33. SamIk word wakker van de brandende zon en mijn bonkende hoofd. Niet zo’n goede combinatie. Ik heb ook nog eens verschrikkelijk veel dorst. Nadorst. Ik grijp naar mijn Evian-flesje. Met trillende vingers draai ik het open. De flinke slokken die ik neem, voelen hemels. Ik drink het hele flesje leeg en ga weer achterover liggen. Wat een avond, gisteravond. Ik wist niet dat het simuleren van dronkenschap zo vermoeiend kon zijn. Natuurlijk, ik was ook wel dronken, anders zou ik me nu niet zo voelen. Maar het was ook lang niet zo erg als ik deed voorkomen, want dan zat ik nu ergens te kotsen. Het was ook eigenlijk een stom idee. Hoe kwam ik erbij? Ik moet dronken geweest zijn. Dronken genoeg om te bedenken dat het een goed idee zou zijn om heel dronken te doen. Geweldig.
Waarom dacht ik eigenlijk dat het zou werken? Wat was de logica er achter? Ik denk terug aan het moment dat ik mijn laatste wijntje achterover sloeg en opgelucht toekeek hoe het mooie meisje bij Micha vandaan liep. Ik dacht eigenlijk helemaal niet na. Ik wilde maar één ding: naar hem toe. En toen ik eenmaal bij hem stond en mijn hand op zijn schouder lag, bedacht ik pas welke indruk dit weleens zou kunnen wekken. Ik doe wel alsof ik knetterlam ben, dacht ik toen, als een soort laatste redmiddel, denk ik. Dronken mensen mogen klef doen. Ze zijn het niet zelf; ze zijn hun lamme alter ego. Dat weet iedereen.
En toen ik eenmaal bezig was, was het leuker en makkelijker dan ik ooit had kunnen denken. Eindelijk kon ik ongestraft tegen Micha aan hangen en dat heerlijke luchtje van hem opsnuiven. Ik kon zeggen wat ik wilde; het werd toch opgevat als dronkenmanspraat. En iedere keer als ik voelde dat hij aanstalten maakte om me los te laten, ging ik nog even wat zwaarder op hem leunen, of deed ik alsof ik bijna omviel. Dat ik echt behoorlijk aangeschoten was, hielp daarbij natuurlijk ook wel een beetje mee. Ik hoopte dat ik hem zo ver kon krijgen dat hij me zou dragen, maar dat lukte helaas niet. Hij wilde zelfs geen taxi bestellen. Ik moest mijn toneelstukje dus de hele weg naar huis volhouden, wat nog best lastig was nu de buitenlucht me een beetje ontnuchterd had. Ik hield de moed erin door luidkeels liefdesliedjes te zingen en af en toe aan één van de jongens te gaan hangen. Maar ik hoorde hoe ze af en toe over me praatten, alsof ik er zelf niet bij was. Alsof ik toch niet begreep wat ze zeiden. Ik was tenslotte stomdronken; ik had het allemaal niet door. ,,Jezus, zo heb ik haar nog nooit meegemaakt,” zei Micha. ,,Als jij toch niet van plan bent om hier met een mooie meid te gaan zoenen, kun jij haar dan de volgende keer een beetje in de gaten houden? Zo is ze echt niet te hebben.” ,,Ik ga echt nog wel een meisje aan de haak slaan, hoor,” antwoordde Wout, een beetje beledigd (logisch). ,,Ik ben haar babysitter niet.” ,,We moeten morgen gewoon tegen haar zeggen dat ze niet zo belachelijk veel moet drinken,” zei Micha. ,,Blijkbaar kan ze niet tegen drank. Prima. Maar hou het dan in godsnaam bij cola. Als je niet tegen drank kan, moet je niet drinken.” ,,Ik kan wél tegen dráááánk!” lalde ik protesterend. ,,Het is nu alleen een beetje verkeerd gevalll-gevalll-geválllllllen.”
O God, ik schaam me dood als ik eraan terugdenk. Hoe heb ik zo diep kunnen zinken? Dit moet ik echt nooit meer doen. Dit is de allerslechtste manier om een jongen aan de haak te slaan. Met een beetje pech is Micha zelfs op me afgeknapt. En dat is mijn eigen schuld. Had ik maar niet zo debiel moeten doen.
Het moment dat we terugkwamen in de tent was misschien nog wel het pijnlijkst. ,,Nou, Sam, je bed in,” zei Micha. ,,Ga je roes uitslapen en laat me je in godsnaam niet meer horen.” ,,Mijn oren suizen van dat gegil van haar,” zei hij tegen Wout. Het was dus toch niet zo’n goed idee om onderweg te gaan zingen. Beledigd wurmde ik me in mijn slaapzak. Ik had net besloten om geen kik meer te geven en in een diepe dronkenmansslaap te vallen, toen ik zag dat Amy’s bed leeg was. De slaapzak was keurig dichtgeritst. Ook haar schoenen en spijkerbroek zag ik nergens. Het was onmogelijk dat ze even naar de wc was; ze was gewoon de hort op. Maar waarheen in godsnaam? En met wie? Ik vergat mijn zogenaamde lamheid meteen. ,,Amy is weg,” flapte ik eruit, te laat beseffend dat het veel te nuchter klonk. Gelukkig leek het de jongens niet op te vallen. ,,Sam, hou in godsnaam op met die wartaal,” snauwde Micha. ,,Morgen mag je weer praten.” ,,Nee, serieus, ze is er echt niet,” hield ik vol. Maar hij gaf demonstratief geen antwoord meer. Van Wout hoorde ik alleen het gesuis van de muziek in zijn oordopjes.
Ik bleef me maar afvragen waar Amy in godsnaam kon uithangen. Ik kon er niet van slapen. Ik hield de tijd bij. Vier uur, half vijf. Dit was absoluut niets voor Amy. Ik dacht dat ze vanavond vroeg naar bed zou gaan omdat ze kapot was van de busreis. Bovendien houdt ze helemaal niet van uitgaan. En met een jongen kon het ook niets te maken hebben, want ze is stapelverliefd op Jesse en ze zou hem nooit ofte nimmer bedriegen. Ik bleef maar piekeren, tot ze om kwart voor vijf de tent kwam binnenwankelen. Ze was nog lammer dan ik net had gefaket. Ze stond letterlijk te zwaaien op haar benen. Zo had ik haar nog nooit gezien. Ze plofte neer op mijn bed. ,,Sam,” zei ze met een hese stem die ik nog nooit van haar had gehoord. ,,Sam, ik heb zo’n geweldige avond gehad.” Ik ging rechtop zitten. ,,Met wie? Waar ben je geweest?” Haar ogen straalden. ,,Op het stand. Met Dieter, en Joost, en Vincent, en Stijn.” Geen van die namen klonk me bekend in de oren. ,,Wie zijn dat in godsnaam?” Ze grijnsde alleen maar. ,,Mijn nieuwe vrienden. My new best friends.”
,,Maar… hoe…” stamelde ik. Ik herkende haar nauwelijks. Dit was een compleet andere Amy. Was ik misschien toch ontzettend dronken? Droomde ik dit allemaal maar? ,,Sam,” gromde Micha half slapend. ,,Stil.” Hij gaf mij blijkbaar nog steeds de schuld van elk geluidje dat hij hoorde. Ik realiseerde me nog eens dat ik die hele dronken show nooit had moeten weggeven. ,,Ik ga slapen,” fluisterde Amy. ,,Ik ben kapot. Morgen vertel ik je alles.” ,,Oké,” fluisterde ik terug. Ik ging weer liggen en trok mijn slaapzak nog eens lekker om me heen. Het volgende moment sloeg de zware dronkemansslaap dan eindelijk toe.
34. Wouter
Het is stil als we zitten te ontbijten aan twee bij elkaar geschoven tuintafels voor de tent. Iedereen heeft een kater, behalve Digna, maar die heeft standaard een ochtendhumeur, zelfs als het eigenlijk al middag is. Haar gezicht staat op de “praat niet tegen me”-stand. Sam zit met haar hoofd gebogen en heeft haar lange haar aan beide kanten als een gordijn voor haar gezicht gehangen. Ze zal zich wel flink verrot voelen na gisteravond. Ze had het niveau bereikt waarop dronkenschap genant wordt. Ik schaamde me bijna plaatsvervangend voor haar. Naast haar zit Amy, die tegen de ochtend opeens de tent kwam binnenvallen met een warrig verhaal over vier totaal onbekende jongens waar ze mee op stap was geweest. Ik had gehoopt dat haar uitstapje haar wat vrolijker zou maken, maar het tegenovergestelde lijkt waar. Ze eet kleine muizenhapjes van haar croissant en staart sip in de verte. Zou ze Jesse bedrogen hebben met één van de vier mysterieuze vreemdelingen? Lijkt me niet waarschijnlijk; ze is dol op die jongen. Maar aan de andere kant, een paar uur geleden leek het me ook niet waarschijnlijk dat ze er in het holst van de nacht vandoor zou gaan met een stelletje volslagen onbekenden.
Naast Amy zit Sterre, die er zoals gewoonlijk het beste uitziet van iedereen, fris en uitgerust. Haar lange blonde haar heeft ze naar achteren geschoven met een brede rode haarband, die perfect past bij haar witte jurkje met rode polkadots en haar rode teenslippertjes. Een mooie meid is het, maar ze zou mooier zijn als ze zich niet zo obsessief bezighield met mooi zijn. Zoals altijd wordt ze geflankeerd door Thijs, die er net zoals zij uitziet alsof er niets gebeurd is. Het lijkt wel alsof ze hun outfits op elkaar afgestemd hebben: hij draagt een witte polo met dunne rode streepjes. Het zou me niks verbazen als ze dat ook nog echt zo afgesproken hadden. Naast Thijs zit Micha, die met grote happen zijn derde stuk stokbrood met kruidenboter naar binnen schrokt. ,,Zeg,” zegt hij met volle mond. ,,Wat zijn de plannen voor vandaag?” Het blijft stil. ,,Jezus, wat zijn jullie toch ook een stelletje sufkutten,” zegt hij. ,,Ga me nou niet vertellen dat jullie helemaal niks bedacht hebben voor vandaag.” Ik had verwacht dat Sam wel met een of ander spetterend plan zou komen, maar ook zij houdt haar mond. ,,Het lijkt me wel leuk om naar Perpignan te gaan,” zegt Thijs. ,,Een beetje cultuur opsnuiven.” ,,En shoppen,” voegt Sterre er meteen aan toe. ,,Goed, dan gaan we naar Perpignan,” zegt Micha, alsof hij degene is die er toestemming voor moet geven. Hij heeft niet één van zijn beste buien vandaag. ,,Misschien wil ik wel helemaal niet naar Perpignan,” zegt Digna, die het bazige toontje blijkbaar ook gehoord heeft. ,,Je hoeft niet te doen alsof jij hier de reisleider bent.” Micha haalt zijn schouders op. De meeste mensen zouden schrikken van dit soort kritiek, maar langs hem lijkt het af te glijden. ,,Dan had je met een beter plan moeten komen.” ,,Ik heb een beter plan,” zegt Digna. ,,Ik ga de hele dag aan het strand liggen en mijn boek lezen.” Micha propt de laatste hap van zijn stokbrood naar binnen. ,,Je doet maar,” zegt hij onverschillig. Digna smijt het mes waarmee ze aan het smeren was, neer op tafel. ,,Inderdaad, ik doe maar. Ik doe het zelfs nu meteen! Ik kan die kop van jou niet meer zien!” Ze stampt de tent in en komt er bijna meteen weer uit, gewapend met een handdoek, een boek en een flesje zonnebrand. Zonder nog iets te zeggen loopt ze het pad af en de hoek om. Dan is ze verdwenen.
