Dag twee
17. Thijs
Je gaat slapen in een donker niemandsland en wordt wakker in Zuid-Frankrijk. De zon is al op als ik wakker word. Geradbraakt, zoals altijd na een nachtje in de bus, maar het uitzicht maakt alles goed. Ik zie bergen en heel veel schattige, gele, typisch mediterrane huisjes. Ik heb meteen een vakantiegevoel. Ik kijk naast me. Sterre is al klaarwakker en zit haar gezicht te poetsen met een reinigingsdoekje. ,,Mag ik er ook één?” vraag ik. Ze kijkt opzij en lacht. ,,Zo, slaapkop, wat kun jíj goed pitten in een bus.” Ik grinnik. ,,Ja, ik ben er zelf ook verbaasd over. Bijna in één ruk door gewoon. Maar mijn botten rammelen wel.”
Ik voel me vies en plakkerig. Het vochtige doekje voelt als een verademing. Ik fris er meteen van op. Maar tegelijk met de opfrissing komt de herinnering aan gisteravond weer terug. O nee. Ik wil er niet aan denken. Denk aan iets anders, denk aan iets anders. Maar het is al te laat. Het besef is doorgedrongen: Sterre heeft me met een mannenblad betrapt. Niet met een homo-mannenblad. Nee, nee. Dat zou nog niet zo’n ramp zijn. Een beetje genant, oké, maar niet het einde van de wereld. Sterre heeft me met een hetero-mannenblad gezien. Een echt, rauw, blote-wijven-en-beavershots-mannenblad. En ik was niet degene die stiekem meekeek. Ook dat nog. Ik was degene die het blad godverdomme vasthield. Ik was de initiator, zoals dat heet. Wat zal ze gedacht hebben?
Ik kijk nog eens naar haar. Als ze het al raar vond, laat ze dat in elk geval niet merken. Ze zit haar ogen op te maken, met in haar ene hand een klein spiegeltje en in haar andere hand haar mascararoller. Het flesje mascara houdt ze tussen haar benen geklemd. ,,Efficiënt,” merk ik op, omdat mijn stilzwijgen als verdacht zou kunnen worden opgevat. Ze grinnikt. ,,Je kent mij toch. Een natuurtalent in efficiency. Als het op make-up aankomt tenminste.”
,,Hoe heb je geslapen?” vraag ik haar, in een poging het gesprek naar gisteravond te sturen. Ze haalt haar schouders op. ,,Beroerd, zoals altijd in zo’n bus. Royal Class, mijn reet. Moet je mijn wallen zien. Ik ga straks wel even een schoonheidsslaapje doen, hoor.” Zoals altijd denkt ze weer volledig in termen van haar uiterlijk. Dat is haar niet af te leren. Het is ook de reden waarom sommige mensen haar oppervlakkig vinden of zelfs een enorme hekel aan haar hebben. Maar ik weet dat het alleen maar een pose is. Het is geen zelfvertrouwen of arrogantie, zoals sommige mensen denken. Het is juist onzekerheid. Maar ik betwijfel of ze dat zelf weet.
Zal ik over dat mannenblad beginnen? Zal ik uit mezelf een verklaring geven? Zou dat de situatie beter maken of juist erger? Zal ze het vergeten als ik er over zwijg? Of zal ze dan zelf verklaringen gaan bedenken? Zal het gespannen tussen ons worden als ik zwijg? Of wordt het juist gespannen als ik nu mijn mond opentrek en onhandige dingen ga zeggen? Hoe kan ik het trouwens verwoorden? Hoe kan ik haar uitleggen dat ik het zelf ook allemaal niet weet? En is dit daar niet een heel verkeerd moment voor?
De beslissing wordt voor me genomen. De buschauffeur begint weer te praten, precies op het moment dat ik Sterre aanstoot omdat ik “Canet” op een bord zie staan. ,,Dames en heren, goeiemorgen… jullie zien het allemaal al, we zijn bijna bij onze eerste eindbestemming. Mensen voor Canet Plage kunnen hun spullen vast bij elkaar pakken. Zometeen wel even buiten wachten, want het is misschien handig als je de rest van je bagage ook meeneemt, hèhè…” Wat zal ik blij zijn als we van die man af zijn. Ik hoop dat we een andere krijgen op de terugweg. Ik stop het flesje water en de bus pringles die ik in het netje voor me had geklemd, netjes terug in mijn tas. Mijn jasje houd ik nog maar even aan; het kan nog best fris zijn om deze tijd van de dag, al schijnt de zon uitbundig. ,,Kijk, daar is een disco!” wijst Sterre enthousiast. ,,En de Mac zit hier ook. Dat is handig, lekker in de buurt!” Ik lach. ,,Je wilt toch niet elke avond bij de Mac gaan eten! Dat is een aanslag op je huid.” Ze haalt haar schouders op. ,,Ik ben op vakantie, hoor. Ik kan me het hele jaar nog druk maken over mijn huid. En trouwens, ik heb een hele goeie camouflagecrème bij me. En die Eight Hour Cream van Elisabeth Arden, die jij me hebt aangeraden. Fantastisch spul.” Normaal zou ik nu gaan uitweiden over hoe fantastisch die crème inderdaad is, maar het lijkt me beter om dat nu even niet te doen. Ik knik alleen. Ik voel hoe de bus langzaam tot stilstand komt. We zijn er. De vakantie is begonnen.
18. Micha
De zon brandt al flink als we al onze bagage over de camping slepen. Ik heb gelukkig niet belachelijk veel bij me, maar voor Sterre vind ik het zielig. Die heeft natuurlijk weer kleding voor een maand meegesleept. Nou ja, dat is ook eigenlijk haar eigen schuld. Ze doet het zichzelf aan. Ik hoop dat Thijs nu eens niks van haar overneemt.
We passeren het campingwinkeltje, een kleine boulangerie, een tennisbaan en een verlaten ruimte die ’s avonds waarschijnlijk een disco moet voorstellen en waar een schoonmaker nu glasscherven en sigarettenpeuken bij elkaar staat te vegen. Als we de hoek om gaan, komen we langs een zwembed. Een paar moeders liggen vadsig aan de kant, de bijbehorede kids spelen schreeuwend in het water. Sam raakt even mijn arm aan. ,,Cool, een zwembad!” Ik glimlach alleen. Ik denk niet dat we hier ooit zullen gaan zwemmen, maar ik wil haar illusies niet meteen verstoren.
Twee kleine meisjes in identieke pareo’s rennen langs ons heen. Een stelletje zit te ontbijten voor hun caravan. Drie dikke jongetjes doen een poging tot skateboarden en praten druk tegen elkaar in het Duits. Ik hou van dit soort campings. Ze hebben iets gezellig-burgerlijks. Goedkope luxe. Alles voor het gerief van de vakantieganger. Maar niet voor lang. Straks gaan we weer naar huis en is het afgelopen met de pret. De pogingen die de mensen hier doen om dat te vergeten, hebben iets ontroerends.
Bij een knalblauw geschilderd, houten hokje worden we opgewacht door een jongen met vettig haar en een petje in dezelfde kleur als het hokje. Hij stelt zich voor als Bruno. Hij is onze reisleider deze week, dus hij regelt al onze fantastische excursies, waar we ons zometeen voor kunnen opgeven. Hij staat bijna te springen van enthousiasme. ,,Jullie kunnen hier je spullen neerleggen tot jullie de tent in kunnen, en dan komen jullie met mij mee…” Hij wordt onderbroken door Amy. ,,Eh, sorry? Zeg je nou dat we onze tent nog niet in kunnen?” Bruno schuifelt een beetje ongemakkelijk heen en weer. ,,Ehm, ja. De mensen die vanavond naar huis gaan krijgen van ons nog een beetje tijd om hun spullen te pakken en de tent op te ruimen… voor júllie.”
,,En tot hoe laat hebben ze die tijd?” Amy’s stem klinkt ijzig. ,,Jezus,” fluistert Sam in mijn oor. ,,Mevrouw is weer goedgehumeurd vandaag.” ,,Inderdaad,” fluister ik terug. ,,Die Bruno kan er ook niks aan doen. Die doet gewoon zijn werk.”
,,Om tien uur kunnen jullie de tent in,” zegt Bruno. Hij klinkt een beetje zenuwachtig. Hij denkt vast dat we het allemaal net zo erg vinden als Amy. ,,Tot die tijd liggen jullie spullen hier heel veilig, al raad ik je wel aan je handbagage bij je te houden.” ,,Het geeft niet,” zeg ik. ,,Wij vermaken ons wel.” ,,Oh, je hoeft jezelf niet te vermaken,” zegt Bruno, duidelijk opgelucht. ,,Daar is allemaal voor gezorgd. Jullie komen zometeen met mij mee voor een presentatie van de excursies die we deze week allemaal aanbieden. En daarna kun je je daarvoor inschrijven. Je mag later betalen, dus maak je geen zorgen als je nog niet gepind hebt.” Dat klinkt goed. Ik ben benieuwd naar de excursies. In het gidsje dat we kregen thuisgestuurd, heb ik al een beetje gelezen wat er zoal te doen is. Ik wil in elk geval duiken, raften, canyoning en uit in Lloret de Mar. Het gaat me een hoop geld kosten, maar ik heb dit jaar niet voor niks zo hard vakken gevuld.
Iedereen zet zijn tassen de grote boom achter het blauwe hokje. Amy doet het met zichtbare tegenzin. ,,Ik hoop dat er niks gejat wordt,” hoor ik haar zeggen. Ik zie Digna met haar ogen rollen. ,,Ik hoop dat ze uitgerekend jouw tas uitkiezen om iets uit te stelen,” zegt ze. Ik moet lachen. Typisch een botte Digna-opmerking. Ondanks dat er nog maar weinig over is van onze vriendschap, vind ik haar nog steeds geweldig. Op weg naar de ruimte waar we onze diapresentatie krijgen, ga ik naast haar lopen. ,,Mooi gezegd,” zeg ik zachtjes tegen haar. Ze kijkt opzij en glimlacht. ,,Ik ben blij dat ik hier zo’n mooi doelwit heb om mijn slaapgebrek op af te reageren.” ,,Goed zo,” plaag ik haar. ,,Dan ben ik tenminste niet het slachtoffer.” Ze grinnikt spottend. ,,Oh, maak je maar geen zorgen, jij bent mijn tweede keus.” Dan gaat ze naast die Bert lopen waar ze op de heenweg zo klef mee was. Verdomme.
19. Sam
De ruime waar we worden voorgelicht over de activiteiten heeft iets typisch mediterraans, met witgesausde muren en donkerbruin houtwerk. Het felle zonlicht valt naar binnen door kleine raampjes. Bruno trekt verschoten rolgordijntjes dicht. ,,Zo, anders zien we niks,” zegt hij tegen niemand in het bijzonder. Ik vind hem nu al aardig. Het enthousiasme spat aan alle kanten van hem af. Hij geniet duidelijk echt van dit werk. Vind je het gek. Zijn baan bestaat uit gratis vakantie. Ik zou best met hem willen ruilen.
Als iedereen aan de lange tafel is gaan zitten, zet Bruno de beamer aan en start een powerpointpresentatie. Een aanstekelijk partymuziekje start. Het werkt; hoe moe ik ook ben na de gebroken nacht in de bus, ik heb meteen heel veel zin om uit te gaan. Op de eerste slide staat een foto van een blij groepje mensen in een kroeg die voor mijn part ook in Nederland had kunnen zijn. ,,Vanavond gaan we het uitgaansleven van Canet verkennen,” zegt Bruno. ,,Lekker een paar kroegjes in, en naar de disco… weet je meteen wat hier allemaal te doen is.” Dat lijkt me leuk. Ik was eigenlijk van plan om vannacht wat slaap in te halen, maar ik had me ook voorgenomen om elke gelegenheid om uit te gaan aan te grijpen, omdat ik weet dat Micha dat ook zal doen. Als er iets tussen ons gebeurt, gebeurt het bij het uitgaan, daar ben ik van overtuigd. Dat soort dingen gebeuren altijd in disco’s en kroegen. Je bent een beetje aangeschoten, je hebt vertrouwelijke gesprekken, je danst dicht bij elkaar, en voor je het weet sta je te zoenen. En als je er de volgende dag gezeik mee krijgt, zeg je gewoon dat je ongelooflijk dronken was. Een klein smetje op je reputatie, maar die zoen heb je dan toch mooi in je zak. Shit, wat ben ik toch een kreng.
Bruno klikt door. We zien een foto van dezelfde blije mensen, nu van top tot teen onder het schuim. ,,Morgenavond: schuimparty in LUST, de leukste disco van Canet,” zegt Bruno. ,,Hartstikke gezellig. Mag je niet missen.” ,,Volgens mij hebben ze er wat extra schuim bij gedaan voor de foto,” hoor ik Micha zachtjes zeggen. Ik moet lachen. Het klinkt net iets te hard. Sam, hou je mond nou maar.
De ene na de andere fantastische foto komt voorbij. We zien steeds dezelfde mensen die leuke dingen doen. We zien ze raften, de Sagrada Familia bekijken, een duikuitrusting aantrekken, eten op een pittoresk terrasje, weer feesten in een tent die overal zou kunnen zijn, maar die als het goed is in Lloret de Mar staat, van een berg abseilen en volledig in het oranje gekleed over straat lopen, blijkbaar op weg naar de Holland Party. Ik zou me overal wel voor willen opgeven. Het lijkt me allemaal zo leuk. Maar ik vrees dat het me wel heel veel geld gaat kosten als ik alles doe wat kan. Ik wil in elk geval alles doen wat Micha doet. Maar als Micha nou alles wil doen? Moet ik me dan in de schulden steken om bij hem te zijn? Dat zou toch wel het ultieme teken zijn dat er nog maar weinig over is van mijn trots.
We krijgen allemaal een inschrijfformulier waarop we moeten aangeven wat we willen doen. Dat gaat wat worden. Iedereen wil natuurlijk wat anders, maar het is wel leuk als we een beetje dezelfde dingen doen. Ik let scherp op Micha. Hij wil in elk geval alle sportieve dingen doen en de excursie naar Lloret de Mar. ,,Dat moet je niet doen joh, naar Lloret,” zegt Wout. ,,Je zit het grootste deel van de tijd in de bus en in de tijd dat je daar bent, word je naar vijf verschillende tenten gesleept door die Bruno. Nergens kun je blijven als het gezellig is.” ,,Nee, we kunnen beter gewoon op eigen houtje uitgaan,” zegt Sterre. ,,Lloret lijkt me wel supervet, maar dan ga ik liever gewoon een keer daar op vakantie.” ,,Ik wil wel naar Lloret,” bemoei ik me ermee. ,,We zitten er nu zo dichtbij, en het zou toch zonde zijn als we daar geen gebruik van maakten. Wie weet waar we volgend jaar weer heen willen.” ,,Kijk, met jou kan ik praten,” zegt Micha tevreden. Ik voel hoe ik vanbinnen begin te gloeien. De rest blijft akelig stil. ,,Ik hoef niet zo nodig naar Lloret,” doet Amy een duit uit het zakje. ,,Ik hoef helemaal niet zo nodig uit. Er is overdag zoveel te doen, dat ik daar ’s avonds waarschijnlijk te moe voor ben.” ,,Zonde!” zeg ik. ,,Je bent toch op vakantie, je moet eruit halen wat erin zit! Uitrusten kun je thuis wel weer.” ,,Ja, maar om nou twee uur heen en twee uur terug in de bus te gaan zitten… dan zit ik liever met een fles rosé op het strand,” zegt Digna. Mijn maag trekt samen. Er wil niemand naar Lloret behalve Micha en ik. Zouden we nu met z’n tweeën gaan? Of zou Micha het nu ook maar laten zitten? Met z’n tweeën uitgaan is tenslotte verre van ideaal. Dit is het beslissende moment, realiseer ik me. Als hij samen met mij naar Lloret wil gaan, is er een kans dat hij voor mij voelt wat ik voor hem voel. Als hij nu terugkrabbelt, kan ik het wel vergeten. Mijn handpalmen worden vochtig.
Micha haalt zijn schouders op. ,,Nou ja, wij gaan in elk geval, toch Sam? Ga nou alsjeblieft niet zeggen dat jij nou ook opeens niet meer wilt.” Inwendig begin ik te juichen. Ik glimlach breed naar hem. ,,Natuurlijk niet. Wij gaan lekker naar Lloret.”
De rest van de excursies is snel bekeken. Ik geef me op voor Lloret, voor alle sportieve dingen (al lijkt dat canyoning me stiekem wel doodeng), voor de excursie naar Barcelona, voor het bezoek aan het pittoreske vissersdorpje en voor de schuimparty. Canet verkennen kunnen we ook wel op eigen houtje, besluiten we. En de Holland Party lijkt eigenlijk niemand echt leuk. Ik geef meer geld uit dan ik gepland heb, maar dan doe ik wel wat rustiger aan met shoppen. Ik leun achterover en laat de anderen rustig verder discussiëren. Mijn beslissing is genomen. Mijn vakantie is gepland. En hij kan niet meer stuk.
20. Wouter
Tevreden gooi ik mijn spullen op één van de vier bedden in de tent. Micha doet naast me hetzelfde. Mooi dat ik naast hem lig, met hem kan ik het nou eenmaal het best vinden. En hoe meer ik bij hem ben, hoe meer kans dat ik in contact kom met leuke meiden. Hoewel het niet waarschijnlijk is dat ik die in zijn bed zal ontmoeten.
We hebben twee vierpersoonstenten, die elk verdeeld zijn in twee compartimenten. Micha en ik liggen in één hokje, in het andere leggen Sam en Amy net hun tassen neer. Digna komt de tent binnen. Ik zie haar teleurgesteld rondkijken. ,,Oh, is deze al vol? Ik was even naar de wc.” Ze zegt het met een verontwaardigde ondertoon, alsof we haar bij de wc-deur hadden moeten opwachten. Ik verwacht dat Micha iets zal zeggen, maar dat doet hij niet. Hij gaat stug door met zijn gevecht met het tasje van zijn slaapzak. Ook Sam en Amy zwijgen ongemakkelijk. Het is ook lullig. Ze heeft gewoon pech. Niemand wil bij Thijs en Sterre in de tent. Zij zijn eigenlijk een soort sub-groepje in onze groep. Ze doen aardig, maar je komt er nooit echt tussen. Ze houden iedereen altijd een beetje af. Ze zijn een soort tweeling, een duo, nauwelijks los te verkrijgen. ,,Sorry,” zeg ik maar, omdat iemand toch iets zal moeten zeggen. Ze zucht. ,,Shit, wat dom van mij,” zegt ze. ,,Ik had beter even kunnen wachten met naar de wc gaan.” Ze dempt haar stem. ,,Het lijkt me helemaal niet gezellig om bij hen te liggen.” Plotseling laat Micha zijn slaapzak los en draait hij zich om. ,,Maar wel nuttig,” zegt hij zachtjes. ,,Kun je er misschien eindelijk achter komen hoe het nou zit met Thijs. Misschien kun je hem overhalen om deze vakantie uit de kast te komen.” Sam begint opeens hard te lachen. ,,Nouhou, Mícha!” Ik zucht. Er is duidelijk weer van alles gaande wat ik gemist heb.
Digna haalt haar schouders op. ,,Nou ja, dan ga ik mijn spullen maar neerleggen.” Zonder verder nog iets te zeggen loopt ze de tent uit. De gespannen stilte blijft nog even hangen. Dan zegt Amy zacht: ,,Is ze nou boos?” Sam haalt haar schouders op. ,,Ze moet niet zeuren. Je gaat toch niet naar de wc op het moment dat je eindelijk de tent in mag. Dan kun je verwachten dat je niet meer kunt kiezen naast wie je wilt liggen. Bovendien, naast wie zou ze moeten liggen? Wij hadden al afgesproken dat we naast elkaar zouden gaan en tussen jullie”- ze kijkt naar Micha – “is het uit.” Micha grinnikt. ,,Ze had naast Wout gekund. Ik had best in die andere tent willen liggen, hoor. Had ik Thijs mooi kunnen overhalen om deze vakantie zijn kastje te verlaten.” Sam lacht weer. ,,Ik waarschuw je, smiecht!” Micha ziet mijn niet-begrijpende blik. ,,Sam en ik hebben een weddenschapje lopen,” legt hij uit. Dat verklaart veel. Ik grinnik, maar ik vind het eigenlijk een beetje lullig voor Thijs. Mensen zullen maar achter je rug een weddenschap afsluiten over je geaardheid. ,,Volgens mij is het niet zo,” zeg ik. ,,Heb je hem weleens naar Sterre zien kijken?” Micha snuift. ,,Hallo, heb je hem weleens naar een salade zien kijken? ‘Hoeveel caloriën zitten hierin?’ Als hij het niet is, weet ik het ook niet meer. Iedereen weet het, en daarom moet hij het ook maar eens bekend maken.” ,,Ssst,” sist Amy. ,,Tenten zijn gehorig, weten jullie nog?” Micha grijnst. ,,Ja. Alles om te winnen, hè. Als hij het deze vakantie toegeeft, neemt Sam mij mee uit eten.” ,,Naar de Mac, ja,” zegt Sam. ,,Meer heb je niet verdiend als je het zo gaat zitten uitlokken.” ,,Dat is dan nog altijd een gratis mannenburger,” grinnikt Micha. ,,Misschien kunnen we die arme Thijs dan ook meenemen, om het goed te maken dat we zou lullig over hem doen. Mag hij zoveel caloriearme salades eten als hij wil. Dan loopt die rekening wel op, Sammie.” Ik vind dat hij zich opeens echt als een klootzak gedraagt, maar Sam giechelt vrolijk. ,,Vergeet het maar. Dit duurt nog wel even. Over een paar maanden gaan wij sushi eten. Véél sushi. Dat ga je wel voelen in je portemonnee, mannetje.” Ik zie de humor niet echt. Ik vind het gemeen. Zouden ze ook zo over mij praten, omdat ik nog maagd ben? Een weddenschap afsluiten wanneer ik het voor het eerst zal doen, deze vakantie of over een paar maanden? Zal ik zeggen dat ik het een kutstreek vind? Maar dan krijg ik misschien wel ruzie met Micha. Dat kan ik nu niet gebruiken. Ik heb Micha nodig deze vakantie. Ik verbijt mijn ergernis en begin mijn bed op te maken. Micha en Sam bekvechten nog even gemoedelijk door, tot Sam begint over hoe al haar kledingstukken bij elkaar passen of zoiets. In de tent naast ons hoor ik Sterre, Thijs en Digna praten. Plotseling zou ik willen dat ik daar lag.
