bed heb liggen. Ik bedoel, zes paar schoenen meenemen voor tien dagen vakantie is misschien een beetje overdreven. Maar ik heb het gevoel dat ik ze geen van alle kan missen. Laarzen voor als we uitgaan. Flatjes voor als we gaan shoppen. Gympen voor als we iets actiefs gaan doe. Mooie teenslippers voor naar het strand. Oude teenslippers voor in de ongetwijfeld ranzige douches. En mijn nieuwe sleehakken omdat ik die gewoon zo mooi vind.
Oh, kom op. Dit is belachelijk. Zes paar schoenen, ik lijk wel gek. Er mooi uitzien is één ding, maar ik moet het allemaal wél zelf dragen. De jongens vinden me heus ook wel leuk zonder sleehakken. Die dingen heb ik daar gewoon niet nodig. Ze kunnen er alleen maar lelijker op worden.
Oké. De sleehakken zijn geëlimineerd. Ik besluit nog één paar schoenen terug in mijn schoenenrek te gooien. Vier paar schoenen is aanvaardbaar. Keurig zelfs. Vier paar schoenen is voor mijn doen traveling light. Met pijn in mijn hart leg ik mijn oude teenslippers opzij. Ik moet maar heel voorzichtig zijn in de douche, dan lukt het wel met mijn mooie slippers. Ik hou mijn flatjes apart om morgen aan te trekken in de bus, stop de andere schoenen netjes in aparte plastic zakjes en leg ze in mijn tas, bovenop mijn handdoeken. Ik kijk naar de enorme berg kleren op mijn bed en zucht wanhopig. Daar moet ik ook nog minstens de helft van wegleggen. Ik haat pakken. Ik kan het gewoon niet zo goed. Ik ben namelijk zo’n meisje dat er onder alle omstandigheden goed uit wil zien. Dat klinkt verschrikkelijk, maar het is waar. En het is lastig als je op reis gaat en je niet de beschikking over je hele garderobe hebt. Ik denk altijd: stel dat ik mezelf nou voor mijn kop sla omdat ik dat éne kledingstuk niet heb meegenomen? Maar dat is eigenlijk nog nooit gebeurd.
Om weer even scherp te krijgen welke situaties zich ook alweer allemaal kunnen voordoen, pak ik de folder er nog eens bij. Een plaatje van een knalblauwe zee lacht me toe.
Canet Plage: de ideale combinatie van strand en actie!
Optimaal genieten in Zuid Frankrijk. Het strand ligt op een afstand van 5 minuten lopen. Voor wie niet elke dag alleen maar wil bakken, zijn er nog veel meer leuke en actieve dingen te beleven. Geef je op om te gaan raften of duiken, breng een bezoek aan Barcelona of verleg je grenzen met een dagje canyoning. Ook ’s avonds is er genoeg te beleven in Canet: bezoek één van de leuke discotheken of hang gezelllig met een fles sangria op het strand… voor de echte stappers is de excursie naar Lloret de Mar natuurlijk een must!
Vakantie in Canet Plage: gegarandeerd een hele week fun!
Tijdens het lezen heb ik een brede glimlach om mijn gezicht gekregen. Het wordt geweldig, ik weet het zeker. Met mijn oude vriendengroep ga ik mee op deze supergave reis. En het is ook nog eens een jongerenreis. Ik zie voor me: een hele bus vol leuke jongens om te leren kennen. Want een vakantie zonder bijbehorende vakantieliefde is natuurlijk geen vakantie. Dan kun je net zo goed met je ouders meegaan. Maar om aan een vakantieliefde te komen heb ik wel een paar leuke outfitjes nodig. En dat brengt me weer terug bij mijn probleem: welke kledingstukken van die enorme stapel gaan in mijn tas, en welke gaan terug de kast in?
Net als ik lafhartig tussen mijn cd’s wil gaan kijken om het probleem voor me uit te schuiven, gaat mijn telefoon. Thijs. Ik hoop dat hij belt waarvoor ik denk dat hij belt. ,,Al gepakt?” vraagt hij, en ik weet dat ik gelijk heb. ,,Ik ben bezig,” zeg ik. ,,Maar het wil nog niet echt lukken.”
,,Hulp nodig?”
,,Ja,” zeg ik opgelucht. ,,Ja, alsjeblieft.”
,,Ik ben er over een half uurtje.”
Thijs is mijn gay best friend. We zijn al jaren onafscheidelijk. Ik ben dol op mijn vriendinnen, maar Thijs heeft een speciaal plekje in mijn hart. Homovrienden zijn nou eenmaal een apart soort. Met Thijs kan ik net zo goed shoppen als met de meiden. Misschien zelfs nog wel beter, omdat hij niet uren staat te twijfelen voor hij iets koopt. Ook mijn knopen hakt hij doeltreffend door. En als ik weer eens lomp behandeld ben door een jongen, geeft Thijs me het beste advies van de wereld. Hij kan fantastisch luisteren. Serieus, ieder meisjes zou een homovriend moeten hebben.
Een uur later liggen er een paar keurige stapeltjes op mijn bed. Wonderbaarlijk genoe is Thijs erin geslaagd een aantal multifunctionele kledingstukken uit de grtoe stapel te vissen. Ook heeft hij me ervan overtuigd dat het écht niet nodig is om mijn grote Bodyshop-badjas mee te nemen. Nou ja, zoiets vermoedde is zelf ook al, natuurlijk.
Tevreden kijkt hij naar het resultaat van zijn hulp. ,,Jij ziet er de hele vakantie tiptop uit!” zegt hij. ,,Hoewel je het anders vast net zo leuk zou hebben.” Ik kijk bedenkelijk. ,,Nee, echt,” houdt hij vol. ,,Je moet je niet altijd zo’n zorgen maken over je uiterlijk.” Ik haal mijn schouders op. ,,Ach, mijn sterrenbeeld is weegschaal. Dit is wat weegschalen doen.” ,,Zonde van je tijd,” vindt hij. ,,Nee jij dan, me je smeerseltjes!” verdedig ik me. ,,Dat is iets anders,” zegt hij. ,,Ik verzorg me gewoon goed. Dat vind ik belangrijk. Maar over mijn kleding ga ik me op vakantie geen zorgen maken. Het past toch allemaal bij elkaar.” Dat is waar. Thijs’ garderobe bestaat uit stuk voor stuk mooie basics. Doordoor ziet hij er altijd goed uit zonder er over na te hoeven denken. Hij heeft makkelijk praten. Maar ik heb geen zin in een discussie. Die wint hij toch wel. Hij lult zich altijd overal uit. ,,Ach, laten we er maar over ophouden,” zeg ik dus. ,,Zullen we een filmpje kijken?” Dat vindt hij een goed plan, en we installeren ons voor de tv met een zak paprika-ribbelchips en Mr. and Mrs. Smith, onze lievelingsfilm. We zijn dol op Brad Pitt. Tenminste, ík ben dol op Brad Pitt en ik vermoed dat dat bij Thijs ook wel het geval zal zijn. Hij heeft nooit gezegd dat hij Brad Pitt een lekker ding vindt, alleen instemmend gebromd als ik het zei.
Om eerlijk te zijn, heeft Thijs ook nooit letterlijk gezegd dat hij homo is. Iedereen neemt dat gewoon maar aan, omdat het bijna niet anders kan. Voor zover we weten, heeft hij nog nooit een vriendin gehad. Hij houdt van shoppen. Hij ziet er altijd fantastisch uit. De meiden bieden zich bij bosjes aan hem aan, maar hij wijst ze altijd vriendelijk en tactvol af. Hij heeft het ook nooit over meisjes. Of over jongens. Of over een liefdesleven in het algemeen. Hij móet wel homo zijn, het kan gewoon niet anders. Maar het aan hem vragen, dat durft niemand natuurlijk.
Hij slaat zijn arm om me heen en ik leun tegen hem aan. Zo zitten we altijd als we film kijken. Ik vind het heerlijk om tegen hem aan te zitten. Heterojongens gaan daar altijd meteen weer van alles van denken. Maar met Thijs kan het gewoon. ,,Heb je zin in morgen?” vraagt hij, terwijl hij me een chipje voert. Ik kauw en knik tegelijk heftig. ,,Het wordt geweldig!” verklaar ik als ik mijn mond leeg heb. ,,Moet je je voorstellen, morgen om deze tijd zitten we in Frankrijk!” ,,Wow,” zegt hij. ,,Inderdaad. Morgen om deze tijd zijn we op vakantie!”