,,Moet zeker ongesteld worden,” zegt Micha onverschillig. Denkt hij dat écht? Begrijpt hij dan helemaal niets van wat er in haar omgaat? Ik zou het hem willen vragen, maar ik wil hem ook niet zo te kijk zetten tegenover de rest. Ik hou dus maar mijn mond. De anderen doen hetzelfde. Het is gespannen stil. ,,Zullen we zo dan maar eens naar de bushalte gaan lopen?” vraagt Sterre na wat een eeuwigheid lijkt. ,,Ja, ja, is goed,” mompelt iedereen. We ruimen snel de ontbijtspullen op. Ik gooi mijn portemonnee, mobiel en mp3-speler in mijn rugzak. Ik hoop dat het een leuke dag wordt.
35. Digna
Je doet maar. Je doet maar. Het blijft door mijn hoofd gonzen. Je doet maar. Je doet maar! Je! Doet! Maar! Nooit geweten dat drie woordjes zoveel pijn konden doen. Drie woordjes kunnen je een enorme klap in je gezicht geven. Drie woordjes, die eigenlijk zoveel zeggen als: ik geef niets meer om je, het kan me niet schelen wat je zegt, het kan me niet schelen wat je doet. Je doet er niet meer toe voor mij. Tot zover het “vrienden blijven” dus. Wat een lul. Ik kan niet geloven dat hij überhaupt ooit mijn beste vriend is geweest. Of gedroeg hij zich toen nog niet zo schofterig? Hij is altijd wel aan de botte kant, maar de laatste dagen lijkt het de spuigaten uit te lopen. Hoe dan ook, deze Micha vind ik een klootzak. Het kan me niet schelen of hij vroeger ook zo was en ik dat gewoon nooit gezien heb, verblind als ik was, of dat zijn evil twin het opeens stiekem heeft overgenomen, maar ik wil niks meer met hem te maken hebben. Micha is history. Hij hoort niet meer bij mijn vrienden. Geschrapt van het lijstje. Het is goed dat ik net ben weggelopen. Laat hij maar eens merken dat hij niet alles zomaar kan maken. Een beetje de reisleider uit zitten hangen, wie denkt hij wel niet dat hij is. De anderen zullen misschien volgzaam “ja Micha” zeggen, maar zo ben ik dus niet. Ik had best mee gewild naar Perpignan, maar nu ga ik gewoon uit principe niet meer mee. Ik ga ze ook niet later opzoeken als ik mijn boek uit heb. Ik zou trouwens niet eens weten hoe ik er moest komen; ik snap niets van die bussen hier en mijn Frans is, om te spreken met één van de weinige Franse woordjes die ik ken, terrible. Nee, ik blijf lekker de hele dag hier en ik zie wel weer wanneer ze terugkomen. Ik zou zelfs kunnen proberen om te zorgen dat ik nog later terug ben dan zij. Misschien kan ik de Amy-truc uithalen en een paar onbekende jongens op de kop tikken om de hele nacht mee op stap te gaan. Misschien kan ik met Bert en zijn vrienden gaan rondhangen. Dat is best een goed idee. Maar ik wil me ook weer niet teveel aan Bert opdringen; straks gaat hij nog denken dat ik hem leuk vind ofzo. Dat is helemaal niet zo. Het is gewoon fijn om met hem te praten omdat we allebei in dezelfde situatie zitten. Niet dat we alleen maar praten over onze gebroken harten. Gisteravond hebben we het echt over van alles gehad. Ik vond het leuk dat hij bij me kwam zitten, juist op het moment dat ik me een beetje alleen voelde. Hij is iemand met wie ik echt goed bevriend zou kunnen raken. Overzichtelijk bevriend. Gewoon alleen vrienden, en verder helemaal niks. Dat doe ik nooit meer, er meer van maken. Het verpest alles. Zelfs je vakantie.
Maar ik wil mijn vakantie helemaal niet laten verpesten, denk ik als ik mijn handdoek op het strand uitspreid. Ik zál mijn vakantie niet laten verpesten. Als Micha vervelend doet en de rest me buitensluit, trek ik gewoon mijn eigen plan. Ik kan heel goed zonder anderen. Ik ga hier een leuke vakantie van maken, hoe dan ook. Ik vermaak me wel in mijn eentje. En af en toe met Bert. Als ze me er niet bij willen hebben, dan maar niet. Maar dan zullen ze het weten ook.
36. Sterre
Ik had me meer van Perpignan voorgesteld dan dit. Ik weet niet hoe ik het precies voor me zag, maar ik dacht in elk geval aan iets romantisch, pittoresk, duidelijk Frans… een stad met straatjes die direct het ultieme vakantiegevoel bij je losmaken. Misschien zijn we op de verkeerde plek uit de bus gestapt, maar Perpignan lijkt een stad zoals alle andere. Dit had zo’n beetje overal in Europa kunnen zijn. Behalve in Scandinavië, want daar is het dan net weer te warm voor. Of zou het daar ook weleens 35 graden zijn? Hoe dan ook; tot nu toe vind ik Perpignan niks. Ik wou dat ik met Digna mee naar het strand was gegaan. Winkels zie ik hier ook nergens, behalve een zaak met computeronderdelen en een gesloten uitziende pharmacie. Niets waar ik een mooi Frans jurkje zou kunnen kopen.
Digna is het gesprek van de dag sinds haar woedeuitbarsting van daarnet. Stiekem vindt iedereen het wel interessant als er zoiets gebeurt. Ik in elk geval altijd wel. ,,Hoe zou ze het hebben, in haar eentje aan het strand?” vraag ik me hardop af. ,,Oh, die vermaakt zich wel,” zegt Micha zorgeloos. ,,Als iemand goed alleen kan zijn, is het Digna wel.” ,,Snapt hij wel dat het zijn schuld is dat ze alleen aan het strand ligt?” fluistert Thijs in mijn oor als Micha even niet oplet. ,,Hij snapt het wel, hij trekt zich er alleen niets van aan,” antwoord ik zachtjes. Hij lijkt er totaal niet mee te zitten dat hij ruzie met zijn exvriendin heeft. Zijn exvriendin die ooit zijn beste vriendin was, nota bene. ,,Moet je eens aan vorig jaar denken,” zeg ik tegen Thijs (Micha is nu helemaal vooraan gaan lopen, en bestudeert al lopend een stadskaart van Perpignan die hij blijkbaar ergens opgeduikeld heeft). ,,Hoe close ze toen waren.” Thijs knikt. ,,Toen riepen ze nog dat ze nooit iets met elkaar wilden. Want dat zou alles alleen maar verpesten.” Ik grinnik. ,,Nou, ze hebben gelijk gekregen.”
,,Maar dat is toch ook hoe zij zijn,” zegt Thijs. ,,Ze zijn allebei uit hetzelfde hout gesneden, daarom pasten ze ook zo goed bij elkaar. Ze denken geen van beiden ooit één seconde na over de consequenties van wat ze allemaal zeggen en doen.”
,,Misschien gaan ze het nu eens leren. Ze verzieken elkaars vakantie als ze zo doorgaan.”
,,Elkaars vakantie? Ik dacht het niet. Moet je Micha zien lopen, loopt hij erbij als iemand die zijn vakantie laat verpesten? Hij verpest Digna’s vakantie, absoluut, maar andersom laat hij het mooi niet gebeuren.”
Plotseling draait Sam, die met Amy voor ons liep, zich om. ,,Micha kan zich gewoon snel over dat soort dingen heen zetten,” bemoeit ze zich ermee. ,,Hij heeft het gewoon afgesloten. Digna moet ook eens leren om door te gaan met haar leven.” Dit is typisch weer Sam: meten met twee maten. ,,Zegt wie?” vraagt Thijs. Sam kijkt hem verbaasd aan. ,,Zeg ik. Hoezo?” ,,Omdat jij, als ik het me goed herinner, minstens een half jaar uitgebreid hebt lopen treuren toen Simon het uitmaakte,” vul ik hem aan. ,,Ja, maar dat was anders,” verdedigt ze zich. ,,Toen dacht ik écht dat het ware liefde was.” Thijs haalt zijn schouders op. ,,Misschien dacht Digna dat ook wel.”
,,Ach, kom nou,” zegt Sam smalend. ,,Het was toch duidelijk dat het niet echt héél serieus was tussen hen.” ,,Dat weet je toch helemaal niet!” verdedig ik Digna. ,,Het léék misschien niet serieus, maar je weet toch niet wat ze dácht.” Sam kijkt twijfelend. ,,Als ik Digna een beetje ken, denk ik dat ze helemaal niet zoveel dacht.” Het irriteert me dat ze dat zo voor Digna invult. ,,Jij bent niet de enige met een rijk innerlijk leven,” merkt Thijs op, die blijkbaar weer eens hetzelfde denkt als ik. ,,Maar wel een stuk rijker dan dat van Digna,” antwoordt Sam bits. Dan draait ze zich weer om en praat verder met Amy. Ik kan er niet de vinger op leggen, maar ergens klopt er hier iets niet helemaal.
37. Amy
,,Eh… een coca,’ stamel ik als de ober in het Frans vraagt wat ik wil drinken. ,,S’il vous plaite,” voeg ik er haastig aan toe. Ik laat me weer achterover vallen in mijn ongemakkelijke houten stoeltje. Ik voel me alsof er een trein over me heen gereden is. Maar dat smsje, dat heb ik gekregen. Het maakte me wakker, vanochtend. En ik voelde me zo verrot, dat ik er in eerste instantie niet eens blij mee kon zijn. Waarom maak je me nou wakker, dacht ik eerst. Toen realiseerde ik me dat het van Jesse moest zijn. En vlak daarna realiseerde ik me dat ik eerst iets heel anders moest doen voor ik het smsje kon lezen. Ik voelde mijn maaginhoud naar boven komen. De wc redde ik al niet meer. Ik heb zitten kotsen in de struiken achter onze tent. Later heb ik mijn braaksel zo goed en zo kwaad als het ging begraven met mijn teenslipper (die heb ik daarna weggegooid, ik moet zometeen even een nieuw paar teenslippers kopen). Ik hoop dat het niet gaat stinken nu de zon erop staat te branden. Maar het ligt onder een dikke laag aarde, dus dat zal wel goed gaan.