21. Digna
De mensen in de tent zijn even stil als ik naar buiten ben gelopen. Het is zo’n stilte die valt voordat ze zachtjes over je gaan praten. Plotseling voel ik tranen opkomen. Hé, wat is dat nou? Ik ben zo iemand die nóóit huilt. Tijdens alle ellende met Micha heb ik geen traan gelaten. Ik heb alleen wat brieven en foto’s verscheurd, een glas gebroken en een cadeau gekregen knuffel gevild. Maar nu heb ik zin om te huilen, het zielige, eenzame gejank van iemand die buitengesloten wordt. Want zo voel ik me. Buitengesloten. Nu ik Micha niet meer heb, hoor ik nergens meer echt bij. Hij gaat nu het meeste met Wout om, waardoor er drie tweetallen zijn ontstaan: Micha en Wout, Sam en Amy, Sterre en Thijs. Ik ben alleen. Ik heb niemand meer. Door mijn relatie met Micha heb ik de fundering onder mijn vriendschap met de hele groep weggemaaid. Als ik dat had geweten, was ik er nooit aan begonnen. Maar ja, dat soort dingen zeg je altijd achteraf. De realiteit is: ik heb het niet geweten en ik zit hier nog een dikke week met deze mensen. Ik moet er het beste van zien te maken. Ik slik mijn tranen weg en sleep mijn spullen de andere tent binnen.
Thijs en Sterre zijn al bezig hun hokje in orde te maken. Ze kijken tegelijk achterom als ik binnenkom. ,,Hee, Digna,” zegt Sterre. ,,We waren al benieuwd wie er bij ons zou komen liggen.” ,,Nou, ik dus,” antwoord ik. ,,De andere tent was vol.” Ik weet dat het bot klinkt, maar ik kan het niet opbrengen om enthousiasme te veinzen. Gezellig, ik lig een hele week bij de siamese tweeling in de tent, hoera! Mag ik stiekem toekijken hoe jullie ’s nachts seks hebben of ben je misschien toch homo, Thijs? Ik heb trouwens van Micha de opdracht gekregen om je over te halen om deze vakantie uit de kast te komen, zodat hij zijn weddenschap met Sam Het Serpent kan winnen en haar lekker chic mee uit eten kan nemen, dan heeft ze eindelijk haar zin en kan ze hem met een gerust hart van me afpakken, want híj heeft háár dan mee uit eten genomen, dus dan is het niet haar schuld.
Anyway. Dat zeg ik dus allemaal niet. Ze kijken me een beetje raar aan omdat ik zo duidelijk laat merken dat ik het niet zo heel chill vind om bij hen in de tent te liggen. ,,Jij hebt twee bedden,” verbreekt Thijs de gespannen stilte die is gevallen. ,,Daar kun je mooi al je rotzooi op kwijt. Handig hè?” Ik doe een poging tot een glimlach. ,,Daar heb ik geluk mee. Dan maak ik hopelijk wat minder rotzooi.” ,,Oh, rotzooi maak je toch wel,” plaagt hij. ,,Je rotzooi ligt nu alleen wat meer verspreid.” Ach, Thijs is wel lief. Hij wil dat ik het hier gezellig vind. Hij vindt het niet leuk dat ik het niet leuk vind om hier te liggen, dat weet ik zeker, al zal hij het wel jammer vinden dat hij hier nu niet meer zijn eigen huisje met Sterre kan bouwen. Maar ja, dat hadden ze ook wel kunnen verwachten.
Ik begin meteen met rotzooi maken, want ik moet op zoek naar mijn hoeslaken. Ik ben niet zo slim geweest om dat boven in mijn rugzak te stoppen, dus al snel gooi ik al mijn kleren op het bed waar niemand zal liggen. Heb ik dat ding eigenlijk wel bij me? Ik kan me opeens niet meer herinneren dat ik ‘m in mijn tas heb gestopt. ,,Wat zoek je, Digna?” vraagt Sterre. Er klinkt onderdrukte irritatie in door. Ze ergert zich nu al aan me, en de vakantie is nog maar net begonnen. Dat wordt nog wat. ,,Ik zoek mijn hoeslaken,’ zeg ik. ,,Maar ik weet niet zeker of ik die wel bij me heb.” ,,Dan leg je toch alleen je slaapzak op dat bed,” zegt ze. ,,Dat hoeslaken komt vanzelf weer boven water. Of niet. Zo kreukt al je kleding, dat is toch zonde.” Ik haal mijn schouders op. ,,Het kreukt toch wel.” Sterre kijkt naar de berg kleding op mijn bed. ,,Je moet het ook oprollen. Dan kun je veel meer kwijt en het kreukt veel minder.” Ik weet het nu al. Dit ga ik elke dag drie keer horen. Ik ga nooit meer naar de wc op beslissende momenten.
22. Sterre
Ik plof op mijn bed neer. We hebben net gebruncht met verse croissantjes van het campingbakkertje, met daarop heerlijke kruidenkaas zoals je die in Nederland toch niet kunt vinden. Of misschien lijkt het alleen maar lekkerder te smaken omdat we in het buitenland zijn. De lucht lijkt hier ook mooier, ik weet ook niet of dat wel echt zo is. In Nederland is de lucht ook vaak blauw, tenslotte. Maar toch lijkt hij hier blauwer.
Straks gaan we naar het strand, maar eerst wil ik even slapen. Ik ben gebroken na die nacht in de bus. Amy ging ook haar tent in om te slapen, en aan de andere kant van het stuk tentstof dat me van haar scheidt, is Digna ook op haar bed gaan liggen. Sam en de jongens zitten buiten. Ik hoor ze zacht praten. Af en toe komt de harde lach van Micha er bovenuit. Ik word altijd rustig als ik mensen op de achtergrond hoor praten. Het doet me denken aan het gepraat van mijn ouders vroeger, als ik al in bed lig. Het geeft me een veilig, behaaglijk gevoel. Daarom kan ik ook zo goed slapen bij films. Eigenlijk irritant, want ik kan bijna geen film helemaal zien. Ik zak altijd weg, meestal ergens halverwege. Ik heb thuis een hele plank vol films waarvan ik het begin minstens vijf keer heb gezien en het einde een keer. In de bioscoop.
Ik word wakker van een geluid dat ik niet meteen kan thuisbrengen. Het lijkt op huilen. Maar dat kan toch niet? Nee, dat kan het niet zijn. Ik draai me nog eens om en probeer weer in slaap te vallen. Maar het lukt niet. Het huil-achtige geluid blijft zich aan me opdringen. Zachtjes, maar duidelijk aanwezig. Het is het geluid van iemand die huilt maar niet wil dat iemand anders het hoort. Met een ruk ga ik rechtop zitten. Ik luister nog eens scherp, in de hoop mezelf ervan te kunnen overtuigen dat ik me toch vergist heb of dat het buiten is. Maar helaas. Het geluid blijft even goed hoorbaar. Het is hier in de tent. Het moet Digna zijn. Waarom ze huilt, dat laat zich makkelijk raden. Het is net uit met Micha en nu al moet ze met hem op vakantie. Hij trekt de hele tijd met Wout op en trekt zich weinig van haar aan. Het was altijd Micha en Digna, en nu is het Micha en Wout. Eerst was Wout altijd degene die er een beetje bijhing, die geen “vaste partner” had. Nu zijn de rollen omgedraaid. Dat moet pijn doen. Niet alleen is ze haar vriendje kwijt, ze is ook haar plek in de groep kwijt. Altijd heeft onze groep bestaan uit drie tweetallen en één eenling. Nu is zij de eenling.
Ik ga zachtjes weer liggen. Als ze troost wilde zou ze wel harder en opvallender huilen. Ze wil waarschijnlijk alleen gelaten worden. Ik kan haar wel gaan troosten, maar ik kan toch niks voor haar doen. Ze zou me waarschijnlijk afsnauwen en wegjagen. Ze weet dat ik haar vaak irritant vind. Ze zou het huichelachtig vinden als ik haar nu kwam troosten. ,,Nu vind je me zeker opeens zielig,” zou ze zeggen. Ja, ik weet bijna zeker dat ze dat zou zeggen. Ik moet gewoon proberen weer te gaan slapen. Ik lig hier nog niet eens een uur. Zo rust ik niet uit van die busreis. Als ik vanavond mee uit wil, moet ik echt zorgen dat ik nog wat slaap krijg. Digna trekt heus wel weer bij.
Ik ga met mijn rug naar haar deel van de tent toe liggen en trek mijn slaapzak over mijn oren. Dat dempt het geluid van haar gehuil, maar ik hoor het nog steeds. Bovendien heb ik het binnen de korste keren verschrikkelijk warm en benauwd. Zuchtend duw ik de slaapzak weer van me af. Ik besluit een muziekje op te zetten. Dat moet helpen. Mijn mp3-speler heb ik uit voorzorg onder mijn kussen gelegd. Ik stop de dopjes in mijn oren en druk net zo lang door tot ik een rustig liedje krijg. Ik doe mijn ogen dicht en probeer me te concentreren op de muziek. Als ik dat een tijdje doe, raakt hij vanzelf verder weg en val ik in slaap. Maar nu natuurlijk niet. Ik hoor het gehuil van Digna niet meer, maar ik vraag me wel af of het er nog is. Zal ik even de muziek uitzetten, gewoon om het te checken? Nee, zo val ik nooit in slaap. Maar als ik me blijf afvragen of ze nog huilt, lukt het natuurlijk ook niet.
Abrupt druk ik op het stop-knopje van mijn mp3-speler. Ik kan onmogelijk verder pitten terwijl er iemand vlak naast me ligt te huilen. Ik sta op en laat mijn voeten in mijn nieuwe teenslippers glijden. Dat is natuurlijk nergens voor nodig, maar mijn nieuwe slippers voelen heerlijk aan, en het wint tijd. Ik vind het vreselijk om huilende mensen te troosten. Ik kan het niet. Maar soms moet het gewoon. Bijvoorbeeld nu.
Ze heeft haar hokje dichtgeritst. Ik rits het een klein stukje open. ,,Digna?” Mijn eigen stem klinkt raar, oppervlakkig. Het is alsof ik mezelf hoor zoals anderen mij horen. Ik gluur naar binnen. Ze ligt op haar zij, bovenop haar slaapzak. Tranen rollen over haar wangen. Haar gezicht is rood en gezwollen. Ze ziet er opeens veel jonger uit dan ik haar ken. ,,Ga weg,” zegt ze gesmoord. ,,Laat me maar even.” Moet ik hier genoegen mee nemen? Ik sta even voor het kijkgaatje dat ik gemaakt heb, onhandig, besluiteloos. Dan stel ik me voor hoe eenzaam ze zich moet voelen en besluit door te zetten. We liggen nog de hele week bij elkaar in de tent: misschien kan ik haar een beetje opvangen. Thijs doet toch vreemd sinds gisteravond. ,,Wat is er aan de hand?” vraag ik, haar verzoek om haar met rust te laten negerend. Ik doe de rits nog wat verder open, kruip naar binnen en ga naast haar op het bed zitten. Voorzichtig raak ik haar donkere haar aan. ,,Je kunt het mij wel vertellen,” zeg ik. ,,Ik snap dat je je kut voelt door dat gedoe met Micha enzo. En ik snap ook wel dat je het niet leuk vindt om bij Thijs en mij in de tent te liggen. Maar ik wil ook weer niet dat je het zó verschrikkelijk vindt. Ik bedoel, we zijn toch niet zo erg? Thijs en ik zijn gewoon hele goeie vrienden. Maar we gaan het hartstikke gezellig maken met z’n drietjes. Veel gezelliger dan die andere tent. Bah, die andere tent is voor losers.” Ik raaskal maar wat. Ik ben een waardeloze trooster. Ik laat haar niet eens praten. Ik zit alleen maar zelf te lullen. En het slaat niet eens ergens op.
Maar ik merk opeens dat het snikken minder wordt. ,,Ik mis Micha gewoon zo,” zegt ze opeens. ,,Het is allemaal zo anders dit jaar. Ik merk nu pas dat ik met niemand zo’n band heb als ik met hem had. Ik heb alles kapot gemaakt.” Ze begint weer harder te huilen. Stiekem geef ik mezelf een inwendig schouderklopje omdat ik zo goed geraden had waarom ze verdrietig is. ,,Natuurlijk heb jij het niet kapot gemaakt,” zeg ik. Ik begin op dreef te komen. ,,Het is gewoon zo gelopen. En misschien kunnen jullie over een tijdje wel weer gewoon vrienden worden. Je moet het gewoon even de kans geven om te helen.”
,,Denk je?” vraagt ze weifelend. ,,Ik weet het wel zeker,” zeg ik, beslister dan ik me voel. ,,Maar jij zei,” zegt ze dan opeens. ,,Jij zei pas geleden nog dat hij me wel zou willen als ik een sexy topje aantrok bij het uitgaan.” Jezus. Ik moet echt eens leren wat je wel en niet moet zeggen tegen mensen met een gebroken hart. ,,Ik bedoelde dat hij dan wel weer seks met je zou willen,” zeg ik snel. ,,Toen wist ik nog niet dat het zó diep zat. Maar je laat je vakantie toch niet door hem verpesten,” praat ik er snel overheen. ,,Wij gaan heel veel lol maken. En je kunt toch ook omgaan met die jongen die naast je zat in de bus?” Ze is inmiddels gestopt met huilen en nu breekt er zelfs een waterig glimlachje door. ,,Oh ja. Bert.”
,,Bert?!”
,,Ja, zielig hè?”
,,Traumatisch. Bert. Jezus.” We kijken elkaar aan en beginnen te lachen. Het is eigenlijk helemaal niet zo grappig, maar we lachen heel hard om de naam van die arme jongen. Als we zijn uitgelachen, veegt Digna de tranen van haar wangen. ,,Bedankt,” zegt ze. ,,Zullen we maar eens gaan kijken of Amy wakker is, zodat we naar het strand kunnen?”
Ik denk niet dat het op dit moment verstandig is om te zeggen dat ik eigenlijk nog een paar uurtjes slaap wil meepakken. Misschien kan ik op het strand wat slapen.
23. Amy
Ik doe mijn ogen dicht en geniet van het branden van de zon. De anderen zijn gaan zwemmen. Ik pas op de spullen. Ik vind het niet erg; ik hou niet van zwemmen. Dat ijskoude water waar je vijf minuten in staat te rillen voor het eindelijk een beetje draaglijk wordt, bah. ,,Kom op Amy, gewoon onder water duiken!” roept Digna steevast, en begint dan grote golven water over me heen te scheppen. Dat is voor mij meestal het sein om terug te rennen naar mijn veilige handdoekje in de barmhartige zon. En vandaag ben ik daar maar gewoon blijven liggen. Ik heb vandaag al genoeg meegemaakt om mezelf ook nog eens vrijwillig te gaan martelen.
Echt, er gaat niets goed, deze eerste echte vakantiedag. Als dit zo doorgaat, wordt het een rotvakantie. Vannacht in de bus voelde ik me nog zo lekker, maar zodra ik wakker werd was het gedaan met dat gevoel. Het voelde alsof al mijn botten door de bus verspreid lagen en ik rond moest kruipen om ze op te rapen en terug te stoppen op de juiste plek. In feite moest ik alleen naar de wc lopen, maar dat was al een martelgang, met mijn duffe hoofd in die wiebelende bus. En het was natuurlijk zo’n smerig stinktoiletje. Dat was dus al een heel slecht begin van de dag.
Kwamen we eindelijk aan op de camping, bleek het zo’n goedkope volkscamping te zijn, vol dikke vrouwen in te strakke badpakken met jengelende kinderen, die waarschijnlijk allemaal plassen in dat zwembad waar Sam zo weg van is. Dit is het soort camping waar je nooit rust hebt. En hier zitten we nog een hele week. Afschuwelijk.
Toen bleek ook nog dat we onze tenten nog niet in konden, dat vond ik al helemaal belachelijk. Kom je geradbraakt aan, wil je alleen maar naar bed, kan dat dus gewoon niet omdat de vorige bewoners die tent niet uit te slaan zijn. Dat blije figuur met dat petje zei dat ze voor ons aan het opruimen waren, maar ik geloof er niks van. Ik weet zeker dat ze gewoon nog in hun nest lagen toen wij daar als vluchtelingen onze tassen bij een boom moesten neerleggen, waar jan en alleman erin kon gaan zitten graaien. En Digna vond het ook nog raar dat ik er wat van zei. Ze had meteen weer een gelegenheid om me eens lekker af te snauwen. Terwijl zij zelf te pas en te onpas loopt te roepen wat zij overal van vindt. Als ik een keer mijn mening zeg, krijg ik meteen zo’n reactie.
Toen ging iedereen natuurlijk urenlang zitten discussiëren over welke excursies we zouden gaan doen. Doe gewoon wat je leuk vindt, zou ik zeggen, en je ziet vanzelf wie er meegaan. Maar dat is voor de rest onmogelijk. Ze moeten eerst inventariseren of er ook andere mensen voor dezelfde excursie gaan. Als zeven mensen dat bij elke excursie op de lijst gaan zitten doen, kun je je wel voorstellen wat een rotzooitje dat wordt. Ik wilde me eerst eigenlijk voor heel weinig opgeven, maar Sam heeft me overgehaald om toch wat meer te doen. ,,Anders zit je elke dag alleen maar in je eentje in de tent!” Dat ik me ook prima vermaak als ik een beetje in mijn eentje over het strand of door het stadje dwaal, wil ze maar niet begrijpen. Zij gaat bijna alles doen. Ik begrijp niet waar ze het geld vandaan haalt, zo hard heeft ze nou ook weer niet gewerkt dit jaar. Anyway, ik sta nu uiteindelijk ingeschreven voor de schuimparty, Barcelona, duiken en het bezoek aan het vissersdorpje. Het duiken lijkt me doodeng, maar iedereen roept dat het hartstikke leuk is, en helemaal niet eng, en dat er niets kan gebeuren, dus ik waag het er maar op.
Koude spetters op mijn buik. Ik doe mijn ogen open. Sam ploft naast me neer. ,,Zo, uitgezwommen?” informeer ik. Ze knikt. ,,Ja, ik was het wel zat. Heeft hij al ge-smst?” Ik schud mijn hoofd. ,,Nee, nog niet.” Dat is ook nog mis vandaag. Jesse smst niet terug.
24. Thijs
Met gevaar voor eigen leven steek ik voorzichtig het gasfornuisje in onze tent aan. We hebben deze tent benoemd tot “kooktent” omdat wij meer ruimte hebben met z’n drieën. Al het keukengerei hebben we hier neergezet. Vanavond koken wij ook, maar we zijn natuurlijk niet van plan om daar een gewoonte van te maken. Morgen staan we onze kooktent met liefde tijdelijk af aan de bewoners van de andere tent.
Ik draai het vuur zo hoog mogelijk, maar het blijft een zwak vlammetje. Het zal wel even duren voor het water gaat koken. Aan tafel zitten Sterre en Digna al gemoedelijk paprika’s, uien en tomaten te snijden. Sterre heeft Digna opeens helemaal in de armen gesloten. Ze vertelde me dat Digna vanmiddag heel erg moest huilen omdat ze Micha zo miste en omdat ze zich opeens zo buitengesloten voelde. Sterre heeft er plotseling haar persoonlijke project van gemaakt om Digna de vakantie door te slepen. Ik hoor ze giechelen om een grapje dat ik niet opgevangen heb, en ben opeens jaloers. Natuurlijk had ik niet verwacht dat Sterre en ik met z’n tweeën in de tent zouden liggen, maar ik voel opeens een afstand tussen ons. Vorig jaar ging Sterre natuurlijk ook wel met de andere meiden om, en ik met de andere jongens, maar het was toch duidelijk dat wij vooral bij elkaar hoorden. Je had Sterre en Thijs, en de rest. En aangezien iedereen toen ook al dacht dat ik wel homo zou zijn, werden daar eigenlijk nauwelijks flauwe grapjes over gemaakt. Of ze moeten dat gedaan hebben als wij er niet bij waren. Maar nu lijkt het alsof we ons opeens zijn gaan realiseren dat ik een jongen ben, en zij een meisje, en dat wij misschien eigenlijk een beetje té close zijn. Ach, misschien is dat ook wel zo. Misschien heeft onze vriendschap wel iets onnatuurlijks. Misschien moet ik een beetje afstand van Sterre nemen tot ik weet wat ik nou eigenlijk wil. Misschien is dat wel beter.
Het water begint te borrelen. Voorzichtig laat ik de spaghetti erin zakken. Ik laat ‘m mooi uitwaaieren, zodat elk stokje tot z’n recht komt. ,,Netjes!” prijst Digna. ,,Onze topkok,” grinnikt Sterre. ,,Wil je de groente ook alvast hebben?” ,,Nee, ik rul eerst het gehakt,” zeg ik. ,,De groente hoeft niet zo lang, dan gaat alle smaak eraf.” Sterre haalt haar schouders op. ,,Jij zult het wel weten.” En ik weet het inderdaad. Ik hou van koken. Zelfs op dit krakkemikkige gasfornuisje geniet ik ervan om een maaltijd klaar te maken. Ik hou ervan om te zien hoe er uit de ingrediënten langzaam iets lekkers ontstaat. En ik hou er nog meer van om nét dat beetje extra te doen, om het nét nog iets lekkerder te maken. Ik vind het fijn om mensen te zien genieten van wat ik heb klaargemaakt. Het gaat me niet eens om de complimentjes; die zijn eigenlijk bijzaak. Mensen hoeven het alleen maar zichtbaar lekker te vinden. Soms doe je iets verkeerd en mislukt alles een beetje; het is vreselijk om te zien hoe mensen het dan met lange tanden opeten en niets zeggen om je maar niet te kwetsen.