2. Amy
Ik ben gelukkig. Volmaakt gelukkig. Ik lig aan het strand, mijn hoofd rust op de brede borst van mijn vriendje, mijn perfecte vriendje dat me op dit moment olijven voert. Hj voert ze me langzaam en sensueel. Het begint te schemeren. Zometeen zullen we de zonsondergang zien, om het nog perfecter te maken. Ik slaak een zucht en hoor mezelf opeens zeggen: ,,Ik wil hier blijven.”
,,Hè?” De vork met de volgende olijf blijft even in de lucht hangen. ,,Zei je nou dat je hier wilt blijven? Niet op vakantie?”
,,Ja. Gewoon hier blijven, met jou, op het strand. Het is zo perfect. Ik wil niet weg.”
Het is even stil. ,,Meen je dat nou serieus?”
,,Nou ja, ik ga de boel niet afzeggen ofzo. Natuurlijk niet. Het is alleen… ach, laat ook maar.” Ik heb plotseling het gevoel dat ik iets verkeerds heb gezegd.
Mijn vriendje stopt de olijf in mijn mond, wat bruusker dan net. Hij neemt mijn gezicht in zijn handen. Ik voel mijn malende kaken tegen zijn handpalmen. ,,Het zijn maar tien dagen, Amy,” zegt hij streng. ,,En je hebt er genoeg geld voor betaald. Geniet er alsjeblieft van. Mij zie je daarna wel weer.” Ik heb duidelijk echt iets verkeerds gezegd. Opeens voel ik de tranen branden achter mijn ogen. Wat ben ik toch een stomme huilebalk. Hij heeft gelijk. Ik stel me aan. ,,Natuurlijk ga ik genieten!” zeg ik snel. ,,Natuurlijk. Ik heb er heel veel zin in. Echt. Het was alleen even zo’n mooi moment en…”
,,Ssst.” Hij legt zijn hand voor mijn mond. Met zijn andere hand wijst hij in de verte. De zon is in een vuurrode bal veranderd en zakt langzaam in de zee. We zwijgen tot hij helemaal verdwenen is.
,,We moesten zo maar eens gaan,” zegt hij dan. Hij stopt de laatste olijf in zijn eigen mond. Ik ben teleurgesteld. Ik had die laatste olijf willen hebben en ik wil ook nog lang niet weg. Maar ik laat niets merken. Ik heb me wel genoeg aangesteld voor vanavond. Dit is onze laatste avond samen voor we tien lange dagen van elkaar gescheiden zullen zijn. Ik wil het niet verpesten met mijn gezeur.
Ik sla het picknickkleed uit, vouw het op en stop het in mijn tas. Hij raapte de lege verpakkingen bij elkaar en gooit ze een eindje verderop in een prullenbak. Hand in hand lopen we terug naar de auto. ,,Morgen om deze tijd zit je in Frankrijk!” zegt hij terwijl hij het contactsleuteltje omdraait. De motor komt langzaam op gang. ,,Ja,” zeg ik. ,,In Frankrijk. Maar wel opgepropt in de bus. En misselijk, waarschijnlijk.” Hij lacht. ,,Amy, wat ben je toch een kleine zeikerd af en toe! Die busreis wordt hartstikke leuk. Iedereen gaat met elkaar zitten kletsen en je hebt niet eens tíjd om misselijk te zijn.” Ik probeer ook te lachen, maar het klinkt nep. ,,Ik heb er echt zin in hoor,” begin ik. ,,Het is alleen…” Maar hij onderbreekt me. ,,Even niet, schat. Ik moet me even op de weg concentreren.”
Terwijl ik kijk naar de hectometerpaaltjes die voorbij schieten, laat ik de afgelopen drie maanden nog eens aan me voorbijtrekken (je moet toch wat, als je niet mag praten). Het waren de beste drie maanden van mijn leven. Hiervoor vond ik mijn bestaan altijd ontzettend middelmatig. Maar Jesse heeft er iets bijzonders van gemaakt. Ik wist het meteen, die eerste keer dat ik hem zag. Ik voelde dat hij mijn leven zou gaan veranderen.
We ontmoetten elkaar op een feestje van een klasgenootje van mij. Hij bleek de broer van haar vriend te zijn. Hij keek me aan en het klinkte. En we wisten het allebei. Dit was liefde op het eerste gezicht. Dit was het. Het bewijst dat dat dus toch bestond. We hoefden niets uit te leggen. We hoefden niet moeilijk te doen met openingszinnen. Hij kwam naar me toe en zei: ,,Hoi. Ik ben Jesse.” Normaal zou ik zoiets heel stom vinden, zo iemand die zich uit het niets komt voorstellen. Maar nu leek het logisch. Wás het logisch. Als je soulmates blijkt te zijn is het wel zo netjes om even te laten weten hoe je heet. ,,Hoi, Jesse. Ik ben Amy,” zei ik. ,,Ik ben een klasgenootje van Lieke.” ,,Ik ben de broer van Marco,” zei hij. ,,En ik ken hier geen hond.” ,,Jawel hoor,” reageerde ik. ,,Je kent mij nu.”
En zo begon het allemaal. De hele avond hebben we met elkaar zitten praten. Twee dagen later hadden we onze eerste date. We zaten elke avond minstens een uur met elkaar op MSN. Na een week hadden we voor het eerste seks, wat zo goddelijk was dat het me er nog eens extra van overtuigde dat we voor elkaar bestemd waren. Na twee weken ontmoetten we elkaars ouders. En na drie weken kochten we matchende kettinkjes. We zijn onafscheidelijk. We zien elkaar bijna elke dag. En als we elkaar een dagje niet kunnen zien, bellen of smsen we altijd even. En nu ga ik hem tien dagen niet zien. Ik kan me het leven zonder hem nauwelijks nog voorstellen. En mijn vrienden zijn leuk, maar ze begrijpen me niet. Hun motto is: lang leve de lol. Als ik één keer zeg dat ik Jesse mis vinden ze vast meteen dat ik zeur. Want zíj zijn allemaal single. Ze willen uitgaan, hebben ze al laten weten, veel uitgaan. En dingen doen. Het schijnt dat je er kunt raften en duiken. Het lijkt me allebei doodeng. Ik wil alleen maar op het strand liggen en naar de lucht kijken. De excursie naar Barcelona lijkt me ook wel leuk, maar Barcelona lijkt me zo’n romantische stad dat ik Jesse waarschijnlijk alleen maar meer ga misen als ik daar in mijn eentje ben.
Ik schrk op uit mijn gedachten als Jesse even zijn hand op mijn been legt. ,,Ik ga jou ook missen, hoor,” zegt hij zachtjes. Ik voel me tegelijk blij en verdrietig worden. Ik zie dat we alweer op de ringweg zitten. Bijna thuis.
Hij gaat nog even mee naar binnen. We drinken nog een biertje en hebben fantastische afscheidsseks. Twee keer. ,,Ik zal je zo missen, Amy,” kreunt hij. Ik neem me voor om dit moment heel goed in mijn geheugen op te slaan, om het tevoorschijn te kunnen halen wanneer ik maar wil.
,,Ik moet gaan,” zegt hij om half één. ,,Blijf jij maar lekker liggen.” ,,Nee!” piep ik. ,,Ik wil niet dat je nu al gaat.” Hij aait over mijn wang. ,,Ik moet morgen vroeg op om te werken, weet je nog, liefje? En jij moet ook nog even goed slapen, want morgen slaap je in de bus.” Ik weet dat hij gelijk heeft. Ik sla mijn armen om zijn nek en geef hem nog één lange zoen. ,,Maak er wat van,” zegt hij. Ik knik. ,,Dat zal ik doen.”
Ik kruip weer onder mijn roze dekbed en kijk hoe hij mijn kamer uit loopt. Bij de deur glimlacht hij nog een keer naar me. Ik luister naar zijn voetstappen op de trap en wacht op het geluid van de voordeur die dichtslaat. Daar hoor ik het. Piep-bam. Ik staar naar het plafond en voel me leeg. Nog een week en drie dagen.