Hij zei niet eens sorry voor zijn late antwoord. Het berichtje was: “Hee schat, mooi dat je het relaxed hebt daar. K wou dat k bij je was, k word gek van al dat werken. Xxx”. Wou hij dat hij bij me was omdat hij gek wordt van zijn werk, of omdat hij bij mij wil zijn? Ach, dat laatste natuurlijk, het was gewoon een beetje ongelukkig geformuleerd. Het was verder een lief smsje. Ik wilde eerst heel koppig niks terugsturen, maar dat hield ik welgeteld tien minuten vol. Wat als er nou een storing was, waardoor het smsje gewoon veel later was aangekomen? Stel dat hij nu ongeduldig op míjn smsje zat te wachten? Dus ik gaf hem meteen antwoord. “Heej lieffie, ben gisteren uit geweest, voel me verrot haha! K mis je nu al! Xxx”. Zodra ik het verstuurd had, had ik er een slecht gevoel over. Was het niet veel te needy? Maar er is niks aan te doen. Het is nu verstuurd en de hemel mag weten wanneer het bij hem aankomt, als er inderdaad een storing is.
,,Hoe voel je je, Amy?” vraagt Sam bezorgd. Ik kreun. ,,Koppijn.” Micha grinnikt. ,,Ja Amy, dat heet nou een kater. Maak je dat ook eens mee.” Dat soort grapjes krijg ik de hele ochtend al over me heen. Dit gedrag is niemand van me gewend. Ik zelf eigenlijk ook niet. Ik weet niet helemaal wat ik ervan moet vinden. Aan de ene kant schaam ik me een beetje omdat ik me zo heb laten gaan, en omdat ik daar nu duidelijk de prijs voor betaal. Ik wist niet dat je je zó beroerd kon voelen van een beetje drank. Nou ja, een beetje… in mijn geval een heleboel. Ik weet niet meer wat ik allemaal precies gedronken heb, maar het was heel wat. En ook heel wat door elkaar. Bier, wijn, martini, en op het laatst zelfs wodka, maar dat was smerig. Maar aan de andere kant voel ik me ook stoer. Dat is misschien heel zielig, hoe oud ben ik nou helemaal? Maar ik kan het niet ontkennen. Ik ben met vier vreemde jongens op pad geweest, en ze waren superrelaxed. We hebben afgesproken om deze week nog een keer te gaan stappen. En ik heb nu óók eens een kater. Ik, degene die altijd de anderen met een kater verpleeg, ben nu zelf een keer de patiënt. En ik heb Sam eens flink voor me laten rennen vanmorgen, zoals ik dat ook zo vaak voor haar gedaan heb. Glaasje water, nog een glaasje water, en nu maar eens een glaasje sinaasappelsap proberen… Sam probeerde het lief en geduldig te doen, maar ik zag aan haar dat ze afwezig was. Het leek alsof ze ergens mee zat. Ik vroeg of er iets was, maar ze haalde heel overdreven haar wenkbrauwen op – ze denkt dat dat de perfecte Onschuldige Blik is – en zei: ,,Nee, hoezo?” Ik had teveel hoofdpijn om te gaan doordrammen. Ik haalde mijn schouders op. ,,Zomaar, laat maar.”
Ik houd het koude glas cola tegen mijn bonkende hoofd. Ik wou dat deze dag al afgelopen was.
38. Thijs
Van cultuurhappen is weinig gekomen vandaag. Niet omdat we het niet wilden; we vonden dat het wel even moest. Onder heftig protest van Sterre hebben we dus naar Cultuur gezocht. We konden het alleen niet vinden. Het lijkt wel of Perpignan gewoon niet zoveel cultuur hééft. Het dichtste bij cultuur kwam de burcht die midden in de stad ligt. We liepen er een beetje omheen en namen wat foto’s en liepen onder het poortje door. Toen stonden we opeens in een winkelstraat. En dat was, vanzelfsprekend, het einde van het cultuurgedeelte van vandaag. Sterres ogen begonnen te glanzen en Sam en Amy lieten zich gewillig meetrekken de eerste de beste schoenenwinkel in, om er een half uur later weer uit te komen met alledrie hetzelfde paar slippertjes: Sterre in het turqoise, Sam in het zwart, Amy in het babyroze.
Ik vraag me altijd af waarom het niet bij meiden opkomt dat jongens nou eenmaal niet houden van winkelen. En dat als je met zijn allen op stap bent, het ook wel leuk is als je iets doet wat iedereen leuk vindt. Sterre weet volgens mij niet dat ik winkelen niet echt leuk vind: aangezien ze aanneemt dat ik homo ben, gaat ze er altijd vanuit dat ik winkelen wel helemaal geweldig zal vinden. En met haar vind ik het ook wel leuk. Met haar is alles gezellig. Als zij erbij is maakt het me niet uit wat we doen. En soms kan het wel handig zijn om wat vrouwelijk advies te krijgen bij het kopen van nieuwe kleren of schoenen. Maar met drie kakelende meiden shoppen, dat gaat me te ver. Dat is teveel van het goede.
Dat vinden Wout en Micha ook. We zitten met z’n drieën in de schaduw op een centraal gelegen pleintje en hebben tegen de meisjes gezegd dat ze ons maar moeten komen opzoeken als ze klaar zijn. Althans, dat heb ik gezegd. Micha en Wout waren er niet zo blij mee. ,,Nou blijven ze minstens drie uur weg, man,” zei Micha geïrriteerd. ,,Waarom zeg je dat nou? We hadden beter een tijd kunnen afspreken.” Hij is de hele dag al zo bazig. Het verbaast me niks dat Digna boos is weggelopen. Maar ik heb altijd meer moeite om tegen Micha op te kunnen. Ik weet niet hoe dat komt. Ik voel me gewoon snel overruled door hem. Hij is sterker dan ik en hij weet het. Hij is een mannenman en ik ben dat niet. ,,Ze komen vast wel weer een keer langs,” zeg ik slapjes. ,,Zo groot is het hier niet.” Micha haalt zijn schouders op. ,,Alsof dat hun wat uitmaakt. Dan gaan ze gewoon dezelfde winkels nog een keer in en kopen alles waar ze de eerste keer drie kwartier over hebben staan twijfelen. Leer mij die meiden kennen.” ,,Als het te lang duurt, ga ik ze wel zoeken,” beloof ik, in de hoop dat hij er over zal ophouden. Dat doet hij, maar alleen door het gesprek een andere wending te geven waar ik ook niet zo blij mee ben. ,,Waarom ben jij eigenlijk niet mee gaan shoppen? Jij houdt daar toch wel van?” Oh nee, niet hij ook al. ,,Niet bijzonder,” zeg ik naar waarheid. ,,Alleen Sterre sleept me weleens mee.” ,,Kom nou,” zegt hij ongelovig. ,,Jij lijkt me nou typisch zo’n man die van winkelen houdt. Vind je niet?” vraagt hij aan Wout. Die kijkt ongemakkelijk naar de grond en haalt zijn schouders op. ,,Ik weet het niet.”
Ik zou Micha eigenlijk moeten vragen wat hij hier precies mee wil zeggen. Ik zou van me af moeten bijten. Maar ik kan het niet. De woorden liggen op het puntje van mijn tong, maar ze komen mijn mond niet uit. In plaats van voor vechten kies ik voor vluchten. Ik sta op. ,,Ik ga de meiden wel even zoeken.” Als ik wegloop, weet ik dat mijn snelle pas me verraadt.
39. Micha
Wat een kutdag. Kutstad, kutwarmte, kutmensen. In plaats van iets nuttigs te doen, zitten we hier op dit stoffige pleintje te wachten tot de dames eindelijk klaar zijn met shoppen. Thijs is naar ze toe gevlucht toen de grond hem te heet onder de voeten werd omdat ik hem begon uit te horen over zijn geaardheid. Hij zou ze gaan zoeken. Of hij is een hele slechte zoeker, of hij staat nu in een pashokje met een roze bloesje aan en een haarband met nepbloemen in zijn haar.
Ik wil het niet, maar ik moet de hele tijd aan Digna denken. Ik vind het vervelend dat ik haar gekwetst heb, al zeg ik de hele tijd dat ik het me niet zo moet aantrekken. Dit is niets voor mij. Ze zal wel ongesteld zijn of weet ik veel wat die meiden allemaal hebben. Ze deed alsof ik iets afschuwelijks tegen haar zei. Oké, misschien was ik niet al te vriendelijk, maar die buien heb ik af en toe gewoon. Dat zou ze inmiddels toch wel moeten weten. En vroeger deed ze er nooit moeilijk over. Ze heeft er nooit zo’n scène over gemaakt als vandaag. Het zal wel door de hitte en het slaapgebrek komen, dat ze zo aangebrand reageerde. Amy zei dat ze gisteravond nog een hele tijd met die sukkel van de bus heeft zitten praten. Ze maakt er wel werk van. Ik vind het niets voor Digna om zo snel iemand anders te hebben. Maar misschien ken ik Digna wel helemaal niet zo goed als ik dacht. Misschien heb ik altijd een ander iemand van haar gemaakt dan ze werkelijk was. Misschien was ze voor mij wie ik wilde dat ze was. Ik vraag me af wat ze nu doet, in haar eentje op het strand. Stiekem – maar dit zal ik nooit hardop toegeven – maak ik me een beetje zorgen over haar. Ik hoop dat ze zich goed insmeert, want ondanks dat ze donker haar heeft, verbrandt ze verraderlijk snel. Maar niemand mag ooit weten dat ik weleens nadenk over dat soort dingen.