Ik zet een grote bakpan op het andere pitje en schenk er rijkelijk olijfolie in. Met mijn andere hand duw ik met een houten lepel voorzichtig de spaghettislierten dieper in het borrelende water. Ik schep het gehakt beetje bij beetje in de pan en blijf roeren tot de stukjes aan alle kanten mooi bruin zijn. Normaal zou ik het gehakt eerst lekker kruiden, maar aan gehaktkruiden doen ze hier helaas niet. Eigenlijk had ik mijn mini-kruidenrekje van thuis mee moeten nemen. Dat moet ik onthouden voor volgend jaar.
Ik schep de groente erbij, meng de hele boel na nog een paar minuten met de tomatenpuree en proef tevreden mijn sausje. Naar omstandigheden goed gelukt. Sterre en Digna gieten buiten de kokend hete pasta af. ,,Eten!” hoor ik Digna brullen. Het volgende moment dendert de rest de tent binnen, met hun eigen plastic tuinstoelen. Ik schep de spaghetti op de borden, Digna gooit er steeds een flinke kledder saus overheen. Ik kijk naar de glimlach op haar gezicht. Sterres tactiek werkt wel. Ja, het is even beter zo. Zij met de meiden, ik met de jongens. Zoals het hoort.
25. Micha
Misschien hadden we toch beter onder leiding van Bruno Canet kunnen gaan verkennen. Drie kwartier zijn verstreken en we hebben nog geen disco gezien. ,,Lopen we wel goed?” vraagt Sam, alsof ze mijn gedachten kan lezen. ,,Ik hoop het,” antwoord ik. Ik ben blij dat Amy in de tent gebleven is; die was inmiddels waarschijnlijk niet te genieten geweest. Digna houdt haar gezelschap, dus we zijn met z’n vijven. Vijf mensen die eigenlijk moe zijn maar toch uit willen. Ik voel nu al dat het niet laat gaat worden.
Ik kijk achterom. Wout loopt stoïcijns door, dopjes in zijn oren, blik op oneindig. Geen idee waar hij aan denkt. Ik weet wel waar hij over een paar uur aan denkt. Vanavond gaat die kerel nou eindelijk eens met iemand zoenen, daar zorg ik wel voor. Achter hem lopen Thijs en Sterre. Ze lopen een stukje van elkaar af, wat me verbaast, want meestal zitten ze zo’n beetje aan elkaar vastgeplakt. ,,Sorry hoor, maar ik begin het een beetje zat te worden,” zegt Sterre. ,,Kunnen we niet beter teruggaan en morgen met zo’n excursie meegaan? Dan weten we tenminste zeker dat we ergens komen.” Teruggaan? Dat zie ik nou echt helemaal niet zitten. ,,Kom op, nog even volhouden,” probeer ik het moreel hoog te houden. ,,Ik weet zeker dat we er bijna zijn.” ,,Ja Ster, kom op,” valt Sam me bij. ,,Je bent toch niet opeens een party pooper geworden.” Sterre zucht. ,,Ik ben gewoon zo moe.” Het losse moment is alweer voorbij; om haar woorden kracht bij te zetten gaat ze meteen tegen Thijs aan hangen, die goeïg zijn arm om haar heenslaat. ,,Als je terug wilt, gaan wij toch terug,” zegt hij. ,,Ik hoef ook niet zo heel nodig uit, hoor.” ,,Maar we zijn er bijna!” roept Sam, blijkbaar vertrouwend op mijn voorspellingen. ,,Dat is net als die mop van die belg die een meer moet overzwemmen en op driekwart van de afstand zegt: ‘ik trek het niet meer, ik ga terug’.” Sterre kijkt moedeloos om zich heen. ,,Ik weet het niet hoor, maar zie jij hier ergens tekenen die wijzen op een disco in de buurt?” Rechts van ons zijn flats, links een weg en een geluidswal. Ik voel de groep uit elkaar vallen. Jammer, maar ik ga mooi niet omkeren. Ik ben helemaal niet zo moe en ik heb geen zin om de eerste avond meteen suf in de tent te gaan zitten. ,,Laten we het aan iemand vragen,” stel ik voor. ,,We lopen tot het eind van de straat en als het dan nog lang duurt, mogen jullie teruggaan.” Sterre zucht. ,,Goed dan.”
Nog voor het eind van de straat komt een groepje jongens onze kant op lopen. ,,Excusez-moi,” begin ik, tot de ontdekking komend dat dit eigenlijk het enige Frans is dat ik ken. ,,Do you know where a disco is?” Gelukkig zijn de jongens bereid ons in hun gebrekkige Engels te helpen. ,,Diesco, you go right, you sie…” Verder versta ik het al niet meer. Ik zie Sam gelukkig oplettend knikken, dus ik ga er van uit dat zij het wel verstaat. Als ze klaar zijn met uitnodigen, zegt ze netjes: ,,Merci beaucoup.” ,,Thank you, byebye, merci!” vallen we haar lafjes bij. ,,We moeten rechtsaf bij die rotonde,” zegt ze. ,,Dan moeten we een heel stuk doorlopen, dan moeten we links bij een fontein en als we dan nog een stukje doorlopen, lopen we als het goed is tegen een disco aan.” Ik fluit bewonderend. ,,Nooit geweten dat jij zo goed in talen was.” Ze glimlacht. ,,Ik heb vele talenten.”
We lopen zoals Sam het gezegd heeft en als we de fontein gepasseerd zijn horen we inderdaad het gedreun van bassen. ,,Weet je zeker dat je niet naar huis wilt?” vraagt Thijs bezorgd aan Sterre. ,,Nee hoor,” zegt ze. ,,Een paar drankjes en ik leef wel weer op.” Die gaat met een jongen mee vanavond, ik hoor het al.
We betalen toegang en lopen de warme, volle discotheek in. De bas dreunt door me heen. Ik kom meteen goed in de stemming. Digna is er niet bij, dus ik hoef me nergens schuldig over te voelen. Ik ga er een leuke eerste avond van maken.
26. Sam
Er staan al drie meisjes in de rij voor de wc’s. Gelaten sluit ik achteraan. Ik hoop niet dat de dj de komende tien minuten iets leuks zal draaien, want ik vermoed dat ik niet eerder terug zal zijn op de dansvloer. Ik kijk om me heen. De muren lijken een beetje te golven. Shit, hoe kan ik zo snel aangeschoten raken? Ik heb nog maar twee wijntjes op. Vast het slaapgebrek. Hoewel… ik heb op het strand ruim anderhalf uur liggen slapen vanmiddag, en na het eten heb ik ook nog een flink tukje gedaan. Ik zou best uitgerust moeten zijn. En toch is de drank keihard ingeslagen. Vreemd. Zou iemand er iets in hebben gegooid? Dat kan, dat doen ze in disco’s. En in het buitenland moet je nog eens extra uitkijken, volgens de Cosmo.
Ik beweeg mijn hoofd heen en weer. Er gebeurt niets, behalve dat de muren nog steeds niet helemaal stil lijken te staan. Toch voel ik me niet heel anders dan anders als ik aangeschoten ben. Maar misschien hoort dat bij dit soort drugs. Misschien voel je je eerst gewoon aangeschoten, zodat je denkt dat er niets aan de hand is. In die tijd kan je belager je gewoon versieren. En dan opeens, bam, ben je van de wereld en kan hij alles met je doen wat hij wil. Ik ril bij het idee. Zou dat kunnen? Zou er zo’n soort drugs bestaan?
De rij schuift op en ik kom naast de spiegel te staan. Ik kijk naar mijn eigen gezicht. Ik zie er een beetje verhit uit, maar niet significant anders dan anders. Ik buig naar de spiegel toe en check mijn pupillen. Die zouden groot moeten zijn als er drugs in mijn drinken was gegooid. Maar hoe groot zijn ze normaal eigenlijk bij dit licht? Ze lijken nu vrij groot, maar zo lang ik het niet kan vergelijken met hoe ze er normaal uit zouden zien, heb ik er niet veel aan.
Ik voel me onbehaaglijk. Stel ik me nou gewoon aan of zou er echt iets met mijn drinken zijn gebeurd? Hoe kan ik anders zo snel aangeschoten zijn geraakt? Of komt dat tóch door het slaapgebrek? Stel je voor dat ik zometeen gewoon out ga, en dat een of andere engerd me meeneemt. De anderen zullen denken dat ik gewoon sjans heb. Ze zullen het zelfs leuk voor me vinden. Misschien zullen ze een beetje verontwaardigd zijn omdat ik ze geen gedag heb gezegd. Micha zal het misschien wel jammer vinden, aangenomen dat hij mij zo leuk vindt als ik vermoed dat hij me vindt, maar hij is niet het type dat erom zou gaan zitten treuren. Hij zal gewoon een ander leuk meisje zoeken. Daar is hij nu misschien al wel mee bezig. Verdomme, die rij mag weleens opschieten. Ik moet naar hem terug, anders ben ik hem straks kwijt. Ik heb nog niet eens echt met hem gedanst. Ik wil absoluut niet dat hij nu al door een ander meisje van me wordt afgepakt.
Gelukkig, ik ben aan de beurt. De wc is smerig. Ik ga er mooi niet op zitten; ik blijf er boven hangen. Dat lukt me gelukkig zonder om te vallen. Zou dat een teken zijn dat er niks aan de hand is? Zou ik niet zo omver kukelen als er met mijn drinken gerommeld was? Ik trek door, check in de spiegel nog een keer mijn pupillen en besluit er maar het beste van te hopen. Gewoon niet met vreemden praten en bij mijn vrienden in de buurt blijven, dan kan er weinig misgaan. Mijn benen voelen wat wankel als ik terugloop de zaal in, maar ik hou me voor dat dat gewoon door de drank komt.
Slecht nieuws: er is nog meer drank op komst. ,,Sam! Daar ben je eindelijk! Ik sta al vijf minuten met dit wijntje in mijn hand!” roept Micha zodra ik bij de rest kom staan. Ik glimlach en pak het wijntje aan, maar ik heb eerlijk gezegd helemaal geen zin om het op te drinken. Stel dat iemand echt iets met mijn vorige drankje heeft gedaan, als ik dan nog meer alcohol ga drinken, kunnen ze mijn maag misschien wel leegpompen. Ik durf hier geen slok van te nemen voordat ik weet dat er echt niets aan de hand is. In een opwelling buig ik me naar Sterre toe, die verbazend genoeg nog niemand aan de haak heeft geslagen vanavond. ,,Heb jij net iemand iets met mijn drankje zien doen?” Ze staart me stomverbaasd aan. ,,Met jouw drankje? Nee, hoezo dat dan? Voel je je niet goed?” ,,Ik ben nu al aangeschoten. Na twee wijntjes,” leg ik uit. ,,Dat is toch niet normaal?” Ze haalt haar schouders op. ,,Joh, maak je niet druk, dat heb je soms gewoon. De ene keer komt het harder aan dan de andere. Bovendien, heb je je drankje ergens laten staan dan?” Nu ik er over nadenk… nee. Ik heb mijn wijntjes de hele tijd in mijn hand gehouden. Plotseling voel ik me heel stom en paranoïde. Ik ook altijd met mijn waanideeën. Ik schud mijn hoofd. ,,Nee, je hebt gelijk. Laat maar.” Ik neem een grote slok van mijn wijn en besluit er niet meer aan te denken. Ik kijk om me heen. Micha staat met een meisje te praten.
27. Wouter
,,Vanavond ga jij zoenen,” heeft Micha me beloofd. ,,Daar zal ik hoogstpersoonlijk voor zorgen.” En daar is hij nu mee bezig. Ik heb het meisje aangewezen, hij heeft haar voor me aan de haak geslagen. Ze is echt mooi: ze heeft krullend, vuurrood haar en hele blauwe ogen. Dana heet ze. Meer informatie heb ik niet meegekregen: ze is voornamelijk met Micha aan het woord geweest. Ik sta er maar zo’n beetje bij. Wat moet ik zeggen tegen zo’n mooie meid? Wat kan ik in godsnaam zeggen dat zij wil horen? Door welke opmerking zal ze denken: daar wil ik weleens een beschuitje mee eten? Hoe doet Micha dat altijd? Ik ben bang dat ik er allemaal een beetje te makkelijk over heb gedacht. Ik heb er niet bij stilgestaan dat Micha’s hulp alleen niet genoeg is. Ik zal zelf ook wat werk moeten verzetten als ik deze avond tot een succes wil maken. Ik kan haar niet zomaar op haar bek pakken. De keren hiervoor dat ik heb gezoend, lag het initiatief altijd bij het meisje, tegen de tijd dat ze zo dronken was dat ze iedere kerel op zijn bek had kunnen pakken. Ik heb zelf nooit iets hoeven doen. Ik heb nog nooit echt iemand hoeven versieren. Heb het ook nooit gedurfd.
Micha heeft zelf blijkbaar ook in de gaten dat Dana op dit moment eerder met hem zou willen zoenen dan met mij, dus hij kondigt aan dat hij bier gaat halen en laat ons alleen. Het zweet staat in mijn handen. ,,Zo,” begin ik onhandig. ,,Ben je eh… ben je hier ook op vakantie?” Oh, Jezus. Dit lijkt natuurlijk weer nergens op. Natuurlijk is ze hier op vakantie, debiel, wat dacht je dan, dat ze hier woont ofzo? Maar Dana glimlacht. ,,Ja. Vanmorgen aangekomen.” ,,Wij ook,” zeg ik. ,,Op welke camping sta je?” Ze moet even nadenken. ,,Verdomme, ik ben de naam kwijt. Ik ben niet zo goed in buitenlandse namen,” giechelt ze. ,,Als ik er nog op kom, zeg ik het wel, goed?” Ik knik. ,,Ja hoor, oké.” Ook weer zo’n stom antwoord. Alsof het van levensbelang is om te weten op welke camping zij staat. Het is duidelijk niet die van ons, want dan was ze me wel opgevallen vandaag.
Micha komt aanlopen met drie glazen bier. ,,Zo,” zegt hij. ,,Hebben jullie elkaar al een beetje beter leren kennen?” ,,Ja hoor,” zegt Dana. Dat zegt ze vast alleen om hem gerust te stellen. ,,Dat is mooi,” zegt hij, terwijl hij een grote slok van zijn bier neemt. Hij kijkt naar Dana en glimlacht flirtertig. ,,Ik zou namelijk heel graag met je willen dansen, maar helaas heb ik mijn danskunsten al beloofd aan die mooie dame daar.” Tot mijn verbazing wijst hij naar Sam, die met een ontevreden gezicht van haar wijntje staat te nippen. Meent hij dat nou? Ach, wat maakt het ook uit, het hoort blijkbaar bij het plan. ,,Daarom,” vervolgt Micha. ,,Zal hij in mijn plaats met je dansen.” Hij maakt een theatraal gebaar naar mij. ,,Hij is mijn sidekick, een perfecte vervanging van mij, alleen dan nog leuker.” Dana lacht ongemakkelijk. Ik zie het meteen. Ze is helemaal niet van plan om met mij te dansen en zoenen zit er al helemaal niet in. ,,Sorry,” zegt ze. ,,Ik zou heel graag met je dansen, maar ik moet weer terug naar mijn vriendinnen. Ze zullen zich wel afvragen waarom ik hier zo lang met vreemden sta te praten.” ,,Wij zijn geen vreemden!” doet Micha nog een laatste redpoging. ,,Wij gaan elkaar nog heel vaak tegenkomen. Schat, je weet niet wat je mist!” Ze glimlacht nog eens, nu al iets minder vriendelijk. ,,Sorry, maar ik heb al een vriend.” ,,Dan kun je toch nog wel met hem dansen!” zegt Micha. ,,Mens, doe niet zo frigide.” Ai. Dit is weer zo’n Micha-opmerking die er zomaar uitfloept als hij iets niet gaat zoals hij het bedacht had. De opmerking mist zijn doel niet. Dana draait zich abrupt om en loopt weg. Hoewel, dat had ze anders waarschijnlijk ook wel gedaan.
Maar Micha zou Micha niet zijn als hij onze nederlaag zomaar zou accepteren. ,,Wat een kutwijf,” zegt hij lakoniek. Hij neemt een grote slok van zijn bier. Ik veeg mijn natte hand af aan mijn spijkerbroek en volg zijn voorbeeld. ,,Nou,” zegt hij dan. ,,Kijk nog maar eens rond. Wie gaan we nu proberen?” Maar ik heb er geen zin meer in. Ik vind onze zoektocht opeens nogal triest. Help Wouter aan de vrouw, ja hoor. Dana ziet me aankomen als we zometeen met een andere meid staan te praten. Dan vindt ze me een nog grotere sukkel. ,,Nah, ik ben het zat voor vanavond,” antwoord ik dus. ,,Ga jij maar lekker met Sam dansen.”
,,Sam?” Hij kijkt me verbaasd aan.
,,Ja, je ging toch met Sam dansen?” Hij lacht. ,,Oh, nee joh, ik zei maar wat. Moet je kijken hoe ze erbij staat. Ik zoek wel een meisje dat een beetje vrolijker kijkt. Weet je zeker dat je niet meer meedoet?” Ik schud mijn hoofd. ,,Nee, één afwijzing per avond vind ik wel genoeg.” Hij slaat me op de schouders. ,,Kom op, man. Dit zegt niks. Er zijn meer vissen in de zee.” Ja, alleen hebben al die vissen allemaal al een vriendje.
28. Digna
Ik ben blij dat ik niet mee uit ben gegaan. Ik zit veel liever hier, in de schemering, met mijn boek, dat trouwens snel uit zal zijn als ik in dit tempo doorlees. Ik hoef niet te zien hoe Micha de halve disco versiert. Ik zal eraan moeten, maar vanavond nog even niet. Het is allemaal meegevallen vandaag, en dat wil ik graag zo houden.
Naast me doet Amy een poging tot lezen. Het wil niet erg lukken. Ze zit constant heen en weer te draaien. Pakt haar mobiel, drukt een paar toetsen in, zucht, gooit hem weer neer en probeert weer verder te gaan in haar boek. Ik word er nerveus van. Zelf ben ik nooit zo spastisch geweest over niet-sms’ende vriendjes. Maar voor Amy is het duidelijk een wereldramp dat Jesse niets laat horen op haar berichtje. Ik kijk op van mijn boek. ,,Wanneer heb je dat smsje gestuurd?” Ze laat zich weer in haar stoel vallen. ,,Vannacht,” zegt ze moedeloos. ,,Al bijna 24 uur geleden.” ,,Misschien is het niet aangekomen,” suggereer ik. ,,Je weet het maar nooit in het buitenland. Wil je het eens met mijn telefoon proberen?” Gretig steekt ze haar hand uit. ,,Ja, als het mag?” Ik haal mijn schouders op. ,,Ach, één smsje zal me de kop niet kosten.” Ik geef haar mijn telefoon. Ze begint meteen druk op de knopjes te drukken.
Twintig minuten later: geen reactie. Amy is inmiddels niet meer in staat om stil te blijven zitten. ,,Jezus, ik snap het gewoon niet! Ik snap het gewoon niet!”
,,Laat het nou. Misschien is er een goede reden voor. Is zijn beltegoed op, of zijn batterij leeg, of is die hele mobiel gewoon in de gracht gedonderd.”
,,Of hij is dood. Of zwaargewond.”
,,Hè ja, laten we zo gaan denken. Gezellig zo, op vakantie piekeren of je dierbaren in Nederland nog wel allemaal leven.”
,,Nou, mijn moeder leeft in elk geval, want daar heb ik al wél drie smsjes van gehad. Maar van Jesse niks, helemaal niks. Ik snap het gewoon niet. Hij zou dit nooit doen.”
,,Blijkbaar wel. Amy, geloof me nou, er is een goeie reden voor, echt. Alleen kun jij die nu even niet bedenken. Maar morgen stuurt hij vast een berichtje om uit te leggen waarom hij niet eerder iets teruggestuurd heeft.”
Ze zucht en staat op. ,,Ik ga slapen. Ik heb geen zin om hier nog uren op een smsje te gaan zitten wachten.” Zonder verder iets te zeggen loopt ze haar tent in. Ik haal mijn schouders op, trek mijn benen onder me en probeer verder te gaan in mijn boek, maar het is te donker geworden om te lezen. Ik schenk mezelf nog een glas sangria in, leg mijn hoofd in mijn nek en kijk naar de sterren. Eigenlijk moet ik blij zijn dat ik geen vriendje heb. Niemand kan mijn teleurstellen of nerveus maken. Ik zit hier rustig voor de tent, in mijn eentje. Mijn eigen beste vriendin ben ik. Niemand kan mijn geestelijk evenwicht in de war schoppen. Maar toch vraag ik me af wat Micha op dit moment aan het doen is.
29. Sterre
Ik scan nogmaals de hele disco. Nee, er is echt weinig leuk volk op de been hier. Ik hoop niet dat dat zo blijft, zeg. Nou ja, misschien zijn alle leuke mensen nog aan het bijkomen van de busreis. Maar ik baal er wel een beetje van. Bij de eerste avond hoort een eerste-avond-jongen. Een eerste-avond-jongen is een jongen waar je alleen de eerste avond mee zoent en die je daarna nooit meer ziet, omdat je twee dagen later een veel leukere jongen tegenkomt, die je echte vakantievriendje wordt. Soms kom je de eerste-avond-jongen nog een keer tegen, bij de supermarkt of in een andere kroeg ofzo, maar dan doe je allebei alsof je elkaar niet kent. Het komt niet zelden voor dat jij ook zijn eerste-avond-meisje bent.