3. Thijs
Terwijl meneer en mevrouw Smith elkaar en het meubilair beschieten, ligt Sterre tegen me aan te slapen. Ze valt altijd in slaap als we een film kijken. Soms vraag ik me af waarom ze überhaupt nog aan een film wil beginnen als ze weet dat ze het einde ervan toch niet zal meemaken. Maar ik zeg er nooit iets over. Ik hou van deze momenten. Ik zet de herrie van de film wat zachter en geniet van de rust die er van Sterre uitgaat. Ik kijk naar haar enorme bos blonde krullen en onderdruk de neiging om er doorheen te strijken. Ze is niet je vriendin, sukkel, zeg ik tegen mezelf, ze is EEN vriendin. En ze denkt dat je homo bent.
Dat Sterre dat denkt, is overduidelijk. Elke keer dat we elkaar zien (en dat is vaak) doet ze wel een poging om het me uit mezelf te laten toegeven. ,,Brad Pitt is echt knap, vind je niet?” ,,Met jou kan ik zo goed shoppen, andere jongens houden het nooit zo lang vol… grappig hè?” Ik geef nooit echt antwoord. Daar zijn twee redenen voor.
De eerste reden is dat ik het zelf ook niet weet. Of ik homo ben, of bi, of hetero. Het is allemaal zo verdomd verwarrend. Ik heb dagen dat ik omkijk naar elke jongen die ik zie, ik heb dagen dat ik omkijk naar elk meisje, ik heb dagen dat ik helemaal gek word omdat het wel lijkt alsof iederéén aantrekkelijk is. Ik weet dat ik hou van dingen waarvan jongens niet horen te houden: van smeerseltjes, van kleren, van disneyfilms. Maar aan de andere kant hoor je overal ook weer dat je een Nieuw Soort Man hebt: de metroseksueel, de man die ervan houdt om zich goed te verzorgen en graag zijn gevoelige kant toont. Misschien ben ik dat wel gewoon. Maar ik betwijfel of een metroseksueel ook hartkloppingen krijgt van een sexy barman. En van Sterre gaat mijn hart niet sneller kloppen, daar ken ik haar te goed voor. Om Sterre geef ik gewoon heel veel, omdat ik haar al zo lang ken. En dat ze heel mooi is, nou ja, dat is gewoon een feit. Daar kan niemand omheen. Dus misschien heeft ze wel gelijk, en ben ik inderdaad homo. Maar ik ga het in elk geval niet toegeven voor ik het zelf honder procent zeker weet.
De tweede reden dat ik nooit echt in ga op Sterres gevis, is dat ik het gevoel heb dat ze me in een hokje gedwongen heeft. Ik kan het bijna niet meer maken om nu opeens te gaan roepen dat ik hetero ben. Zo vaak heeft ze tegen me aan liggen slapen “omdat dat met jou gewoon kan”. Ze heeft zich zelfs weleens omgekleed in mijn bijzijn. Helemaal. Toen reageerde mijn lichaam niet bepaald als dat van een homo. Maar dat wist ze natuurlijk niet. Als ik haar nu opeens vertel dat ik al die tijd gewoon hetero was, denkt zij natuurlijk ook aan al die momenten dat ze met mij dingen deed die ze met “normale” jongens nooit zou doen. En als ik er dan ook nog eens bij vertel dat zij een heel speciaal plekje inneemt in mijn leven, nou, dan kan ik het helemaal wel vergeten. Ik zit dus flink vast. Sterre vertellen dat ik hetero ben lijkt me een stuk moeilijker dan ervoor uitkomen dat ik homo ben.
De aftiteling rolt over het scherm. Sterre wordt wakker en rekt zich uit. ,,Shit, ben ik nou weer in slaap gevallen?” Ik knik. ,,Weet je eigenlijk wel hoe het einde gaat?” Ze denkt even na. ,,Nee, eigenlijk niet. Tenminste, ik heb ‘m ooit in de bioscoop gezien, toen ben ik natuurlijk niet in slaap gevallen. Maar ik weet het niet meer.” Ik vind haar zo lief, zoals ze daar diep zit na te denken met haar verwarde haar. Als ze niet haar best doet om het mooie meisje uit te hangen vind ik haar nog mooier. Oh, verdomme. Ik moet ophouden met dat soort dingen denken. Het is uitgesloten dat er ooit iets tussen mij en Sterre gebeurt. Of ik beslis dat ik homo ben, en dan spreekt het vervolg voor zich. Of ik beslis dat ik hetero ben, en dan wil ze me waarschijnlijk nooit meer zien. Of ik ga voor bi, en dan heb ik hetzelfde probleem als wanneer ik zeg dat ik hetero ben.
Ik kijk op de klok en zie tot mijn schrik dat het al half twee is. ,,Ster, ik moet er vandoor. Ik wil nog een beetje normaal slapen vannacht.” Ze haalt haar schouders op. ,,Blijf lekker hier slapen, joh. Ik vind het geen probleem. Je kunt er zo bij in mijn bed.” Dat is waar. Sterre heeft een riant tweepersoonsbed. Maar ik heb er geen zin in. Ik wil nog een nachtje in mijn eentje slapen. Spanningen krijg ik op vakantie nog genoeg.
Ik aai over haar wang. ,,Lief aangeboden, maar ik slaap liever in mijn eigen bed vannacht. Een ander keertje, oké?” ,,Oké,” zegt ze. Het klinkt onverschillig. Het maakt haar niks uit of ik al dan niet blijf slapen. Het zou mij ook niks uit moeten maken.
Een half uur later doe ik zachtjes de deur van mijn kamer dicht. Door het jaar heen woon ik in een stijlvol ingerichte kamer in Groningen, waar Sterre en ik allebei studeren. In vakanties en weekends hou ik mijn ouders weer even gezelschap, om ze een plezier te doen. Ze vinden het heerlijk als ik thuis ben. Ik niet. Ik mis mijn eigen kamer. Daar voel ik me een man, hier voel ik me weer een jongetje. Al helemaal omdat mijn moeder al mijn knuffels heeft uitgestald op de plank waar eerst mijn boeken stonden.
Mijn tas staat al ingepakt in een hoekje. Ik hoef er niet meer in te kijken. Ik weet dat ik niets vergeten ben. Ik hoef morgen alleen mijn toiletspullen er nog bij te doen. Zelfs mijn handbagage staat al klaar. Sommige mensen, zoals Digna bijvoorbeeld, lijken alles op het laatste moment te moeten doen. Ik zou juist willen dat ik wat dat betreft wat relaxter was. Ik heb alles altijd veel te vroeg klaar. Maar dat geeft me wel de gelegenheid om Sterre te helpen als zij er niet meer uitkomt met pakken, wat steevast gebeurt, zelfs als ze maar een weekendje weggaat. Toch vind ik dat supernette niet zo heel aantrekkelijk aan mezelf. Was ik maar wat slordiger. Slordiger is mannelijker, vind ik. Een man die een beetje troep kan maken is aantrekkelijker dan een man die dwangmatig alles opruimt.
Bij wijze van experiment trek ik mijn kleren uit en smijt ze op de grond. Veel van mijn vrienden doen dat altijd. Zo, denk ik tevreden, die blijven daar liggen tot morgenochtend. Ik heb geen zin om ze op te rapen en ze op z’n minst over mijn stoel te gooien. Geen zin in. Laat liggen.
Ik loop naar de badkamer en staar naar mijn spiegelbeeld. Wie ben jij, Thijs? vraag ik mezelf. Ik stel vaak die zinloze vraag aan mijn spiegelbeeld, en natuurlijk krijg ik er nooit antwoord op. Mijn spiegelbeeld zal me echt niet opeens in volzinnen gaan uitleggen wie ik ben. De vraag stellen brengt me geen stap dichter bij het antwoord. Ik zucht en poets mijn tanden. Ik ben te moe om te smeren vanavond. Ik hou morgen wel een smeersessie in de bus.
Als ik terugkom in mijn kamer staar ik een moment naar mijn dure kledingstukken die op de grond liggen te verstoffen en te verkreukelen. Dan kan ik er niet meer tegen. Ik pak ze op en hang ze netjes over een stoel. Wie ik ook mag zijn, het is in elk geval iemand aan wie ik niet kan ontsnappen.