Wout zit naast me en zwijgt. Ik neem aan dat hij nog steeds zit te broeien over de mislukking van gisteravond. ,,Vanavond gaan we lekker stappen,” zeg ik, om hem indirect een beetje moed in te praten. Hij knikt zonder veel enthousiasme. ,,Kom op, man,” zeg ik tegen hem. ,,Vanavond gaat het lukken. Misschien moet ik het niet voor je doen. Je moet zélf op iemand afstappen. Dan zeg ik van tevoren wel wat je moet zeggen.” Hij haalt zijn schouders op. ,,Ja, misschien.” ,,Je moet het zelf weten, hoor,” zeg ik, een beetje geïrriteerd door zijn passieve houding. ,,Jij was degene die eindelijk eens ontmaagd wilde worden. Dan zul je er ook moeite voor moeten doen. De gewillige dames komen zich heus niet uit zichzelf aanbieden, hoor.” ,,Voor jou gaat dat allemaal makkelijker,” mompelt hij, terwijl hij met een stokje tussen de stoffige straatstenen begint te porren. ,,Waarom zou dat voor mij makkelijker gaan?!” zeg ik niet-begrijpend. ,,Het gaat gewoon om je houding, man. Als ik zo verl…teruggetrokken was als jij, zou het er met mij precies hetzelfde voorstaan. Als…”
Maar dan voel ik opeens een warme hand op mijn schouder. ,,Zo, ben je weer aan het blaffen?” Ik kijk op. Sterre staat me glimlachend aan te kijken in haar sexy jurkje. Ik krijg het er nog warmer van. Al ben ik al jaren met haar bevriend, ik vind haar nog steeds een enorm lekker ding. Als zij niet zo’n rare verhouding met Thijs had, en als Digna geen gehakt van me zou maken als ik achter het tweede meisje uit onze vriendenkring aanging, zou ik misschien nog weleens proberen om er werk van te maken. Ik schraap mijn keel. ,,Ach, blaffen, blaffen…” Dan valt het me opeens op dat ze alleen is. ,,Waar heb je de anderen gelaten?” Ze kijkt van me weg. ,,Ik neem even een pauze. Ik had er geen zin meer in.” Sterre die een pauze neemt van het winkelen? Hier klopt iets niet. ,,Is er iets gebeurd ofzo?” vraag ik onderzoekend. Ze schudt haar hoofd. ,,Nee hoor. Ik was het gewoon even zat. Dat kan toch?” ,,Weet je het zeker?” probeer ik nog. ,,Geen ruzie… rare voorvallen?” Maar het enige wat ze doet, is sereen glimlachen, terwijl ze haar jurkje gladstrijkt.
40. Sam
,,Die is ook leuk!” zegt Thijs enthousiast, als ik in een wit shirtje de paskamer uit kom. Ik zucht. ,,Ja hè. Het is maar goed dat ze deze winkel in Nederland niet hebben. Ik zou ‘m iedere maand leegkopen.” Ik staar naar mijn spiegelbeeld. Het witte shirtje staat me inderdaad erg goed. Meestal maakt wit me dikker, maar dit shirtje kleedt juist af. Ik denk aan mijn besluit om wat rustiger aan te doen met shoppen, omdat ik meer excursies ga doen dan ik eigenlijk kan betalen. Maar aan de andere kant, ik ben toch op vakantie… een paar weekjes werken en ik ben zo weer uit de rode cijfers. Ik knik naar mezelf. ,,Ik neem ‘m.” ,,En die andere dingen?” vraagt Thijs nieuwsgierig. Shit, dat is ook zo. Dat lieve zwarte jurkje en het zeegroene hemdje. ,,Dat jurkje zou ik sowiezo doen,” zegt hij, alsof hij mijn gedachten kan raden. ,,Zo’n little black dress kun je altijd goed gebruiken.” ,,En wat vind je van het hemdje?” vraag ik.
,,Die was maar tien euro, toch? Voor zo weinig geld zou ik ‘m wel nemen.”
Ach ja, hij heeft ook gelijk. Wat is hij toch fantastisch met dit soort dingen. Ik ga me niet schuldig voelen; ik neem het gewoon allemaal. Ik ga me geen zorgen maken over geld deze week.
Als we naar buiten lopen kijk ik om me heen. ,,Waar is Sterre eigenlijk?” ,,Naar de jongens toe,” antwoordt Amy. ,,Ze zei dat ze even een pauze wilde nemen.” Hmm. Dat klinkt niet als Sterre. Meestal zijn wij juist degenen die pauze nemen, en is zij degene die er chagrijnig bij zit en wacht tot we weer verder “mogen”. ,,Ik weet het ook niet, hoor,” zegt Thijs. Hij klinkt een beetje geïrriteerd, alsof we hem om een verklaring gevraagd hebben. ,,Dat zeg ik toch ook helemaal niet,” zeg ik. Besluiteloos staan we op de stoep. De stemming is opeens een beetje ingezakt, nu Sterre ons niet halsoverkop meetrekt naar de volgende winkel. ,,Zullen wij anders ook maar stoppen?” stelt Thijs voor. ,,Ik heb eigenlijk best honger.” Amy knikt. ,,Ja, ik ook. Ik heb nog maar heel weinig gegeten vandaag.” Haar kater zal inderdaad wel zo’n beetje over zijn inmiddels. Ik vrees dat ik eraan zal moeten geloven. We moeten ergens gaan eten en ik heb zo’n vermoeden dat het niet zo mager en gezond zal zijn als de pasta die Thijs gisteren zo heerlijk in elkaar gedraaid heeft.
Micha en Wout zitten nog steeds op het pleintje waar we begonnen zijn, tegenover de schoenenwinkel waar ik die geweldige slippertjes gekocht heb. ,,Hèhè,” zegt Micha. ,,We dachten dat jullie nooit uitgewinkeld zouden zijn.” Het valt me op dat hij hierbij scherp naar Thijs kijkt. Hij stelt echt alles in het werk om Thijs deze vakantie uit de kast te laten komen. Een beetje flauw wel, maar ach, blijkbaar wil hij graag met me uit eten. Na gisteravond mag ik daar ook wel blij mee zijn. Ik heb het afgedaan als een grapje, vanmorgen. ,,Ik meen me te herinneren dat ik gisteravond heel erg was,” zei ik luchtig. ,,Sorry hoor. Vooral voor die liedjes.” Hij lachte. ,,Oh, dus je weet het nog? Dat valt me dan weer mee.” ,,Vanavond mag je opletten dat ik niet teveel drink,” beloofde ik hem. Twee vliegen in één klap: dan word ik niet dronken en blijft hij hopelijk dicht bij me in de buurt.
De jongens staan op en we slenteren door de straatjes, op zoek naar een geschikt restaurant. Ik hoop maar dat ze er salade hebben; het zou zonde zijn als mijn nieuwe witte shirtje opeens niet meer zo goed afkleedde.
41. Wouter
We eten bij een klein restaurantje in een smal straatje. Toen we verzamelden op het pleintje waar Micha en ik hadden zitten wachten, hing er een vervelende spanning. Er speelt duidelijk van alles in ons groepje, en het grootste deel daarvan gaat volledig buiten mij om. Volgens Micha komt dat doordat ik me afsluit; volgens mij komt het doordat ik gewoon nergens bij betrokken word. Ik ben geen schouder om op uit te huilen. Daar ben ik gewoon het type niet voor. Ik ben meer het observerende type. Maar al observeer ik de ogen uit mijn kop, ik kan maar geen vat krijgen op wat er met ons aan de hand is, de laatste dagen. Amy gaat op stap met een stel onbekende gasten. Sam is afwisselend strontchagrijnig en volkomen hyper, en zuipt zich bijna een delirium. Micha is bot en bazig. Digna, normaal altijd vrolijk en onbezorgd, krijgt een woedeaanval en laat zich de rest van de dag niet meer zien. Thijs gaat er opeens vandoor om een stel shoppende meiden te zoeken, en Sterre komt juist eerder terug van het winkelen.
Maar het eten is gezellig. Op het knusse terrasje lijkt de spanning een beetje van iedereen af te vallen. We halen herinneringen op aan vorige vakanties. Die keer dat Sam zoende met een gladde Spanjaard en drie avonden later per ongeluk met zijn broer. Die keer dat Micha, Digna en ik verdwaalden in één of ander onherbergzaam rotdorp. Die keer dat de bus kapot ging en we twee uur vast zaten op een parkeerplaats in the middle of nowhere.
Net als ik er lol in begin te krijgen en zit te bedenken welke herinnering ik nu eens zal opdissen, zegt Micha: ,,Oh ja, by the way: vanavond is die schuimparty. Dat gingen we wel doen, toch?” ,,Ja, lijkt me wel vet,” zegt Sam direct. Als ik gisteravond zoveel gedronken had, zou uitgaan wel het laatste zijn waar ik aan dacht. Maar goed, dat ben ik dan weer. Iedereen knikt instemmend. Ik knik mee. Eigenlijk heb ik meer zin om een beetje op mijn gitaar te tokkelen vanavond – ik heb dat ding tenslotte niet voor niets meegenomen, en ik heb er nog helemaal niet op gespeeld – maar al ben ik na gisteravond wat pessimistischer geworden, ik heb mijn plan nog niet opgegeven. Deze vakantie moet het gaan gebeuren. Deze vakantie zál het gaan gebeuren. Nieuwe avond, nieuwe kansen.
De enige die niet meegaat, is Amy, en daar kijkt niemand verbaasd van op. Als ze nu ineens enthousiast was geweest voor een schuimparty, was ik me gaan afvragen wat er gebeurd was met de wereld. En van Digna weten we het niet, maar ik neem aan dat ze na een hele dag eenzaam op het strand zitten wel zin zal hebben in een leuke avond.
,,De groep gaat om half tien weg, toch?” zegt Sterre, terwijl ze op haar schattig rode horloge’tje kijkt. ,,Dan moeten we een beetje dooreten. We moeten nog helemaal terug, en we moeten ons nog omkleden.” ,,En bij jou duurt dat laatste minimaal anderhalf uur,” grinnikt Micha. Toch neemt hij een extra grote hap van zijn kipsaté. Ik hoop dat dit betekent dat de rust een beetje is weergekeerd.
42. Digna
Het begint al een klein beetje te schemeren als ik langzaam naar de camping terug loop. Ik heb de hele dag op het strand gelegen. Mijn huid gloeit. Ik hoop niet dat ik al te erg verbrand ben, maar ik heb me goed ingesmeerd, dus het zal wel meevallen. En al was ik verbrand, dan zou ik het niet eens zo erg vinden. Dat moet dan maar. Ik heb een heerlijke dag gehad. Al is heerlijk misschien niet helemaal het juiste woord. Ik heb eerder een belangrijke dag gehad. Ik heb nagedacht. Ik heb gehuild. Daar begon ik mee zodra ik mijn handdoekje uitspreidde. Ik keek ernaar, naar die eenzame handdoek die nu voor het eerst niet in een hele rij van felgekleurde handdoeken lag, en naar de eenzame zonnebril, het eenzame boek en de eenzame zonnebrand die er bovenop lagen. En ik begon te huilen. Bittere tranen van verlatenheid zouden ze in een boek genoemd worden. Ik ging op mijn handdoek zitten, leg mijn hoofd op mijn knieën en liet al mijn verdriet en woede eruit komen. Midden op het strand, jawel. Ik moet een vreemde aanblik geboden hebben. Na ongeveer vijf minuten kwam een mollige vrouw aarzelend naar me toe. ,,Mädchen, was ist los?” vroeg ze. Dat was wel ongeveer het laatste waar ik zin in had, een moeizaam gesprek in het Duits proberen te voeren met een volslagen vreemde. ,,Eh, nichts, es geht wohl,” stamelde ik in mijn afschuwelijke steenkolenduits. Ze zei iets, liep terug naar haar handdoek en kwam terug met een pakje appelsap. Dat vond ik toch wel heel erg lief. Ik glimlachte naar haar. ,,Danke.” Ze glimlachte terug, zei nog iets wat ik niet verstond – ik geloof dat het erop neerkwam dat ik maar naar haar toe moest komen als er nog iets was – en ging weer op haar handdoek zitten, een paar meter bij me vandaan.