,,Zie je al iemand?” vraagt Thijs. Ik schud mijn hoofd. ,,Nee, weinig aan hier.” Hij strijkt even met zijn hand door mijn haar en wijst naar mijn lege glas. ,,Nog wat drinken?” Ik knik. Hij loopt naar de bar. Hij heeft zeker weer een leuke barman gespot. Ik kijk naar de rest van ons groepje. Micha is nergens te bekennen, die heeft zeker weer een leuk meisje ontdekt waar hij het hartje van kan breken. Sam staat een beetje ongeïnteresserd met haar heupen te wiegen. Wouter staat naast haar, doet alsof hij er niet bij hoort en staat moedeloos rond te kijken met een dood biertje in zijn hand. Wat een suffe avond. We hadden misschien beter thuis kunnen blijven en kaartspelletjes kunnen doen. Dan had ik dit jaar gewoon een tweede-avond-jongen gehad. Misschien zeg ik zo maar tegen Thijs dat ik terug wil naar de camping. Dan gaat hij wel mee. Pakken we gewoon een taxi.
Ik heb het nog niet gedacht of ik zie drie jongens binnenkomen die alledrie potentie hebben. Vooral de middelste. Die is bijna te leuk om als eerste-avond-jongen te dienen. Met die jongen wil ik trouwen, kindjes krijgen, oud worden, verdomme. Hij heeft donkere krullen; ik heb een zwak voor krullen. De kleur van zijn ogen kan ik niet zien, maar ik durf te wedden dat ze groen zijn. Deze jongen moet ik hebben. Gedachtenloos neem ik het glas wijn aan dat Thijs is komen brengen. Ik verlies mijn prooi geen moment uit het oog. Zijn vrienden gaan meteen druk de hele ruimte staan bekijken, maar hij gaat aan de bar staan en probeert de aandacht van de barman te trekken. Oké, tijd voor actie. Dit is het perfecte moment. Hij is alleen, geen gnuivende vrienden om hem heen als ik hem ga versieren. Van deze kans moet ik onmiddellijk gebruik maken. Ik duw mijn glas wijn in de hand van Sam en trek ten strijde. Ik voel de adrenaline bruisen. Deze jongen wordt van mij. Ik hoef geen ingewikkelde openingszin te gebruiken. Hij gaat hoe dan ook met mij mee vanavond, ik voel het.
Ik leg mijn hand op zijn onderarm. ,,Bestel je meteen ook iets voor mij?” vraag ik met mijn speciale zwoele versierstem. ,,Een droge witte wijn zou ik erg lekker vinden,” voeg ik er liefjes aan toe. Langzaam draait het hoofd van meneer Goddelijk mijn kant op. ,,Sorry?” Shit. Niet hard genoeg. Een openingszin moeten herhalen is funest. Normaal zou ik “laat maar” zeggen en weglopen, maar daar is deze jongen toch iets te lekker voor. Ik begin dus weer opnieuw, iets harder maar hopelijk met dezelfde mate van zwoelheid. ,,Bestel je meteen ook iets voor mij? Een droge witte wijn zou ik erg lekker vinden.” Zijn wenkbrauwen kruipen bij ieder woord een stukje omhoog, alsof hij gewoon niet kan geloven wat hij hoort. ,,Ik ken je helemaal niet.” Ai, dat klinkt niet al te enthousiast. Nou ja, misschien moet hij nog een beetje op gang komen. Ik schud mijn haar naar achteren, steek mijn hand uit en stel mezelf voor. ,,Ik ben Sterre. En jij bent?” Hij geeft een stevige hand terug, maar lijkt me niet echt aan te kijken. Het is alsof hij een beetje langs me heen kijkt. Misschien loenst hij. ,,Marco,” stelt hij zichzelf voor. ,,Zo,” zeg ik tevreden. ,,Nu kennen we elkaar.” ,,Ja,” zegt hij. Hij kijkt me nu eindelijk recht aan. ,,Maar je krijgt niets te drinken van me.” De spreekwoordelijke emmer koud water. Verbluft staar ik hem aan. ,,Je probeert me gewoon te versieren voor één avondje,” zegt hij. ,,Ik zie meteen wat voor soort meisje jij bent. Ik zeg niet dat je slecht bent, of een slet ofzo, maar je bent gewoon niet mijn type. Dus ik denk dat we elkaars tijd beter niet kunnen verspillen. Sorry.” Hij draait zich weer om.
Ik blijf nog even staan waar ik sta, niet in staat om me te bewegen. Heeft hij echt gezegd wat ik gehoord denk te hebben? Heeft hij me echt afgewezen omdat hij me goedkoop vindt? Niet dat hij dat met zoveel woorden gezegd heeft, maar dat was overduidelijk wat hij bedoelde. Hoe durft hij? Hoe durft de jongen van mijn dromen me zó te beledigen? Wie denkt hij wel dat hij is? Ik vind eindelijk de kracht om me om te draaien en been met grote stappen terug naar mijn groepje. ,,Ster, wat is er?” vraagt Thijs meteen. Maar ik kan er nog niet over praten. ,,Niets vragen,” zeg ik. ,,Maar ik wil terug naar de camping. Nu.”
30. Amy
Deze tent ruikt raar. Naar vocht en zweet en zand. Heeft zand eigenlijk wel een geur? Nou ja, dat moet wel, anders kan ik nooit denken dat ik zand ruik. Ik zucht en draai me nog eens op mijn andere zij. Dit soort onzinnige dingen denk ik altijd als ik niet kan slapen. En natuurlijk kan ik nu niet slapen. Het is elf uur, ik heb vandaag overdag overal tussendoor zeker drie uur liggen tukken, ik ben naar bed gegaan uit puur chagrijn en mijn mobiel zwijgt oorverdovend. Ik ga in mijn hoofd nog eens de mogelijkheden af.
- Hij negeert me (maar waarom zou hij dat in vredesnaam doen?)
- Hij heeft mijn smsjes wel gelezen maar is vergeten om terug te smsen (bijna onmogelijk, dat je zoiets één keer vergeet oké, maar twee keer?)
- Hij heeft het te druk om terug te smsen (maar waarmee dan in godsnaam? Hoeveel tijd kost één rottig smsje?)
- Zijn beltegoed is op (ook bijna onmogelijk, ik heb hem zondag nog zien opwaarderen)
- Zijn telefoon is stuk (kan ik me moeilijk voorstellen; hij heeft dat ding net een maand)
- Er is een ongeluk gebeurd en hij is dood of gewond (God verhoede het).
Het punt is, ik kan dit lijstje wel blijven herhalen voor mezelf, maar ik weet het gewoon niet. Ik zit hier, hij zit daar en ik zal er nooit achterkomen. Voorlopig tenminste nog niet. Dus kun je nu het beste gewoon gaan slapen, zegt de volwassen Amy. Met wakker blijven liggen schiet je ook niks op. Je maakt jezelf alleen maar gek, en morgen ben je kapot en gaan de anderen weer klagen dat je zo chagrijnig bent. Ja maar, zegt de kinderachtige Amy. Ja maar ik kan niet slapen voor hij iets heeft gestuurd. Ik ben ongerust. Ik moet het weten. Ik moet ik moet ik moet.
In de verte dreunt de campingdisco. Nou ja, echt “in de verte” is het niet: onze tent staat er zo dichtbij dat ik kan horen welk liedje er gedraaid wordt. Eén of ander flutnummer dat de laatste tijd ook steeds op TMF is. Die herrie draagt er ook aan bij dat ik klaarwakker ben in plaats van in diepe slaap. Waarom zijn campings ’s nachts nooit stil? Ik spits mijn oren en tel de verschillende geluiden die ik hoor. Het gedreun van de disco, kinderstemmetjes op de weg achter de tent (wat zijn dat voor ouders, die hun kinderen nog zo laat laten rondlopen?), het gepraat van Digna met iemand die blijkbaar bij haar is komen zitten, het gerommel met pannen in de tent naast ons. Ik zie schaduwen bewegen op het tentdoek. Om de één of andere reden voel ik me een beetje voor gek liggen hier; de wereld om me heen is duidelijk nog druk bezig met van alles, en ik lig al in bed. Terwijl ik klaarwakker ben. Maar wat moet ik dan doen? Weer opstaan? Weer nerveus voor de tent heen en weer gaan ijsberen? Dat zal me ook niets opleveren, behalve misschien een grauw en een snauw van Digna.
Toch rits ik mijn slaapzak open, zwaai ik mijn voeten over de rand van het gammele campingbed, pak ik mijn spijkerbroek van de grond. Ik trek hem aan. Over mijn slaaphemdje trek ik mijn dikste vest. Mijn voeten laat ik in mijn teenslippers glijden. Digna kijkt verbaasd als ik de tent uit kom. ,,Waar ga jij nou heen?” ,,Even een stukje lopen,” zeg ik. ,,Ik kan toch niet slapen.” Ze zit te praten met de jongen die in de bus naast haar zat. Hij glimlacht naar me.
Aan het strand is het niet zo stil als ik verwacht had. Een stukje verderop zit een groep dronken jongens te schreeuwen. Nou ja, die letten niet op mij, die hebben het te druk met elkaar. Ik ga in het zand zitten en staar naar de zee. Die ziet er mooi maar angstaanjagend uit. Als ik nu te ver zou doorzwemmen, zou ik binnen de korste keren afdrijven op die zwarte golven en al snel geen land meer kunnen zien. Hoe zou het zijn om midden in de nacht rond te zwemmen in die koude, zwarte wereld die er aan alle kanten hetzelfde uitziet? Zou je dat kunnen overleven? Of zou je binnen de korste keren kramp krijgen en verdrinken, of gewoon onderkoeld raken en langzaam doodvriezen? Ik schud mijn hoofd, alsof ik die gruwelijke gedachten daarmee kwijt kan raken. Ik moet niet aan dat soort dingen denken. Zolang ik hier zit, kan er niets gebeuren. Ik bepaal zelf of ik de zee in loop, en ik weet heel zeker dat ik dat absoluut niet van plan ben. De zee is mooi om naar te kijken, maar ik hoef er absoluut niet in.
,,Hee, meisje!” Geschrokken draai ik me om. Eén lamstraal heeft zich losgemaakt van het groepje. Hij kijkt me aan met een lodderige blik die hij zelf ongetwijfeld erg sexy vindt. ,,Hee, meisje,” herhaalt hij. ,,Meisje, wat doe jij ’s avonds in je eentje op het strand?” ,,Dat gaat je niks aan,” antwoord ik. Ik hoop dat hij niet zal gaan zitten. Maar dat doet hij wel. Een hele avond op het strand met alleen zijn vrienden, allemaal te dronken om nog te weten hoe ze bij een disco kunnen komen: ik ben waarschijnlijk zijn enige kans om te scoren vanavond. ,,Moet je niet doen, joh,” zegt hij. ,,Is geváárlijk.”
,,Ja, omdat ik weleens aangerand zou kunnen worden door dronken idioten zoals jullie. Je hebt gelijk. Ik ga.” Ik sta op. Wat een klotezooi, hij heeft het helemaal verpest, mijn mooie stille moment.
De dronken jongen springt ook overeind. ,,Nee, niet weggaan! Ik wilde alleen maar vragen of je… of je… of je bij ons wilt komen zitten.” Zijn dronken vrienden hebben het blijkbaar gehoord, want ze beginnen allemaal te joelen. Ik meen er zelfs eentje “Dieter heeft béét!” te horen roepen. ,,Je hebt niet beet,” antwoord ik snibbig. ,,Als je het dan zo graag wilt weten: ik ben naar het strand gegaan omdat mijn VRIENDJE niet terug smst, en ik gek word van het niet horen van het geluid van mijn telefoon.” Ik sta verbaasd over mezelf. Wat vertel ik allemaal aan deze vreemde? ,,Ahhh,” roepen zijn vrienden in koor. ,,Kom bij ons zitten,” herhaalt de dronken jongen, die blijkbaar Dieter heet. ,,We hebben drank. Dat kun je wel gebruiken. En we zullen je niet aanranden.”
,,Hoe weet je dat zo zeker?” Het is toch wel het stomste wat je als meisje kunt doen: ’s avonds laat in een vreemd land met een stel vreemde, stomdronken jongens op een verlaten strand gaan zitten. Maar hij kijkt me recht aan, en hij lijkt al wat nuchterder dan net. ,,Wij zíjn zo niet! Jezus, hoe denk jij over jongens? De meeste jongens zijn zo niet, hoor.”
En ze hebben drank. Dit is één van de zeldzame momenten waarop ik het gevoel heb dat ik wel een borrel kan gebruiken. En ik wil het leuk hebben zonder Jesse. Ik wil niet aan Jesse denken. Ik knik. ,,Oké dan. Kom maar op met die alcohol.”
31. Thijs
Ik kijk de verlaten weg af. Een taxi nemen lijkt makkelijker gezegd dan gedaan. Toen we hier anderhalf uur geleden liepen, leek deze straat bij nacht ook heel levendig te zijn. Maar nu is het enige geluid dat we horen, het gedreun van de bassen uit de disco. Om de één of andere reden zie ik het niet zo gebeuren dat hier snel een taxi zal langskomen. Waarschijnlijk moet je een nummer bellen en een taxi bestellen, net zoals in Nederland. Maar ik weet niet wat dat nummer is. En mijn Frans is te slecht om het aan iemand te vragen. En als ik het nummer dan eindelijk zou krijgen, zou mijn Frans weer te slecht zijn om hier foutloos een taxi voor onze neus te krijgen. Kortom; we zitten vast.
Sterre lijkt niet te merken dat onze kansen op het krijgen van een taxi niet al te groot zijn. Ze staat naast me te vloeken. ,,Wat een lul, wat een klootviool, wat een…” ,,Wil je me nou eindelijk eens vertellen wat er eigenlijk gebeurd is?” onderbreek ik de scheldcannonade. Dat heeft ze me namelijk nog niet eens verteld. Ze liep weg om met één of andere gast te versieren, kwam briesend terug en kondigde aan dat ze naar huis wilde. Verder heeft ze er nog geen woord over losgelaten, behalve een heel aantal scheldwoorden aan het adres van degene die haar zo beledigd heeft. ,,Ik vroeg een jongen of ik iets te drinken van hem kreeg,” zegt ze knarsetandend. ,,En dat kreeg ik dus niet. Omdat ik volgens hem ‘zo’n soort meisje’ ben. Eén of andere slet, dus. En dat dacht meneer in één oogopslag te zien. Wat een eikel.” Maar met zo’n openingszin kun je dat ook wel een beetje verwachten, denk ik bij mezelf. Maar dat zeg ik natuurlijk niet. ,,Als dat alles is,” probeer ik het te relativeren. ,,Kom op Ster, trek het je niet zo aan. You win some, you lose some.” Maar om de één of andere reden lijk ik haar de laatste dagen alleen maar te verliezen.
,,Kom, we gaan lopen,” zeg ik, haar meetrekkend. ,,Lekker langs het strand. Een taxi komt hier toch niet.” ,,Ik ben te moe om te lopen,” klaagt ze. ,,Ik wil zitten.”
,,En twintig euro betalen? Kom op, de camping is niet zo ver. Op de heenweg ging het toch ook?”
,,Toen had ik nog een klein beetje energie in mijn donder. Echt, Thijs, ik kán niet meer.”
Ik weet al waar dit heen gaat. Ik zucht. ,,Goed, goed, ik draag je wel. Maar niet de hele weg, hoor.” Om de één of andere reden lijkt ze dat laatste niet te horen. Met hernieuwde energie klimt ze op een bankje en geroutineerd hijst ze zichzelf op mijn rug. Ze slaat haar armen om mijn nek en leunt met haar hoofd tegen het mijne. Ik voel me warm worden vanbinnen. Ach, ik kan haar best de hele weg dragen. Ze is helemaal niet zo zwaar.
Het is een tijdje stil tussen ons, terwijl ik het strand op loop. Een paar kilometer met Sterre op mijn rug door het mulle zand ploeteren, een hele inspanning aan het eind van de dag. Maar zo heb ik tenminste nog eens iets aan al die avondjes fitness. Ik kijk naar de zee. Sterre zucht. ,,Wat is het hier mooi, ’s nachts.”
,,Zeg dat wel.”
,,De anderen weten niet wat ze missen.”
,,Die moeten straks ook lopen, als Micha eindelijk heeft besloten dat hij naar huis wil.”
,,Maar die lopen echt niet langs het strand. Die nemen gewoon weer de weg die we heen genomen hebben.”
,,Waarschijnlijk omdat ze te zat zijn om iets anders te bedenken.”
,,Of omdat ze jou niet hebben. Jij komt altijd met van die mooie ideeën.”
,,Jij vond het in eerste instantie anders helemaal niet zo’n mooi idee.”
Ze giechelt een beetje schuldig. ,,Maar nu wel.” Ik neem haar niet eens kwalijk dat ze mijn idee alleen goed vindt als ik haar draag. Zo is Sterre nou eenmaal. Ik hijs haar nog eens op en loop door, hoewel mijn voeten bij iedere stap verder in het zand lijken te zakken. Ze zucht. ,,Waarom zijn heterojongens nou nooit zo lief als jij?” Zo duidelijk heeft ze haar vermoeden nog nooit uitgesproken. Het komt waarschijnlijk door de drank. Beseft ze wel wat ze zegt? Dat zal wel niet. Ze gaat er gewoon van uit dat ik homo ben. En ik heb nooit iets gedaan om dat vooroordeel de wereld uit te helpen. Misschien is het nu tijd om dat te gaan doen. Ik haal diep adem. ,,Sterre, ik…” begin ik. Maar opeens slaakt ze een gil, waarvan ik zo schrik dat ik bijna struikel en samen met haar omval. ,,Thijs, kijk daar! Is dat Amy?” Ik kijk in de richting die ze aanwijst. Mijn mond valt open. Een paar meter van ons vandaan heeft Amy net haar string in het zand gegooid. Samen met vier onbekende jongens rent ze gillend van plezier de koude, donkere zee in.
32. Micha
De disco raakt leger en leger. De meeste mensen hier zijn vandaag aangekomen en willen zo langzamerhand wel gaan slapen. Het meisje waarmee ik stond te praten werd meegetrokken door haar vriendinnetjes. Suzette heette ze. Leuk grietje wel. Ik hoop dat ik haar nog eens tegenkom, en dan wat vroeger op de avond, zodat ze niet mee naar huis moet met een stelletje zuurpruimpjes op het moment dat we elk moment kunnen gaan zoenen. Nou ja. Pech gehad. Ik zie het maar als voorwerk. En het scheelt natuurlijk ook weer eventueel gezeik. Ik zou hoe dan ook alleen naar huis zijn gegaan. Ik ga altijd alleen naar huis. Geen gezeik voor mij.
Een hand op mijn schouder. ,,Heeft ze je laten zitten?” Ik kijk achterom. Sam staat me wazig glimlachend aan te kijken. Oei, die heeft flink lopen kantelen vanavond, zo te zien. ,,Nee, haar vriendinnen wilden naar huis,” zeg ik schouderophalend. Sam giechelt dommig. ,,Naar huis? Wonen ze hier in de buurt dan?” ,,Naar de tent,” verduidelijk ik zuchtend. Ze rolt met haar ogen en wankelt even. Ik grinnik. ,,Dat kun je beter niet doen als je lam bent.” ,,Wat niet?” vraagt ze niet-begrijpend. ,,Ach, laat ook maar,” zegt ze er meteen achteraan. ,,Zullen we dansen?” Ik kijk naar de half lege dansvloer. Ik heb eigenlijk ook wel zin om mijn bed in te duiken. Ik ben een groot voorstander van weggaan op het hoogtepunt. En zo te zien is het hoogtepunt hier alweer even geleden. Bovendien lijkt Wout er ook niet veel meer aan te vinden. ,,Morgen, goed?” beloof ik haar dus. ,,Volgens mij gaat deze tent zo sluiten. Je moet altijd ergens weg zijn voor de lichten aan gaan.” Ze pruilt. ,,Maar ik heb de hele avond nog niet met je gedanst.” Oké, het is officieel: ze is straallazarus. Ik sla mijn arm om me heen. Meteen komt ze helemaal tegen me aan hangen. ,,Kom, we gaan naar huis,” zeg ik terwijl ik haar zachtjes meetrek. Ze giechelt dommig. ,,Hihi, nou zeg jij het ook al. Wonen we hier dan?”
,,Dat mocht je willen, dronken lor. Je moet nog een flink eindje lopen.” Ik geef Wout een seintje. Hij klokt zijn biertje achterover en komt onze kant op. ,,Gaan we?” Ik knik. ,,Ja, lijkt me wel het beste.” Ik maak een hoofdbeweging naar Sam. Hij grinnikt. ,,Kan ze lopen?”
,,Ze zál lopen. Ik ga haar mooi niet dragen omdat zij toevallig tien wijntjes achterover geslagen heeft vanavond.” Meteen komt ze wat zwaarder tegen me aan hangen. ,,Het waren er geen tien. Iemand heeft met mijn drankje gerotzooid. Het waren er maar… vier of vijf.” Iemand heeft met haar drankje gerotzooid, ja hoor. Dat soort dingen zegt ze altijd als ze per ongeluk weer eens knetterlam is geworden. ,,Onzin,” zeg ik beslist. ,,Je kunt gewoon niet zo goed tegen drank als je zou willen.” Wout houdt de deur voor ons open. Ik sleep haar naar buiten. ,,Nee, ik wil niet nu al weg,” piept ze. ,,Ik wil nog met je dansen.”
,,Niks ervan. Jij gaat je roes uitslapen.”
,,Maar ik heb geen zin om te lopen. Kunnen we geen taxi bellen?”
,,Ik zou niet weten hoe dat werkt hier. Kom op, op de heenweg was het ook niet zo ver.” Ze kreunt aanstellerig. ,,Ik kan niet meer.”
,,Je kon nog wel met me dansen. Dan kun je ook best lopen.” Ik laat haar los. Even lijkt ze te overwegen om zich op de grond te storten als een driftige peuter in de supermarkt, maar gelukkig komt ze gewoon in beweging, al kijkt ze er chagrijnig bij. Ik hoop dat de terugweg sneller gaat dan de heenweg.