4. Micha
De avond voor ik op vakantie ga en ik ben uit met een paar mensen uit mijn klas die ik eigenlijk amper ken. Ja, ik heb het weer lekker voor elkaar. Morgen ben ik waarschijnlijk een wrak, maar dat is misschien alleen maar beter: dan slaap ik tenminste lekker in de bus. Ja, dat heb ik slim bedacht. Wat ik doe is juist goed. Ik besluit er nog een biertje op te drinken. Ik neem er ook één mee voor het leuke meisje waarmee ik sta te praten. Ze zit al een jaar bij me in de klas en ze is me eigenlijk nooit echt opgevallen, maar nu ben ik weer single en vind ik het eeuwig zonde dat ik een jaar lang zo’n leuk klasgenootje over het hoofd heb gezien. Serieus, ze is echt aardig. En ze heeft een lief gezichtje. Ik zou haar zo willen meenemen morgen, in mijn rugzak. Maar dan zou ik haar daar waarschijnlijk weer helemaal vergeten, bij het zien van alle Franse schonen in de discotheek.
Dat is ook de reden waarom het is uitgegaan met Digna, bedenk ik terwijl ik aan de bar hang en wacht tot die klootzak van een barman mij opmerkt. Ik weet zeker dat hij me negeert omdat ik daarnet een sarcastische opmerking maakte toen hij iemand die overduidelijk voordrong, toch eerst hielp. Maar goed, de reden waarom het is uitgegaan met Digna dus. Die reden is: ik vind zoveel vrouwen leuk. Alle vrouwen, eigenlijk. Nou ja, niet allemaal. Sommige mensen merk je gewoon niet op, zoals dat meisje waarvoor ik nu bier aan het halen ben. En ik duik ook niet met alle vrouwen het bed in. Absoluut niet, zelfs. Van seks komt steevast gezeik. En ik hou niet van gezeik. Ik beperk me liever tot mijn eigen rechterhand dan dat ik word opgebeld door huilende vrouwen. Ik ben een vrije jongen. En dát is wat Digna niet kon hebben. Een vrouw komt bij mij niet op de eerste plaats. Ik kom zelf op de eerste plaats. Op de tweede plaats komt mijn vrijheid, of misschien deelt die wel de eerste plaats met mezelf. Hoe dan ook, pas daarna komt het meisje. Maar meisjes willen dat niet. Meisjes willen dat zij op nummer 1 komen. Nou, zo werkt dat niet bij mij. Dus ik flirt, en soms kus ik, maar ik ga altijd alleen naar huis. Mijn rechterhand en ik hebben een heel bevredigend seksleven. Digna was een leuk tussendoortje, maar nu is het uit en ben ik weer vrij. En daar geniet ik van ook.
Wat wel een beetje een probleem is, is dat ik niet denk dat Digna het leuk zal vinden om op vakantie toe te moeten kijken hoe ik geniet. Maar dat is dan jammer voor haar. Het is mijn vakantie, ik heb ‘m flink in mijn portemonnee gevoeld, en nu ga ik er iets van maken ook. Ik zal wel zo vriendelijk zijn om niet met iemand te zoenen in haar directe blikveld. En de kans dat ik iemand mee naar huis zal nemen is ook vrij klein, maar dat heeft niets met haar te maken. Dat heeft te maken met het feit dat ik op vakantie al helemáál geen zin heb in gezeik.
Ik krijg eindelijk mijn twee biertjes en laveer ermee tussen de andere cafébezoekers door. Het doet me altijd denken aan de hindernisparcoursen die ik vroeger bij scouting moest afleggen. Alleen waren die natuurlijk met bekertjes water, en niet met bier. Ik weet het grootste deel van het bier gelukkig veilig bij de finish te krijgen en geef er één aan het meisje. Shit, hoe heet ze nou ook alweer? Ik heb een jaar bij haar in de klas gezeten en ik weet haar naam niet eens. Dit is echt te erg. Thuis moet ik maar even een klassenlijst pakken om het op te zoeken. Ik zal haar naam toch niet echt nodig hebben hier.
,,Zo, dus morgen ga je op vakantie,” zegt ze, terwijl ze heel sexy een beetje schuim van haar bovenlip aflikt. Ik knik en kijk op mijn horloge. ,,Ik zit over… twaalf uur in de bus. Shit, zo snel al?” Ze moet lachen. ,,Moet je nog pakken?” Ik kijk haar bevreemd aan. ,,Natuurlijk moet ik nog pakken. Wat dacht jij dan? Dat ik het allemaal al klaar had staan?” ,,Nou ja,” grinnikt ze. ,,Veel mensen doen dat, hoor. De avond van tevoren pakken. Kun je de volgende dag mooi besteden aan het zoeken van je paspoort.”
,,Mijn pas… kut! Weet je dat ik opeens bedenk dat ik niet weet waar die ligt?” Ik neem een grote slok bier en denk diep na. Nou ja, hij kan niet ver zijn, stel ik mezelf gerust. Dat is het voordeel van nog thuis wonen: je ouders bewaren dat soort belangrijke documenten nog voor je, of weten in elk geval waar jíj ze hebt bewaard. Ik heb het volste vertrouwen in mijn moeder. Maar dat ga ik niet hardop zeggen. Het klinkt kinderachtig. In plaats daarvan haal ik mijn schouders op en zeg: ,,Nou ja. Ik vind het wel.”
Ik kijk nogmaals op mijn horloge. Een onrustig gevoel bekruipt me. Ik weet dat ik naar huis moet, ook al heb ik daar eigenlijk geen zin in. Maar nog langer blijven zou gekkenwerk zijn. Ik moet nog een beetje slapen vannacht, en ik moet morgen nog pakken, en nog uitvinden waar dat paspoort ligt. Ik heb wel een beetje verstand in mijn donder. Ik ben niet zoals Digna, die maakt overal een rotzooitje van. Soms zo erg dat zelfs ik me eraan ergerde. Nou, dat wil toch wel wat zeggen.
Ik drink in twee grote teugen mijn bier leeg en kus mijn nieuw ontdekte klasgenootje op haar wang. Als ik haar na de vakantie nog niet vergeten ben, zal ik haar eens bellen om iets met haar af te spreken. Gewoon iets leuks, geen date ofzo. Ik spring op de fiets en bereid me voor op een halfuur fietsen naar huis, de prijs die ik altijd moet betalen voor uitgaan in de stad. Als ik eenmaal de stad uit ben, geniet ik altijd van het ritje. Nu ook. Ik geniet van de stilte, van het donker en van de frisse wind. Dit zal ik allemaal tien dagen moeten missen. Nou ja. Dat gaat wel lukken. En als ik even de behoefte heb om alleen te zijn, dan zorg ik gewoon dat dat kan. Er zijn altijd wel plekjes waar je je even kunt terugtrekken. Al is het maar in de douche.
Het eerste wat ik zie als ik de woonkamer van mijn huis binnenkom, is mijn paspoort. Het ligt op de eettafel, met een briefje erbij:
Dacht dat dit je misschien wel goed van pas zou komen. Kleine sloddervos van me.
-x- Mama
Ik glimlach vertederd. Het is maar goed dat mijn vrienden me zo niet zien. Ik pak mijn paspoort en leg het op mijn bureau, samen met het briefje. Na wat graven in mijn la vind ik de klassenlijst. Ik kijk naar de donkere, korrelige zwart-wit foto’s en zoek haar gezicht. Daar is ze. Annemarie, ja. Dat was het. Natuurlijk. ,,Annemarie,” zing ik zachtjes als ik naar de badkamer loop. ,,Annemarie… éééven aan mijn moeder vragen… ik zweer je dat ze dat zei… ze lachte er niet eens bijhij…” ,,Hé, kan het wat zachter,” klinkt de norse stem van mijn vader uit de slaapkamer van mijn ouders. Shit. Toch niet zo zachtjes gezongen blijkbaar. Misschien ben ik zatter dan ik denk. Grinnikend poets ik mijn tanden. Wat heb ik toch een lol met mezelf. Dat wordt nog leuk op vakantie.