Het was grappig hoe ik me beter ging voelen door het pakje appelsap. Ik zat op mijn handdoek en keek naar de mensen om me heen. De Duitse vrouw bleek de moeder te zijn van twee hyperactieve jongetjes die in een razend tempo een hele stapel broodjes naar binnen werkten en meteen daarna weer terug renden naar de zee, vergezeld door een plastic krokodil, waar ze bij de branding ruzie om begonnen te maken. Hun moeder schreeuwde hen iets toe dat klonk als “eerlijk delen”.
Het was niet zo dat ik dacht: zo, nu moet ik maar eens goed gaan nadenken. Zo werkt dat nooit. Het nadenken begon vanzelf. Waarom trok ik me het gedrag van Micha zo enorm aan? Waarom voelde ik me steeds zo buitengesloten? Ik herkende mezelf niet meer. Ik deed nooit zo moeilijk. Ik dacht nooit na over dat soort dingen. Ik voelde me nooit onzeker. Ik liet me gewoonweg niet buitensluiten. Ik deed overal aan mee, gooide me overal in, kon het met iedereen wel vinden. Waarom lukte me dat nu niet meer? Misschien wilde ik het te graag, bedacht ik. Misschien wilde ik Micha te graag laten zien dat ik er prima overheen kon komen. Misschien wilde ik stiekem toch niet accepteren dat ik verdrietig was. Of dat er iets was veranderd. Ik wilde niet onder ogen zien dat “als vrienden uit elkaar gaan” altijd een leugen is, een troostprijs. Je kunt niet als vrienden uit elkaar gaan, ook niet als je daarvoor vrienden bent geweest. Je bent allebei gekwetst. Je kunt niet zomaar zeggen “en nu zijn we weer vrienden”. Ook niet tegenover de rest van de groep. Het is niet alleen voor ons ongemakkelijk. Zij weten ook niet altijd hoe ze zich moeten gedragen.
Ik besloot niet echt iets. Er was geen moment waarop ik voor mijn gevoel het roer omgooide. Het was gewoon goed om alleen te zijn, om tot rust te komen. Ik vroeg de Duitse vrouw of ze even op mijn spullen wilde letten en haalde een zak broodjes en een fles ijsthee bij het campingwinkeltje. Ik las mijn boek. Een paar keer nam ik een duik in het heerlijke frisse water. De tijd ging afwisselend langzaam en snel. Soms dacht ik dat er twee uur verstreken waren, en was het in werkelijkheid maar een half uurtje. Soms keek ik op mijn horloge en kon ik niet geloven waar die twee uur gebleven waren. Ik geloof dat ik ook nog even geslapen heb.
En nu loop ik terug naar de tent en voel ik me een ander mens. Ik voel me rustiger, helderder, meer mezelf. Ik moet nog zien hoe het zometeen gaat als ik Micha weer zie, maar voor nu is het fijn. Vanavond is die schuimparty, herinner ik me opeens. Tot mijn eigen verbazing merk ik dat ik daar eigenlijk wel zin in heb. Ik heb genoeg van mijn eigen gezelschap. Ik heb zin om lekker uit mijn dak te gaan en iedereen te laten zien dat ik zonder Micha ook iemand ben. Ik ben niet de afgehakte helft van een tweekoppig monster. Ik ben mij, volledig en compleet. Ik heb Micha niet nodig om mijn identiteit af te maken.
Op de camping neem ik een lange, lauwe douche. Ik smeer mijn lichtelijk verbrande huid in met aftersun. Ik maak een vlecht van mijn natte haar. Ik slenter naar het campingwinkeltje en koop een maaltijdsalade en chocolademousse als toetje. Ik eet het op aan het wiebelige tafeltje voor de tent. Als ik de stemmen van de anderen hoor, neem ik net mijn laatste hap.
43. SterreOké, rustig. Rustig. Ik sta onder de douche en adem diep in en uit. Naast me zingen twee jongens hard en vals het refrein van Boten Anna, keer op keer. Ik heb zin om naar ze te gillen dat ze moeten ophouden, dat ik hier verdomme probeer te mediteren, maar ik heb ook weer geen zin in ruzie. Ik zou de rust in mezelf moeten zoeken. Maar het probleem is dus, dat de rust daar moeilijk te vinden is.Ik weet niet wat er met me aan de hand is. Ik snap niet waar dit gevoel opeens vandaan komt. Het is een sterk gevoel van dreiging, het gevoel dat er iets gaat gebeuren, gaat veranderen. Er klopt iets niet. Er is iets mis. Heel erg mis.Het gevoel kwam op tijdens het winkelen. Ik was heerlijk aan het shoppen met Sam en Amy toen Thijs opeens opdook. Ik stond net voor de spiegel in een geel jurkje mijn gebruinde huid te bewonderen. Ik lijk nu alweer bruiner dan eergisteren in Nederland. Ik wilde Thijs hier net op wijzen toen ik de uitdrukking op zijn gezicht zag. Hij leek geschrokken van iets. Alsof hij ergens voor weggerend was. ,,Thijs, wat is er?" vroeg ik gealarmeerd. Hij sperde zijn ogen open. De Onschuldige Blik waar we Sam altijd stiekem om uitlachen. Als ze zo kijkt terwijl ze iets zegt, weet je dat het tegenovergestelde de waarheid is. En nu deed Thijs het zelf. ,,Niks, hoezo?" Er was dus wél iets. ,,Kom op," zei ik ongeduldig. ,,Mij hou je niet voor de gek. Wat is er gebeurd?" ,,Niks, mens!" viel hij opeens uit. ,,Ga jij nou maar gewoon verder met winkelen. Er is niks." Ik schrok me dood. Echt. Thijs wordt nooit boos. Hij heeft dat niet nodig. Hij is de diplomatie zelve; hij praat alles uit. Deze plotselinge aanval was absoluut niet-Thijs. Maar duidelijk wel gemeend, aan de blik in zijn ogen te zien. Ik was niet in staat om iets terug te zeggen. Ik stond met mijn mond vol tanden. Zwijgend liep ik het pashokje weer in en trok mijn eigen jurkje weer aan. Dat gele ding hoefde ik niet meer. Daar kleefde al een selchte herinnering aan voor ik 'm zelfs maar betaald had. Voor het eerst sinds de eindeloze middagen in de stad met mijn moeder en mijn zeurende zus, was ik het winkelen zat. Ik probeerde het nog een paar winkels lang vol te houden, maar Thijs negeerde me en ik durfde hem amper aan te kijken, dus het leek net alsof ik hem ook negeerde. Toen Sam aan het passen was en Thijs haar daarmee hielp, mompelde ik tegen Amy dat ik "even pauze ging nemen". Micha en Wout zatern nog steeds op hetzelfde pleintje. Ze waren duidelijk verbaasd dat ik eerder terugkwam. Micha zat zelfs ronduit te vissen. ,,Geen ruzie... rare voorvallen?" Maar ik had geen zin om er over te praten, hoe het me ook dwarszat. Ik heb nog wel een béétje loyaliteitsgevoel. Over Thijs ga ik niet lopen roddelen.De rest van de tijd hebben we elkaareen beetje ontweken. We weten ons geen van beiden een houding te geven. Hebben we nu ruzie? Of was het gewoon een onbelangrijk akkefietje, veroorzaakt door de hitte en het slaapgebrek? Dat laatste probeer ik mezelf al de hele tijd wijs te maken. Maar om de één of andere reden kan ik mezelf daar niet van overtuigen, hoe hard ik het ook probeer. Er is iets mis. Er is duidelijk iets mis.
44. Amy
,,Amy, je moet me even helpen!”
Ik kijk op van mijn boek. Sam staat voor me met een zeegroen hemdje en een zwart jurkje, allebei vanmiddag gekocht. ,,Welke zal ik aantrekken?” Het klinkt klaaglijk. Meestal is Sam best goed in beslissen wat ze aan gaat trekken, maar als ze nieuwe dingen heeft is ze het spoor vaak volkomen bijster. Ik grinnik. ,,Sam, dat zijn nieuwe kleren.” Ze haalt haar wenkbrauwen op. ,,Ja?” ,,Je gaat naar een schuimparty!” lach ik. ,,Je kleren worden er echt niet mooier op door al dat schuim. Ik zou iets ouds aantrekken.” Ze kijkt me misprijzend aan. ,,Ik heb niks ouds.”
,,Nou ja, in elk geval niet iets nieuws.”
Ze zucht. ,,Je hebt gelijk. Ik doe wel gewoon één van mijn zwarte shirtjes aan. Weet je zeker dat je niet meegaat?” Ik schud mijn hoofd. ,,Nee.”
,,Nee je gaat niet mee, of nee je weet het niet zeker?”
,,Nee ik weet het niet zeker.”
Ik hoor gesmoord gelach vanuit het strakke shirtje dat ze over haar hoofd probeert te wurmen. ,,Weet je dat ik die vraag normaal alleen maar uit beleefdheid stel?”
Ik snap dat ze verbaasd is. Ik ben zelf ook verbaasd over mezelf. Maar het is een feit: ik heb eigenlijk best zin om uit te gaan. De alcohol is uitgewerkt en mijn kater is geleidelijk weggeëbt. Ik voel me nu eigenlijk heel normaal. En ik heb de smaak te pakken na gisteravond. Niet dat ik van plan ben weer zoveel te drinken, maar ik heb ontdekt hoe lekker het is om los te gaan. Ik voelde me gisteravond zo anders dan normaal. Vrij en onbezorgd. Alsof de wereld vol mogelijkheden zat. En – dit is het genante gedeelte – ik voelde me sexy. Niet dat ik me bij Jesse nooit sexy voel. Maar voelde het anders sexy. Ik was gewild. Misschien heeft de alcohol er een rolletje bij gespeeld, maar zeker drie van de jongens vonden me duidelijk leuk. En ze konden me lekker niet krijgen. Dat was een nieuw gevoel. Bij Jesse was ik meer degene die hém heel graag wilde, en dat dat gevoel wederzijds was, was mooi meegenomen.