Je gaat slapen in een donker niemandsland en wordt wakker in Zuid-Frankrijk. De zon is al op als ik wakker word. Geradbraakt, zoals altijd na een nachtje in de bus, maar het uitzicht maakt alles goed. Ik zie bergen en heel veel schattige, gele, typisch mediterrane huisjes. Ik heb meteen een vakantiegevoel. Ik kijk naast me. Sterre is al klaarwakker en zit haar gezicht te poetsen met een reinigingsdoekje. ,,Mag ik er ook één?” vraag ik. Ze kijkt opzij en lacht. ,,Zo, slaapkop, wat kun jíj goed pitten in een bus.” Ik grinnik. ,,Ja, ik ben er zelf ook verbaasd over. Bijna in één ruk door gewoon. Maar mijn botten rammelen wel.”
Ik voel me vies en plakkerig. Het vochtige doekje voelt als een verademing. Ik fris er meteen van op. Maar tegelijk met de opfrissing komt de herinnering aan gisteravond weer terug. O nee. Ik wil er niet aan denken. Denk aan iets anders, denk aan iets anders. Maar het is al te laat. Het besef is doorgedrongen: Sterre heeft me met een mannenblad betrapt. Niet met een homo-mannenblad. Nee, nee. Dat zou nog niet zo’n ramp zijn. Een beetje genant, oké, maar niet het einde van de wereld. Sterre heeft me met een hetero-mannenblad gezien. Een echt, rauw, blote-wijven-en-beavershots-mannenblad. En ik was niet degene die stiekem meekeek. Ook dat nog. Ik was degene die het blad godverdomme vasthield. Ik was de initiator, zoals dat heet. Wat zal ze gedacht hebben?
Ik kijk nog eens naar haar. Als ze het al raar vond, laat ze dat in elk geval niet merken. Ze zit haar ogen op te maken, met in haar ene hand een klein spiegeltje en in haar andere hand haar mascararoller. Het flesje mascara houdt ze tussen haar benen geklemd. ,,Efficiënt,” merk ik op, omdat mijn stilzwijgen als verdacht zou kunnen worden opgevat. Ze grinnikt. ,,Je kent mij toch. Een natuurtalent in efficiency. Als het op make-up aankomt tenminste.”
,,Hoe heb je geslapen?” vraag ik haar, in een poging het gesprek naar gisteravond te sturen. Ze haalt haar schouders op. ,,Beroerd, zoals altijd in zo’n bus. Royal Class, mijn reet. Moet je mijn wallen zien. Ik ga straks wel even een schoonheidsslaapje doen, hoor.” Zoals altijd denkt ze weer volledig in termen van haar uiterlijk. Dat is haar niet af te leren. Het is ook de reden waarom sommige mensen haar oppervlakkig vinden of zelfs een enorme hekel aan haar hebben. Maar ik weet dat het alleen maar een pose is. Het is geen zelfvertrouwen of arrogantie, zoals sommige mensen denken. Het is juist onzekerheid. Maar ik betwijfel of ze dat zelf weet.
Zal ik over dat mannenblad beginnen? Zal ik uit mezelf een verklaring geven? Zou dat de situatie beter maken of juist erger? Zal ze het vergeten als ik er over zwijg? Of zal ze dan zelf verklaringen gaan bedenken? Zal het gespannen tussen ons worden als ik zwijg? Of wordt het juist gespannen als ik nu mijn mond opentrek en onhandige dingen ga zeggen? Hoe kan ik het trouwens verwoorden? Hoe kan ik haar uitleggen dat ik het zelf ook allemaal niet weet? En is dit daar niet een heel verkeerd moment voor?
De beslissing wordt voor me genomen. De buschauffeur begint weer te praten, precies op het moment dat ik Sterre aanstoot omdat ik “Canet” op een bord zie staan. ,,Dames en heren, goeiemorgen… jullie zien het allemaal al, we zijn bijna bij onze eerste eindbestemming. Mensen voor Canet Plage kunnen hun spullen vast bij elkaar pakken. Zometeen wel even buiten wachten, want het is misschien handig als je de rest van je bagage ook meeneemt, hèhè…” Wat zal ik blij zijn als we van die man af zijn. Ik hoop dat we een andere krijgen op de terugweg. Ik stop het flesje water en de bus pringles die ik in het netje voor me had geklemd, netjes terug in mijn tas. Mijn jasje houd ik nog maar even aan; het kan nog best fris zijn om deze tijd van de dag, al schijnt de zon uitbundig. ,,Kijk, daar is een disco!” wijst Sterre enthousiast. ,,En de Mac zit hier ook. Dat is handig, lekker in de buurt!” Ik lach. ,,Je wilt toch niet elke avond bij de Mac gaan eten! Dat is een aanslag op je huid.” Ze haalt haar schouders op. ,,Ik ben op vakantie, hoor. Ik kan me het hele jaar nog druk maken over mijn huid. En trouwens, ik heb een hele goeie camouflagecrème bij me. En die Eight Hour Cream van Elisabeth Arden, die jij me hebt aangeraden. Fantastisch spul.” Normaal zou ik nu gaan uitweiden over hoe fantastisch die crème inderdaad is, maar het lijkt me beter om dat nu even niet te doen. Ik knik alleen. Ik voel hoe de bus langzaam tot stilstand komt. We zijn er. De vakantie is begonnen.
18. Micha
De zon brandt al flink als we al onze bagage over de camping slepen. Ik heb gelukkig niet belachelijk veel bij me, maar voor Sterre vind ik het zielig. Die heeft natuurlijk weer kleding voor een maand meegesleept. Nou ja, dat is ook eigenlijk haar eigen schuld. Ze doet het zichzelf aan. Ik hoop dat Thijs nu eens niks van haar overneemt.
We passeren het campingwinkeltje, een kleine boulangerie, een tennisbaan en een verlaten ruimte die ’s avonds waarschijnlijk een disco moet voorstellen en waar een schoonmaker nu glasscherven en sigarettenpeuken bij elkaar staat te vegen. Als we de hoek om gaan, komen we langs een zwembed. Een paar moeders liggen vadsig aan de kant, de bijbehorede kids spelen schreeuwend in het water. Sam raakt even mijn arm aan. ,,Cool, een zwembad!” Ik glimlach alleen. Ik denk niet dat we hier ooit zullen gaan zwemmen, maar ik wil haar illusies niet meteen verstoren.
Twee kleine meisjes in identieke pareo’s rennen langs ons heen. Een stelletje zit te ontbijten voor hun caravan. Drie dikke jongetjes doen een poging tot skateboarden en praten druk tegen elkaar in het Duits. Ik hou van dit soort campings. Ze hebben iets gezellig-burgerlijks. Goedkope luxe. Alles voor het gerief van de vakantieganger. Maar niet voor lang. Straks gaan we weer naar huis en is het afgelopen met de pret. De pogingen die de mensen hier doen om dat te vergeten, hebben iets ontroerends.
Bij een knalblauw geschilderd, houten hokje worden we opgewacht door een jongen met vettig haar en een petje in dezelfde kleur als het hokje. Hij stelt zich voor als Bruno. Hij is onze reisleider deze week, dus hij regelt al onze fantastische excursies, waar we ons zometeen voor kunnen opgeven. Hij staat bijna te springen van enthousiasme. ,,Jullie kunnen hier je spullen neerleggen tot jullie de tent in kunnen, en dan komen jullie met mij mee…” Hij wordt onderbroken door Amy. ,,Eh, sorry? Zeg je nou dat we onze tent nog niet in kunnen?” Bruno schuifelt een beetje ongemakkelijk heen en weer. ,,Ehm, ja. De mensen die vanavond naar huis gaan krijgen van ons nog een beetje tijd om hun spullen te pakken en de tent op te ruimen… voor júllie.”
,,En tot hoe laat hebben ze die tijd?” Amy’s stem klinkt ijzig. ,,Jezus,” fluistert Sam in mijn oor. ,,Mevrouw is weer goedgehumeurd vandaag.” ,,Inderdaad,” fluister ik terug. ,,Die Bruno kan er ook niks aan doen. Die doet gewoon zijn werk.”
,,Om tien uur kunnen jullie de tent in,” zegt Bruno. Hij klinkt een beetje zenuwachtig. Hij denkt vast dat we het allemaal net zo erg vinden als Amy. ,,Tot die tijd liggen jullie spullen hier heel veilig, al raad ik je wel aan je handbagage bij je te houden.” ,,Het geeft niet,” zeg ik. ,,Wij vermaken ons wel.” ,,Oh, je hoeft jezelf niet te vermaken,” zegt Bruno, duidelijk opgelucht. ,,Daar is allemaal voor gezorgd. Jullie komen zometeen met mij mee voor een presentatie van de excursies die we deze week allemaal aanbieden. En daarna kun je je daarvoor inschrijven. Je mag later betalen, dus maak je geen zorgen als je nog niet gepind hebt.” Dat klinkt goed. Ik ben benieuwd naar de excursies. In het gidsje dat we kregen thuisgestuurd, heb ik al een beetje gelezen wat er zoal te doen is. Ik wil in elk geval duiken, raften, canyoning en uit in Lloret de Mar. Het gaat me een hoop geld kosten, maar ik heb dit jaar niet voor niks zo hard vakken gevuld.
Iedereen zet zijn tassen de grote boom achter het blauwe hokje. Amy doet het met zichtbare tegenzin. ,,Ik hoop dat er niks gejat wordt,” hoor ik haar zeggen. Ik zie Digna met haar ogen rollen. ,,Ik hoop dat ze uitgerekend jouw tas uitkiezen om iets uit te stelen,” zegt ze. Ik moet lachen. Typisch een botte Digna-opmerking. Ondanks dat er nog maar weinig over is van onze vriendschap, vind ik haar nog steeds geweldig. Op weg naar de ruimte waar we onze diapresentatie krijgen, ga ik naast haar lopen. ,,Mooi gezegd,” zeg ik zachtjes tegen haar. Ze kijkt opzij en glimlacht. ,,Ik ben blij dat ik hier zo’n mooi doelwit heb om mijn slaapgebrek op af te reageren.” ,,Goed zo,” plaag ik haar. ,,Dan ben ik tenminste niet het slachtoffer.” Ze grinnikt spottend. ,,Oh, maak je maar geen zorgen, jij bent mijn tweede keus.” Dan gaat ze naast die Bert lopen waar ze op de heenweg zo klef mee was. Verdomme.
19. Sam
De ruime waar we worden voorgelicht over de activiteiten heeft iets typisch mediterraans, met witgesausde muren en donkerbruin houtwerk. Het felle zonlicht valt naar binnen door kleine raampjes. Bruno trekt verschoten rolgordijntjes dicht. ,,Zo, anders zien we niks,” zegt hij tegen niemand in het bijzonder. Ik vind hem nu al aardig. Het enthousiasme spat aan alle kanten van hem af. Hij geniet duidelijk echt van dit werk. Vind je het gek. Zijn baan bestaat uit gratis vakantie. Ik zou best met hem willen ruilen.
Als iedereen aan de lange tafel is gaan zitten, zet Bruno de beamer aan en start een powerpointpresentatie. Een aanstekelijk partymuziekje start. Het werkt; hoe moe ik ook ben na de gebroken nacht in de bus, ik heb meteen heel veel zin om uit te gaan. Op de eerste slide staat een foto van een blij groepje mensen in een kroeg die voor mijn part ook in Nederland had kunnen zijn. ,,Vanavond gaan we het uitgaansleven van Canet verkennen,” zegt Bruno. ,,Lekker een paar kroegjes in, en naar de disco… weet je meteen wat hier allemaal te doen is.” Dat lijkt me leuk. Ik was eigenlijk van plan om vannacht wat slaap in te halen, maar ik had me ook voorgenomen om elke gelegenheid om uit te gaan aan te grijpen, omdat ik weet dat Micha dat ook zal doen. Als er iets tussen ons gebeurt, gebeurt het bij het uitgaan, daar ben ik van overtuigd. Dat soort dingen gebeuren altijd in disco’s en kroegen. Je bent een beetje aangeschoten, je hebt vertrouwelijke gesprekken, je danst dicht bij elkaar, en voor je het weet sta je te zoenen. En als je er de volgende dag gezeik mee krijgt, zeg je gewoon dat je ongelooflijk dronken was. Een klein smetje op je reputatie, maar die zoen heb je dan toch mooi in je zak. Shit, wat ben ik toch een kreng.
Bruno klikt door. We zien een foto van dezelfde blije mensen, nu van top tot teen onder het schuim. ,,Morgenavond: schuimparty in LUST, de leukste disco van Canet,” zegt Bruno. ,,Hartstikke gezellig. Mag je niet missen.” ,,Volgens mij hebben ze er wat extra schuim bij gedaan voor de foto,” hoor ik Micha zachtjes zeggen. Ik moet lachen. Het klinkt net iets te hard. Sam, hou je mond nou maar.
De ene na de andere fantastische foto komt voorbij. We zien steeds dezelfde mensen die leuke dingen doen. We zien ze raften, de Sagrada Familia bekijken, een duikuitrusting aantrekken, eten op een pittoresk terrasje, weer feesten in een tent die overal zou kunnen zijn, maar die als het goed is in Lloret de Mar staat, van een berg abseilen en volledig in het oranje gekleed over straat lopen, blijkbaar op weg naar de Holland Party. Ik zou me overal wel voor willen opgeven. Het lijkt me allemaal zo leuk. Maar ik vrees dat het me wel heel veel geld gaat kosten als ik alles doe wat kan. Ik wil in elk geval alles doen wat Micha doet. Maar als Micha nou alles wil doen? Moet ik me dan in de schulden steken om bij hem te zijn? Dat zou toch wel het ultieme teken zijn dat er nog maar weinig over is van mijn trots.
We krijgen allemaal een inschrijfformulier waarop we moeten aangeven wat we willen doen. Dat gaat wat worden. Iedereen wil natuurlijk wat anders, maar het is wel leuk als we een beetje dezelfde dingen doen. Ik let scherp op Micha. Hij wil in elk geval alle sportieve dingen doen en de excursie naar Lloret de Mar. ,,Dat moet je niet doen joh, naar Lloret,” zegt Wout. ,,Je zit het grootste deel van de tijd in de bus en in de tijd dat je daar bent, word je naar vijf verschillende tenten gesleept door die Bruno. Nergens kun je blijven als het gezellig is.” ,,Nee, we kunnen beter gewoon op eigen houtje uitgaan,” zegt Sterre. ,,Lloret lijkt me wel supervet, maar dan ga ik liever gewoon een keer daar op vakantie.” ,,Ik wil wel naar Lloret,” bemoei ik me ermee. ,,We zitten er nu zo dichtbij, en het zou toch zonde zijn als we daar geen gebruik van maakten. Wie weet waar we volgend jaar weer heen willen.” ,,Kijk, met jou kan ik praten,” zegt Micha tevreden. Ik voel hoe ik vanbinnen begin te gloeien. De rest blijft akelig stil. ,,Ik hoef niet zo nodig naar Lloret,” doet Amy een duit uit het zakje. ,,Ik hoef helemaal niet zo nodig uit. Er is overdag zoveel te doen, dat ik daar ’s avonds waarschijnlijk te moe voor ben.” ,,Zonde!” zeg ik. ,,Je bent toch op vakantie, je moet eruit halen wat erin zit! Uitrusten kun je thuis wel weer.” ,,Ja, maar om nou twee uur heen en twee uur terug in de bus te gaan zitten… dan zit ik liever met een fles rosé op het strand,” zegt Digna. Mijn maag trekt samen. Er wil niemand naar Lloret behalve Micha en ik. Zouden we nu met z’n tweeën gaan? Of zou Micha het nu ook maar laten zitten? Met z’n tweeën uitgaan is tenslotte verre van ideaal. Dit is het beslissende moment, realiseer ik me. Als hij samen met mij naar Lloret wil gaan, is er een kans dat hij voor mij voelt wat ik voor hem voel. Als hij nu terugkrabbelt, kan ik het wel vergeten. Mijn handpalmen worden vochtig.
Micha haalt zijn schouders op. ,,Nou ja, wij gaan in elk geval, toch Sam? Ga nou alsjeblieft niet zeggen dat jij nou ook opeens niet meer wilt.” Inwendig begin ik te juichen. Ik glimlach breed naar hem. ,,Natuurlijk niet. Wij gaan lekker naar Lloret.”
De rest van de excursies is snel bekeken. Ik geef me op voor Lloret, voor alle sportieve dingen (al lijkt dat canyoning me stiekem wel doodeng), voor de excursie naar Barcelona, voor het bezoek aan het pittoreske vissersdorpje en voor de schuimparty. Canet verkennen kunnen we ook wel op eigen houtje, besluiten we. En de Holland Party lijkt eigenlijk niemand echt leuk. Ik geef meer geld uit dan ik gepland heb, maar dan doe ik wel wat rustiger aan met shoppen. Ik leun achterover en laat de anderen rustig verder discussiëren. Mijn beslissing is genomen. Mijn vakantie is gepland. En hij kan niet meer stuk.
20. Wouter
Tevreden gooi ik mijn spullen op één van de vier bedden in de tent. Micha doet naast me hetzelfde. Mooi dat ik naast hem lig, met hem kan ik het nou eenmaal het best vinden. En hoe meer ik bij hem ben, hoe meer kans dat ik in contact kom met leuke meiden. Hoewel het niet waarschijnlijk is dat ik die in zijn bed zal ontmoeten.
We hebben twee vierpersoonstenten, die elk verdeeld zijn in twee compartimenten. Micha en ik liggen in één hokje, in het andere leggen Sam en Amy net hun tassen neer. Digna komt de tent binnen. Ik zie haar teleurgesteld rondkijken. ,,Oh, is deze al vol? Ik was even naar de wc.” Ze zegt het met een verontwaardigde ondertoon, alsof we haar bij de wc-deur hadden moeten opwachten. Ik verwacht dat Micha iets zal zeggen, maar dat doet hij niet. Hij gaat stug door met zijn gevecht met het tasje van zijn slaapzak. Ook Sam en Amy zwijgen ongemakkelijk. Het is ook lullig. Ze heeft gewoon pech. Niemand wil bij Thijs en Sterre in de tent. Zij zijn eigenlijk een soort sub-groepje in onze groep. Ze doen aardig, maar je komt er nooit echt tussen. Ze houden iedereen altijd een beetje af. Ze zijn een soort tweeling, een duo, nauwelijks los te verkrijgen. ,,Sorry,” zeg ik maar, omdat iemand toch iets zal moeten zeggen. Ze zucht. ,,Shit, wat dom van mij,” zegt ze. ,,Ik had beter even kunnen wachten met naar de wc gaan.” Ze dempt haar stem. ,,Het lijkt me helemaal niet gezellig om bij hen te liggen.” Plotseling laat Micha zijn slaapzak los en draait hij zich om. ,,Maar wel nuttig,” zegt hij zachtjes. ,,Kun je er misschien eindelijk achter komen hoe het nou zit met Thijs. Misschien kun je hem overhalen om deze vakantie uit de kast te komen.” Sam begint opeens hard te lachen. ,,Nouhou, Mícha!” Ik zucht. Er is duidelijk weer van alles gaande wat ik gemist heb.
Digna haalt haar schouders op. ,,Nou ja, dan ga ik mijn spullen maar neerleggen.” Zonder verder nog iets te zeggen loopt ze de tent uit. De gespannen stilte blijft nog even hangen. Dan zegt Amy zacht: ,,Is ze nou boos?” Sam haalt haar schouders op. ,,Ze moet niet zeuren. Je gaat toch niet naar de wc op het moment dat je eindelijk de tent in mag. Dan kun je verwachten dat je niet meer kunt kiezen naast wie je wilt liggen. Bovendien, naast wie zou ze moeten liggen? Wij hadden al afgesproken dat we naast elkaar zouden gaan en tussen jullie”- ze kijkt naar Micha – “is het uit.” Micha grinnikt. ,,Ze had naast Wout gekund. Ik had best in die andere tent willen liggen, hoor. Had ik Thijs mooi kunnen overhalen om deze vakantie zijn kastje te verlaten.” Sam lacht weer. ,,Ik waarschuw je, smiecht!” Micha ziet mijn niet-begrijpende blik. ,,Sam en ik hebben een weddenschapje lopen,” legt hij uit. Dat verklaart veel. Ik grinnik, maar ik vind het eigenlijk een beetje lullig voor Thijs. Mensen zullen maar achter je rug een weddenschap afsluiten over je geaardheid. ,,Volgens mij is het niet zo,” zeg ik. ,,Heb je hem weleens naar Sterre zien kijken?” Micha snuift. ,,Hallo, heb je hem weleens naar een salade zien kijken? ‘Hoeveel caloriën zitten hierin?’ Als hij het niet is, weet ik het ook niet meer. Iedereen weet het, en daarom moet hij het ook maar eens bekend maken.” ,,Ssst,” sist Amy. ,,Tenten zijn gehorig, weten jullie nog?” Micha grijnst. ,,Ja. Alles om te winnen, hè. Als hij het deze vakantie toegeeft, neemt Sam mij mee uit eten.” ,,Naar de Mac, ja,” zegt Sam. ,,Meer heb je niet verdiend als je het zo gaat zitten uitlokken.” ,,Dat is dan nog altijd een gratis mannenburger,” grinnikt Micha. ,,Misschien kunnen we die arme Thijs dan ook meenemen, om het goed te maken dat we zou lullig over hem doen. Mag hij zoveel caloriearme salades eten als hij wil. Dan loopt die rekening wel op, Sammie.” Ik vind dat hij zich opeens echt als een klootzak gedraagt, maar Sam giechelt vrolijk. ,,Vergeet het maar. Dit duurt nog wel even. Over een paar maanden gaan wij sushi eten. Véél sushi. Dat ga je wel voelen in je portemonnee, mannetje.” Ik zie de humor niet echt. Ik vind het gemeen. Zouden ze ook zo over mij praten, omdat ik nog maagd ben? Een weddenschap afsluiten wanneer ik het voor het eerst zal doen, deze vakantie of over een paar maanden? Zal ik zeggen dat ik het een kutstreek vind? Maar dan krijg ik misschien wel ruzie met Micha. Dat kan ik nu niet gebruiken. Ik heb Micha nodig deze vakantie. Ik verbijt mijn ergernis en begin mijn bed op te maken. Micha en Sam bekvechten nog even gemoedelijk door, tot Sam begint over hoe al haar kledingstukken bij elkaar passen of zoiets. In de tent naast ons hoor ik Sterre, Thijs en Digna praten. Plotseling zou ik willen dat ik daar lag.