Denk in setjes. De Elle zegt dat je in setjes moet denken. Het probleem is, dat ik nu iets teveel setjes op mijn bed heb liggen. Ik bedoel, zes paar schoenen meenemen voor tien dagen vakantie is misschien een beetje overdreven. Maar ik heb het gevoel dat ik ze geen van alle kan missen. Laarzen voor als we uitgaan. Flatjes voor als we gaan shoppen. Gympen voor als we iets actiefs gaan doe. Mooie teenslippers voor naar het strand. Oude teenslippers voor in de ongetwijfeld ranzige douches. En mijn nieuwe sleehakken omdat ik die gewoon zo mooi vind.
Oh, kom op. Dit is belachelijk. Zes paar schoenen, ik lijk wel gek. Er mooi uitzien is één ding, maar ik moet het allemaal wél zelf dragen. De jongens vinden me heus ook wel leuk zonder sleehakken. Die dingen heb ik daar gewoon niet nodig. Ze kunnen er alleen maar lelijker op worden.
Oké. De sleehakken zijn geëlimineerd. Ik besluit nog één paar schoenen terug in mijn schoenenrek te gooien. Vier paar schoenen is aanvaardbaar. Keurig zelfs. Vier paar schoenen is voor mijn doen traveling light. Met pijn in mijn hart leg ik mijn oude teenslippers opzij. Ik moet maar heel voorzichtig zijn in de douche, dan lukt het wel met mijn mooie slippers. Ik hou mijn flatjes apart om morgen aan te trekken in de bus, stop de andere schoenen netjes in aparte plastic zakjes en leg ze in mijn tas, bovenop mijn handdoeken. Ik kijk naar de enorme berg kleren op mijn bed en zucht wanhopig. Daar moet ik ook nog minstens de helft van wegleggen. Ik haat pakken. Ik kan het gewoon niet zo goed. Ik ben namelijk zo’n meisje dat er onder alle omstandigheden goed uit wil zien. Dat klinkt verschrikkelijk, maar het is waar. En het is lastig als je op reis gaat en je niet de beschikking over je hele garderobe hebt. Ik denk altijd: stel dat ik mezelf nou voor mijn kop sla omdat ik dat éne kledingstuk niet heb meegenomen? Maar dat is eigenlijk nog nooit gebeurd.
Om weer even scherp te krijgen welke situaties zich ook alweer allemaal kunnen voordoen, pak ik de folder er nog eens bij. Een plaatje van een knalblauwe zee lacht me toe.
Canet Plage: de ideale combinatie van strand en actie!
Optimaal genieten in Zuid Frankrijk. Het strand ligt op een afstand van 5 minuten lopen. Voor wie niet elke dag alleen maar wil bakken, zijn er nog veel meer leuke en actieve dingen te beleven. Geef je op om te gaan raften of duiken, breng een bezoek aan Barcelona of verleg je grenzen met een dagje canyoning. Ook ’s avonds is er genoeg te beleven in Canet: bezoek één van de leuke discotheken of hang gezelllig met een fles sangria op het strand… voor de echte stappers is de excursie naar Lloret de Mar natuurlijk een must!
Vakantie in Canet Plage: gegarandeerd een hele week fun!
Tijdens het lezen heb ik een brede glimlach om mijn gezicht gekregen. Het wordt geweldig, ik weet het zeker. Met mijn oude vriendengroep ga ik mee op deze supergave reis. En het is ook nog eens een jongerenreis. Ik zie voor me: een hele bus vol leuke jongens om te leren kennen. Want een vakantie zonder bijbehorende vakantieliefde is natuurlijk geen vakantie. Dan kun je net zo goed met je ouders meegaan. Maar om aan een vakantieliefde te komen heb ik wel een paar leuke outfitjes nodig. En dat brengt me weer terug bij mijn probleem: welke kledingstukken van die enorme stapel gaan in mijn tas, en welke gaan terug de kast in?
Net als ik lafhartig tussen mijn cd’s wil gaan kijken om het probleem voor me uit te schuiven, gaat mijn telefoon. Thijs. Ik hoop dat hij belt waarvoor ik denk dat hij belt. ,,Al gepakt?” vraagt hij, en ik weet dat ik gelijk heb. ,,Ik ben bezig,” zeg ik. ,,Maar het wil nog niet echt lukken.”
,,Hulp nodig?”
,,Ja,” zeg ik opgelucht. ,,Ja, alsjeblieft.”
,,Ik ben er over een half uurtje.”
Thijs is mijn gay best friend. We zijn al jaren onafscheidelijk. Ik ben dol op mijn vriendinnen, maar Thijs heeft een speciaal plekje in mijn hart. Homovrienden zijn nou eenmaal een apart soort. Met Thijs kan ik net zo goed shoppen als met de meiden. Misschien zelfs nog wel beter, omdat hij niet uren staat te twijfelen voor hij iets koopt. Ook mijn knopen hakt hij doeltreffend door. En als ik weer eens lomp behandeld ben door een jongen, geeft Thijs me het beste advies van de wereld. Hij kan fantastisch luisteren. Serieus, ieder meisjes zou een homovriend moeten hebben.
Een uur later liggen er een paar keurige stapeltjes op mijn bed. Wonderbaarlijk genoe is Thijs erin geslaagd een aantal multifunctionele kledingstukken uit de grtoe stapel te vissen. Ook heeft hij me ervan overtuigd dat het écht niet nodig is om mijn grote Bodyshop-badjas mee te nemen. Nou ja, zoiets vermoedde is zelf ook al, natuurlijk.
Tevreden kijkt hij naar het resultaat van zijn hulp. ,,Jij ziet er de hele vakantie tiptop uit!” zegt hij. ,,Hoewel je het anders vast net zo leuk zou hebben.” Ik kijk bedenkelijk. ,,Nee, echt,” houdt hij vol. ,,Je moet je niet altijd zo’n zorgen maken over je uiterlijk.” Ik haal mijn schouders op. ,,Ach, mijn sterrenbeeld is weegschaal. Dit is wat weegschalen doen.” ,,Zonde van je tijd,” vindt hij. ,,Nee jij dan, me je smeerseltjes!” verdedig ik me. ,,Dat is iets anders,” zegt hij. ,,Ik verzorg me gewoon goed. Dat vind ik belangrijk. Maar over mijn kleding ga ik me op vakantie geen zorgen maken. Het past toch allemaal bij elkaar.” Dat is waar. Thijs’ garderobe bestaat uit stuk voor stuk mooie basics. Doordoor ziet hij er altijd goed uit zonder er over na te hoeven denken. Hij heeft makkelijk praten. Maar ik heb geen zin in een discussie. Die wint hij toch wel. Hij lult zich altijd overal uit. ,,Ach, laten we er maar over ophouden,” zeg ik dus. ,,Zullen we een filmpje kijken?” Dat vindt hij een goed plan, en we installeren ons voor de tv met een zak paprika-ribbelchips en Mr. and Mrs. Smith, onze lievelingsfilm. We zijn dol op Brad Pitt. Tenminste, ík ben dol op Brad Pitt en ik vermoed dat dat bij Thijs ook wel het geval zal zijn. Hij heeft nooit gezegd dat hij Brad Pitt een lekker ding vindt, alleen instemmend gebromd als ik het zei.
Om eerlijk te zijn, heeft Thijs ook nooit letterlijk gezegd dat hij homo is. Iedereen neemt dat gewoon maar aan, omdat het bijna niet anders kan. Voor zover we weten, heeft hij nog nooit een vriendin gehad. Hij houdt van shoppen. Hij ziet er altijd fantastisch uit. De meiden bieden zich bij bosjes aan hem aan, maar hij wijst ze altijd vriendelijk en tactvol af. Hij heeft het ook nooit over meisjes. Of over jongens. Of over een liefdesleven in het algemeen. Hij móet wel homo zijn, het kan gewoon niet anders. Maar het aan hem vragen, dat durft niemand natuurlijk.
Hij slaat zijn arm om me heen en ik leun tegen hem aan. Zo zitten we altijd als we film kijken. Ik vind het heerlijk om tegen hem aan te zitten. Heterojongens gaan daar altijd meteen weer van alles van denken. Maar met Thijs kan het gewoon. ,,Heb je zin in morgen?” vraagt hij, terwijl hij me een chipje voert. Ik kauw en knik tegelijk heftig. ,,Het wordt geweldig!” verklaar ik als ik mijn mond leeg heb. ,,Moet je je voorstellen, morgen om deze tijd zitten we in Frankrijk!” ,,Wow,” zegt hij. ,,Inderdaad. Morgen om deze tijd zijn we op vakantie!”