Hij heeft me nog een smsje gestuurd. ,,Goed bezig!” stond er, en ik weet niet of hij dat nou sarcastisch bedoelde of niet. ,,Geniet ervan, kus,” stond er verder nog. Ik heb niks teruggestuurd. Dat komt morgen wel weer. Anders wordt het wel een beetje duur. Bovendien heb ik eigenlijk niks te vertellen. Wat ik vandaag allemaal gekocht heb boeit hem toch niet zoveel. En ik denk ook niet dat hij graag wil weten dat ik naar een schuimparty ga. Hij vindt dat soort dingen vreselijk. Maar Sam maakt direct gebruik van mijn aarzeling. ,,Ga gewoon mee!” zegt ze enthousiast. ,,Het wordt vast vet! Digna gaat ook mee, dan is iedereen erbij, dat is toch gezellig!” ,,Oh, dus nu hangt de gezelligheid van mij af,” zeg ik quasi-verontwaardigd. Maar ik leg mijn boek weg en begin tussen mijn kleding te zoeken. Laat ik het voor de verandering nou eens doen. Eigenlijk heeft Sam wel gelijk; uitrusten kan ik thuis wel weer.
45. ThijsOp vakantie gaan zou ontspannend moeten zijn. Daar is het tenslotte voor bedoeld. Om tot rust te komen, “even helemaal weg”. Dat laatste is op mij misschien nog wel van toepassing: ik ben duidelijk even helemaal weg van mijn gezonde verstand. Dingen die normaal onderhuids spelen, die ik normaal negeer, vinden opeens met geweld hun weg naar de oppervlakte. Wat de vakantie daar precies mee te maken heeft, snap ik niet helemaal. Misschien ligt het aan de hitte. Maar andere jaren had ik daar helemaal niet zo’n last van. Wel dat ik soms een beetje sneller geïrriteerd was, maar niet dit allesoverheersende gevoel, alsof er iets onder mijn huid zit dat eruit wil. Ik schaam me dood tegenover Sterre. Ik snap niet waarom ik haar opeens zo afsnauwde. Het gebeurde vanuit het niets. Ik snap nu opeens waar de uitdrukking “een rood waas voor ogen krijgen” vandaan komt. Al is het over het algemeen volgens mij de bedoeling dat je dat waas voor ogen krijgt als daar een goede reden voor is. Niet als je beste vriendin zich een beetje bezorgd over je maakt, wat ze wel vaker doet, ze is tenslotte een meisje. Maar plotseling vloog die bezorgdheid me naar de keel. Ik wilde alleen maar met rust gelaten worden. Door iedereen. Zodoende. Ze heeft me de rest van de dag niet meer aangekeken. Ik voel me een zak stront. Ik wil het goedmaken, maar ik durf het niet. Want als ik mijn excuses aanbied, zal ik ook moeten zeggen waarom ik zo reageerde. En dat weet ik dus niet. Of misschien weet ik het stiekem wel, maar ik ben er nog niet klaar voor om het tegen Sterre te zeggen. Achteraf ben ik ook wel opgelucht dat mijn poging gisteravond onderbroken werd door Amy. Ik moet dronken geweest zijn. Hoe kwam ik op de gedachte om het haar te vertellen?! Op vakantie nota bene, waar je elkaar niet kunt ontlopen, waar je niet even alleen kunt zijn om zo’n bericht te laten bezinken. Nee, als ik het haar vertel, moet ik dat doen als we weer thuis zijn. Ik zal het gewoon nog even voor me moeten houden. Hoe moeilijk kan het zijn?
In de tent hoor ik haar kwebbelen met Digna. Ik zit buiten met een boek. Het boek is meer voor de show: het is een schild tegen lastige vragen. Het laatste wat ik nu kan gebruiken, is mensen die me gaan vragen “wat er aan de hand is met mij en Sterre”. Want het valt natuurlijk iedereen op dat we niet met elkaar praten. Dat kan niet anders. Normaal zitten we zo ongeveer aan elkaar vast gelijmd, en nu hebben we al – eens kijken – bijna 5 uur niets meer tegen elkaar gezegd. Dat is nog nooit voorgekomen. We zijn geen van beiden types om ruzie te maken. Hoewel – één keer misschien. Dat ging over een vriendje van haar, Damien. Dat was heftig. Maar zelfs dat duurde geen vijf uur. Nee, dit keer heb ik het echt goed verneukt.
Digna komt naar buiten, met een topje van Sterre aan. Misschien verbeeld ik het me, maar het lijkt alsof ze me veelbetekenend aankijkt. Als ze dat doet, heeft ze gelijk. Sterre is nu alleen en ik kan dit toch niet volhouden. Ooit zal ik weer tegen haar moeten praten, dus ik kan het maar beter meteen bijleggen. Dan ben ik er maar vanaf. Met een ruk sta ik op en zonder er verder nog over na te denken loop ik de tent binnen.
Ze legt net de laatste hand aan haar mascara en knippert overdreven naar haar spiegelbeeld. Dan kijkt ze op. Ik zie dat ze schrikt als ze mij ziet. Ik had gehoopt dat de goede woorden me vanzelf te binnen zouden schieten, maar er gebeurt niks. Ik haal mijn schouders op. ,,Sorry van vanmiddag.” Ik zie haar opgelucht ademhalen. ,,Geeft niet,” zegt ze met een glimlachje. ,,Ik weet echt niet wat ik had,” gooi ik er nog een schepje bovenop. Ze klapt haar spiegeltje dicht. ,,Het zal de warmte wel zijn geweest. Zand erover.” Ik knik. ,,Ja, de warmte, dat denk ik ook.”
46. Micha
Ik spring de bus uit en strek enthousiast mijn benen. Dit is absoluut een unicum; iedereen is mee naar de schuimparty. Ik hoor de muziek al dreunen in de disco. Ik hou van dit moment. Het moment dat je buiten staat en de bassen al hoort. Helemaal aan het begin van een nieuwe avond. Het kan nog alle kanten op. Er kan nog van alles gebeuren. De naam LUST staat in grote, felverlichte neonletters boven de deur. LUST. Een verdomd mooie naam voor een disco.
Bruno geeft een papiertje aan het uitsmijtertje. Het uitsmijtertje knikt. Het kan ook weinig anders; zonder al teveel moeite zou Bruno hém kunnen uitsmijten. Bruno wenkt ons. We mogen naar binnen. ,,Ik ben zo benieuwd!” zegt Sam. ,,Ik ben nog nooit naar een schuimparty geweest!” ,,Aaah, Sam’s schuimparty-ontmaagding,” plaagt Digna. Ik weet niet wat zij vandaag uitgevoerd heeft, maar ze is weer helemaal de oude, al ontwijkt ze mij een beetje. Misschien is dat ook maar beter. Ik heb geen zin in nog zo’n scene. Als het haar helpt om zich op de vlakte te houden, dan moet ze dat in godsnaam maar doen. Ik vermaak me toch altijd wel.
,,Oei, wat… schuimig,” zegt Sam als we binnenkomen. Ik lach. ,,Scherp opgemerkt, schat.” Terwijl de muziek dreunt, spuwen enorme schuimmachines constant grote schuimvlokken uit. De mensen die er al zijn, zien eruit als schuimmonsters. Het valt me op dat veel meisjes een wit shirtje aan hebben. Hadden ze van tevoren rekening gehouden met hoe witte shirtjes eruit zien als ze nat worden? Ik sommige gevallen weet ik bijna zeker van wel. Een beetje triest vind ik dat. Een meisje waarvan het shirtje per ongeluk doorschijnt, vind ik veel sexier.
We begeven ons in het schuimgeweld en zijn binnen de korste keren ook helemaal beschuimd. Er wordt van die lekkere dansbare top 40 muziek gedraaid. Iedereen heeft het zichtbaar naar zijn zin. Prachtig vind ik dat. Ik hou er niet van als er ééntje chagrijnig aan de kant staat. Maar nu staat Amy zelfs uitbundig te dansen. Ik wist niet dat ze dat kon; ze moet het in één avondje geleerd hebben. Maar het staat haar prachtig. Ze wordt er een ander mens door. Ik zie nu pas wat een mooi meisje ze eigenlijk is. Dat vriendje van haar moest eens weten wat zijn brave vriendinnetje hier allemaal uitspookt. Ik doe een stap naar haar toe en leg mijn hand op haar schouder. ,,Wat drink jij tegenwoordig?” Ze kijkt me verbaasd aan. ,,Hoezo?”
,,Nou, wordt het weer een sinas of ga je dit keer toch voor de wijn?” Ze lacht. ,,Een wijntje vind ik wel lekker. Maar ik ga niet zo dronken worden als gisteren, hoor.” Sam stoot haar lachend aan. ,,Schuimparty’s zijn om dronken te worden!” O god. Als ze zich weer zo gaat gedragen als gisteravond, laat ik haar gewoon langs de weg liggen. Dan kruipt ze maar naar de camping. Ik werp haar een waarschuwende blik toe. Ze knippert liefjes met haar ogen. ,,Ik wil ook wel een wijntje.”
Natuurlijk draait het erop uit dat ik de bestelling van de hele groep moet opnemen. Ik herhaal het in mezelf terwijl ik me door de zeiknatte mensenmassa heen naar de bar worstel. Twee wijn, twee rosé, drie bier. Twee wijn, twee rosé, drie bier. Thijs is trouwens ook gek dat hij in het openbaar rosé gaat staan drinken. Als er niks anders is op een feestje ofzo, oké. Maar in een tent als dit zou ik nog niet dood gevonden willen worden met een roseetje in mijn hand. Het is zo’n wijvendrankje. Drink dan op z’n minst gewoon witte wijn of iets dergelijks. Maar met een glas rosé in je hand kun je net zo goed meteen met watervaste stift “nicht” op je voorhoofd laten schrijven.
Ik heb net mijn bestelling aan de barvrouw doorgegeven, als ik een hand op mijn arm voel. Ik verwacht Sam met één of ander nieuw zeikverhaal (ze is nogal van de zeikverhalen deze vakantie, bij voorkeur tegen mij. Misschien wil Amy’s nieuwe persoonlijkheid ze niet meer horen), maar ik zie een meisje dat ik vaag herken. ,,Jij staat toch op onze camping?” vraagt ze. Aha, mysterie opgelost. ,,Absoluut,” antwoord ik. ,,Ik vroeg me al af waarvan ik je kende.” Ze lacht. ,,Maar je kunt natuurlijk niet op iemand afstappen met die vraag. Dan lijkt het net zo’n afgezaagde openingszin.” Eerlijk gezegd was ze me nog niet echt opgevallen, maar ze heeft wel humor. En lef. Ik hou van humor en lef. Daarom hield ik ook van Digna. Ho, niet aan Digna denken. Ik moet me richten op het meisje naast me. Die is trouwens ook minstens zo mooi als Digna. Ze heeft steil blond haar dat op kaaklengte is geknipt, grote donkerbruine ogen en haar limoengroene shirtje schijnt absoluut per ongeluk door. Ik knik serieus. ,,Inderdaad. Lastig is dat. Maar je hebt me gered.” Ze steekt formeel haar hand uit. ,,Ik ben Sophie.” ,,Micha,” stel ik me voor. ,,Wow,” zegt ze. ,,Wat een mooie naam. Ik heb altijd al een Micha willen kennen.”