21. Digna
De mensen in de tent zijn even stil als ik naar buiten ben gelopen. Het is zo’n stilte die valt voordat ze zachtjes over je gaan praten. Plotseling voel ik tranen opkomen. Hé, wat is dat nou? Ik ben zo iemand die nóóit huilt. Tijdens alle ellende met Micha heb ik geen traan gelaten. Ik heb alleen wat brieven en foto’s verscheurd, een glas gebroken en een cadeau gekregen knuffel gevild. Maar nu heb ik zin om te huilen, het zielige, eenzame gejank van iemand die buitengesloten wordt. Want zo voel ik me. Buitengesloten. Nu ik Micha niet meer heb, hoor ik nergens meer echt bij. Hij gaat nu het meeste met Wout om, waardoor er drie tweetallen zijn ontstaan: Micha en Wout, Sam en Amy, Sterre en Thijs. Ik ben alleen. Ik heb niemand meer. Door mijn relatie met Micha heb ik de fundering onder mijn vriendschap met de hele groep weggemaaid. Als ik dat had geweten, was ik er nooit aan begonnen. Maar ja, dat soort dingen zeg je altijd achteraf. De realiteit is: ik heb het niet geweten en ik zit hier nog een dikke week met deze mensen. Ik moet er het beste van zien te maken. Ik slik mijn tranen weg en sleep mijn spullen de andere tent binnen.
Thijs en Sterre zijn al bezig hun hokje in orde te maken. Ze kijken tegelijk achterom als ik binnenkom. ,,Hee, Digna,” zegt Sterre. ,,We waren al benieuwd wie er bij ons zou komen liggen.” ,,Nou, ik dus,” antwoord ik. ,,De andere tent was vol.” Ik weet dat het bot klinkt, maar ik kan het niet opbrengen om enthousiasme te veinzen. Gezellig, ik lig een hele week bij de siamese tweeling in de tent, hoera! Mag ik stiekem toekijken hoe jullie ’s nachts seks hebben of ben je misschien toch homo, Thijs? Ik heb trouwens van Micha de opdracht gekregen om je over te halen om deze vakantie uit de kast te komen, zodat hij zijn weddenschap met Sam Het Serpent kan winnen en haar lekker chic mee uit eten kan nemen, dan heeft ze eindelijk haar zin en kan ze hem met een gerust hart van me afpakken, want híj heeft háár dan mee uit eten genomen, dus dan is het niet haar schuld.
Anyway. Dat zeg ik dus allemaal niet. Ze kijken me een beetje raar aan omdat ik zo duidelijk laat merken dat ik het niet zo heel chill vind om bij hen in de tent te liggen. ,,Jij hebt twee bedden,” verbreekt Thijs de gespannen stilte die is gevallen. ,,Daar kun je mooi al je rotzooi op kwijt. Handig hè?” Ik doe een poging tot een glimlach. ,,Daar heb ik geluk mee. Dan maak ik hopelijk wat minder rotzooi.” ,,Oh, rotzooi maak je toch wel,” plaagt hij. ,,Je rotzooi ligt nu alleen wat meer verspreid.” Ach, Thijs is wel lief. Hij wil dat ik het hier gezellig vind. Hij vindt het niet leuk dat ik het niet leuk vind om hier te liggen, dat weet ik zeker, al zal hij het wel jammer vinden dat hij hier nu niet meer zijn eigen huisje met Sterre kan bouwen. Maar ja, dat hadden ze ook wel kunnen verwachten.
Ik begin meteen met rotzooi maken, want ik moet op zoek naar mijn hoeslaken. Ik ben niet zo slim geweest om dat boven in mijn rugzak te stoppen, dus al snel gooi ik al mijn kleren op het bed waar niemand zal liggen. Heb ik dat ding eigenlijk wel bij me? Ik kan me opeens niet meer herinneren dat ik ‘m in mijn tas heb gestopt. ,,Wat zoek je, Digna?” vraagt Sterre. Er klinkt onderdrukte irritatie in door. Ze ergert zich nu al aan me, en de vakantie is nog maar net begonnen. Dat wordt nog wat. ,,Ik zoek mijn hoeslaken,’ zeg ik. ,,Maar ik weet niet zeker of ik die wel bij me heb.” ,,Dan leg je toch alleen je slaapzak op dat bed,” zegt ze. ,,Dat hoeslaken komt vanzelf weer boven water. Of niet. Zo kreukt al je kleding, dat is toch zonde.” Ik haal mijn schouders op. ,,Het kreukt toch wel.” Sterre kijkt naar de berg kleding op mijn bed. ,,Je moet het ook oprollen. Dan kun je veel meer kwijt en het kreukt veel minder.” Ik weet het nu al. Dit ga ik elke dag drie keer horen. Ik ga nooit meer naar de wc op beslissende momenten.
22. Sterre
Ik plof op mijn bed neer. We hebben net gebruncht met verse croissantjes van het campingbakkertje, met daarop heerlijke kruidenkaas zoals je die in Nederland toch niet kunt vinden. Of misschien lijkt het alleen maar lekkerder te smaken omdat we in het buitenland zijn. De lucht lijkt hier ook mooier, ik weet ook niet of dat wel echt zo is. In Nederland is de lucht ook vaak blauw, tenslotte. Maar toch lijkt hij hier blauwer.
Straks gaan we naar het strand, maar eerst wil ik even slapen. Ik ben gebroken na die nacht in de bus. Amy ging ook haar tent in om te slapen, en aan de andere kant van het stuk tentstof dat me van haar scheidt, is Digna ook op haar bed gaan liggen. Sam en de jongens zitten buiten. Ik hoor ze zacht praten. Af en toe komt de harde lach van Micha er bovenuit. Ik word altijd rustig als ik mensen op de achtergrond hoor praten. Het doet me denken aan het gepraat van mijn ouders vroeger, als ik al in bed lig. Het geeft me een veilig, behaaglijk gevoel. Daarom kan ik ook zo goed slapen bij films. Eigenlijk irritant, want ik kan bijna geen film helemaal zien. Ik zak altijd weg, meestal ergens halverwege. Ik heb thuis een hele plank vol films waarvan ik het begin minstens vijf keer heb gezien en het einde een keer. In de bioscoop.
Ik word wakker van een geluid dat ik niet meteen kan thuisbrengen. Het lijkt op huilen. Maar dat kan toch niet? Nee, dat kan het niet zijn. Ik draai me nog eens om en probeer weer in slaap te vallen. Maar het lukt niet. Het huil-achtige geluid blijft zich aan me opdringen. Zachtjes, maar duidelijk aanwezig. Het is het geluid van iemand die huilt maar niet wil dat iemand anders het hoort. Met een ruk ga ik rechtop zitten. Ik luister nog eens scherp, in de hoop mezelf ervan te kunnen overtuigen dat ik me toch vergist heb of dat het buiten is. Maar helaas. Het geluid blijft even goed hoorbaar. Het is hier in de tent. Het moet Digna zijn. Waarom ze huilt, dat laat zich makkelijk raden. Het is net uit met Micha en nu al moet ze met hem op vakantie. Hij trekt de hele tijd met Wout op en trekt zich weinig van haar aan. Het was altijd Micha en Digna, en nu is het Micha en Wout. Eerst was Wout altijd degene die er een beetje bijhing, die geen “vaste partner” had. Nu zijn de rollen omgedraaid. Dat moet pijn doen. Niet alleen is ze haar vriendje kwijt, ze is ook haar plek in de groep kwijt. Altijd heeft onze groep bestaan uit drie tweetallen en één eenling. Nu is zij de eenling.
Ik ga zachtjes weer liggen. Als ze troost wilde zou ze wel harder en opvallender huilen. Ze wil waarschijnlijk alleen gelaten worden. Ik kan haar wel gaan troosten, maar ik kan toch niks voor haar doen. Ze zou me waarschijnlijk afsnauwen en wegjagen. Ze weet dat ik haar vaak irritant vind. Ze zou het huichelachtig vinden als ik haar nu kwam troosten. ,,Nu vind je me zeker opeens zielig,” zou ze zeggen. Ja, ik weet bijna zeker dat ze dat zou zeggen. Ik moet gewoon proberen weer te gaan slapen. Ik lig hier nog niet eens een uur. Zo rust ik niet uit van die busreis. Als ik vanavond mee uit wil, moet ik echt zorgen dat ik nog wat slaap krijg. Digna trekt heus wel weer bij.
Ik ga met mijn rug naar haar deel van de tent toe liggen en trek mijn slaapzak over mijn oren. Dat dempt het geluid van haar gehuil, maar ik hoor het nog steeds. Bovendien heb ik het binnen de korste keren verschrikkelijk warm en benauwd. Zuchtend duw ik de slaapzak weer van me af. Ik besluit een muziekje op te zetten. Dat moet helpen. Mijn mp3-speler heb ik uit voorzorg onder mijn kussen gelegd. Ik stop de dopjes in mijn oren en druk net zo lang door tot ik een rustig liedje krijg. Ik doe mijn ogen dicht en probeer me te concentreren op de muziek. Als ik dat een tijdje doe, raakt hij vanzelf verder weg en val ik in slaap. Maar nu natuurlijk niet. Ik hoor het gehuil van Digna niet meer, maar ik vraag me wel af of het er nog is. Zal ik even de muziek uitzetten, gewoon om het te checken? Nee, zo val ik nooit in slaap. Maar als ik me blijf afvragen of ze nog huilt, lukt het natuurlijk ook niet.
Abrupt druk ik op het stop-knopje van mijn mp3-speler. Ik kan onmogelijk verder pitten terwijl er iemand vlak naast me ligt te huilen. Ik sta op en laat mijn voeten in mijn nieuwe teenslippers glijden. Dat is natuurlijk nergens voor nodig, maar mijn nieuwe slippers voelen heerlijk aan, en het wint tijd. Ik vind het vreselijk om huilende mensen te troosten. Ik kan het niet. Maar soms moet het gewoon. Bijvoorbeeld nu.
Ze heeft haar hokje dichtgeritst. Ik rits het een klein stukje open. ,,Digna?” Mijn eigen stem klinkt raar, oppervlakkig. Het is alsof ik mezelf hoor zoals anderen mij horen. Ik gluur naar binnen. Ze ligt op haar zij, bovenop haar slaapzak. Tranen rollen over haar wangen. Haar gezicht is rood en gezwollen. Ze ziet er opeens veel jonger uit dan ik haar ken. ,,Ga weg,” zegt ze gesmoord. ,,Laat me maar even.” Moet ik hier genoegen mee nemen? Ik sta even voor het kijkgaatje dat ik gemaakt heb, onhandig, besluiteloos. Dan stel ik me voor hoe eenzaam ze zich moet voelen en besluit door te zetten. We liggen nog de hele week bij elkaar in de tent: misschien kan ik haar een beetje opvangen. Thijs doet toch vreemd sinds gisteravond. ,,Wat is er aan de hand?” vraag ik, haar verzoek om haar met rust te laten negerend. Ik doe de rits nog wat verder open, kruip naar binnen en ga naast haar op het bed zitten. Voorzichtig raak ik haar donkere haar aan. ,,Je kunt het mij wel vertellen,” zeg ik. ,,Ik snap dat je je kut voelt door dat gedoe met Micha enzo. En ik snap ook wel dat je het niet leuk vindt om bij Thijs en mij in de tent te liggen. Maar ik wil ook weer niet dat je het zó verschrikkelijk vindt. Ik bedoel, we zijn toch niet zo erg? Thijs en ik zijn gewoon hele goeie vrienden. Maar we gaan het hartstikke gezellig maken met z’n drietjes. Veel gezelliger dan die andere tent. Bah, die andere tent is voor losers.” Ik raaskal maar wat. Ik ben een waardeloze trooster. Ik laat haar niet eens praten. Ik zit alleen maar zelf te lullen. En het slaat niet eens ergens op.
Maar ik merk opeens dat het snikken minder wordt. ,,Ik mis Micha gewoon zo,” zegt ze opeens. ,,Het is allemaal zo anders dit jaar. Ik merk nu pas dat ik met niemand zo’n band heb als ik met hem had. Ik heb alles kapot gemaakt.” Ze begint weer harder te huilen. Stiekem geef ik mezelf een inwendig schouderklopje omdat ik zo goed geraden had waarom ze verdrietig is. ,,Natuurlijk heb jij het niet kapot gemaakt,” zeg ik. Ik begin op dreef te komen. ,,Het is gewoon zo gelopen. En misschien kunnen jullie over een tijdje wel weer gewoon vrienden worden. Je moet het gewoon even de kans geven om te helen.”
,,Denk je?” vraagt ze weifelend. ,,Ik weet het wel zeker,” zeg ik, beslister dan ik me voel. ,,Maar jij zei,” zegt ze dan opeens. ,,Jij zei pas geleden nog dat hij me wel zou willen als ik een sexy topje aantrok bij het uitgaan.” Jezus. Ik moet echt eens leren wat je wel en niet moet zeggen tegen mensen met een gebroken hart. ,,Ik bedoelde dat hij dan wel weer seks met je zou willen,” zeg ik snel. ,,Toen wist ik nog niet dat het zó diep zat. Maar je laat je vakantie toch niet door hem verpesten,” praat ik er snel overheen. ,,Wij gaan heel veel lol maken. En je kunt toch ook omgaan met die jongen die naast je zat in de bus?” Ze is inmiddels gestopt met huilen en nu breekt er zelfs een waterig glimlachje door. ,,Oh ja. Bert.”
,,Bert?!”
,,Ja, zielig hè?”
,,Traumatisch. Bert. Jezus.” We kijken elkaar aan en beginnen te lachen. Het is eigenlijk helemaal niet zo grappig, maar we lachen heel hard om de naam van die arme jongen. Als we zijn uitgelachen, veegt Digna de tranen van haar wangen. ,,Bedankt,” zegt ze. ,,Zullen we maar eens gaan kijken of Amy wakker is, zodat we naar het strand kunnen?”
Ik denk niet dat het op dit moment verstandig is om te zeggen dat ik eigenlijk nog een paar uurtjes slaap wil meepakken. Misschien kan ik op het strand wat slapen.
23. Amy
Ik doe mijn ogen dicht en geniet van het branden van de zon. De anderen zijn gaan zwemmen. Ik pas op de spullen. Ik vind het niet erg; ik hou niet van zwemmen. Dat ijskoude water waar je vijf minuten in staat te rillen voor het eindelijk een beetje draaglijk wordt, bah. ,,Kom op Amy, gewoon onder water duiken!” roept Digna steevast, en begint dan grote golven water over me heen te scheppen. Dat is voor mij meestal het sein om terug te rennen naar mijn veilige handdoekje in de barmhartige zon. En vandaag ben ik daar maar gewoon blijven liggen. Ik heb vandaag al genoeg meegemaakt om mezelf ook nog eens vrijwillig te gaan martelen.
Echt, er gaat niets goed, deze eerste echte vakantiedag. Als dit zo doorgaat, wordt het een rotvakantie. Vannacht in de bus voelde ik me nog zo lekker, maar zodra ik wakker werd was het gedaan met dat gevoel. Het voelde alsof al mijn botten door de bus verspreid lagen en ik rond moest kruipen om ze op te rapen en terug te stoppen op de juiste plek. In feite moest ik alleen naar de wc lopen, maar dat was al een martelgang, met mijn duffe hoofd in die wiebelende bus. En het was natuurlijk zo’n smerig stinktoiletje. Dat was dus al een heel slecht begin van de dag.
Kwamen we eindelijk aan op de camping, bleek het zo’n goedkope volkscamping te zijn, vol dikke vrouwen in te strakke badpakken met jengelende kinderen, die waarschijnlijk allemaal plassen in dat zwembad waar Sam zo weg van is. Dit is het soort camping waar je nooit rust hebt. En hier zitten we nog een hele week. Afschuwelijk.
Toen bleek ook nog dat we onze tenten nog niet in konden, dat vond ik al helemaal belachelijk. Kom je geradbraakt aan, wil je alleen maar naar bed, kan dat dus gewoon niet omdat de vorige bewoners die tent niet uit te slaan zijn. Dat blije figuur met dat petje zei dat ze voor ons aan het opruimen waren, maar ik geloof er niks van. Ik weet zeker dat ze gewoon nog in hun nest lagen toen wij daar als vluchtelingen onze tassen bij een boom moesten neerleggen, waar jan en alleman erin kon gaan zitten graaien. En Digna vond het ook nog raar dat ik er wat van zei. Ze had meteen weer een gelegenheid om me eens lekker af te snauwen. Terwijl zij zelf te pas en te onpas loopt te roepen wat zij overal van vindt. Als ik een keer mijn mening zeg, krijg ik meteen zo’n reactie.
Toen ging iedereen natuurlijk urenlang zitten discussiëren over welke excursies we zouden gaan doen. Doe gewoon wat je leuk vindt, zou ik zeggen, en je ziet vanzelf wie er meegaan. Maar dat is voor de rest onmogelijk. Ze moeten eerst inventariseren of er ook andere mensen voor dezelfde excursie gaan. Als zeven mensen dat bij elke excursie op de lijst gaan zitten doen, kun je je wel voorstellen wat een rotzooitje dat wordt. Ik wilde me eerst eigenlijk voor heel weinig opgeven, maar Sam heeft me overgehaald om toch wat meer te doen. ,,Anders zit je elke dag alleen maar in je eentje in de tent!” Dat ik me ook prima vermaak als ik een beetje in mijn eentje over het strand of door het stadje dwaal, wil ze maar niet begrijpen. Zij gaat bijna alles doen. Ik begrijp niet waar ze het geld vandaan haalt, zo hard heeft ze nou ook weer niet gewerkt dit jaar. Anyway, ik sta nu uiteindelijk ingeschreven voor de schuimparty, Barcelona, duiken en het bezoek aan het vissersdorpje. Het duiken lijkt me doodeng, maar iedereen roept dat het hartstikke leuk is, en helemaal niet eng, en dat er niets kan gebeuren, dus ik waag het er maar op.
Koude spetters op mijn buik. Ik doe mijn ogen open. Sam ploft naast me neer. ,,Zo, uitgezwommen?” informeer ik. Ze knikt. ,,Ja, ik was het wel zat. Heeft hij al ge-smst?” Ik schud mijn hoofd. ,,Nee, nog niet.” Dat is ook nog mis vandaag. Jesse smst niet terug.
24. Thijs
Met gevaar voor eigen leven steek ik voorzichtig het gasfornuisje in onze tent aan. We hebben deze tent benoemd tot “kooktent” omdat wij meer ruimte hebben met z’n drieën. Al het keukengerei hebben we hier neergezet. Vanavond koken wij ook, maar we zijn natuurlijk niet van plan om daar een gewoonte van te maken. Morgen staan we onze kooktent met liefde tijdelijk af aan de bewoners van de andere tent.
Ik draai het vuur zo hoog mogelijk, maar het blijft een zwak vlammetje. Het zal wel even duren voor het water gaat koken. Aan tafel zitten Sterre en Digna al gemoedelijk paprika’s, uien en tomaten te snijden. Sterre heeft Digna opeens helemaal in de armen gesloten. Ze vertelde me dat Digna vanmiddag heel erg moest huilen omdat ze Micha zo miste en omdat ze zich opeens zo buitengesloten voelde. Sterre heeft er plotseling haar persoonlijke project van gemaakt om Digna de vakantie door te slepen. Ik hoor ze giechelen om een grapje dat ik niet opgevangen heb, en ben opeens jaloers. Natuurlijk had ik niet verwacht dat Sterre en ik met z’n tweeën in de tent zouden liggen, maar ik voel opeens een afstand tussen ons. Vorig jaar ging Sterre natuurlijk ook wel met de andere meiden om, en ik met de andere jongens, maar het was toch duidelijk dat wij vooral bij elkaar hoorden. Je had Sterre en Thijs, en de rest. En aangezien iedereen toen ook al dacht dat ik wel homo zou zijn, werden daar eigenlijk nauwelijks flauwe grapjes over gemaakt. Of ze moeten dat gedaan hebben als wij er niet bij waren. Maar nu lijkt het alsof we ons opeens zijn gaan realiseren dat ik een jongen ben, en zij een meisje, en dat wij misschien eigenlijk een beetje té close zijn. Ach, misschien is dat ook wel zo. Misschien heeft onze vriendschap wel iets onnatuurlijks. Misschien moet ik een beetje afstand van Sterre nemen tot ik weet wat ik nou eigenlijk wil. Misschien is dat wel beter.
Het water begint te borrelen. Voorzichtig laat ik de spaghetti erin zakken. Ik laat ‘m mooi uitwaaieren, zodat elk stokje tot z’n recht komt. ,,Netjes!” prijst Digna. ,,Onze topkok,” grinnikt Sterre. ,,Wil je de groente ook alvast hebben?” ,,Nee, ik rul eerst het gehakt,” zeg ik. ,,De groente hoeft niet zo lang, dan gaat alle smaak eraf.” Sterre haalt haar schouders op. ,,Jij zult het wel weten.” En ik weet het inderdaad. Ik hou van koken. Zelfs op dit krakkemikkige gasfornuisje geniet ik ervan om een maaltijd klaar te maken. Ik hou ervan om te zien hoe er uit de ingrediënten langzaam iets lekkers ontstaat. En ik hou er nog meer van om nét dat beetje extra te doen, om het nét nog iets lekkerder te maken. Ik vind het fijn om mensen te zien genieten van wat ik heb klaargemaakt. Het gaat me niet eens om de complimentjes; die zijn eigenlijk bijzaak. Mensen hoeven het alleen maar zichtbaar lekker te vinden. Soms doe je iets verkeerd en mislukt alles een beetje; het is vreselijk om te zien hoe mensen het dan met lange tanden opeten en niets zeggen om je maar niet te kwetsen.