2. Amy
Ik ben gelukkig. Volmaakt gelukkig. Ik lig aan het strand, mijn hoofd rust op de brede borst van mijn vriendje, mijn perfecte vriendje dat me op dit moment olijven voert. Hj voert ze me langzaam en sensueel. Het begint te schemeren. Zometeen zullen we de zonsondergang zien, om het nog perfecter te maken. Ik slaak een zucht en hoor mezelf opeens zeggen: ,,Ik wil hier blijven.”
,,Hè?” De vork met de volgende olijf blijft even in de lucht hangen. ,,Zei je nou dat je hier wilt blijven? Niet op vakantie?”
,,Ja. Gewoon hier blijven, met jou, op het strand. Het is zo perfect. Ik wil niet weg.”
Het is even stil. ,,Meen je dat nou serieus?”
,,Nou ja, ik ga de boel niet afzeggen ofzo. Natuurlijk niet. Het is alleen… ach, laat ook maar.” Ik heb plotseling het gevoel dat ik iets verkeerds heb gezegd.
Mijn vriendje stopt de olijf in mijn mond, wat bruusker dan net. Hij neemt mijn gezicht in zijn handen. Ik voel mijn malende kaken tegen zijn handpalmen. ,,Het zijn maar tien dagen, Amy,” zegt hij streng. ,,En je hebt er genoeg geld voor betaald. Geniet er alsjeblieft van. Mij zie je daarna wel weer.” Ik heb duidelijk echt iets verkeerds gezegd. Opeens voel ik de tranen branden achter mijn ogen. Wat ben ik toch een stomme huilebalk. Hij heeft gelijk. Ik stel me aan. ,,Natuurlijk ga ik genieten!” zeg ik snel. ,,Natuurlijk. Ik heb er heel veel zin in. Echt. Het was alleen even zo’n mooi moment en…”
,,Ssst.” Hij legt zijn hand voor mijn mond. Met zijn andere hand wijst hij in de verte. De zon is in een vuurrode bal veranderd en zakt langzaam in de zee. We zwijgen tot hij helemaal verdwenen is.
,,We moesten zo maar eens gaan,” zegt hij dan. Hij stopt de laatste olijf in zijn eigen mond. Ik ben teleurgesteld. Ik had die laatste olijf willen hebben en ik wil ook nog lang niet weg. Maar ik laat niets merken. Ik heb me wel genoeg aangesteld voor vanavond. Dit is onze laatste avond samen voor we tien lange dagen van elkaar gescheiden zullen zijn. Ik wil het niet verpesten met mijn gezeur.
Ik sla het picknickkleed uit, vouw het op en stop het in mijn tas. Hij raapte de lege verpakkingen bij elkaar en gooit ze een eindje verderop in een prullenbak. Hand in hand lopen we terug naar de auto. ,,Morgen om deze tijd zit je in Frankrijk!” zegt hij terwijl hij het contactsleuteltje omdraait. De motor komt langzaam op gang. ,,Ja,” zeg ik. ,,In Frankrijk. Maar wel opgepropt in de bus. En misselijk, waarschijnlijk.” Hij lacht. ,,Amy, wat ben je toch een kleine zeikerd af en toe! Die busreis wordt hartstikke leuk. Iedereen gaat met elkaar zitten kletsen en je hebt niet eens tíjd om misselijk te zijn.” Ik probeer ook te lachen, maar het klinkt nep. ,,Ik heb er echt zin in hoor,” begin ik. ,,Het is alleen…” Maar hij onderbreekt me. ,,Even niet, schat. Ik moet me even op de weg concentreren.”
Terwijl ik kijk naar de hectometerpaaltjes die voorbij schieten, laat ik de afgelopen drie maanden nog eens aan me voorbijtrekken (je moet toch wat, als je niet mag praten). Het waren de beste drie maanden van mijn leven. Hiervoor vond ik mijn bestaan altijd ontzettend middelmatig. Maar Jesse heeft er iets bijzonders van gemaakt. Ik wist het meteen, die eerste keer dat ik hem zag. Ik voelde dat hij mijn leven zou gaan veranderen.
We ontmoetten elkaar op een feestje van een klasgenootje van mij. Hij bleek de broer van haar vriend te zijn. Hij keek me aan en het klinkte. En we wisten het allebei. Dit was liefde op het eerste gezicht. Dit was het. Het bewijst dat dat dus toch bestond. We hoefden niets uit te leggen. We hoefden niet moeilijk te doen met openingszinnen. Hij kwam naar me toe en zei: ,,Hoi. Ik ben Jesse.” Normaal zou ik zoiets heel stom vinden, zo iemand die zich uit het niets komt voorstellen. Maar nu leek het logisch. Wás het logisch. Als je soulmates blijkt te zijn is het wel zo netjes om even te laten weten hoe je heet. ,,Hoi, Jesse. Ik ben Amy,” zei ik. ,,Ik ben een klasgenootje van Lieke.” ,,Ik ben de broer van Marco,” zei hij. ,,En ik ken hier geen hond.” ,,Jawel hoor,” reageerde ik. ,,Je kent mij nu.”
En zo begon het allemaal. De hele avond hebben we met elkaar zitten praten. Twee dagen later hadden we onze eerste date. We zaten elke avond minstens een uur met elkaar op MSN. Na een week hadden we voor het eerste seks, wat zo goddelijk was dat het me er nog eens extra van overtuigde dat we voor elkaar bestemd waren. Na twee weken ontmoetten we elkaars ouders. En na drie weken kochten we matchende kettinkjes. We zijn onafscheidelijk. We zien elkaar bijna elke dag. En als we elkaar een dagje niet kunnen zien, bellen of smsen we altijd even. En nu ga ik hem tien dagen niet zien. Ik kan me het leven zonder hem nauwelijks nog voorstellen. En mijn vrienden zijn leuk, maar ze begrijpen me niet. Hun motto is: lang leve de lol. Als ik één keer zeg dat ik Jesse mis vinden ze vast meteen dat ik zeur. Want zíj zijn allemaal single. Ze willen uitgaan, hebben ze al laten weten, veel uitgaan. En dingen doen. Het schijnt dat je er kunt raften en duiken. Het lijkt me allebei doodeng. Ik wil alleen maar op het strand liggen en naar de lucht kijken. De excursie naar Barcelona lijkt me ook wel leuk, maar Barcelona lijkt me zo’n romantische stad dat ik Jesse waarschijnlijk alleen maar meer ga misen als ik daar in mijn eentje ben.
Ik schrk op uit mijn gedachten als Jesse even zijn hand op mijn been legt. ,,Ik ga jou ook missen, hoor,” zegt hij zachtjes. Ik voel me tegelijk blij en verdrietig worden. Ik zie dat we alweer op de ringweg zitten. Bijna thuis.
Hij gaat nog even mee naar binnen. We drinken nog een biertje en hebben fantastische afscheidsseks. Twee keer. ,,Ik zal je zo missen, Amy,” kreunt hij. Ik neem me voor om dit moment heel goed in mijn geheugen op te slaan, om het tevoorschijn te kunnen halen wanneer ik maar wil.
,,Ik moet gaan,” zegt hij om half één. ,,Blijf jij maar lekker liggen.” ,,Nee!” piep ik. ,,Ik wil niet dat je nu al gaat.” Hij aait over mijn wang. ,,Ik moet morgen vroeg op om te werken, weet je nog, liefje? En jij moet ook nog even goed slapen, want morgen slaap je in de bus.” Ik weet dat hij gelijk heeft. Ik sla mijn armen om zijn nek en geef hem nog één lange zoen. ,,Maak er wat van,” zegt hij. Ik knik. ,,Dat zal ik doen.”
Ik kruip weer onder mijn roze dekbed en kijk hoe hij mijn kamer uit loopt. Bij de deur glimlacht hij nog een keer naar me. Ik luister naar zijn voetstappen op de trap en wacht op het geluid van de voordeur die dichtslaat. Daar hoor ik het. Piep-bam. Ik staar naar het plafond en voel me leeg. Nog een week en drie dagen.