De barvrouw zet mijn bestelling neer. Twee wijntjes, twee roseetjes en drie biertjes. Ik sla subtiel mijn arm om Sophies middel en wijs met mijn vrije hand naar de hoeveelheid drank op de bar voor ons. ,,Kijk eens. Allemaal voor ons.” Laat de anderen zich maar afvragen waar hun drankjes blijven. Ik heb mijn vakantieliefde ontmoet en dat moet gevierd worden.
47. Sam
Onrustig kijk ik de disco rond. Ik begrijp er niks van. Micha is zeker een half uur geleden weggegaan om drinken te gaan halen en hij is nog steeds niet terug. Zó druk kan het toch niet zijn bij de bar? Ik zucht. Nee, zo druk kan het echt niet zijn. Er is maar één verklaring voor. Micha staat gewoon weer met een meisje te praten en is onze drankjes glad vergeten. Nou, dan ga ik zelf wel wat halen. Als Micha iemand ontmoet heeft, kom ik deze avond niet door zonder alcohol. ,,Ik ga drinken halen!” roep ik tegen de rest. ,,Volgens mij komt Micha niet meer terug.” Het doet pijn om het hardop te zeggen, maar ik voel de onverklaarbare aandrang om het zelfs nog even aan te dikken. ,,Ik denk dat hij een meisje is tegengekomen ofzo.” Ik heb echt een talent voor zelfkastijding. ,,Wacht!” roept Amy. ,,Wil je voor mij dan even een wijntje meenemen?” ,,Oh, en voor mij een biertje?” vraagt Wout. Binnen de korste keren loop ik naar de bar met de bestelling die iedereen net al aan Micha heeft doorgegeven. Ik herhaal het in mezelf om het niet te vergeten. Twee wijn, twee rosé, twee biertjes.
De dikke laag schuim maakt de grond glibberig. Ik walg van alle natte mensenlichamen waar ik me langs moet wurmen. Plotseling vind ik de schuimparty niet meer zo’n succes. Het is eigenlijk gewoon puur ranzigheid. Ik ben blij dat mijn shirtje gewoon zwart is. Ik loop in ieder geval niet voor schut met een doorschijnend topje. Hoewel sommige meisjes het er duidelijk gewoon om doen.
Eindelijk heb ik ze allemaal opzij geduwd en komt de bar in zicht. Ik vraag me af hoe ik zes drankjes door die mensenmassa bij de rest ga krijgen. Ik hoop dat ik een dienblad mee krijg. Opeens stokt mijn adem in mijn keel. Daar staat Micha. Met een meisje, zoals ik al vermoedde. Maar het is niet zomaar een meisje. Het is een heel knap meisje. Knapper dan Digna en ik bij elkaar. En als ik het goed zie, zijn Micha en zij bezig onze drankjes op te drinken. Onze drankjes! Allemaal! Hij heeft niet eens even de moeite gedaan om ze bij ons te brengen! Ik doe een paar grote stappen in hun richting, klaar om hem op de schouder te tikken en hem eens even goed de waarheid te vertellen. Maar iets houdt me tegen. Het is alsof ik voor een moment mijn lichaam ontstijg en van bovenaf op mezelf neerkijk. En ik zie hoe ik zou overkomen als ik Micha nu de les ging staan lezen. Dat is tenslotte precies wat je níet bij hem moet proberen. Als ik dat zou doen, zou ik het helemaal met hem kunnen vergeten deze vakantie. Zo te zien kan ik dat toch al, maar er is natuurlijk altijd nog een kans dat het toch niks wordt tussen Micha en de onbekende schoonheid, en dan moet ik paraat staan om hem te troosten. Ik mag absoluut niet laten merken hoe erg ik dit vind. Ik moet mijn brede glimlach opzetten en feesten, feesten, feesten. Misschien kan ik maar beter meteen twee wijntjes voor mezelf bestellen.
Als ik besteld heb, staat Wout opeens naast me. ,,Ik dacht dat je wel wat hulp kon gebruiken,” zegt hij. Ik glimlach dankbaar. Wat is het toch eigenlijk een schat. Hij zegt nooit zoveel, maar als je hem nodig hebt, is hij er ook. ,,En je was ook wel nieuwsgierig naar wat Micha uitspookte, geef maar toe,” plaag ik hem. Hij grinnikt. ,,Shit, je hebt me door.”
We pakken allebei drie drankjes. De terugweg gaat makkelijk. Dankzij Wouts brede postuur gaan mensen vanzelf voor hem opzij. Ik hoef er alleen maar achteraan te lopen. Het beeld van Micha en het mooie blonde meisje kleeft op mijn netvlies, maar ik ben vastbesloten niets te laten merken. Eyes on the prize, vertel ik mezelf keer op keer. Ik ga het niet voor mezelf verpesten. Ik zal feesten alsof er niets aan de hand is. Later zal ik er de vruchten van plukken.
48. WouterFrans bier is goed. Ik zweer het. Frans bier is veel beter dan Nederlands bier. Heineken, eat your heart out. Voortaan drink ik alleen nog maar Frans bier. Ik ben eindelijk eens lekker dronken. Dit zou ik echt vaker moeten doen. Ik zou mijn hele leven wel dronken kunnen zijn. Iedereen hier is dronken en dronken mensen zijn veel gezelliger. Ik waardeer het leven nu tenminste. Ik dacht dat schuimparty’s niet echt mijn ding waren, maar ik vind het hier prachtig. En de muziek is ook echt goed. Het ene vette nummer na het andere. Ja, dit is een mooie avond. Ik neem de laatste slok en gooi het bekertje achteloos in het schuim op de grond. Toevallig komt Digna er net aan met een dienblad vol verse drankjes, dus ik heb meteen een nieuwe. ,,Micha staat nog steeds met dat wijf aan de bar,” meldt ze. Ik zal het vanavond alleen moeten doen, concludeer ik. Maar dat is geen probleem. Ik zal Micha eens laten zien dat ik het zonder hem ook wel kan. Ik heb zijn hulp helemaal niet nodig. Dit is mijn avond. Dankzij het Franse bier ben ik vanavond een jager.
Ik neem een grote slok en kijk de disco rond. Het is al laat en bijna iedereen is straallazarus. Mijn blik kruist die van een lang meisje. Ze heeft rood haar, en al is het niet zo mooi als het rode haar van het meisje van gisteren, ik hou van rood haar. Ik maak een “proost”-gebaar en lach naar haar. Ze lacht terug. Ik neem een grote, stoere slok en lach haar nog eens toe. Mijn hart bonst. Wat zal ze nu doen?
Ik schrik als ik zie dat ze naar me toe komt. Plotseling ben ik niet zo dronken meer. Ik heb zin om weg te rennen. Hier was ik niet op voorbereid. Oogcontact maken is voor mij al heel wat. Echt flirten is weer een hele stap verder. Maar er is geen weg terug. Ze staat al voor mijn neus. Van dichtbij is ze eigenlijk helemaal niet zo knap. Maar, zeg ik streng tegen mezelf, ze heeft lieve bruine ogen en zelf ben ik ook niet zo’n schoonheid. Ik mag al blij zijn dat tenminste íemand mij leuk vindt.
,,Hoi,” zegt ze. Ik knik. ,,Hoi.” Ze valt een beetje tegen me aan. Ik vraag me af of dat komt doordat ze dronken is, of dat ze het expres doet, of een combinatie van beiden. Ze giechelt. ,,Oeps.” Toch stapt ze niet opzij. Ze begint een beetje tegen me aan te dansen, en ik dans onhandig mee. Nu gaat het gebeuren. Het dansen is gewoon voor de vorm, omdat het een beetje té raar zou zijn om meteen te gaan zoenen. Ze zingt een beetje mee met de muziek, zachtjes, maar duidelijk hoorbaar. ,,I’m on tonight, my hips don’t lie and I’m starting to feel you boy.” Het past verrassend goed bij de situatie.
We dansen steeds dichterbij elkaar. Onze neuzen raken elkaar al bijna als ik opeens bedenk dat ik niet eens weet hoe ze heet. Maar net als ik het wil vragen, zoent ze me.
49. Digna
,,Oh my god!” roept Sterre, terwijl ze me aanstoot. ,,Check dat! Wout staat te zoenen!” Ik kijk in de richting van haar vinger. Inderdaad. Wout staat behoorlijk opzichtig te tongen met een meisje waarmee ik hem niet eens heb zien praten. Ik schud mijn hoofd. ,,Waar moet dat heen met de wereld? Micha drinkt al onze drankjes op met dat wijf, Wout zoent met een onbekende, Amy gaat mee uit… wat is er gebeurd? Zit er hier iets in het water ofzo?” Sterre legt haar hand op mijn arm. ,,Je zou niet aan Micha denken, weet je nog? Waarom zoek je zelf niet iemand om mee te zoenen?” ,,Wat doe jíj hier eigenlijk nog?” geef ik het gesprek snel een andere wending. Ik heb geen zin om Sterre te moeten uitleggen dat ik geen zin heb om de goedkope slet te gaan uithangen alleen om Micha terug te pakken. Ik zoen alleen met iemand als ik diegene toch op z’n minst een beetje aantrekkelijk vind, en voor de roodverbrande, straalbezopen gasten die hier rondlopen geldt dat absoluut niet. Sterre kijkt nuffig voor zich uit. ,,Ik sta hier te bewijzen dat ik geen stomme snol ben, en ik hoop dat de jongen die me daar gisteren voor heeft uitgemaakt dat ziet.”
,,Heeft iemand je voor snol uitgemaakt?!”
,,Niet létterlijk. Dan had ik ‘m op zijn bek geslagen. Maar hij wilde geen drankje voor me bestellen omdat ik volgens hem ‘zo’n soort meisje’ was. De eikel.”
Aan de ene kant vind ik het zielig voor haar, aan de andere kant kan ik me zijn reactie ook wel voorstellen. Ik heb het altijd een beetje raar gevonden dat zij zomaar op jongens afstapt en vraagt of ze een drankje van ze krijgt. Ik zou dat een afknapper vinden. Het lijkt een beetje goedkoop. Maar de meeste jongens vallen direct voor Sterre, en vinden haar initiatief ofwel sexy, ofwel ze vergeven het haar omdat ze hot is. ,,En hij is hier nu?” vraag ik. Ze schudt haar hoofd. ,,Nee. Ik denk dat hij zich te goed voelt voor schuimparty’s.”