Ik zet een grote bakpan op het andere pitje en schenk er rijkelijk olijfolie in. Met mijn andere hand duw ik met een houten lepel voorzichtig de spaghettislierten dieper in het borrelende water. Ik schep het gehakt beetje bij beetje in de pan en blijf roeren tot de stukjes aan alle kanten mooi bruin zijn. Normaal zou ik het gehakt eerst lekker kruiden, maar aan gehaktkruiden doen ze hier helaas niet. Eigenlijk had ik mijn mini-kruidenrekje van thuis mee moeten nemen. Dat moet ik onthouden voor volgend jaar.
Ik schep de groente erbij, meng de hele boel na nog een paar minuten met de tomatenpuree en proef tevreden mijn sausje. Naar omstandigheden goed gelukt. Sterre en Digna gieten buiten de kokend hete pasta af. ,,Eten!” hoor ik Digna brullen. Het volgende moment dendert de rest de tent binnen, met hun eigen plastic tuinstoelen. Ik schep de spaghetti op de borden, Digna gooit er steeds een flinke kledder saus overheen. Ik kijk naar de glimlach op haar gezicht. Sterres tactiek werkt wel. Ja, het is even beter zo. Zij met de meiden, ik met de jongens. Zoals het hoort.
25. Micha
Misschien hadden we toch beter onder leiding van Bruno Canet kunnen gaan verkennen. Drie kwartier zijn verstreken en we hebben nog geen disco gezien. ,,Lopen we wel goed?” vraagt Sam, alsof ze mijn gedachten kan lezen. ,,Ik hoop het,” antwoord ik. Ik ben blij dat Amy in de tent gebleven is; die was inmiddels waarschijnlijk niet te genieten geweest. Digna houdt haar gezelschap, dus we zijn met z’n vijven. Vijf mensen die eigenlijk moe zijn maar toch uit willen. Ik voel nu al dat het niet laat gaat worden.
Ik kijk achterom. Wout loopt stoïcijns door, dopjes in zijn oren, blik op oneindig. Geen idee waar hij aan denkt. Ik weet wel waar hij over een paar uur aan denkt. Vanavond gaat die kerel nou eindelijk eens met iemand zoenen, daar zorg ik wel voor. Achter hem lopen Thijs en Sterre. Ze lopen een stukje van elkaar af, wat me verbaast, want meestal zitten ze zo’n beetje aan elkaar vastgeplakt. ,,Sorry hoor, maar ik begin het een beetje zat te worden,” zegt Sterre. ,,Kunnen we niet beter teruggaan en morgen met zo’n excursie meegaan? Dan weten we tenminste zeker dat we ergens komen.” Teruggaan? Dat zie ik nou echt helemaal niet zitten. ,,Kom op, nog even volhouden,” probeer ik het moreel hoog te houden. ,,Ik weet zeker dat we er bijna zijn.” ,,Ja Ster, kom op,” valt Sam me bij. ,,Je bent toch niet opeens een party pooper geworden.” Sterre zucht. ,,Ik ben gewoon zo moe.” Het losse moment is alweer voorbij; om haar woorden kracht bij te zetten gaat ze meteen tegen Thijs aan hangen, die goeïg zijn arm om haar heenslaat. ,,Als je terug wilt, gaan wij toch terug,” zegt hij. ,,Ik hoef ook niet zo heel nodig uit, hoor.” ,,Maar we zijn er bijna!” roept Sam, blijkbaar vertrouwend op mijn voorspellingen. ,,Dat is net als die mop van die belg die een meer moet overzwemmen en op driekwart van de afstand zegt: ‘ik trek het niet meer, ik ga terug’.” Sterre kijkt moedeloos om zich heen. ,,Ik weet het niet hoor, maar zie jij hier ergens tekenen die wijzen op een disco in de buurt?” Rechts van ons zijn flats, links een weg en een geluidswal. Ik voel de groep uit elkaar vallen. Jammer, maar ik ga mooi niet omkeren. Ik ben helemaal niet zo moe en ik heb geen zin om de eerste avond meteen suf in de tent te gaan zitten. ,,Laten we het aan iemand vragen,” stel ik voor. ,,We lopen tot het eind van de straat en als het dan nog lang duurt, mogen jullie teruggaan.” Sterre zucht. ,,Goed dan.”
Nog voor het eind van de straat komt een groepje jongens onze kant op lopen. ,,Excusez-moi,” begin ik, tot de ontdekking komend dat dit eigenlijk het enige Frans is dat ik ken. ,,Do you know where a disco is?” Gelukkig zijn de jongens bereid ons in hun gebrekkige Engels te helpen. ,,Diesco, you go right, you sie…” Verder versta ik het al niet meer. Ik zie Sam gelukkig oplettend knikken, dus ik ga er van uit dat zij het wel verstaat. Als ze klaar zijn met uitnodigen, zegt ze netjes: ,,Merci beaucoup.” ,,Thank you, byebye, merci!” vallen we haar lafjes bij. ,,We moeten rechtsaf bij die rotonde,” zegt ze. ,,Dan moeten we een heel stuk doorlopen, dan moeten we links bij een fontein en als we dan nog een stukje doorlopen, lopen we als het goed is tegen een disco aan.” Ik fluit bewonderend. ,,Nooit geweten dat jij zo goed in talen was.” Ze glimlacht. ,,Ik heb vele talenten.”
We lopen zoals Sam het gezegd heeft en als we de fontein gepasseerd zijn horen we inderdaad het gedreun van bassen. ,,Weet je zeker dat je niet naar huis wilt?” vraagt Thijs bezorgd aan Sterre. ,,Nee hoor,” zegt ze. ,,Een paar drankjes en ik leef wel weer op.” Die gaat met een jongen mee vanavond, ik hoor het al.
We betalen toegang en lopen de warme, volle discotheek in. De bas dreunt door me heen. Ik kom meteen goed in de stemming. Digna is er niet bij, dus ik hoef me nergens schuldig over te voelen. Ik ga er een leuke eerste avond van maken.
26. Sam
Er staan al drie meisjes in de rij voor de wc’s. Gelaten sluit ik achteraan. Ik hoop niet dat de dj de komende tien minuten iets leuks zal draaien, want ik vermoed dat ik niet eerder terug zal zijn op de dansvloer. Ik kijk om me heen. De muren lijken een beetje te golven. Shit, hoe kan ik zo snel aangeschoten raken? Ik heb nog maar twee wijntjes op. Vast het slaapgebrek. Hoewel… ik heb op het strand ruim anderhalf uur liggen slapen vanmiddag, en na het eten heb ik ook nog een flink tukje gedaan. Ik zou best uitgerust moeten zijn. En toch is de drank keihard ingeslagen. Vreemd. Zou iemand er iets in hebben gegooid? Dat kan, dat doen ze in disco’s. En in het buitenland moet je nog eens extra uitkijken, volgens de Cosmo.
Ik beweeg mijn hoofd heen en weer. Er gebeurt niets, behalve dat de muren nog steeds niet helemaal stil lijken te staan. Toch voel ik me niet heel anders dan anders als ik aangeschoten ben. Maar misschien hoort dat bij dit soort drugs. Misschien voel je je eerst gewoon aangeschoten, zodat je denkt dat er niets aan de hand is. In die tijd kan je belager je gewoon versieren. En dan opeens, bam, ben je van de wereld en kan hij alles met je doen wat hij wil. Ik ril bij het idee. Zou dat kunnen? Zou er zo’n soort drugs bestaan?
De rij schuift op en ik kom naast de spiegel te staan. Ik kijk naar mijn eigen gezicht. Ik zie er een beetje verhit uit, maar niet significant anders dan anders. Ik buig naar de spiegel toe en check mijn pupillen. Die zouden groot moeten zijn als er drugs in mijn drinken was gegooid. Maar hoe groot zijn ze normaal eigenlijk bij dit licht? Ze lijken nu vrij groot, maar zo lang ik het niet kan vergelijken met hoe ze er normaal uit zouden zien, heb ik er niet veel aan.
Ik voel me onbehaaglijk. Stel ik me nou gewoon aan of zou er echt iets met mijn drinken zijn gebeurd? Hoe kan ik anders zo snel aangeschoten zijn geraakt? Of komt dat tóch door het slaapgebrek? Stel je voor dat ik zometeen gewoon out ga, en dat een of andere engerd me meeneemt. De anderen zullen denken dat ik gewoon sjans heb. Ze zullen het zelfs leuk voor me vinden. Misschien zullen ze een beetje verontwaardigd zijn omdat ik ze geen gedag heb gezegd. Micha zal het misschien wel jammer vinden, aangenomen dat hij mij zo leuk vindt als ik vermoed dat hij me vindt, maar hij is niet het type dat erom zou gaan zitten treuren. Hij zal gewoon een ander leuk meisje zoeken. Daar is hij nu misschien al wel mee bezig. Verdomme, die rij mag weleens opschieten. Ik moet naar hem terug, anders ben ik hem straks kwijt. Ik heb nog niet eens echt met hem gedanst. Ik wil absoluut niet dat hij nu al door een ander meisje van me wordt afgepakt.
Gelukkig, ik ben aan de beurt. De wc is smerig. Ik ga er mooi niet op zitten; ik blijf er boven hangen. Dat lukt me gelukkig zonder om te vallen. Zou dat een teken zijn dat er niks aan de hand is? Zou ik niet zo omver kukelen als er met mijn drinken gerommeld was? Ik trek door, check in de spiegel nog een keer mijn pupillen en besluit er maar het beste van te hopen. Gewoon niet met vreemden praten en bij mijn vrienden in de buurt blijven, dan kan er weinig misgaan. Mijn benen voelen wat wankel als ik terugloop de zaal in, maar ik hou me voor dat dat gewoon door de drank komt.
Slecht nieuws: er is nog meer drank op komst. ,,Sam! Daar ben je eindelijk! Ik sta al vijf minuten met dit wijntje in mijn hand!” roept Micha zodra ik bij de rest kom staan. Ik glimlach en pak het wijntje aan, maar ik heb eerlijk gezegd helemaal geen zin om het op te drinken. Stel dat iemand echt iets met mijn vorige drankje heeft gedaan, als ik dan nog meer alcohol ga drinken, kunnen ze mijn maag misschien wel leegpompen. Ik durf hier geen slok van te nemen voordat ik weet dat er echt niets aan de hand is. In een opwelling buig ik me naar Sterre toe, die verbazend genoeg nog niemand aan de haak heeft geslagen vanavond. ,,Heb jij net iemand iets met mijn drankje zien doen?” Ze staart me stomverbaasd aan. ,,Met jouw drankje? Nee, hoezo dat dan? Voel je je niet goed?” ,,Ik ben nu al aangeschoten. Na twee wijntjes,” leg ik uit. ,,Dat is toch niet normaal?” Ze haalt haar schouders op. ,,Joh, maak je niet druk, dat heb je soms gewoon. De ene keer komt het harder aan dan de andere. Bovendien, heb je je drankje ergens laten staan dan?” Nu ik er over nadenk… nee. Ik heb mijn wijntjes de hele tijd in mijn hand gehouden. Plotseling voel ik me heel stom en paranoïde. Ik ook altijd met mijn waanideeën. Ik schud mijn hoofd. ,,Nee, je hebt gelijk. Laat maar.” Ik neem een grote slok van mijn wijn en besluit er niet meer aan te denken. Ik kijk om me heen. Micha staat met een meisje te praten.
27. Wouter
,,Vanavond ga jij zoenen,” heeft Micha me beloofd. ,,Daar zal ik hoogstpersoonlijk voor zorgen.” En daar is hij nu mee bezig. Ik heb het meisje aangewezen, hij heeft haar voor me aan de haak geslagen. Ze is echt mooi: ze heeft krullend, vuurrood haar en hele blauwe ogen. Dana heet ze. Meer informatie heb ik niet meegekregen: ze is voornamelijk met Micha aan het woord geweest. Ik sta er maar zo’n beetje bij. Wat moet ik zeggen tegen zo’n mooie meid? Wat kan ik in godsnaam zeggen dat zij wil horen? Door welke opmerking zal ze denken: daar wil ik weleens een beschuitje mee eten? Hoe doet Micha dat altijd? Ik ben bang dat ik er allemaal een beetje te makkelijk over heb gedacht. Ik heb er niet bij stilgestaan dat Micha’s hulp alleen niet genoeg is. Ik zal zelf ook wat werk moeten verzetten als ik deze avond tot een succes wil maken. Ik kan haar niet zomaar op haar bek pakken. De keren hiervoor dat ik heb gezoend, lag het initiatief altijd bij het meisje, tegen de tijd dat ze zo dronken was dat ze iedere kerel op zijn bek had kunnen pakken. Ik heb zelf nooit iets hoeven doen. Ik heb nog nooit echt iemand hoeven versieren. Heb het ook nooit gedurfd.
Micha heeft zelf blijkbaar ook in de gaten dat Dana op dit moment eerder met hem zou willen zoenen dan met mij, dus hij kondigt aan dat hij bier gaat halen en laat ons alleen. Het zweet staat in mijn handen. ,,Zo,” begin ik onhandig. ,,Ben je eh… ben je hier ook op vakantie?” Oh, Jezus. Dit lijkt natuurlijk weer nergens op. Natuurlijk is ze hier op vakantie, debiel, wat dacht je dan, dat ze hier woont ofzo? Maar Dana glimlacht. ,,Ja. Vanmorgen aangekomen.” ,,Wij ook,” zeg ik. ,,Op welke camping sta je?” Ze moet even nadenken. ,,Verdomme, ik ben de naam kwijt. Ik ben niet zo goed in buitenlandse namen,” giechelt ze. ,,Als ik er nog op kom, zeg ik het wel, goed?” Ik knik. ,,Ja hoor, oké.” Ook weer zo’n stom antwoord. Alsof het van levensbelang is om te weten op welke camping zij staat. Het is duidelijk niet die van ons, want dan was ze me wel opgevallen vandaag.
Micha komt aanlopen met drie glazen bier. ,,Zo,” zegt hij. ,,Hebben jullie elkaar al een beetje beter leren kennen?” ,,Ja hoor,” zegt Dana. Dat zegt ze vast alleen om hem gerust te stellen. ,,Dat is mooi,” zegt hij, terwijl hij een grote slok van zijn bier neemt. Hij kijkt naar Dana en glimlacht flirtertig. ,,Ik zou namelijk heel graag met je willen dansen, maar helaas heb ik mijn danskunsten al beloofd aan die mooie dame daar.” Tot mijn verbazing wijst hij naar Sam, die met een ontevreden gezicht van haar wijntje staat te nippen. Meent hij dat nou? Ach, wat maakt het ook uit, het hoort blijkbaar bij het plan. ,,Daarom,” vervolgt Micha. ,,Zal hij in mijn plaats met je dansen.” Hij maakt een theatraal gebaar naar mij. ,,Hij is mijn sidekick, een perfecte vervanging van mij, alleen dan nog leuker.” Dana lacht ongemakkelijk. Ik zie het meteen. Ze is helemaal niet van plan om met mij te dansen en zoenen zit er al helemaal niet in. ,,Sorry,” zegt ze. ,,Ik zou heel graag met je dansen, maar ik moet weer terug naar mijn vriendinnen. Ze zullen zich wel afvragen waarom ik hier zo lang met vreemden sta te praten.” ,,Wij zijn geen vreemden!” doet Micha nog een laatste redpoging. ,,Wij gaan elkaar nog heel vaak tegenkomen. Schat, je weet niet wat je mist!” Ze glimlacht nog eens, nu al iets minder vriendelijk. ,,Sorry, maar ik heb al een vriend.” ,,Dan kun je toch nog wel met hem dansen!” zegt Micha. ,,Mens, doe niet zo frigide.” Ai. Dit is weer zo’n Micha-opmerking die er zomaar uitfloept als hij iets niet gaat zoals hij het bedacht had. De opmerking mist zijn doel niet. Dana draait zich abrupt om en loopt weg. Hoewel, dat had ze anders waarschijnlijk ook wel gedaan.
Maar Micha zou Micha niet zijn als hij onze nederlaag zomaar zou accepteren. ,,Wat een kutwijf,” zegt hij lakoniek. Hij neemt een grote slok van zijn bier. Ik veeg mijn natte hand af aan mijn spijkerbroek en volg zijn voorbeeld. ,,Nou,” zegt hij dan. ,,Kijk nog maar eens rond. Wie gaan we nu proberen?” Maar ik heb er geen zin meer in. Ik vind onze zoektocht opeens nogal triest. Help Wouter aan de vrouw, ja hoor. Dana ziet me aankomen als we zometeen met een andere meid staan te praten. Dan vindt ze me een nog grotere sukkel. ,,Nah, ik ben het zat voor vanavond,” antwoord ik dus. ,,Ga jij maar lekker met Sam dansen.”
,,Sam?” Hij kijkt me verbaasd aan.
,,Ja, je ging toch met Sam dansen?” Hij lacht. ,,Oh, nee joh, ik zei maar wat. Moet je kijken hoe ze erbij staat. Ik zoek wel een meisje dat een beetje vrolijker kijkt. Weet je zeker dat je niet meer meedoet?” Ik schud mijn hoofd. ,,Nee, één afwijzing per avond vind ik wel genoeg.” Hij slaat me op de schouders. ,,Kom op, man. Dit zegt niks. Er zijn meer vissen in de zee.” Ja, alleen hebben al die vissen allemaal al een vriendje.
28. Digna
Ik ben blij dat ik niet mee uit ben gegaan. Ik zit veel liever hier, in de schemering, met mijn boek, dat trouwens snel uit zal zijn als ik in dit tempo doorlees. Ik hoef niet te zien hoe Micha de halve disco versiert. Ik zal eraan moeten, maar vanavond nog even niet. Het is allemaal meegevallen vandaag, en dat wil ik graag zo houden.
Naast me doet Amy een poging tot lezen. Het wil niet erg lukken. Ze zit constant heen en weer te draaien. Pakt haar mobiel, drukt een paar toetsen in, zucht, gooit hem weer neer en probeert weer verder te gaan in haar boek. Ik word er nerveus van. Zelf ben ik nooit zo spastisch geweest over niet-sms’ende vriendjes. Maar voor Amy is het duidelijk een wereldramp dat Jesse niets laat horen op haar berichtje. Ik kijk op van mijn boek. ,,Wanneer heb je dat smsje gestuurd?” Ze laat zich weer in haar stoel vallen. ,,Vannacht,” zegt ze moedeloos. ,,Al bijna 24 uur geleden.” ,,Misschien is het niet aangekomen,” suggereer ik. ,,Je weet het maar nooit in het buitenland. Wil je het eens met mijn telefoon proberen?” Gretig steekt ze haar hand uit. ,,Ja, als het mag?” Ik haal mijn schouders op. ,,Ach, één smsje zal me de kop niet kosten.” Ik geef haar mijn telefoon. Ze begint meteen druk op de knopjes te drukken.
Twintig minuten later: geen reactie. Amy is inmiddels niet meer in staat om stil te blijven zitten. ,,Jezus, ik snap het gewoon niet! Ik snap het gewoon niet!”
,,Laat het nou. Misschien is er een goede reden voor. Is zijn beltegoed op, of zijn batterij leeg, of is die hele mobiel gewoon in de gracht gedonderd.”
,,Of hij is dood. Of zwaargewond.”
,,Hè ja, laten we zo gaan denken. Gezellig zo, op vakantie piekeren of je dierbaren in Nederland nog wel allemaal leven.”
,,Nou, mijn moeder leeft in elk geval, want daar heb ik al wél drie smsjes van gehad. Maar van Jesse niks, helemaal niks. Ik snap het gewoon niet. Hij zou dit nooit doen.”
,,Blijkbaar wel. Amy, geloof me nou, er is een goeie reden voor, echt. Alleen kun jij die nu even niet bedenken. Maar morgen stuurt hij vast een berichtje om uit te leggen waarom hij niet eerder iets teruggestuurd heeft.”
Ze zucht en staat op. ,,Ik ga slapen. Ik heb geen zin om hier nog uren op een smsje te gaan zitten wachten.” Zonder verder iets te zeggen loopt ze haar tent in. Ik haal mijn schouders op, trek mijn benen onder me en probeer verder te gaan in mijn boek, maar het is te donker geworden om te lezen. Ik schenk mezelf nog een glas sangria in, leg mijn hoofd in mijn nek en kijk naar de sterren. Eigenlijk moet ik blij zijn dat ik geen vriendje heb. Niemand kan mijn teleurstellen of nerveus maken. Ik zit hier rustig voor de tent, in mijn eentje. Mijn eigen beste vriendin ben ik. Niemand kan mijn geestelijk evenwicht in de war schoppen. Maar toch vraag ik me af wat Micha op dit moment aan het doen is.
29. Sterre
Ik scan nogmaals de hele disco. Nee, er is echt weinig leuk volk op de been hier. Ik hoop niet dat dat zo blijft, zeg. Nou ja, misschien zijn alle leuke mensen nog aan het bijkomen van de busreis. Maar ik baal er wel een beetje van. Bij de eerste avond hoort een eerste-avond-jongen. Een eerste-avond-jongen is een jongen waar je alleen de eerste avond mee zoent en die je daarna nooit meer ziet, omdat je twee dagen later een veel leukere jongen tegenkomt, die je echte vakantievriendje wordt. Soms kom je de eerste-avond-jongen nog een keer tegen, bij de supermarkt of in een andere kroeg ofzo, maar dan doe je allebei alsof je elkaar niet kent. Het komt niet zelden voor dat jij ook zijn eerste-avond-meisje bent.