3. Thijs
Terwijl meneer en mevrouw Smith elkaar en het meubilair beschieten, ligt Sterre tegen me aan te slapen. Ze valt altijd in slaap als we een film kijken. Soms vraag ik me af waarom ze überhaupt nog aan een film wil beginnen als ze weet dat ze het einde ervan toch niet zal meemaken. Maar ik zeg er nooit iets over. Ik hou van deze momenten. Ik zet de herrie van de film wat zachter en geniet van de rust die er van Sterre uitgaat. Ik kijk naar haar enorme bos blonde krullen en onderdruk de neiging om er doorheen te strijken. Ze is niet je vriendin, sukkel, zeg ik tegen mezelf, ze is EEN vriendin. En ze denkt dat je homo bent.
Dat Sterre dat denkt, is overduidelijk. Elke keer dat we elkaar zien (en dat is vaak) doet ze wel een poging om het me uit mezelf te laten toegeven. ,,Brad Pitt is echt knap, vind je niet?” ,,Met jou kan ik zo goed shoppen, andere jongens houden het nooit zo lang vol… grappig hè?” Ik geef nooit echt antwoord. Daar zijn twee redenen voor.
De eerste reden is dat ik het zelf ook niet weet. Of ik homo ben, of bi, of hetero. Het is allemaal zo verdomd verwarrend. Ik heb dagen dat ik omkijk naar elke jongen die ik zie, ik heb dagen dat ik omkijk naar elk meisje, ik heb dagen dat ik helemaal gek word omdat het wel lijkt alsof iederéén aantrekkelijk is. Ik weet dat ik hou van dingen waarvan jongens niet horen te houden: van smeerseltjes, van kleren, van disneyfilms. Maar aan de andere kant hoor je overal ook weer dat je een Nieuw Soort Man hebt: de metroseksueel, de man die ervan houdt om zich goed te verzorgen en graag zijn gevoelige kant toont. Misschien ben ik dat wel gewoon. Maar ik betwijfel of een metroseksueel ook hartkloppingen krijgt van een sexy barman. En van Sterre gaat mijn hart niet sneller kloppen, daar ken ik haar te goed voor. Om Sterre geef ik gewoon heel veel, omdat ik haar al zo lang ken. En dat ze heel mooi is, nou ja, dat is gewoon een feit. Daar kan niemand omheen. Dus misschien heeft ze wel gelijk, en ben ik inderdaad homo. Maar ik ga het in elk geval niet toegeven voor ik het zelf honder procent zeker weet.
De tweede reden dat ik nooit echt in ga op Sterres gevis, is dat ik het gevoel heb dat ze me in een hokje gedwongen heeft. Ik kan het bijna niet meer maken om nu opeens te gaan roepen dat ik hetero ben. Zo vaak heeft ze tegen me aan liggen slapen “omdat dat met jou gewoon kan”. Ze heeft zich zelfs weleens omgekleed in mijn bijzijn. Helemaal. Toen reageerde mijn lichaam niet bepaald als dat van een homo. Maar dat wist ze natuurlijk niet. Als ik haar nu opeens vertel dat ik al die tijd gewoon hetero was, denkt zij natuurlijk ook aan al die momenten dat ze met mij dingen deed die ze met “normale” jongens nooit zou doen. En als ik er dan ook nog eens bij vertel dat zij een heel speciaal plekje inneemt in mijn leven, nou, dan kan ik het helemaal wel vergeten. Ik zit dus flink vast. Sterre vertellen dat ik hetero ben lijkt me een stuk moeilijker dan ervoor uitkomen dat ik homo ben.
De aftiteling rolt over het scherm. Sterre wordt wakker en rekt zich uit. ,,Shit, ben ik nou weer in slaap gevallen?” Ik knik. ,,Weet je eigenlijk wel hoe het einde gaat?” Ze denkt even na. ,,Nee, eigenlijk niet. Tenminste, ik heb ‘m ooit in de bioscoop gezien, toen ben ik natuurlijk niet in slaap gevallen. Maar ik weet het niet meer.” Ik vind haar zo lief, zoals ze daar diep zit na te denken met haar verwarde haar. Als ze niet haar best doet om het mooie meisje uit te hangen vind ik haar nog mooier. Oh, verdomme. Ik moet ophouden met dat soort dingen denken. Het is uitgesloten dat er ooit iets tussen mij en Sterre gebeurt. Of ik beslis dat ik homo ben, en dan spreekt het vervolg voor zich. Of ik beslis dat ik hetero ben, en dan wil ze me waarschijnlijk nooit meer zien. Of ik ga voor bi, en dan heb ik hetzelfde probleem als wanneer ik zeg dat ik hetero ben.
Ik kijk op de klok en zie tot mijn schrik dat het al half twee is. ,,Ster, ik moet er vandoor. Ik wil nog een beetje normaal slapen vannacht.” Ze haalt haar schouders op. ,,Blijf lekker hier slapen, joh. Ik vind het geen probleem. Je kunt er zo bij in mijn bed.” Dat is waar. Sterre heeft een riant tweepersoonsbed. Maar ik heb er geen zin in. Ik wil nog een nachtje in mijn eentje slapen. Spanningen krijg ik op vakantie nog genoeg.
Ik aai over haar wang. ,,Lief aangeboden, maar ik slaap liever in mijn eigen bed vannacht. Een ander keertje, oké?” ,,Oké,” zegt ze. Het klinkt onverschillig. Het maakt haar niks uit of ik al dan niet blijf slapen. Het zou mij ook niks uit moeten maken.
Een half uur later doe ik zachtjes de deur van mijn kamer dicht. Door het jaar heen woon ik in een stijlvol ingerichte kamer in Groningen, waar Sterre en ik allebei studeren. In vakanties en weekends hou ik mijn ouders weer even gezelschap, om ze een plezier te doen. Ze vinden het heerlijk als ik thuis ben. Ik niet. Ik mis mijn eigen kamer. Daar voel ik me een man, hier voel ik me weer een jongetje. Al helemaal omdat mijn moeder al mijn knuffels heeft uitgestald op de plank waar eerst mijn boeken stonden.
Mijn tas staat al ingepakt in een hoekje. Ik hoef er niet meer in te kijken. Ik weet dat ik niets vergeten ben. Ik hoef morgen alleen mijn toiletspullen er nog bij te doen. Zelfs mijn handbagage staat al klaar. Sommige mensen, zoals Digna bijvoorbeeld, lijken alles op het laatste moment te moeten doen. Ik zou juist willen dat ik wat dat betreft wat relaxter was. Ik heb alles altijd veel te vroeg klaar. Maar dat geeft me wel de gelegenheid om Sterre te helpen als zij er niet meer uitkomt met pakken, wat steevast gebeurt, zelfs als ze maar een weekendje weggaat. Toch vind ik dat supernette niet zo heel aantrekkelijk aan mezelf. Was ik maar wat slordiger. Slordiger is mannelijker, vind ik. Een man die een beetje troep kan maken is aantrekkelijker dan een man die dwangmatig alles opruimt.
Bij wijze van experiment trek ik mijn kleren uit en smijt ze op de grond. Veel van mijn vrienden doen dat altijd. Zo, denk ik tevreden, die blijven daar liggen tot morgenochtend. Ik heb geen zin om ze op te rapen en ze op z’n minst over mijn stoel te gooien. Geen zin in. Laat liggen.
Ik loop naar de badkamer en staar naar mijn spiegelbeeld. Wie ben jij, Thijs? vraag ik mezelf. Ik stel vaak die zinloze vraag aan mijn spiegelbeeld, en natuurlijk krijg ik er nooit antwoord op. Mijn spiegelbeeld zal me echt niet opeens in volzinnen gaan uitleggen wie ik ben. De vraag stellen brengt me geen stap dichter bij het antwoord. Ik zucht en poets mijn tanden. Ik ben te moe om te smeren vanavond. Ik hou morgen wel een smeersessie in de bus.
Als ik terugkom in mijn kamer staar ik een moment naar mijn dure kledingstukken die op de grond liggen te verstoffen en te verkreukelen. Dan kan ik er niet meer tegen. Ik pak ze op en hang ze netjes over een stoel. Wie ik ook mag zijn, het is in elk geval iemand aan wie ik niet kan ontsnappen.