,,Waarom hou je je dan in godsnaam in? Het zou je al niet moeten kunnen schelen hoe hij over je denkt als hij er wél is, laat staan als hij er niet is!”
,,Het is een principekwestie. Het kan me niet schelen of hij het ziet.”
,,Dat slaat echt helemaal nergens op.”
Het is nooit echt moeilijk om Sterre ergens van te overtuigen. Haar eigen mening heeft nog het meest weg van een goedkope paraplu: als je er een beetje tegenaan blaast, waait hij binnenstebuiten. Ze giet de rest van haar wijn naar binnen. ,,Je hebt nog gelijk ook,” zegt ze. Dan beginnen haar ogen te glimmen. ,,Waarom doen we het niet samen?”
,,Doen we wat samen?”
,,Iemand zoeken, versieren en gek maken.”
,,Wat?! Je denkt toch niet dat ik zit te wachten op een triootje?!”
Ze rolt met haar ogen. ,,Neehee, niet voor een triootje. Gewoon voor de lol. Een spelletje.” Ik denk aan alle gekke gesprekken die Micha altijd met de meest uiteenlopende mensen voert. Dat was altijd leuk om aan mee te doen. Misschien wordt dit wel net zo grappig. ,,Maar ik ga hem niet zoenen, hoor,” waarschuw ik Sterre. ,,Dat laat ik aan jou over.” Ze grijnst. ,,Geloof me, dat komt wel goed.”
50. Sterre
Het is hoog tijd om deze duffe avond een beetje nieuw leven in te blazen. Doen alsof ik geen slet ben is saai. En Digna heeft gelijk, het duivelsgebroed van gisteren is er nu toch niet. Die vindt zichzelf waarschijnlijk veel te intellectueel voor schuimparty’s. En het lijkt me wel grappig om Digna een keer mee te slepen op jacht. Misschien steek ik haar wel aan. Ze kan wel wat afleiding gebruiken, nu Micha de beest uit zit te hangen met een regelrechte schoonheid. Als Micha mijn ex was, zou ik me nu flink kut voelen. Digna doet haar best om het te verbergen, maar ik kan zien dat zij zich ook niet echt geweldig voelt.
Ik speur de disco rond op zoek naar een geschikt slachtoffer. Mijn blik valt op een jongen die ik om de één of andere reden perfect bij Digna vind passen. Hij is lang en heeft blond haar met kleine krulletjes erin. Zijn zwarte shirt is kletsnat en plakt aan zijn lichaam vast, onthullend dat hij geen vreemde is voor de sportschool. Hij staat er een beetje ongeïnteresseerd bij. Normaal hou ik niet zo van koppelen, maar ik denk dat deze twee mensen iets aan elkaar zouden kunnen hebben. Ik pak Digna’s arm en trek haar mee. ,,Sterre,” begint ze nog. ,,Ik weet niet…” Maar ik negeer haar. Ze moet eens een beetje loskomen. Ze zal zien hoe leuk uitgaan op mijn manier is.
Ons doelwit ziet ons aankomen. Wat krijgen we nou, zie ik hem denken. Hij is waarschijnlijk niet het type dat het leuk vindt om aangesproken te worden door twee wildvreemde meiden. Goed zo: Digna houdt daar ook niet van. We hebben een match, ik weet het zeker.
Niet dat ik haar nu plompverloren aan hem ga voorstellen. Dat zou ongelooflijk zielig overkomen. Zo doe je dat in de brugklas. Nee, mijn truc is altijd om te doen alsof ik iemand al ken. Alsof het volkomen normaal is om hem aan te spreken. Echt, dat werkt altijd. Je komt gezellig en spontaan over en als je een beetje goed bent in jezelf voorliegen, ben je ook helemaal niet zenuwachtig. Je kent hem immers al, waarom zou je zenuwachtig zijn?
Nu pak ik het ook zo aan. ,,Hé,” zeg ik tegen hem, alsof ik gewoon even weg was om iets te drinken te halen. ,,Vind je het wel leuk?” Hij haalt zijn wenkbrauwen op. ,,Wat kan jou dat schelen?” Oei, dit is misschien niet het type waarop mijn trucje werkt. Maar daarom past hij juist zo goed bij Digna. Bij haar zou het ook niet werken. Het is wel een verdomd lastige vraag, “wat kan jou dat schelen?”. Het is moeilijk om daar goed op te antwoorden. Ik zie dat Digna zich al staat te schamen. Maar ik ben niet voor één gat te vangen. ,,Nou zeg,” reageer ik quasi-beledigd. ,,Ben je niet blij met een beetje aandacht?” Fout. Hij kijkt nu een beetje boos. ,,Wat, zie ik er soms uit alsof ik daar dankbaar voor moet zijn?” ,,Nee, nee,” zeg ik haastig, maar ik merk dat ik mezelf heb klemgezet. Verdomme. Wat heb ik toch? Waarom lukt dit me nu ook al niet? Digna zal wel denken. Maar tot mijn verbazing doet Digna haar mond open. ,,Nou,” zegt ze. ,,Zij doet haar best voor je en jij reageert zo. Lekker is dat.” Zijn blik wordt zowaar weer iets zachter. ,,Sorry, zo bedoelde ik het nou ook weer niet.” Ze glimlacht en haalt haar schouders op. ,,Nou, we beginnen wel opnieuw. Hoe heet je?” ,,Youri,” antwoordt hij. ,,En jij?” Het valt me op dat hij mij er niet bij aankijkt. Digna glimlacht als ze haar naam zegt. ,,Wat een mooie naam!” reageert Youri meteen. ,,Apart. Digna. Dat hoor je niet zo vaak.” Ze schudt haar hoofd. ,,Vroeger vond ik het vreselijk. Leraren konden mijn naam nooit goed uitspreken.” Hij lacht. ,,Mijn naam schrijft iedereen juist altijd verkeerd. Ook erg irritant.”
Ik denk dat mijn werk hier erop zit. Ik leg mijn hand op Digna’s schouder. ,,Ik zie iemand die ik ken, ik ga even daarheen, goed?” Ze kijkt me niet eens aan als ze “ja” zegt. Ik draai me om en loop naar de bar, waar ik Thijs heb zien staan. Ik heb gemengde gevoelens over mijn actie van net. Het is natuurlijk mooi dat ik Digna aan iemand gekoppeld heb. Maar het zint me niet dat hij mij duidelijk niet zag zitten. En dat hij pas een beetje leuk begon te reageren toen Digna zich erin ging mengen. Het lijkt wel alsof ik mijn gave kwijt ben.
51. Amy
Eindelijk gaan de lichten aan. Ik geeuw opgelucht. Eindelijk hoef ik niet meer te dansen en te doen alsof ik het fantastisch naar mijn zin heb. Ik ben kapot. Ik snap niet hoe iedereen dit altijd zo lang vol kan houden. Ik had het om een uur of één al wel gezien. De hele tijd sta je te bewegen, want als je even stilstaat om uit te rusten, is het meteen: ,,Vind je het nog wel leuk?” Waarom kan iedereen non-stop dansen behalve ik? Misschien hebben zij gewoon veel geoefend.
Ik ben niet meer helemaal nuchter, maar ook niet dronken. Ik ben alleen maar heel erg moe. Ik wil in bed liggen. Of in de bus zitten. Ik hoop dat die er al staat en dat we er niet nog drie kwartier op moeten wachten, zoals vorig jaar een keer gebeurde. Net die ene keer dat ik mee uit was natuurlijk. Niemand maakte zich er verder druk om en ik was natuurlijk weer de chagrijnige sfeerbederver. Dit keer zal ik maar proberen wat vrolijker te blijven, dan krijg ik dat gezeik tenminste ook niet.
Ik kijk om me heen. Wouter scheurt zich net los van het meisje waar hij minstens een uur mee heeft staan tongen. Ik schud mijn hoofd. Dat is echt wel ongeveer het laatste dat ik van hem verwacht had. Gek genoeg ben ik een beetje teleurgesteld in hem. Ik dacht dat hij iemand was die dat niet deed. Maar daar had ik me dus in vergist. Ik hou er niet van als ik me in mensen vergis. Daarom hou ik van Digna vanavond. Zij staat ook al een hele tijd met dezelfde jongen te flirten, maar ze hangt tenminste niet gelijk om zijn nek. Digna is écht niet zo. En dat is ook beter. Als ze nu met hem zou zoenen, zou hij haar morgen niet meer zien staan. Dan is ze gewoon een meisje voor één avond geweest. Nu is er tenminste een kans dat hij haar hierna nog een keer wil zien. Ik hoop het voor haar, want hij ziet er leuk uit en volgens mij vindt hij haar ook echt leuk. En Micha is weer aan de wandel vanavond. Het zou lullig zijn als hij een vakantieliefde had en zij niet. Met Sterre en Thijs loop ik alvast naar de uitgang. Thijs ziet er net zo uitgeput uit als ik me voel, Sterre gewoon chagrijnig. Ik had natuurlijk liever gehad dat ze wat vrolijker waren, maar ik ben wel blij dat ik niet met ze hoef te praten. Zelfs daar ben ik op dit moment te moe voor. Bij de garderobe komen we Micha tegen met het knappe blonde meisje waar hij de avond mee heeft doorgebracht. Hij heeft zijn arm bezitterig om haar middel geslagen. Hij ziet er bijzonder zelfvoldaan uit, maar als hij naar haar kijkt, heeft zijn blik gek genoeg ook iets zachts. Verdomd, hij is echt gek op haar. Thijs tikt hem op de schouder. ,,Zeg, stel je haar niet voor?” Micha grijnst breed. ,,Oh ja. Dit is Sophie.” We zeggen braaf hoi en vertellen hoe wij heten. Ze glimlacht en knikt. Ze lijkt wel aardig. Maar om de één of andere reden heeft ze iets wat me niet aanstaat. Ach, waarschijnlijk ben ik gewoon te moe om nieuwe mensen te ontmoeten. Zeker als ze er op dit uur nog fris en uitgerust uitzien, terwijl ik het gevoel heb dat er lauw afwaswater door mijn aderen stroomt. Ik geeuw nog eens. Ik kijk opzij en zie dat de bus al buiten staat. ,,Ik ga vast in de bus zitten hoor, jongens,” zeg ik. Zonder op antwoord te wachten loop ik naar buiten. Ik klim het trapje op en laat me vallen in de eerste de beste zachte busstoel die ik zie. Voor de andere mensen zelfs maar de bus binnenkomen, ben ik al in slaap gevallen.