,,Zie je al iemand?” vraagt Thijs. Ik schud mijn hoofd. ,,Nee, weinig aan hier.” Hij strijkt even met zijn hand door mijn haar en wijst naar mijn lege glas. ,,Nog wat drinken?” Ik knik. Hij loopt naar de bar. Hij heeft zeker weer een leuke barman gespot. Ik kijk naar de rest van ons groepje. Micha is nergens te bekennen, die heeft zeker weer een leuk meisje ontdekt waar hij het hartje van kan breken. Sam staat een beetje ongeïnteresserd met haar heupen te wiegen. Wouter staat naast haar, doet alsof hij er niet bij hoort en staat moedeloos rond te kijken met een dood biertje in zijn hand. Wat een suffe avond. We hadden misschien beter thuis kunnen blijven en kaartspelletjes kunnen doen. Dan had ik dit jaar gewoon een tweede-avond-jongen gehad. Misschien zeg ik zo maar tegen Thijs dat ik terug wil naar de camping. Dan gaat hij wel mee. Pakken we gewoon een taxi.
Ik heb het nog niet gedacht of ik zie drie jongens binnenkomen die alledrie potentie hebben. Vooral de middelste. Die is bijna te leuk om als eerste-avond-jongen te dienen. Met die jongen wil ik trouwen, kindjes krijgen, oud worden, verdomme. Hij heeft donkere krullen; ik heb een zwak voor krullen. De kleur van zijn ogen kan ik niet zien, maar ik durf te wedden dat ze groen zijn. Deze jongen moet ik hebben. Gedachtenloos neem ik het glas wijn aan dat Thijs is komen brengen. Ik verlies mijn prooi geen moment uit het oog. Zijn vrienden gaan meteen druk de hele ruimte staan bekijken, maar hij gaat aan de bar staan en probeert de aandacht van de barman te trekken. Oké, tijd voor actie. Dit is het perfecte moment. Hij is alleen, geen gnuivende vrienden om hem heen als ik hem ga versieren. Van deze kans moet ik onmiddellijk gebruik maken. Ik duw mijn glas wijn in de hand van Sam en trek ten strijde. Ik voel de adrenaline bruisen. Deze jongen wordt van mij. Ik hoef geen ingewikkelde openingszin te gebruiken. Hij gaat hoe dan ook met mij mee vanavond, ik voel het.
Ik leg mijn hand op zijn onderarm. ,,Bestel je meteen ook iets voor mij?” vraag ik met mijn speciale zwoele versierstem. ,,Een droge witte wijn zou ik erg lekker vinden,” voeg ik er liefjes aan toe. Langzaam draait het hoofd van meneer Goddelijk mijn kant op. ,,Sorry?” Shit. Niet hard genoeg. Een openingszin moeten herhalen is funest. Normaal zou ik “laat maar” zeggen en weglopen, maar daar is deze jongen toch iets te lekker voor. Ik begin dus weer opnieuw, iets harder maar hopelijk met dezelfde mate van zwoelheid. ,,Bestel je meteen ook iets voor mij? Een droge witte wijn zou ik erg lekker vinden.” Zijn wenkbrauwen kruipen bij ieder woord een stukje omhoog, alsof hij gewoon niet kan geloven wat hij hoort. ,,Ik ken je helemaal niet.” Ai, dat klinkt niet al te enthousiast. Nou ja, misschien moet hij nog een beetje op gang komen. Ik schud mijn haar naar achteren, steek mijn hand uit en stel mezelf voor. ,,Ik ben Sterre. En jij bent?” Hij geeft een stevige hand terug, maar lijkt me niet echt aan te kijken. Het is alsof hij een beetje langs me heen kijkt. Misschien loenst hij. ,,Marco,” stelt hij zichzelf voor. ,,Zo,” zeg ik tevreden. ,,Nu kennen we elkaar.” ,,Ja,” zegt hij. Hij kijkt me nu eindelijk recht aan. ,,Maar je krijgt niets te drinken van me.” De spreekwoordelijke emmer koud water. Verbluft staar ik hem aan. ,,Je probeert me gewoon te versieren voor één avondje,” zegt hij. ,,Ik zie meteen wat voor soort meisje jij bent. Ik zeg niet dat je slecht bent, of een slet ofzo, maar je bent gewoon niet mijn type. Dus ik denk dat we elkaars tijd beter niet kunnen verspillen. Sorry.” Hij draait zich weer om.
Ik blijf nog even staan waar ik sta, niet in staat om me te bewegen. Heeft hij echt gezegd wat ik gehoord denk te hebben? Heeft hij me echt afgewezen omdat hij me goedkoop vindt? Niet dat hij dat met zoveel woorden gezegd heeft, maar dat was overduidelijk wat hij bedoelde. Hoe durft hij? Hoe durft de jongen van mijn dromen me zó te beledigen? Wie denkt hij wel dat hij is? Ik vind eindelijk de kracht om me om te draaien en been met grote stappen terug naar mijn groepje. ,,Ster, wat is er?” vraagt Thijs meteen. Maar ik kan er nog niet over praten. ,,Niets vragen,” zeg ik. ,,Maar ik wil terug naar de camping. Nu.”
30. Amy
Deze tent ruikt raar. Naar vocht en zweet en zand. Heeft zand eigenlijk wel een geur? Nou ja, dat moet wel, anders kan ik nooit denken dat ik zand ruik. Ik zucht en draai me nog eens op mijn andere zij. Dit soort onzinnige dingen denk ik altijd als ik niet kan slapen. En natuurlijk kan ik nu niet slapen. Het is elf uur, ik heb vandaag overdag overal tussendoor zeker drie uur liggen tukken, ik ben naar bed gegaan uit puur chagrijn en mijn mobiel zwijgt oorverdovend. Ik ga in mijn hoofd nog eens de mogelijkheden af.
- Hij negeert me (maar waarom zou hij dat in vredesnaam doen?)
- Hij heeft mijn smsjes wel gelezen maar is vergeten om terug te smsen (bijna onmogelijk, dat je zoiets één keer vergeet oké, maar twee keer?)
- Hij heeft het te druk om terug te smsen (maar waarmee dan in godsnaam? Hoeveel tijd kost één rottig smsje?)
- Zijn beltegoed is op (ook bijna onmogelijk, ik heb hem zondag nog zien opwaarderen)
- Zijn telefoon is stuk (kan ik me moeilijk voorstellen; hij heeft dat ding net een maand)
- Er is een ongeluk gebeurd en hij is dood of gewond (God verhoede het).
Het punt is, ik kan dit lijstje wel blijven herhalen voor mezelf, maar ik weet het gewoon niet. Ik zit hier, hij zit daar en ik zal er nooit achterkomen. Voorlopig tenminste nog niet. Dus kun je nu het beste gewoon gaan slapen, zegt de volwassen Amy. Met wakker blijven liggen schiet je ook niks op. Je maakt jezelf alleen maar gek, en morgen ben je kapot en gaan de anderen weer klagen dat je zo chagrijnig bent. Ja maar, zegt de kinderachtige Amy. Ja maar ik kan niet slapen voor hij iets heeft gestuurd. Ik ben ongerust. Ik moet het weten. Ik moet ik moet ik moet.
In de verte dreunt de campingdisco. Nou ja, echt “in de verte” is het niet: onze tent staat er zo dichtbij dat ik kan horen welk liedje er gedraaid wordt. Eén of ander flutnummer dat de laatste tijd ook steeds op TMF is. Die herrie draagt er ook aan bij dat ik klaarwakker ben in plaats van in diepe slaap. Waarom zijn campings ’s nachts nooit stil? Ik spits mijn oren en tel de verschillende geluiden die ik hoor. Het gedreun van de disco, kinderstemmetjes op de weg achter de tent (wat zijn dat voor ouders, die hun kinderen nog zo laat laten rondlopen?), het gepraat van Digna met iemand die blijkbaar bij haar is komen zitten, het gerommel met pannen in de tent naast ons. Ik zie schaduwen bewegen op het tentdoek. Om de één of andere reden voel ik me een beetje voor gek liggen hier; de wereld om me heen is duidelijk nog druk bezig met van alles, en ik lig al in bed. Terwijl ik klaarwakker ben. Maar wat moet ik dan doen? Weer opstaan? Weer nerveus voor de tent heen en weer gaan ijsberen? Dat zal me ook niets opleveren, behalve misschien een grauw en een snauw van Digna.
Toch rits ik mijn slaapzak open, zwaai ik mijn voeten over de rand van het gammele campingbed, pak ik mijn spijkerbroek van de grond. Ik trek hem aan. Over mijn slaaphemdje trek ik mijn dikste vest. Mijn voeten laat ik in mijn teenslippers glijden. Digna kijkt verbaasd als ik de tent uit kom. ,,Waar ga jij nou heen?” ,,Even een stukje lopen,” zeg ik. ,,Ik kan toch niet slapen.” Ze zit te praten met de jongen die in de bus naast haar zat. Hij glimlacht naar me.
Aan het strand is het niet zo stil als ik verwacht had. Een stukje verderop zit een groep dronken jongens te schreeuwen. Nou ja, die letten niet op mij, die hebben het te druk met elkaar. Ik ga in het zand zitten en staar naar de zee. Die ziet er mooi maar angstaanjagend uit. Als ik nu te ver zou doorzwemmen, zou ik binnen de korste keren afdrijven op die zwarte golven en al snel geen land meer kunnen zien. Hoe zou het zijn om midden in de nacht rond te zwemmen in die koude, zwarte wereld die er aan alle kanten hetzelfde uitziet? Zou je dat kunnen overleven? Of zou je binnen de korste keren kramp krijgen en verdrinken, of gewoon onderkoeld raken en langzaam doodvriezen? Ik schud mijn hoofd, alsof ik die gruwelijke gedachten daarmee kwijt kan raken. Ik moet niet aan dat soort dingen denken. Zolang ik hier zit, kan er niets gebeuren. Ik bepaal zelf of ik de zee in loop, en ik weet heel zeker dat ik dat absoluut niet van plan ben. De zee is mooi om naar te kijken, maar ik hoef er absoluut niet in.
,,Hee, meisje!” Geschrokken draai ik me om. Eén lamstraal heeft zich losgemaakt van het groepje. Hij kijkt me aan met een lodderige blik die hij zelf ongetwijfeld erg sexy vindt. ,,Hee, meisje,” herhaalt hij. ,,Meisje, wat doe jij ’s avonds in je eentje op het strand?” ,,Dat gaat je niks aan,” antwoord ik. Ik hoop dat hij niet zal gaan zitten. Maar dat doet hij wel. Een hele avond op het strand met alleen zijn vrienden, allemaal te dronken om nog te weten hoe ze bij een disco kunnen komen: ik ben waarschijnlijk zijn enige kans om te scoren vanavond. ,,Moet je niet doen, joh,” zegt hij. ,,Is geváárlijk.”
,,Ja, omdat ik weleens aangerand zou kunnen worden door dronken idioten zoals jullie. Je hebt gelijk. Ik ga.” Ik sta op. Wat een klotezooi, hij heeft het helemaal verpest, mijn mooie stille moment.
De dronken jongen springt ook overeind. ,,Nee, niet weggaan! Ik wilde alleen maar vragen of je… of je… of je bij ons wilt komen zitten.” Zijn dronken vrienden hebben het blijkbaar gehoord, want ze beginnen allemaal te joelen. Ik meen er zelfs eentje “Dieter heeft béét!” te horen roepen. ,,Je hebt niet beet,” antwoord ik snibbig. ,,Als je het dan zo graag wilt weten: ik ben naar het strand gegaan omdat mijn VRIENDJE niet terug smst, en ik gek word van het niet horen van het geluid van mijn telefoon.” Ik sta verbaasd over mezelf. Wat vertel ik allemaal aan deze vreemde? ,,Ahhh,” roepen zijn vrienden in koor. ,,Kom bij ons zitten,” herhaalt de dronken jongen, die blijkbaar Dieter heet. ,,We hebben drank. Dat kun je wel gebruiken. En we zullen je niet aanranden.”
,,Hoe weet je dat zo zeker?” Het is toch wel het stomste wat je als meisje kunt doen: ’s avonds laat in een vreemd land met een stel vreemde, stomdronken jongens op een verlaten strand gaan zitten. Maar hij kijkt me recht aan, en hij lijkt al wat nuchterder dan net. ,,Wij zíjn zo niet! Jezus, hoe denk jij over jongens? De meeste jongens zijn zo niet, hoor.”
En ze hebben drank. Dit is één van de zeldzame momenten waarop ik het gevoel heb dat ik wel een borrel kan gebruiken. En ik wil het leuk hebben zonder Jesse. Ik wil niet aan Jesse denken. Ik knik. ,,Oké dan. Kom maar op met die alcohol.”
31. Thijs
Ik kijk de verlaten weg af. Een taxi nemen lijkt makkelijker gezegd dan gedaan. Toen we hier anderhalf uur geleden liepen, leek deze straat bij nacht ook heel levendig te zijn. Maar nu is het enige geluid dat we horen, het gedreun van de bassen uit de disco. Om de één of andere reden zie ik het niet zo gebeuren dat hier snel een taxi zal langskomen. Waarschijnlijk moet je een nummer bellen en een taxi bestellen, net zoals in Nederland. Maar ik weet niet wat dat nummer is. En mijn Frans is te slecht om het aan iemand te vragen. En als ik het nummer dan eindelijk zou krijgen, zou mijn Frans weer te slecht zijn om hier foutloos een taxi voor onze neus te krijgen. Kortom; we zitten vast.
Sterre lijkt niet te merken dat onze kansen op het krijgen van een taxi niet al te groot zijn. Ze staat naast me te vloeken. ,,Wat een lul, wat een klootviool, wat een…” ,,Wil je me nou eindelijk eens vertellen wat er eigenlijk gebeurd is?” onderbreek ik de scheldcannonade. Dat heeft ze me namelijk nog niet eens verteld. Ze liep weg om met één of andere gast te versieren, kwam briesend terug en kondigde aan dat ze naar huis wilde. Verder heeft ze er nog geen woord over losgelaten, behalve een heel aantal scheldwoorden aan het adres van degene die haar zo beledigd heeft. ,,Ik vroeg een jongen of ik iets te drinken van hem kreeg,” zegt ze knarsetandend. ,,En dat kreeg ik dus niet. Omdat ik volgens hem ‘zo’n soort meisje’ ben. Eén of andere slet, dus. En dat dacht meneer in één oogopslag te zien. Wat een eikel.” Maar met zo’n openingszin kun je dat ook wel een beetje verwachten, denk ik bij mezelf. Maar dat zeg ik natuurlijk niet. ,,Als dat alles is,” probeer ik het te relativeren. ,,Kom op Ster, trek het je niet zo aan. You win some, you lose some.” Maar om de één of andere reden lijk ik haar de laatste dagen alleen maar te verliezen.
,,Kom, we gaan lopen,” zeg ik, haar meetrekkend. ,,Lekker langs het strand. Een taxi komt hier toch niet.” ,,Ik ben te moe om te lopen,” klaagt ze. ,,Ik wil zitten.”
,,En twintig euro betalen? Kom op, de camping is niet zo ver. Op de heenweg ging het toch ook?”
,,Toen had ik nog een klein beetje energie in mijn donder. Echt, Thijs, ik kán niet meer.”
Ik weet al waar dit heen gaat. Ik zucht. ,,Goed, goed, ik draag je wel. Maar niet de hele weg, hoor.” Om de één of andere reden lijkt ze dat laatste niet te horen. Met hernieuwde energie klimt ze op een bankje en geroutineerd hijst ze zichzelf op mijn rug. Ze slaat haar armen om mijn nek en leunt met haar hoofd tegen het mijne. Ik voel me warm worden vanbinnen. Ach, ik kan haar best de hele weg dragen. Ze is helemaal niet zo zwaar.
Het is een tijdje stil tussen ons, terwijl ik het strand op loop. Een paar kilometer met Sterre op mijn rug door het mulle zand ploeteren, een hele inspanning aan het eind van de dag. Maar zo heb ik tenminste nog eens iets aan al die avondjes fitness. Ik kijk naar de zee. Sterre zucht. ,,Wat is het hier mooi, ’s nachts.”
,,Zeg dat wel.”
,,De anderen weten niet wat ze missen.”
,,Die moeten straks ook lopen, als Micha eindelijk heeft besloten dat hij naar huis wil.”
,,Maar die lopen echt niet langs het strand. Die nemen gewoon weer de weg die we heen genomen hebben.”
,,Waarschijnlijk omdat ze te zat zijn om iets anders te bedenken.”
,,Of omdat ze jou niet hebben. Jij komt altijd met van die mooie ideeën.”
,,Jij vond het in eerste instantie anders helemaal niet zo’n mooi idee.”
Ze giechelt een beetje schuldig. ,,Maar nu wel.” Ik neem haar niet eens kwalijk dat ze mijn idee alleen goed vindt als ik haar draag. Zo is Sterre nou eenmaal. Ik hijs haar nog eens op en loop door, hoewel mijn voeten bij iedere stap verder in het zand lijken te zakken. Ze zucht. ,,Waarom zijn heterojongens nou nooit zo lief als jij?” Zo duidelijk heeft ze haar vermoeden nog nooit uitgesproken. Het komt waarschijnlijk door de drank. Beseft ze wel wat ze zegt? Dat zal wel niet. Ze gaat er gewoon van uit dat ik homo ben. En ik heb nooit iets gedaan om dat vooroordeel de wereld uit te helpen. Misschien is het nu tijd om dat te gaan doen. Ik haal diep adem. ,,Sterre, ik…” begin ik. Maar opeens slaakt ze een gil, waarvan ik zo schrik dat ik bijna struikel en samen met haar omval. ,,Thijs, kijk daar! Is dat Amy?” Ik kijk in de richting die ze aanwijst. Mijn mond valt open. Een paar meter van ons vandaan heeft Amy net haar string in het zand gegooid. Samen met vier onbekende jongens rent ze gillend van plezier de koude, donkere zee in.
32. Micha
De disco raakt leger en leger. De meeste mensen hier zijn vandaag aangekomen en willen zo langzamerhand wel gaan slapen. Het meisje waarmee ik stond te praten werd meegetrokken door haar vriendinnetjes. Suzette heette ze. Leuk grietje wel. Ik hoop dat ik haar nog eens tegenkom, en dan wat vroeger op de avond, zodat ze niet mee naar huis moet met een stelletje zuurpruimpjes op het moment dat we elk moment kunnen gaan zoenen. Nou ja. Pech gehad. Ik zie het maar als voorwerk. En het scheelt natuurlijk ook weer eventueel gezeik. Ik zou hoe dan ook alleen naar huis zijn gegaan. Ik ga altijd alleen naar huis. Geen gezeik voor mij.
Een hand op mijn schouder. ,,Heeft ze je laten zitten?” Ik kijk achterom. Sam staat me wazig glimlachend aan te kijken. Oei, die heeft flink lopen kantelen vanavond, zo te zien. ,,Nee, haar vriendinnen wilden naar huis,” zeg ik schouderophalend. Sam giechelt dommig. ,,Naar huis? Wonen ze hier in de buurt dan?” ,,Naar de tent,” verduidelijk ik zuchtend. Ze rolt met haar ogen en wankelt even. Ik grinnik. ,,Dat kun je beter niet doen als je lam bent.” ,,Wat niet?” vraagt ze niet-begrijpend. ,,Ach, laat ook maar,” zegt ze er meteen achteraan. ,,Zullen we dansen?” Ik kijk naar de half lege dansvloer. Ik heb eigenlijk ook wel zin om mijn bed in te duiken. Ik ben een groot voorstander van weggaan op het hoogtepunt. En zo te zien is het hoogtepunt hier alweer even geleden. Bovendien lijkt Wout er ook niet veel meer aan te vinden. ,,Morgen, goed?” beloof ik haar dus. ,,Volgens mij gaat deze tent zo sluiten. Je moet altijd ergens weg zijn voor de lichten aan gaan.” Ze pruilt. ,,Maar ik heb de hele avond nog niet met je gedanst.” Oké, het is officieel: ze is straallazarus. Ik sla mijn arm om me heen. Meteen komt ze helemaal tegen me aan hangen. ,,Kom, we gaan naar huis,” zeg ik terwijl ik haar zachtjes meetrek. Ze giechelt dommig. ,,Hihi, nou zeg jij het ook al. Wonen we hier dan?”
,,Dat mocht je willen, dronken lor. Je moet nog een flink eindje lopen.” Ik geef Wout een seintje. Hij klokt zijn biertje achterover en komt onze kant op. ,,Gaan we?” Ik knik. ,,Ja, lijkt me wel het beste.” Ik maak een hoofdbeweging naar Sam. Hij grinnikt. ,,Kan ze lopen?”
,,Ze zál lopen. Ik ga haar mooi niet dragen omdat zij toevallig tien wijntjes achterover geslagen heeft vanavond.” Meteen komt ze wat zwaarder tegen me aan hangen. ,,Het waren er geen tien. Iemand heeft met mijn drankje gerotzooid. Het waren er maar… vier of vijf.” Iemand heeft met haar drankje gerotzooid, ja hoor. Dat soort dingen zegt ze altijd als ze per ongeluk weer eens knetterlam is geworden. ,,Onzin,” zeg ik beslist. ,,Je kunt gewoon niet zo goed tegen drank als je zou willen.” Wout houdt de deur voor ons open. Ik sleep haar naar buiten. ,,Nee, ik wil niet nu al weg,” piept ze. ,,Ik wil nog met je dansen.”
,,Niks ervan. Jij gaat je roes uitslapen.”
,,Maar ik heb geen zin om te lopen. Kunnen we geen taxi bellen?”
,,Ik zou niet weten hoe dat werkt hier. Kom op, op de heenweg was het ook niet zo ver.” Ze kreunt aanstellerig. ,,Ik kan niet meer.”
,,Je kon nog wel met me dansen. Dan kun je ook best lopen.” Ik laat haar los. Even lijkt ze te overwegen om zich op de grond te storten als een driftige peuter in de supermarkt, maar gelukkig komt ze gewoon in beweging, al kijkt ze er chagrijnig bij. Ik hoop dat de terugweg sneller gaat dan de heenweg.

0 Comments:
Post a Comment
<< Home