4. Micha
De avond voor ik op vakantie ga en ik ben uit met een paar mensen uit mijn klas die ik eigenlijk amper ken. Ja, ik heb het weer lekker voor elkaar. Morgen ben ik waarschijnlijk een wrak, maar dat is misschien alleen maar beter: dan slaap ik tenminste lekker in de bus. Ja, dat heb ik slim bedacht. Wat ik doe is juist goed. Ik besluit er nog een biertje op te drinken. Ik neem er ook één mee voor het leuke meisje waarmee ik sta te praten. Ze zit al een jaar bij me in de klas en ze is me eigenlijk nooit echt opgevallen, maar nu ben ik weer single en vind ik het eeuwig zonde dat ik een jaar lang zo’n leuk klasgenootje over het hoofd heb gezien. Serieus, ze is echt aardig. En ze heeft een lief gezichtje. Ik zou haar zo willen meenemen morgen, in mijn rugzak. Maar dan zou ik haar daar waarschijnlijk weer helemaal vergeten, bij het zien van alle Franse schonen in de discotheek.
Dat is ook de reden waarom het is uitgegaan met Digna, bedenk ik terwijl ik aan de bar hang en wacht tot die klootzak van een barman mij opmerkt. Ik weet zeker dat hij me negeert omdat ik daarnet een sarcastische opmerking maakte toen hij iemand die overduidelijk voordrong, toch eerst hielp. Maar goed, de reden waarom het is uitgegaan met Digna dus. Die reden is: ik vind zoveel vrouwen leuk. Alle vrouwen, eigenlijk. Nou ja, niet allemaal. Sommige mensen merk je gewoon niet op, zoals dat meisje waarvoor ik nu bier aan het halen ben. En ik duik ook niet met alle vrouwen het bed in. Absoluut niet, zelfs. Van seks komt steevast gezeik. En ik hou niet van gezeik. Ik beperk me liever tot mijn eigen rechterhand dan dat ik word opgebeld door huilende vrouwen. Ik ben een vrije jongen. En dát is wat Digna niet kon hebben. Een vrouw komt bij mij niet op de eerste plaats. Ik kom zelf op de eerste plaats. Op de tweede plaats komt mijn vrijheid, of misschien deelt die wel de eerste plaats met mezelf. Hoe dan ook, pas daarna komt het meisje. Maar meisjes willen dat niet. Meisjes willen dat zij op nummer 1 komen. Nou, zo werkt dat niet bij mij. Dus ik flirt, en soms kus ik, maar ik ga altijd alleen naar huis. Mijn rechterhand en ik hebben een heel bevredigend seksleven. Digna was een leuk tussendoortje, maar nu is het uit en ben ik weer vrij. En daar geniet ik van ook.
Wat wel een beetje een probleem is, is dat ik niet denk dat Digna het leuk zal vinden om op vakantie toe te moeten kijken hoe ik geniet. Maar dat is dan jammer voor haar. Het is mijn vakantie, ik heb ‘m flink in mijn portemonnee gevoeld, en nu ga ik er iets van maken ook. Ik zal wel zo vriendelijk zijn om niet met iemand te zoenen in haar directe blikveld. En de kans dat ik iemand mee naar huis zal nemen is ook vrij klein, maar dat heeft niets met haar te maken. Dat heeft te maken met het feit dat ik op vakantie al helemáál geen zin heb in gezeik.
Ik krijg eindelijk mijn twee biertjes en laveer ermee tussen de andere cafébezoekers door. Het doet me altijd denken aan de hindernisparcoursen die ik vroeger bij scouting moest afleggen. Alleen waren die natuurlijk met bekertjes water, en niet met bier. Ik weet het grootste deel van het bier gelukkig veilig bij de finish te krijgen en geef er één aan het meisje. Shit, hoe heet ze nou ook alweer? Ik heb een jaar bij haar in de klas gezeten en ik weet haar naam niet eens. Dit is echt te erg. Thuis moet ik maar even een klassenlijst pakken om het op te zoeken. Ik zal haar naam toch niet echt nodig hebben hier.
,,Zo, dus morgen ga je op vakantie,” zegt ze, terwijl ze heel sexy een beetje schuim van haar bovenlip aflikt. Ik knik en kijk op mijn horloge. ,,Ik zit over… twaalf uur in de bus. Shit, zo snel al?” Ze moet lachen. ,,Moet je nog pakken?” Ik kijk haar bevreemd aan. ,,Natuurlijk moet ik nog pakken. Wat dacht jij dan? Dat ik het allemaal al klaar had staan?” ,,Nou ja,” grinnikt ze. ,,Veel mensen doen dat, hoor. De avond van tevoren pakken. Kun je de volgende dag mooi besteden aan het zoeken van je paspoort.”
,,Mijn pas… kut! Weet je dat ik opeens bedenk dat ik niet weet waar die ligt?” Ik neem een grote slok bier en denk diep na. Nou ja, hij kan niet ver zijn, stel ik mezelf gerust. Dat is het voordeel van nog thuis wonen: je ouders bewaren dat soort belangrijke documenten nog voor je, of weten in elk geval waar jíj ze hebt bewaard. Ik heb het volste vertrouwen in mijn moeder. Maar dat ga ik niet hardop zeggen. Het klinkt kinderachtig. In plaats daarvan haal ik mijn schouders op en zeg: ,,Nou ja. Ik vind het wel.”
Ik kijk nogmaals op mijn horloge. Een onrustig gevoel bekruipt me. Ik weet dat ik naar huis moet, ook al heb ik daar eigenlijk geen zin in. Maar nog langer blijven zou gekkenwerk zijn. Ik moet nog een beetje slapen vannacht, en ik moet morgen nog pakken, en nog uitvinden waar dat paspoort ligt. Ik heb wel een beetje verstand in mijn donder. Ik ben niet zoals Digna, die maakt overal een rotzooitje van. Soms zo erg dat zelfs ik me eraan ergerde. Nou, dat wil toch wel wat zeggen.
Ik drink in twee grote teugen mijn bier leeg en kus mijn nieuw ontdekte klasgenootje op haar wang. Als ik haar na de vakantie nog niet vergeten ben, zal ik haar eens bellen om iets met haar af te spreken. Gewoon iets leuks, geen date ofzo. Ik spring op de fiets en bereid me voor op een halfuur fietsen naar huis, de prijs die ik altijd moet betalen voor uitgaan in de stad. Als ik eenmaal de stad uit ben, geniet ik altijd van het ritje. Nu ook. Ik geniet van de stilte, van het donker en van de frisse wind. Dit zal ik allemaal tien dagen moeten missen. Nou ja. Dat gaat wel lukken. En als ik even de behoefte heb om alleen te zijn, dan zorg ik gewoon dat dat kan. Er zijn altijd wel plekjes waar je je even kunt terugtrekken. Al is het maar in de douche.
Het eerste wat ik zie als ik de woonkamer van mijn huis binnenkom, is mijn paspoort. Het ligt op de eettafel, met een briefje erbij:
Dacht dat dit je misschien wel goed van pas zou komen. Kleine sloddervos van me.
-x- Mama
Ik glimlach vertederd. Het is maar goed dat mijn vrienden me zo niet zien. Ik pak mijn paspoort en leg het op mijn bureau, samen met het briefje. Na wat graven in mijn la vind ik de klassenlijst. Ik kijk naar de donkere, korrelige zwart-wit foto’s en zoek haar gezicht. Daar is ze. Annemarie, ja. Dat was het. Natuurlijk. ,,Annemarie,” zing ik zachtjes als ik naar de badkamer loop. ,,Annemarie… éééven aan mijn moeder vragen… ik zweer je dat ze dat zei… ze lachte er niet eens bijhij…” ,,Hé, kan het wat zachter,” klinkt de norse stem van mijn vader uit de slaapkamer van mijn ouders. Shit. Toch niet zo zachtjes gezongen blijkbaar. Misschien ben ik zatter dan ik denk. Grinnikend poets ik mijn tanden. Wat heb ik toch een lol met mezelf. Dat wordt nog leuk op vakantie.

0 Comments:
Post a Comment
<< Home